Hoe bescherm je een vogelsoort die het niet moet hebben van uitgestrekte heidevelden, de aanwezigheid van Noordse woelmuizen of kraakhelder water? Hoe red je een soort die de Bossche wijk Haverleij, het bedrijvenpark ‘Tradeport West’ in Venlo en Eindhoven CS als laatste bastions koos? Natuurbeschermend Nederland had geen idee. En dus namen we in 2013 afscheid van de kuifleeuwerik als inheemse soort. En zo werd de omgeving waarin veel Nederlanders wonen, reizen en werken weer een klein beetje saaier.

Natuurlijk: het zal de meeste mensen niet zijn opgevallen en allicht ook weinig kunnen schelen dat het stedelijk gebied een vogelsoort armer is. Maar iedereen die ik door de jaren heen op de soort heb gewezen, vond het leuk ze te zien: kuifleeuweriken zien er voor leken uit als ietwat vadsige XL-mussen met een kuifje op hun hoofd. In het noordwesten van Europa vond je ze tot diep in de jaren zeventig eigenlijk op de meeste bouwterreinen of trein- en busstations. Stadscentra en schoolpleinen waren ook geliefd; ik heb me laten vertellen dat ze tot begin jaren 80 in verschillende Duitse steden broedden in de plantenbakken van winkelcentra.

Het is dus aannemelijk dat iedere Nederlander, Belg of Duitser van boven de 40 wel eens naast een kuifleeuwerik heeft gestaan. Nijmegen, de bakermat van deze site, telde tot diep in de jaren zeventig pakweg 100 broedparen. Mensen hebben het allicht niet beseft. Maar dat is het lot van de alledaagse schoonheid: Marcel Duchamp heeft zijn hele oeuvre te danken aan spelen met dat besef. Die plaatste meer dan honderd jaar geleden zijn handtekening op een porseleinen urinoir en dwong mensen een gebruiksartikel met andere ogen te aanschouwen. Het resultaat: kunst!

Op de kuifleeuwerik is jarenlang weinig acht geslagen. Kenners waardeerden het natuurlijk als ze er een paar zagen tussen de altijd talrijkere huismussen en spreeuwen, maar in de niet-gespecialiseerde pers kreeg de soort pas aandacht toen Nederland kuifleeuwerikloos dreigde te worden. En toen sprak het vogeltje ineens tot de verbeelding. Voor een porseleinen toiletpot deed een handtekening wonderen, voor de kuifleeuwerik was dat de ineenstorting van de populatie: het beestje ging van alledaags naar schaars, van schaars naar zeldzaam en van zeldzaam naar ‘vermoedelijk uitgestorven’. Het alledaagse was niet alledaags meer, en daardoor ineens razend interessant. Zoals ook de schoonheid van de huismus en de spreeuw ineens fanatiek wordt omschreven nu ze wat minder algemeen zijn. Het lot van de kuifleeuwerik wacht deze soorten goddank voorlopig nog niet.

Wie de afgelopen jaren naar waarneming.nl surfte, kwam in de overzichten steeds vaker ‘Tradeport West’ in Venlo tegen: volksstammen vogelaars – meestal op weg naar de oehoe van de Sint Pietersberg, reden een paar kilometer om zodat ze het kuifleeuwerikje konden spotten. Het moet voor de mensen die er werkten een raar gezicht zijn geweest. Maar het praatje waarmee ze vroeger thuiskwamen (Vandaag zeker twintig gekken met dure camera’s die foto’s maakten van het dak van de benzinepomp!) behoort tot het verleden: half juni werd daar de laatste gespot. Eind september werd de laatste leeuwerik van Haverleij op de foto gezet. Daarna werd het stil.

De komende jaren zullen op deze vogelsite af en toe meldingen binnenkomen. Maar het vraagteken zal achter de melding staan en de kans dat er eentje wordt gespot is bijzonder klein. Kuifleeuweriken zijn uitgesproken standvogels. De Belgische populatie bestaat thans uit vier vogels in het kustgebied bij De Panne – dus in de zuidwestpunt – en in de aangrenzende Duitse deelstaten is de soort inmiddels verdwenen.

Voltrok zich een ornithologische ramp? Nee. Het verspreidingsgebied van de kuifleeuwerik strekt zich uit over heel Eurazië. De zwaartepunten in Europa liggen in het zuiden. Wie op vakantie gaat naar Spanje of Griekenland en er een wandeling maakt op een landweggetje, heeft een kans van 90 procent dat er in de greppel naast de weg een kuifleeuwerik voor hem uitrent. Die gebieden passen de soort ook beter. Dus: ach.

