Sijbolt Noorda, lang voorzitter van de Vereniging van Nederlandse Universiteiten (VSNU), stapte onlangs op en vond het bij zijn afscheid nodig om de bekende sneer naar studenten te maken. Studenten moeten nu echt ophouden langstuderende lanterfanters en flierefluitende vrijbuiters te zijn. Die tijden zijn toch echt achter ons, aldus Noorda. Ondanks dat ik zelf inmiddels geen student meer ben, ben ik dat eindeloze gezever van Noorda et al. over studenten die er langer over doen wel spuugzat. In zeven jaar heb ik drie cum laude diploma’s behaald, vrijwilligerswerk gedaan, studenten vertegenwoordigd en driemaal stage gelopen. Eén jaar ging simpelweg ‘verloren’ omdat ik voor de voltijd baan die ik nota bene aan de universiteit had, verplicht als student ingeschreven moest staan om mijn salaris te kunnen ontvangen. De onverholen minachting van Noorda tegenover mijzelf en vele andere studenten, mag nu wel eens afgelopen zijn.

Laat ik bij het begin beginnen. Niemand denkt inmiddels nog dat studenten nog in de 19e eeuw leven. Zo’n opmerking is vooral vermakelijk voor de studenten die met vijfhonderd man in een collegezaal gepropt zitten en hooguit eens per week bij hun docent op spreekuur mogen. Toch even wat anders dan het 19e-eeuwse Bildungsideaal. Het zijn juist types als Noorda, Zijlstra en consorten die er belang bij hebben het beeld van de vrijbuitende student in stand te houden. Wel zo handig als je weer een nieuwe batterij maatregelen tegen de studenten afkondigt. Hoger collegegeld, afschaffen basisbeurs en OV-kaart, vrijgave van de mastercollegegelden, je komt er makkelijk mee weg, want die vrijbuitende studenten zijn toch een stel uitvreters die zich op kosten van de broer van de bakker van de tante van Henk en Ingrid laat fêteren.

De werkelijkheid is echter anders. Veel studenten doen langer over hun studie omdat ze gewoonweg vastlopen in het onderwijs, of halverwege ontdekken dat hun passie elders ligt. Op de middelbare school weet je namelijk nog niet of je ervoor in de wieg gelegd bent om kwantumveld vergelijkingen door te rekenen, de houding van Hegel ten opzichte van Kant te doorgronden of de nuances van Europees mededingingsrecht uit te pluizen. Zo’n inschatting kan een student pas maken nadat zij haar de materie heeft eigengemaakt. Dat betekent niet dat zo’n student een verkeerde keuze heeft gemaakt, maar dat een student na een aantal jaar studeren erachter komt dat ze nu een betere keuze kan maken.

Daarnaast lijkt Noorda te vergeten dat studeren ook gewoon moeilijk is. Soms loop je gewoon vast bij dat tentamen geriatrie, dat essay over postkoloniale man-vrouw verhoudingen in Nigeria of een groepsopdracht over de molecuulstructuur van DNA. Gebeurt dit bij een tentamen of opdracht met maar één herkansingsmoment en haal je dat ook net niet, dan mag je bij een opleiding met een harde knip een extra jaar studeren om één vak over te doen. Ik weet niet of Noorda denkt dat studenten dat voor hun plezier doen, maar ik moet de eerste student die daar op zit te wachten nog tegenkomen.

Evenzo worden studenten evenals werknemers geveld door de gebruikelijke klachten die gepaard gaan met stress, piekbelasting en veel computerwerk. Depressie, burn-out, faalangst of RSI, ze maken allemaal slachtoffers. Maar voor studenten is er geen bedrijfsarts of arbokeuring. De meeste studenten mogen blij zijn als ze hun studieadviseur een keer of twee zien tijdens hun studie, maar over het algemeen is het prima mogelijk dat een student een jaar lang depressief thuis zit zonder dat een onderwijsinstelling het merkt.

Dat laatste is illustratief voor dat wat mij het meest aan Noorda irriteert. Noorda is de representant van die ivoren-toren mentaliteit van onderwijsregenten waar ik na zeven jaar enkel nog verachting voor kan voelen. De mentaliteit van een organisatie die om solidariteit schreeuwt als de universiteitsbudgetten onder druk staan, maar bij de volgende bezuinigingsronde met studenten uitruilt voor wat financiële kruimels. Laat ik hier duidelijk zijn: Ik heb de meest fantastische docenten ontmoet, ben geholpen door uitermate betrokken medewerkers en ben geïnspireerd door geweldige onderzoekers. Maar voor de universiteit als instituut kan ik weinig waardering opbrengen. Waardeloze ICT-voorzieningen, eindeloze wachttijden, bureaucratische nonsens en bovenal het regelmatig slechte onderwijs zijn allemaal oorzaak van studievertraging. Maar het is de universiteit als instituut, aangevoerd door mensen als Noorda, die fundamenteel incapabel blijkt om dergelijke problemen te erkennen, laat staan te verbeteren. Het aantal keren dat een groep wanhopige studenten aangaf dat een bepaalde module of docent absoluut abominabel functioneerde en werd teruggewezen met de mededeling dat zulks niet oplosbaar, herkenbaar of relevant was, is niet op de vingers van twee handen te tellen. Een opleiding is inmiddels een product, maar zelfs over een pot pindakaas met de verkeerde smeuïgheid valt makkelijker te klagen dan over een tentamencijfer dat een half jaar na dato nog niet bekend is. Dat zulke banale zaken als slechte docenten, eindeloos veranderende curricula of ijskoude examenruimtes invloed op een studie zouden kunnen hebben, zal volgens Noorda dan wel bij het aanpassen aan ‘het gewone leven’ horen…

Laat ik daarom, door Noorda geïnspireerd, een eigen oproep doen. Dat vreemde, romantische idee dat onderwijsbestuurders als regenten kunnen zetelen in ivoren torens en de wantoestanden op hun instellingen gemakshalve kunnen negeren, daar moeten we echt vanaf. Dat hoort bij een wereldvreemde elite en staat haaks op de realiteit. In het gewone leven moet een instelling ook fatsoenlijke dienstverlening leveren, dus waarom zou dat niet gelden voor onderwijsinstellingen? Na de wantoestanden van de afgelopen jaren, is enige zelfreflectie misschien op zijn plaats. We leven tenslotte niet meer in de 19e eeuw.

Tagged with:
 

3 Responses to Oproep van een langstudeerder

  1. Janoz says:

    +1, niets aan toe te voegen. Ik heb er een hekel aan mensen te spammen met vrij-zinnig stukjes, maar denk dat ik deze vandaag toch nog een derde keer rond ga tweeten.

  2. T. says:

    Wat een duidelijk, sterk en vooral waar stuk. Complimenten!

    (Dank aan Lisa Westerveld voor het tweeten)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*