NRC.next heeft met een fraaie actie opnieuw aandacht gevestigd op ons totaal tekort aan (digitale) privacy. Met een redacteur die tracht niet gevonden te worden, wordt duidelijk gemaakt hoe ‘volgbaar’ we zijn. Dat zal in een komende editie van de krant van snel ontbijtend Nederland wel breed worden veroordeeld. Maar is het niet erg hypocriet hoe we ons over privacy uitlaten?

Soms bekruipt me in het privacy-debat het gevoel dat de deelnemers twee werelden kennen: De wereld van het verheven ideaal van ultieme privacy en de werkelijkheid waarin we zelf acteren en willens en wetens onze privacy openbaren. In die laatste duiken we op Twitter, Facebook en Pinterest en googelen we met alle cookiedeuren open op onze interesses, relaties, liefdes en antifa/stormfront-sites. En eens in de zoveel tijd blogt er dan weer iemand ‘dat we er zelf net zo hard aan meedoen’. Zo’n blogartikel is dit niet. Wél een onderzoek naar of we die twee werelden erkennen, en of ze onze mening over privacy in de weg staant.

Overheid vs. Bedrijfsleven

Een veelvoorkomende tweedeling die wordt gemaakt, is het vermeende verschil tussen overheden en bedrijven. Ik doe dat zelf ook graag. Ik zeg dan iets als: “Van Facebook weet ik zeker dat ze geld aan me willen verdienen en van overheden weet ik dat –Godwin invoegen– natuurlijk nooit.” Daarmee impliceer ik dan dat ik meen meer kunnen rekenen op bedrijven dan op overheden. VVD-kennissen zeggen iets als: “Als het om veiligheid gaat, mag een democratische overheid best in je privéleven duiken. Als je niks verkeerds hebt gedaan, dan vinden ze ook niks.”

Volgens mij is de denkfout die ik aldoor maak erin gelegen dat we een impliciete voorstelling maken van de privacyschender. Waarom niet op zoek naar waaróm privacy zou moeten bestaan? Als we dat al niet weten, heeft het ook weinig zin om te doen alsof overheden én bedrijven iets fout doen door het schenden ervan.

Persoonlijk zijn

Een opsomming van filosofen, dichters en denkers die theorieën hebben over persoonlijke vrijheden en de verhouding tot de staat zou best imposant zijn en bovendien impliceren dat ik ze allemaal gelezen heb. Dat is niet zo. Maar volgens mij is de volgende simplificatie voor velen acceptabel:
Je wil dat niemand iets weet over je, dat die persoon of instelling, met de hem beschikbare middelen, tegen je kan gebruiken.
Deze definitie laat goed zien waarom we veel praten over de ‘uitwerking’ van privacyinbreuken: pas als iemand iets kwaads doet, ervaren we de inbreuk, maar dan is het te laat..

Terug naar de oorspronkelijke vraag: Is het hypocriet dat we twitteren en facebooken, terwijl we tegelijk (nota bene op Twitter) strijd voeren tegen privacyinbreuk? Ik denk dat het antwoord simpel is: Doordat we de inschatting over de ‘kwade’ inzet van gegevens niet kunnen overzien, kunnen we alleen consequent concluderen dat er geen informatie mag worden bewaard die ons zou kunnen schaden, op plekken waarvan we de toekomst niet kunnen overzien.

Ik wens u een prettige hoofdbrekende dag toe in de afweging of dat uw vakantiefoto’s op Facebook zijn.

Tagged with:
 

2 Responses to Privacy is ons alles, meestal.

  1. Arno says:

    Vakantie-foto’s op facebook zijn een ding, prive-selfies (om dat woord voor het eerst in m’n leven eens te gebruiken, het is toch woord van het jaar 2013) verstuurd naar je lover op SnapChat die na 10 seconden ‘verdwijnen’ is iets anders…

    Hier kunnen types als Paris Hilton over meepraten: als je niet wil dat foto’s/video’s openbaar worden, maak ze dan niet. En sla elke Google-Glass die naar je kijkt kapot.

  2. Hoewel er veel rationele verklaringen voor privacy aan te voeren zijn, is het ook voor veel “onschuldige” mensen ook vooral een gevoelskwestie. “Houd me niet continu in de gaten!”. Daar zijn ongetwijfeld interessante psychologische verklaringen voor, maar zijn die noodzakelijk om rekening te houden met alomtegenwoordige gevoelens?

    Toch een persoonlijke poging het te verklaren. Volgens mij is het (nog náást dat ik vind dat mensen ook af en toe lekker stout zouden moeten kunnen zijn) comfort om je niet te hoeven verantwoorden om wat je doet er waardevol. Wie niet bekeken wordt hoeft zich bijvoorbeeld niet te generen voor oncomfortabele zaken opgelegd door cultuur maar geenszins strafbaar: toiletbezoek, het kijken de rondingen van een passant of zelfs pornografie, het gebruik van (al dan niet legale) genotsmiddelen en de ontstane lichamelijke toestand dientengevolge, spinazie tussen je tanden vandaan pulken voor de spiegel, et cetera. Naast het beschermen tegen openbaring van dat alles, geeft privacy het comfort daar helemaal niet mee bezig te hoeven zijn. Nog afgezien van de eventuele (of uitblijvende) gevolgen van het bekeken worden. Dat (bijvoorbeeld) camerabeelden nooit gebruikt zullen worden om je neusgepeuter te publiceren is ondergeschikt.

    Nu we weten dat naast privacy-killer Teeven ook de NSA bij onschuldige burgers de telefoon aftapt, voelen we ons nog minder vrij wanneer we bellen – ondanks dat er geen slecht woord gesproken wordt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*