Het contrast valt alleen op. Het korhoen voert op de Sallandse Heuvelrug een jarenlange doodsstrijd. De kranten staan er bij de jaarlijkse balts bol van, Staatsbosbeheer neemt rigoureuze maatregelen om uitsterven te voorkomen en rooit bossen voor uitgestrekte heide. Iedere havik of vos die in de buurt komt wordt zonder pardon afgeknald. Desondanks zijn er vermoedelijk net zo veel korhoenders in Nederland als kuifleeuweriken in België.

Voor de duidelijkheid: wat mij betreft is het volkomen terecht dat er een ultieme poging wordt gedaan het korhoen te redden. En het draagvlak voor een soort dat jaarlijks voor spektakel zorgt is nu eenmaal makkelijker te vinden dan voor een soort die de meeste mensen – jammer genoeg – volledig ontgaat. Als de kuifleeuwerik enorme toernooivelden nodig had gehad om spectaculaire baltsdansen uit te voeren, hadden we ons allicht iets meer ingespannen.

Thijs is een vogelaar die ze al 35 jaar ziet vliegen. Hij stond van 1988 tot 1999 minimaal twee keer per week bij de bushalte op het Noordwijkse Vuurtorenplein. 99 van de 100 keer werd hij gezelschap gehouden door één of twee kuifleeuweriken. In 2000 deed de kuifleeuwerik zijn laatste broedpoging in Noordwijk, op een braakliggend stuk grond aan de Boulevard. Het nest werd leeggehaald door een kraai. Op 11 juli van dat jaar zag Thijs de soort voor het laatst in Nederland.

Tagged with:
 

5 Responses to De ongeziene schoonheid van een (voorheen) alledaags vogeltje

  1. Arno says:

    Wat ik me afvraag: waarom stieft hij uit in NL? Stedelijk gebied is er alleen maar meer.. Ligt het aan de opkomst van de kraai en kauw? Steeds meer huiskatten? Of is het iets met het klimaat? Te koude winters? Te vochtig?

  2. Thijs1973 says:

    Dag Arno,

    Het is bij dit soort gebeurtenissen vaak een combinatie van factoren. Volgens de onderzoekers van SOVON is de veranderde manier van bouwen de meest voor de hand liggende oorzaak. Vroeger kostte het veel meer tijd om een nieuwbouwwijk neer te zetten dan nu. Kuifleeuweriken gedijden in dit deel van Europa het beste op braakliggende terreinen met rommelhoekjes. Er wordt nu veel schoner en veel sneller gebouwd. Bovendien zijn de rommelhoekjes in steden – trapveldjes, heemtuinen, dat werk – veel schaarser dan voorheen: daar staan nu huizen, zijn mooie parken of speeltuinen ingericht. Daar had deze soort niets aan.

    De toename van kraaiachtigen in het stedelijk gebied zal ongetwijfeld niet hebben geholpen, maar het is niet de hoofdoorzaak. Datzelfde geldt voor het verdwijnen van het paard uit het straatbeeld (paardenstront is voor leeuweriken een mooie voedselbron). In Zuid-Europa nemen de kraaien ook toe en verdwijnt het paard ook, maar daar gaat het nog steeds redelijk met de soort.

    Ik ga dus mee met de mensen die er verstand van hebben. Misschien was de aanwezigheid van kuifleeuweriken in dit deel van de wereld sowieso een incident: volgens de literatuur kwamen ze hier voor de Industriële Revolutie niet of nauwelijks voor, maar profiteerden ze van de sporen die industrialisatie van Europa trok. Allicht waren ze al eerder uit Nederland vertrokken als de Tweede Wereldoorlog en de daarop volgende wederopbouw niet had plaatsgevonden; ik heb eens ergens gelezen dat het aan puin gebombardeerde Rotterdam een enorme populatie kende. Dat feit is misschien een tikje luguber, maar het is voor de geschiedenis van deze soort een fascinerend detail.

    • Goede vraag Arno, en een interessante mogelijke verklaring Thijs. Ik heb je stuk overigens met plezier gelezen. Ik vind het mooi hoe kennis uit de geografie en biologie een soort culturele waarde toevoegen aan de natuur.

  3. Arno says:

    Dan is het maar goed dat Fransen en Italianen nog steeds ‘bouwen’ met een de franse slag.. Wij Nederlanders houden nu eenmaal van nette wijken, tot lijntjes om de parkeervakken aan toe. Niet verrassend dat dit beestje dan beter gedijt in een mediterrane cultuur, uhm, klimaat.

  4. Thijs den Otter says:

    En deze week gebeurde iets onwaarschijnlijks: na een half jaar zonder meldingen dook de echt allerlaatste kuifleeuwerik van Nederland weer op in Haverleij, Den Bosch:
    http://waarneming.nl/soort/view/41?from=2014-03-13&to=2014-03-13

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.