~ Column ~

Volgens mijn vrienden zou ik enorme ambities met mijn zoontje moeten koesteren, zo durf ik na 14 maanden vaderschap toch wel voorzichtig te concluderen.

Veel van deze vrienden hebben zelf nog geen nageslacht geproduceerd. In de meeste gevallen lijkt me dat ook erg verstandig, kinderen zijn natuurlijk geen speelgoed waar je je met je goedkope scharrel uit de kroeg aan wil wagen. Toch is het leuk om te zien hoe geïnteresseerd ze zijn in het opgroeien van mijn kleine. Betrokken is soms een understatement.

“Kan hij al lopen? Kan hij al praten? Hij is wel heel erg snel met alles he? Wat is hij groot en sterk he? Volgens mij is hij heel erg slim! Je bent zeker wel heel erg trots op zo’n knappe jongen!”

Voordat er misverstanden ontstaan: ik ben ook apetrots op dat lieve kleine aapje van me, en ik waardeer alle belangstellende vragen en reacties ook! Maar om heel eerlijk te zijn: zo heel erg snel loopt en praat hij helemaal niet. Hij neemt eerder rustig de tijd voor die ontwikkelingen. “Take it slow, don’t rush it” lijkt hij te redeneren. En gelijk heeft hij!

Dus de inschattingen van mijn vrienden zijn wat te optimistisch. So what? Nou niks natuurlijk. Weten zij veel, ik had ook geen flauw idee op welke leeftijd tandjes doorkomen, of wanneer dat soort kleine apparaten beginnen te lopen of brabbelen. Maar iets dat er volgens mij onder het oppervlak leeft is de verwachting dat ik wil dat mijn zoontje overal de beste in is, of op z’n minst voorbeeldig. En om heel eerlijk te zijn had ik dat verlangen van mijzelf ook verwacht voordat de kleine geboren werd. “Dan ga ik iedere dag van alles met hem oefenen, kruipen, lopen, praten“, zal ik me waarschijnlijk voorgesteld hebben, “zodat hij straks overal geweldig goed in is!“.

En het dagelijks spelend oefenen van van alles en nog wat, dat doe ik ook zeker. Hij is enorm nieuwsgierig, dus dat vindt hij ook geweldig. Maar ik doe het niet omdat ik hoop dat hij op alles bovengemiddeld presteert. Zolang er geen bezwaarlijke achterstanden op de loer liggen kan me dat eigenlijk ook nauwelijks schelen.

In plaats van me te concentreren op zijn maatschappelijk wenselijke ontwikkeling, laat ik hem liever zelf de prioriteiten kiezen. Er is bovendien zoveel meer dan we op het eerste gezicht onderscheiden: fysiek, sociaal, taalvaardig, rekenkundig of qua ruimtelijk inzicht.

Zolang hij maar zo onweerstaanbaar lief blijft en met zoveel interesse en inspanning van alles blijft proberen ben ik een trotse papa. Niet de prestatie, maar vooral de inspanning telt in dit huis. De rest van zijn leven zullen er nog veel teveel momenten volgen waar anderen hem zullen vertellen wat hij op welke manier moet doen.

 

4 Responses to Vaders vlijt

  1. Rob says:

    Ha Joep, leuk stukje, aanvulling op je laatste regel:… en op welk moment moet doen. (ik denk hierbij vooral aan de mogelijkheden om te studeren)

  2. Frank says:

    Leuk stukje inderdaad. Of zoals mijn moeder altijd zegt: “als je maar gelukkig bent.”

  3. Arno says:

    Haha, nu moet ie ook al student worden? Misschien wordt ie wel veel liever stucadoor, ook prima toch? Of kapper voor mijn part.. Maar idd, leuk stukje, en nee, ik heb inderdaad ook geen idee.

  4. AfroTure says:

    Als ik Joep was, zou ik beretrots worden als zijn spruit later een beruchte piraat wordt. 🙂

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*