Het vragenuurtje van de Tweede Kamer wordt na de kerst een “spetterende debatshow naar Britse snit. Voorzitter Van Miltenburg krijgt een pruik en mag ‘Orde!’ schreeuwen wanneer Samsom Roemer retorisch doet struikelen. Iedere week mag Rutte even modderworstelen met de fractieleiders over de waan van de dag. Misschien slopen ze die gelamineerde bankjes wel en krijgen we er van dat rustieke antieke eikenhout voor terug!

Hoewel ik net als ieder parlementair historicus hou van eloquente kunststukjes, zetten we hiermee een stap in de verkeerde richting. Debatten in Lagerhuis-stijl zijn vooral leuk voor de bühne, als land schieten we er namelijk niets mee op. Een dergelijke debatcultuur is namelijk bedoeld voor electoraal gewin en niet gericht op het verwezenlijken van verkiezingsprogramma’s door beleid te beïnvloeden in de Kamer. Vergelijk het Britse parlement eens met dat van Zweden of Denemarken, waar bijna alle partijen resultaten voor hun achterban bereiken in commissies en grote debatten vrijwel afwezig zijn. De Zweedse Riksdag is een schoolvoorbeeld: niemand kent de backbenchers maar ze produceren wèl de meeste wetgeving. In Denemarken zeggen ze dat je een geheim het beste kunt uitspreken in de Folketing, dan weet je zeker dat niemand het hoort. Het ontbreken van plenaire debatten in de Scandinavische parlementen is ook niet zo verwonderlijk omdat in deze landen meestal een minderheidscoalitie aan de knoppen zit. Omdat deze coalities voor wetgeving meerderheden in het parlement moeten boetseren zien ze af van het uitvergroten van verschillen in flitsende debatten. Vergelijk dat eens met het hippe Britse lagerhuis, waar het bijdragen aan wetgeving ondergeschikt is aan het controleren van de regering in vileine speeches. Leuk om naar te kijken, maar minder passend bij de naar stabiliteit zoekende coalitie van Rutte II. Polariseren is sexy, maar vanwege de ‘constructieve oppositie’ zal het vuurwerk vooral van de flanken moeten komen.

Staatsrechtelijk gezien is het nieuwe vragenuurtje een rare constructie. De grondwet maakt iedere individuele minister namelijk verantwoordelijk voor beleid, de premier is slechts een minister die zich niet met andere departementen mag bemoeien. Hij zou eventueel (krachtens art. 45 lid 2 GW) kunnen reflecteren op zijn rol als voorzitter van de ministerraad, maar alles wat daarin besproken wordt is geheim. Het verdedigen van het regeringsbeleid in de Tweede Kamer past dus niet bij zijn wettelijke rol. Inhoudelijke antwoorden mag hij niet geven, als het al zou lukken om de dossierkennis van dertien ministers en zeven staatssecretarissen uit het hoofd te leren.

Bovendien valt  het nog te bezien of deze nieuwe debatvorm iets gaat veranderen; de onvrede over de non-antwoorden van kabinetsleden tijdens het vragenuurtje komt immers niet voort uit retorisch onvermogen. Het is eerder een product van de neiging van Vak K om het verschil in informatievoorziening tussen henzelf en de Kamer in stand te houden. Kennis is tenslotte macht. In het beste geval geeft Rutte straks ook niets prijs, maar weet hij dat wat beter te verpakken. Als dat ertoe leidt dat de natie wat vaker naar Politiek24 kijkt is dat ongetwijfeld goed voor het slechten van de kloof tussen politici en burgers, maar verder schieten we met dit nieuwe spektakel weinig op.

Willem de Kleijne ziet graag dat het over de inhoud gaat, maar wil in de comments ook debatteren over de vorm

Tagged with:
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*