Het gonst in de universiteitsgebouwen. Er klinkt gemok en gemor. De Angelsaksische bries van het prestatiemanagement laat volgens sommigen holle ruimtes achter. Dit beleid is niet nieuw: de prestatieafspraken lopen al jaren. De noodklok wordt geluid, op de UvA door studenten, op de VU voornamelijk door docenten en wetenschappers. Het moet anders. Beide groepen stellen pittige eisen: meer inspraak en meer zeggenschap. Maar is dat de oplossing? Ik denk dat het makkelijker lijkt dan dat het is om een universiteit te besturen.

Overvolle agenda

Een collegelid van de VU vertelde mij eens dat een gemiddelde agenda zo’n zeventig punten kent. Al die zaken moeten binnen drie uur behandeld worden. Als u dacht dat deze vergaderingen puur over onderwijs en onderzoek gaan, heeft u het mis. Verschillende vragen passeren de revue. Worden de rendementsafspraken vanuit Den Haag wel gehaald?  Hoe staat het met de internationalisering? De geldstromen? De leningen? Hoe zit het met vastgoed, en het valorisatieraamwerk – de derde kerntaak van universiteiten? U moet beslissen: tijd is geld. Houdt u zich niet aan de afspraken? Dan kunt u naar uw subsidie fluiten. Het zijn niet de bestuurders die deze agenda bepalen. Een redelijk deel van de kiezers vraagt al jaren om dit liberale beleid.

Bureaucratie

Nu denkt u misschien: waar een wil is, is een weg. Dat is dan gelijk de tweede uitdaging: er is vaak meer dan één wil.  Naast de tienduizenden studenten lopen er meer mensen rond op een universiteit. En dit zijn niet alleen buitengewoon intelligente, maar ook eigenwijze personen die soms allemaal een andere richting op denken. Wat dacht u van de decanen? En ook de directeuren van de diensten kloppen op de deur. Wat is een universiteit zonder een draadloos netwerk? En zonder een goede marketingstrategie komt er geen hond meer binnen.  Door het democratische en daarmee bureaucratische karakter van deze organisatie kan het eindeloos duren voordat een verandering kan worden doorgevoerd. Het kostte ons al een halfjaar om vanuit de studentenraad digitale schermen voor verenigingen te realiseren in de centrale hal.

Daar zit je dan als rector

Maar de inspraak op beleid is toch geregeld? Jazeker, een universiteitsbestuur is verplicht om te praten met studenten en personeel. Volgens de wet moet dit via medezeggenschapsorganen. Studenten hebben kiesrecht, adviesrecht en instemmingsrecht. Er is alleen één detail: studenten zijn niet betrokken. De opkomstpercentages van de studentenraadsverkiezingen zijn al jaren schrikbarend laag. Bij de UvA vorig jaar: 21,38 procent, bij de VU ook onder de 20 procent. Als gemiddelde rector weet je dus niet precies wat er speelt bij studenten. En het is een vicieuze cirkel.  Als studenten niet betrokken zijn, bestaat er een kans dat ze niet inhoudelijk voorbereid zijn op het werk. Lees: dat sommige studenten geen idee hebben hoe ze het belang van de student moeten vertegenwoordigen en tijdens dé vergadering – die toevallig verplicht is – uit verveling door potentiële Tinder lovers scrollen op hun pas gekregen i-Pad. Dan wordt de inspraak slecht en daar lijdt het beleid weer onder. Ofwel: kom maar door met dat onredelijke tentamenreglement, want geen haan die ernaar kraait. Een voorbeeld: de studentenraad van de Vrije Universiteit viel dit jaar uit elkaar ‘vanwege een intern conflict’. Daar zit je dan als rector naar lege stoelen te staren. Willen studenten wel meepraten?

De complexiteit van het beleid, de talloze belangen en de geringe betrokkenheid bij studenten maken het lastig om een universiteit adequaat te besturen. Als u als student of Verontruste VU’er echt meer invloed wilt, moet u ook de verantwoordelijkheid nemen voor deze problemen. Hebben de organisatiewetenschappers, de economen en politicologen van de VU een alternatief bestuursmodel voor ogen of laten ze het weer aan de adviseurs van Berenschot over? Een open overleg, zoals het geplande debat van 30 maart, is van groot belang. Durf mee te denken aan oplossingen, deel uw kennis en schrijf u in voor de medezeggenschap. Wilt u meer instemmingsrecht? Meld dat in Den Haag, want daar worden wetten veranderd.

Eveline Baas, recent afgestudeerd bestuurskundige en oud-lid van de Universitaire Studentenraad VU (2012-2013). Dit artikel verscheen eerder op Ad Valvas.

8 Responses to Meer invloed is ook meer verantwoordelijkheid

  1. Arno says:

    Interessante relativering.. En een mooi voorbeeld waarbij de democratische wens botst met een andere democratische wens. ‘De meerderheid’ in Den Haag is nu eenmaal gekozen door een andere doorsnede van de bevolking dan de studentenmedenzeggenschap.

    Wat de meerderheid van de studenten en medewerkers van een universiteit wil (al zouden ze allemaal stemmen) kan ernstig botsen met wat de meerderheid van de Nederlanders wil dat er met de universiteiten gebeurd qua bestuur en toezicht. Die studenten en medewerkers zijn namelijk niet bepaald een representatieve doorsnee van de Nederlandse bevolking, die willen vaak geen cent teveel uitgeven aan ‘de opleiding van de advocaat’. Met dat gemiddelde dient Den Haag rekening te houden.

