(Noot vooraf: Pas op! Dit stuk is best lang. Wel bijna 80 Tweets!)

Wie tegenwoordig wel eens een online discussie leest, zal het zijn opgevallen dat je struikelt over twee nieuwe mythische figuren in de Nederlandse cultuur:  de ‘burger’ en de ‘elite’. Als echte archetypen zijn dit geen bestaande wezens, maar vertegenwoordigen ze bepaalde groepen en emoties. De ‘elite’ is het symbool voor alles wat mis is in dit land. Afhankelijk van de auteur bestaat de elite uit Den Haag, Brussel, de grachtengordel, de financiële sector, de media, de academische wereld of gewoonweg iedereen die het lef heeft het met de desbetreffende discussiant oneens te zijn. Ongeacht de invulling of het onderwerp van discussie, de elite vertegenwoordigt alles wat infaam, abject en vilein is in de hedendaagse samenleving.

Daar tegenover stelt men de burger. Soms is de burger Henk en Ingrid, dan weer iedereen die tegen de Europese Grondwet stemde, rekeninghouders bij de DSB, of alle Nederlanders met de juiste huidskleur of godheid. Hoe het ook zij, de burger is immer het slachtoffer van de boosaardige elite. Rein, onschuldig en machteloos wordt deze door de elite in het verderf gestort, als slaaf verkocht aan Brussel, of door ‘culturele Marxisten’ overgeleverd aan het nieuwe islamitische Wereldkalifaat.

Maar liggen de zaken wel zo eenvoudig? Is er een elite die overal de schuld van is, of ligt de zaak voor de burgers toch wat ongemakkelijker? Het klinkt op zijn minst onwaarschijnlijk dat de burgerij, die toch veruit in de meerderheid is en in dit deel van de wereld wél stemrecht heeft, zich alles wat de elite doet maar moet laten welgevallen. Want laten we wel wezen, wat doet de burger in zijn dagelijks bestaan om de democratie vitaal en de samenleving gezond te houden? Voor de meeste burgers is af en toe komen opdraven bij de verkiezingen wel ongeveer de maximale inspanning, en voor een groeiend deel van de bevolking is zelfs dat al teveel gevraagd. Lidmaatschap van politieke partijen neemt eveneens af. Tussen de verkiezingen door is de burger nog wel eens bereid zijn mening aan een peiling toe te vertrouwen, of online te ageren over de staat van het land. Maar als het verbale braaksel wat voornamelijk van de webpagina’s van de dagbladen druipt tekenend is voor de inbreng van de ‘burger’ in het maatschappelijk debat, dan is deze burger eerder een rancuneuze hystericus dan het onschuldige offerlam waar hij zichzelf voor houdt.

Kortom, de ‘burger’ heeft het ook allemaal wel een beetje laten gebeuren. Hij is als een automobilist die eens per uur een ruk aan het stuur geeft, maar vervolgens cruise-control inschakelt en achterover leunt. Hoeveel recht heeft deze brokkenpiloot dan om te klagen als hij vervolgens ergens tegenaan botst? Immers, als de wereld alleen maar bestaat uit de elite en de burgerij, dan is het de taak van de laatste om de eerste in toom te houden. En niet om als het even tegenzit in een hoekje te gaan zitten mokken dat de wereld zo onrechtvaardig is.

Natuurlijk is bovenstaande betoog niet geheel eerlijk. De burger is niet zozeer slachtoffer van een vermeende elite, maar wel van omstandigheden die het moeilijk maken om democratisch geëngageerd te zijn. Vijf belangrijke factoren zijn volgens mij gebroken gemeenschappen, consumentisme, centralisatie, informatiegebrek en simpelweg luiheid van de kant van de burger. Overigens hanteer ik hier het begrip ‘burger’ voor alle leden van onze samenleving, en niet één of andere politiek opportune deelverzameling.

1. Gebroken gemeenschappen
Burgerschap, in de zin van het actief uitoefenen van burgerrechten en -plichten, is makkelijker als deel van een gemeenschap. Maar veel gemeenschappen van ‘vroeger’ zijn verloren gegaan. Het dorp, de vakbond, kerk, familie of schuttersvereniging. We wonen in grotere, anonieme steden, verhuizen vaker en hechten ons minder. We wisselen vaker van politieke voorkeur en baan, en hebben dus minder behoefte aan partij of vakbond. Maar dit maakt de burger enigszins kwetsbaar en alleen, want vanuit een individuele positie de maatschappij engageren is veel moeilijker dan vanuit een groep gelijkgestemden.

