In navolging van Amsterdam ontstaan nu op verschillende plaatsen ‘departementen’ van De Nieuwe Universiteit: studenten en medewerkers die vinden dat de huidige structuren hun langste tijd hebben gehad en het tijd is voor verandering.
In Nijmegen bleef het aanvankelijk rustig, want men is wel tevreden over hoe het hier gaat. Vanuit de geschiedenis bezien is dat een vreemde gedachte: de studentenbeweging werd praktisch in Nijmegen opgericht* en de Nijmeegse studentenvakbond AKKU was vanaf haar oprichting een van de meest actiefste lokale studentenbonden. Opvallend vond ik de stilte ook omdat de Radboud Universiteit nu niet bepaald een democratische structuur heeft. Daarom is het des te prettiger dat woensdag toch een discussieavond plaatsvindt over ‘de nieuwe universiteit’.

Bijzondere universiteit
De discussie over bevoegdheden van de medezeggenschap is niet nieuw, maar grote veranderingen zijn zeldzaam. Misschien wel omdat de medezeggenschap zelf – ironisch genoeg – onvoldoende rechten heeft dit te veranderen. Bestuurders maken de Nijmeegse situatie graag extra ingewikkeld door te blijven hameren op de bijzondere status van de instelling, die wettelijke uitzonderingen mogelijk maakt. Volgens de Wet op het hoger onderwijs stelt het college van bestuur (CvB) namelijk regels op over (jawel) ‘het college van bestuur en de inrichting van en de medezeggenschap (…)  voorzover de eigen aard van de bijzondere universiteit zich daartegen naar het oordeel van het college van bestuur niet verzet’.**

‘Daarom is Nijmegen de enige universiteit waar de stemverhouding van facultaire raden ongelijk is verdeeld’

Het CvB vindt kennelijk dat de katholieke aard van de Radboud Universiteit niet te rijmen is met gelijke stemverhoudingen en een volledig democratisch gekozen Universitaire Studentenraad (USR). Daarom is Nijmegen de enige universiteit waar de stemverhouding van facultaire raden ongelijk is verdeeld (medewerkers 60 procent, studenten 40 procent) en worden niet alle leden van de USR via verkiezingen gekozen. De USR kent behalve de gekozen leden ook de zogeheten koepelzetels, bedoeld voor afgevaardigden vanuit verschillende categorieën studentenorganisaties. Ook houdt het CvB op grond van deze bepaling een slag om de arm in de discussie over het instemmingsrecht op de begroting.

Toch is dit niet het grootste struikelblok voor het verkrijgen van meer rechten. Die eer is voorbehouden aan het gegeven dat de medezeggenschap jaarlijks wisselt en vaak onvoldoende doorpakt: juridische procedures zijn ingewikkeld en sommige raden willen niet uit de gratie van het bestuur raken.

Een paar jaar terug schreef ik bijvoorbeeld een uitgebreid betoog over de ongelijke stemverhoudingen op verzoek van studentenpartij asap. Dit is al verschillende keren aangekaart, maar de situatie is nog steeds hetzelfde. En bij onenigheden over bijvoorbeeld de beurzenregeling (regeling FOndS) wacht het CvB gewoon totdat er een nieuwe raad zit die wel meewerkt met de plannen.

Goede relatie
Ik geloof zeker dat er een goed CvB zit en dat de relatie uitstekend is. Maar dat betekent niet dat studenten ook voldoende rechten hebben om in te grijpen als het een keer misgaat. En daarom zou de huidige medezeggenschap er goed aan doen om niet te veel te steggelen over de vraag of de Radboud Universiteit een studentassessor moet krijgen. Los van het feit dat dit best een goed idee is, blijven veel belangrijkere verbeterpunten liggen door de focus op dit thema. Zoals meer zeggenschap voor de decentrale raden, want zij krijgen vroeg of laat te maken met het verdwijnen van kleine studies en kunnen daarom best wat extra bevoegdheden gebruiken.

‘Zij krijgen vroeg of laat te maken met het verdwijnen van kleine studies en kunnen daarom best wat extra bevoegdheden gebruiken’

Sla dus de handen ineen. Vergeet even de partijpolitieke belangen, want alleen door samen op te trekken krijg je als medezeggenschap je ideeën er doorheen.

Ik hoop van harte dat woensdag de eerste stap wordt gezet richting meer democratie op de Radboud Universiteit. Niet alleen omdat Nijmegen daarin gezien de traditie voorop zou moeten lopen, maar vooral omdat het onderwijs er beter van wordt.

Lisa Westerveld studeerde filosofie en was van 2007-2009 voorzitter van de (LSVb). Daarvoor zat ze verschillende jaren in de USR voor AKKUraatd en in de opleidingscommissie. Momenteel werkt ze voor de Algemene Onderwijsbond (AOb) en is ze raadslid voor GroenLinks Nijmegen.

* ‘In Nijmegen begint de victorie!’, klonk het in de jaren 60.
** Whw artikel 9.51, lid 2

De afbeelding bij dit artikel is gemaakt door Typetank

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*