    En wat doe je met de mening van +/- 1% hard roepende studenten die bijvoorbeeld universiteitsgebouwen bezetten? Is die 1% belangrijker dan de 99% die potentieel iets heel anders wil? Demonstreren is leuk om punten in de aandacht te brengen, maar besluiten dienen hier niet op gebaseerd te worden. Dat zou de mening van die kleine groep ondemocratisch zwaar doen laten meetellen.

  2. Eveline Baas says:

    Hoi Arno, Dank voor de reactie. Ik vind het lastig. De discussie duurt al een tijdje. Misschien kunnen colleges wel meer druk uitoefenen richting Den Haag. Want dat er iets mis is, dat is duidelijk. Alleen wie is verantwoordelijk? En wat is de oplossing? Het zogenaamde prestatiemanagement heeft wel degelijk positieve effecten, juist in zo’n grote oude en logge organisatie. Anderzijds zijn er genoeg perverse effecten van prestatieprikkels waar misschien meer op gelet moet worden. Moeilijk moeilijk.

  3. Arno says:

    Eveline, inhoudelijk ben ík het met je eens: ik vind dat universiteiten heel anders zouden moeten bestuurd zouden moeten worden. Misschien net zoals de meerderheid van de studenten en docenten dat willen. Maar, wat als de meerderheid van de Nederlanders dat níet wil?? Studenten en docenten maken samen een heel klein deel van de bevolking uit en al vind 100% van hen dat het bestuur op de schop moet, dan kan het nog dat 95% van de Nederlanders het zo wel goed vindt, of misschien nog wel meer prestatiegerichtheid en efficientie wil.. Dilemma.

  4. Eveline says:

    Het gaat voor een groot deel over belastinggeld dus dan zou je zeggen dat mensen mee mogen praten, ook de mensen die niks met een universiteit te maken hebben. Daarnaast is er een hele kleine groep die protesteert, wellicht vindt een meerderheid van de studenten het huidige beleid prima. Eigenlijk is de huidige medezeggenschap niet legitiem, met zo’n lage opkomst. Ze vertegenwoordigen maar een heel klein deel van de studenten.

  5. Lisa Westerveld says:

    “Houdt u zich niet aan de afspraken? Dan kunt u naar uw subsidie fluiten.” Vergeet niet dat deze afspraken in samenspraak met de universiteitsbesturen zijn gemaakt. Zij hadden de afgelopen jaren best wat tegengas mogen geven, maar helaas is dat nauwelijks gebeurd.
    En zijn studenten niet betrokken omdat de opkomstpercentages van verkiezingen rond de 20 procent liggen? Dat lijkt me wel erg kort door de bocht. De gevolgtrekking dat een rector ‘dus’ niet weet wat er speelt onder studenten ook.

  6. Eveline says:

    Hoe wil je de lage opkomst dan verklaren? Veel mensen weten niet eens wat medezeggenschap of ‘een universitaire studentenraad’ is.

    Ik denk dat een rector niet precies weet wat er speelt bij studenten mede doordat de medezeggenschap niet functioneert. En dat het een vicieuze cirkel is. Waarom zou je je bij iets betrekken als het niet werkt? Waarom zou je als rector veel tijd steken (buiten de verplichte uren) in een raad die er geen zin in heeft of amper een achterban heeft. etcetera. etcetera. Het had genuanceerder gekund, studentenmedezeggenschap zal vast ergens floreren, maar op de VU speelt dit al jaren.

    Ja het is zo dat collegebesturen zelf ook kritischer hadden kunnen zijn, maar zij zijn vaak ook niet degene die de plannen afkeuren.

  7. Lisa Westerveld says:

    Voor invoering van de Mub waren de opkomstpercentages hoger. Ik heb ooit een grafiekje gezien waarin je ziet dat in de jaren nadat de Mub werd ingevoerd de opkomst steeds slechter werd. Daaruit zou je kunnen conatateren dat met het afnemen van de rechten, studenten minder geneigd zijn om te stemmen. Maar dat lijkt me iets anders dan de ‘betrokkenheid’ afmeten aan het opkomstpercentage. Studenten zijn op heel verschillende manieren betrokken (bij hun studie, maar ook in studie-, sport-, culturele verenigingen). En instellingen die hier een goed beleid op hebben, hebben meer actieve studenten.

    Een rector (of een ander lid van het bestuur) kan ook op hele andere manieren weten wat er speelt bij studenten. Sterker nog; het lijkt mij een van de taken van een CvB om ‘te weten wat er speelt’. Net zoals het mij ook de taak van het bestuur lijkt om op te treden tegen slechte plannen uit Den Haag.

  8. eveline says:

    Hm interessant. Dat wist ik niet. Betrokkenheid is ook wel een breed woord. Ik zie de definitie meer als ‘bezig zijn met de kwaliteit van het onderwijs van je universiteit’. Ik denk dat weinig studenten hier mee bezig zijn, al denk ik wel dat het ze boeit, zeker omdat evaluaties ingevuld worden na tentamens.

    Betrokkenheid bij studenten lijkt mij ook de taak van een rector, ik denk alleen dat het is ondergesneeuwd. Ik vermoed dat er (onbewust) een grote afstand is tussen het bestuur van een universiteit en de werkvloer (studenten inbegrepen). Mede door het beleid, gericht op output. Dit hangt denk ik ook af van schaalvergroting. Maar goed ik heb wellicht een troebel beeld door mijn ervaringen met de VU. Het had genuanceerder gekund 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*