2. Consumentisme
Al decennialang horen we de rechtse mantra dat niet de overheid, maar de markt zaligmakend is. Niet hoe je stemt is belangrijk, maar wat je koopt. Als iedereen maar aan zichzelf denkt, dan denkt de markt wel aan ons allen. Deze eenzijdige nadruk op de mens als homo economicus ondermijnt het gevoel van saamhorigheid en burgerschap. Het kweekt consumenten die alleen nog maar denken in termen van (verlicht) eigenbelang, in plaats van burgers die zich verantwoordelijk weten voor het welzijn van de gehele samenleving.

3. Centralisatie
Niet alleen zijn gemeenschappen verdwenen, ze zijn ook uitgehold. De lokale spaarbank is nu ABN AMRO, de bakker en groenteboer op de hoek zijn nu AH en Aldi. Het gemeentelijk energiebedrijf werd eerst Nuon, daarna Vattenfall. Deze partijen nemen beslissingen ver boven het niveau waar de burger zich bevindt.
Hetzelfde geldt voor de overheid. Regels voor Harlingen en Helmond komen uit Den Haag of Brussel. Voor de uitvoering is dit wellicht handig, maar het genereert wel afstand en vervreemding tussen besluitvormers en belanghebbenden.

4. Informatiegebrek
Eén van de voorwaarden voor meningsvorming is informatie. Enerzijds lijkt onze samenleving overspoeld door teveel informatie, terwijl op andere punten de informatievoorziening juist gebrekkig is. Dankzij internet heeft de burger toegang tot een schier oneindig reservoir aan veelal conflicterende en vaak ongefundeerde informatie. Aan de andere kant weten we belachelijk weinig over onze directe vertegenwoordigers. Hoe stemt het door ons gekozen Kamerlid? Wat zijn de inkomsten en uitgaven van onze gemeente? Een politiek proces dat ondoorzichtig en afstandelijk is, creëert vanzelfsprekend wantrouwen en achterdocht.

5. Luiheid
Bovenstaande factoren maken actief burgerschap allemaal moeilijk. Maar ze worden fataal als de burger zelf ook niet bereid is moeite te doen. De vraag is of we democratie niet teveel zijn gaan zien als iets dat zich onafhankelijk van onszelf, de burger, afspeelt. Democratie is het neerleggen van macht bij het volk, maar met die macht komt ook de verantwoordelijkheid. De fouten van onze democratie zijn dus de onze. Als de burgers van een democratie hun tijd liever besteden aan X-factor, World of Warcraft of Nordic Walking dan het vitaal houden van hun samenleving, moeten zij niet later zeuren dat de democratie er zo slecht voor staat.

Wat nu te doen? Voor een deel zijn burgers terecht gefrustreerd over het gebrek aan mogelijkheden om democratisch geëngageerd te zijn. Aan de andere kant zou men zich zelf ook meer kunnen inzetten voor het revitaliseren van de democratie. Hieronder een vijftal suggesties om het burgers makkelijker te maken hun burgerplicht te vervullen.

1. Informatie
De makkelijkste oplossing is informatie. Het is eigenlijk belachelijk dat in de tijd van Web2.0 het nog steeds niet mogelijk is om uit te vinden wat het Kamerlid waarop we hebben gestemd de afgelopen tijd heeft gedaan. Ook lokaal zou de overheid de burger meer kunnen informeren. Waarom kan een gemeente niet in 4 kantjes een overzicht geven van bijvoorbeeld de belangrijkste inkomsten en uitgaven het afgelopen jaar, in plaats van een rapport van 300 pagina’s? Betrokkenheid wordt beduidend makkelijker als men weet waarbij men betrokken kan zijn.

2. Participatie
Zodra de burger goed geïnformeerd is, kan deze gevraagd worden mee te doen aan het besluitvormingsproces. Vooral op lokaal niveau zijn hier meer dan voldoende mogelijkheden. Burgers kunnen prima bedenken wanneer het vuilnis opgehaald moet worden, welk bestemmingsplan voor de wijk ze het aantrekkelijkst vinden en of de gemeente geld moet stoppen in een theater of sportcomplex. Net zo divers als de onderwerpen zijn de methoden: referenda, burgerfora en –jury’s, initiatiefrecht en inloopavonden. Naast het feit dat de burger meer invloed krijgt, heeft participatie nog twee andere voordelen. Ten eerste zullen mensen zich meer verantwoordelijk gaan voelen voor het gekozen beleid. Zij zijn nu immers ‘eigenaar’ van een beslissing. Als je zelf hebt gekozen voor een sportcomplex, ga je niet een jaar later zeuren dat er geen theater is. Maar participatie wekt ook een gevoel voor burgerschap in mensen op. Het blijkt dat deelnemers aan burgerfora na afloop actiever geëngageerd blijven dan voorheen, zowel op lokaal als op nationaal niveau.

