Met bewondering kijk ik al een tijdje naar de vele berichten over De Nieuwe Universiteit in Amsterdam. Misschien juich ik te vroeg, maar ik heb goede hoop dat de bezetting er toe leidt dat voor het eerst sinds de hoogtijdagen van Frits Bolkestein en Jan Marijnissen er weer een groot debat op gang komt over wat we nou wel en niet aan de markt willen overlaten, te beginnen bij de universiteiten. Groot verschil met twintig jaar geleden is dat de neoliberale wind enigszins lijkt te zijn gaan liggen*. De studenten hebben het zelfs voor elkaar gekregen om (weliswaar zonder concrete toezeggingen) een minister van onderwijs uit te laten spreken dat een Universiteit geen bedrijf is. ** Bravo!

De studenten in Amsterdam zetten hun pijlen op het rendementsdenken van het universiteitsbestuur. In zijn commentaar op de bezetting schreef Wouter Bos vorige week een aantal zinnige en minder zinnige woorden over een ander belangrijk begrip binnen de managementwereld: prestatie-indicatoren (PI’s). Zijn betoog kwam er op neer dat te eenzijdige doelstellingen niet werken, omdat hiermee gedrag wordt bevorderd dat gericht is op de nauwe, meetbare PI’s in plaats van de eigenlijke, vaak minder tastbare doelen. Maar te veel zeggenschap van onderop is volgens de voormalig vicepremier ook niet goed, omdat ‘het verlangen naar meer beslisruimte voor de professional in de (semi-)publieke ruimte mag nooit betekenen dat er geen verantwoording meer hoeft worden afgelegd voor de besteding van belasting- en premiegeld.’ Oftewel: meten werkt niet, maar er moet wel gemeten worden. Je begrijp het al, op deze manier kom je er niet uit. Wouter Bos weet eigenlijk ook niet hoe het dan wel moet, maar hoopt dat er ooit iemand een oplossing verzint. ***

Het is niet zo eenvoudig om prestaties te meten, maar het is vrij goed te zien wanneer iets helemaal fout gaat. Wat mij betreft zou het dan ook goed zijn als er een aantal wanprestatie-indicatoren zouden worden geïntroduceerd. Het liefst over grote zaken. Dat Balkenende en Bos gewoon waren afgetreden toen de hele bankenwereld instortte, omdat hebzucht en speculeren op kosten van de samenleving jarenlang nooit aangepakt waren, ondanks alle praat over normen en waarden. Dat de gehele Eurogroup verkiezingen aankondigt, omdat het Zuid-Europa de armoede in heeft gejaagd met een disfunctionele prestigemunt. En dat alle VVD’ers aftreden zodra Amersfoort door klimaatverandering aan zee ligt.

En wat zou een minister van onderwijs moeten doen wanneer haar partij jarenlang heeft meegewerkt aan het ombouwen van universiteiten tot publicatie- en diplomafabrieken? Waar jongeren dankzij haar beleid alleen nog maar terecht kunt wanneer hun ouders heel veel geld hebben? En waar studenten en docenten nu massaal in opstand komen tegen haar rendementsdenken?

Bart Linssen heeft zin in de verkiezingen van 18 maart.

 

* In het Nederlandse debat tenminste. Met name in Brussel gaat het nog steeds helemaal de verkeerde kant op, bijvoorbeeld door TTIP.

** Ik zal maar niet te lang stil staan bij het trieste feit dat dit al een overwinning is…

*** Helaas voor Wouter Bos ben ik diegene trouwens niet.

 

Eerdere blogjes uit deze serie:

Gemeentepils (Bart over bier)

Kind van de rekening (Jonas over medicijnen)

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*