Al heel lang kennen we woorden voor mensen met een donkere huid: neger, moor, moriaan, kaffer, nikker, zwartkop, zwartjoekel, zwartpik. Die gebruikten we voor onze slaven, ons huispersoneel, de enkele exotische zwarte aan hoven en in patriciërshuizen, en de enkele zwarte op straat. Het waren denigrerende termen om heidenen, wilden, mensen van lager allooi aan te duiden. We vonden ze lelijk, beestachtig, sensueel, onbetrouwbaar. Nederland had dankzij de handelsvestigingen in West Afrika en de koloniën in Brazilië en op de Caraïbische eilanden vanaf de 16e eeuw een actieve rol in de slavenhandel en slavenhouderij. Hollanders en Zeeuwen vervoerden tussen 1629 en 1730 tussen de 6.000 en 20.000 slaven per jaar naar de West Indische eilanden en Amerika, waar Curação een spilpositie had voor slavenhandel. In 1775 legde daar het laatste slavenschip aan.

Nederland schafte de slavernij pas in 1868 officieel af; in de praktijk ging het nog een tijdje door. Afstammelingen van die slaven wonen in Suriname en op de Antillen. Hun kinderen en kleinkinderen kwamen naar Nederland om te leven, werken, studeren en om burger te zijn. Die kinderen en kleinkinderen brachten via hun groot- en overgrootouders een sterke herinnering aan slavernij en kolonialisme mee.

In Nederland zij wij bijna elke dag op de een of andere manier bezig met de twee wereldoorlogen. De eerste begon honderd jaar geleden, de tweede spookt nog in de families, gedachten en gevoelens. Boeken, biografieën, getuigenissen, films, toneelstukken, interviews met honderdjarigen: het houdt niet op. Maar tegelijk vinden wij dat die zwarten niet moeten zeuren over slavernij en kolonialisme: dat is te lang geleden, en wij (onze generaties) hebben daar toch immers geen schuld aan?

Sint Nicolaas is een oude figuur in de West-Europese traditie van schimmige heiligen, sagen en mythen. In oude sproken werd hij begeleid door zijn knecht: een woeste, heidense wildeman, een verpersoonlijking van de duivel. Op de een of andere manier is die wilde knecht ergens tussen 1830 en 1850 in Nederland zwart geworden, wat logisch is, gezien het bovenstaande. Door de jaren heen werd dat ook een leuke knecht, een vrolijke, dwaze knecht, geen kinderknechter maar een kindervriendje.

Zwarte landgenoten zien zich met deze figuur geconfronteerd. Ondanks alle pogingen en kronkels om uit te leggen dat dat niet ‘onze’ bedoeling is, want wij zijn geen racisten, en Piet is geen knecht, en hij komt uit de schoorsteen, en hij houdt van kinderen, en hij is eigenlijk een logistieke manager, etc. lukt dat niet. Want veel van hen voelen wel degelijk de pijn en de boosheid van verholen rassendiscriminatie, van het niet erkennen van slavernij en het nog recente kolonialisme. De manier waarop Nederlanders omgaan met mensen van Marokkaanse, Turkse, Indiase en SriLankese achtergrond, ontgaat hen ook niet en versterkt de woede.

Het luidkeels en soms gewelddadig demonstreren van voor- en tegenstanders die misbruik maken van het kinderplezier biedt geen oplossing . Met elkaar praten en elkaar erkennen wel.

Jan Ruyssenaars

 

De foto is afkomstig van Flickr Creative Commons

Tagged with:
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*