De maagdenhuisbezetting was de druppel die de emmer deed overlopen. De bezetters riepen om democratisering, verbeterde medezeggenschap en het aanpakken van het doorgeslagen rendementsdenken. Maar kan via de aanpak van een verziekte bestuurscultuur wel voldoende oplossing worden geboden? Immers, het hele hoger onderwijs zit gevangen in een systeem dat via prestatieafspraken datzelfde rendementsdenken juist beloont. Er is dan dus ook een onderwijsminister nodig die het systeem juist ook op die punten wil aanpakken.

“You can’t have it both ways”

Een partij als de PvdA ziet zichzelf op zo’n manier gevangen tussen het rendementsdenken en de problemen die juist erdoor ontstaan. Enerzijds wil de PvdA niet dat als gevolg van doorgeslagen rendementsdenken instellingen verworden tot tentamenfabrieken(1), maar anderzijds wil men vanuit Den Haag via de prestatieafspraken steeds meer sturen op het beleid van de onderwijsinstellingen.

En daarin zit de spagaat tussen meeregeren en de eigen idealen. Een heel mooi voorbeeld van deze worsteling is terug te zien in het eigen “Van Waarden”-programma over het leenstelsel(2): “Ons ideaal is een eerlijke verdeling van hoop en levenskansen. Onderwijs is de koninklijke manier om levenskansen te vergroten. Wij willen daarom het beste onderwijs. En daarom steken we liever geld in het verbeteren van het onderwijs dan in de inkomensondersteuning van studenten. Tegelijkertijd garanderen we met het sociale leenstelsel de toegankelijkheid van het onderwijs.”

Het is hier zichtbaar dat in de filosofie van het leenstelsel het rendementsdenken zit opgesloten. Deze komt namelijk voort uit de visie waarin onderwijs wordt beschouwd als een investering van tijd en geld in iemands toekomstige loon. Door alles in financiële termen uit te drukken is investeren in onderwijs te vergelijken met het investeren in productiemiddelen zoals machines. De student is een grondstof; de onderwijsinstelling een tentamenfabriek; en vanuit het persoonlijk profijtbeginsel geredeneerd: een studieschuld bij de overheid een goede investering. Toch blijft het vreemd om een schuldenstelsel te noemen in een ideaal voor een eerlijke verdeling van hoop en levenskansen.

En juist daarom was het ook precies op dit punt in het debat in de Eerste Kamer dat minister Bussemaker expliciet afstand heeft moeten nemen van de investerende student en deze nadruk op het rendementsdenken. (3) Feitelijk werd daarmee de PvdA gevraagd om afstand te nemen van deze principiële achterliggende filosofie.

Het lijkt me niet erg als de minister eerlijk was uitgekomen voor deze liberale productiegerichte visie op het hoger onderwijs. En had benoemd dat in haar beleidsvoorstel deze vorm van doorgeslagen rendementsdenken een rol heeft gespeeld. Want uiteindelijk moet men politiek kleur bekennen: men kan niet omwille van principiële redenen tegenstander zijn van rendementsdenken, en vanwege pragmatische voordelen in een productiegerichte visie, toch een voorstander.

En daarin zit een uitweg voor de PvdA:

Op het moment wordt de ideologische lijn van de PvdA sterk gemist in haar beleid. Men ziet vaak een PvdA die de scherpe kantjes van rechtsliberaal beleid probeert te halen. Een sterk geluid van de PvdA-minister die het sociale beleid van de PvdA meer naar voren kan halen is daarom ook zeer wenselijk. En als men het doorgeslagen rendementsdenken wezenlijk wil aanpakken ligt daarin een heel mooie kans: ga niet aan de slag met de symptomen, maar pak het systeem aan!

De werkelijke sturingsdruk komt immers vanuit Den Haag, en hoe men instellingen wil afrekenen of bepaalde beleidsdoelen wel of niet zijn gehaald: namelijk via de prestatieafspraken en de wijze waarop men prestatie-indicatoren gebruikt.

Echter, wanneer je in het beleid een indicator kiest, kies je daarmee ook het doel dat je wil nastreven. Bijvoorbeeld onderwijskwaliteit. De indicator wordt pervers wanneer deze een ander doel gaat dienen dan je oorspronkelijke beleidsdoel, bijvoorbeeld uitvalcijfers of contacturen. Nu al wordt gewaarschuwd(4) dat de prestatie-indicatoren niet een doel op zich moeten worden, en het uiteindelijke doel: “de kwaliteit van onderwijs en onderzoek”, uit het oog wordt verloren.

Leg daarom als PvdA juist de nadruk op de aanpak van het systeem en betrek openlijk de hoger-onderwijs gemeenschap in de discussie. Immers, meer ruimte voor medezeggenschap of democratie verwordt tot een pleisterplakkende symptoombestrijding wanneer, de discussie over de juiste beleidsdoelen niet met de hoger-onderwijs gemeenschap wordt gevoerd.

En als het over onderwijskwaliteit gaat, begin dan met de praktijk dat voor er de beoordeling van onderwijskwaliteit geen eenduidige harde objectieve prestatie-indicatoren bestaan, juist omdat de kwaliteitsdoelstellingen van verschillende opleidingen zo sterk kunnen verschillen: ze zijn immers geen gelijkwaardige tentamenfabrieken. Zodat de PvdA met een gerust rood hart, zowel principieel als pragmatisch, afstand kan nemen van doorgeslagen rendementsdenken.

Ernstjan van Doorn, actief PvdA-lid met rood hart voor het hoger onderwijs, die gelooft dat kwaliteit het verschijnsel is dat mensen het juiste doen, wanneer men even niet kijkt.

(1) Geen rendementsdenken, maar meer kwaliteit in het onderwijs

(2) Rapport ‘Politiek van Waarde’ – 2015 [ pag 4 ]

(3) Tevergeefs hopen op tegenstemmers

(4) Kamerbrief over midtermreview prestatieafspraken hoger onderwijs [ p5]

Foto door: Partij van de Arbeid (Flickr: Poster PvdA) [CC BY 2.0], via Wikimedia Commons

2 Responses to De ideologische spagaat van de PvdA in het hoger onderwijs

  1. Arno says:

    Het gekke is… dit is precies wat ik vind dat een liberale partij zou moeten willen, dus ook (of juist) de VVD. Want naar mijn idee is dit voorstel niet perse links, maar logica.

    • Het is het grote vacuüm tussen het conservatieve liberalisme a la Ayn Rant (vrij vertaald: een dollar is een dollar, en als iedereen aan zichzelf denkt wordt er niemand vergeten 😉 ), en het klassieke liberalisme van John Stuart Mill waar het aanbieden van onderwijs aan iedereen juist bijdraagt aan het bevrijden (en creëren van vergelijkbare competitieve kansen) van de massa. Helaas is de VVD niet zo van de stroming van Mill 🙁

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*