3. Ontvankelijke overheid
Als er nu al burgers zijn met een idee of suggestie, lopen die nogal eens tegen een muur van bureaucratie aan. Omdat er voor het idee geen geld is, het niet mag van het bestemmingsplan, of domweg om dat de betreffende ambtenaar ziek of kwijt is. Overheden zouden moeten proberen mensen meer vrijheid te geven om niet alleen onderwerpen politiek te agenderen, maar ook zelf met oplossingen te experimenteren. Waarom zou een wijk bijvoorbeeld niet zelf mogen proberen een braakliggend terrein in een park te veranderen, of het lokale station op te knappen? Er moet dan wel bereidheid zijn het risico op falen te accepteren. Niet elk initiatief zal uiteindelijk een succes worden, maar dat is niet erg zolang duidelijk is dat eigen inzet wel gewaardeerd en gesteund wordt.

4. Nieuwe gemeenschappen
Het is altijd makkelijker iets met een groep mensen aan te pakken, dan alleen. Instanties kunnen hieraan bijdragen door deze groepen te erkennen en bepaalde rechten te geven. Allerlei vormen zijn denkbaar: dorpsraden of wijkverenigingen, personeelsraden of student-medezeggenschap. Het is dan wel belangrijk dat de overheid zich niet laat kapen door een klein groepje mondige mensen, maar alle belanghebbenden weet te horen. Uitermate belangrijk zijn ook politieke partijen, die immers het meest directe kanaal vormen tussen burger, politiek en politici. Betrouwbare en open partijen geven de burger de zekerheid dat zijn belangen permanent bewaakt worden.

5. Actieve burgers
‘Actief burgerschap’  is geen wondermiddel, maar wel een noodzakelijke voorwaarde voor een gezonde samenleving. Dit betekent overigens niet dat de overheid, zoals dit kabinet wil, de burgers zelf alles moet laten opknappen. Burgers die zelf hun lokale bejaardentehuis draaiende moeten houden, zeventien zorgaanbieders moeten coördineren of geen surrogaat-ouder kunnen betalen, hebben helemaal geen tijd meer voor democratische betrokkenheid. Het belangrijkste is dat ‘de burger’ zich realiseert dat hij zelf verantwoordelijk is voor zijn samenleving. Wij hebben het voorrecht om in een democratische rechtsstaat te leven, maar aan die vrijheid hangt wel een prijskaartje. En dat is dat we niet achterover kunnen leunen en hopen dat een Verlicht Despoot, Raad van Wijzen of Grote Leider ons het werk uit handen komt nemen en de maatschappij op orde brengt. Nee, in een staat waar burgers aan de macht zijn, zullen ze dat toch echt zelf moeten doen.

Zowel de lijst met factoren als met suggesties is natuurlijk niet uitputtend. En de situatie is complexer dan in een essay van deze lengte kan worden weergegeven. Toch kan de kern van dit betoog volgens mij in vier stukken worden samengevat. Allereerst dat gebrekkige burgerparticipatie niet geen gevolg is van een samenzwerende elite, maar van hinderlijke omstandigheden. Ten tweede dat er bijzonder geschikte manieren zijn om burgers meer invloed te geven. Als derde dat de relatie tussen burger en overheid gevormd wordt door wederzijdse opstellingen: Een overheid die burgers ziet als onwetende, passieve consumenten van een geluksmachine, kweekt inderdaad gefrustreerde burgers die niet eens meer willen stemmen. Maar anderzijds geven ongeïnteresseerde burgers die alleen maar kunnen schelden ook ruimte aan een maatschappij waar hun gezeur terecht wordt genegeerd. Voor een vruchtbare en evenwichtige relatie moeten dus zowel overheid als burger veranderen. De laatste, belangrijkste, opmerking is dat de burger zelf de verantwoordelijkheid moeten nemen de samenleving te verbeteren. In een democratie is er nou eenmaal niemand anders.

Burgerschap is geen vrijwillige bijdrage die kan worden voldaan door af en toe een stembusgang te maken, maar een plicht waar de burger zich dagelijks van moet kwijten. De burger moet zelf machtsmisbruik aanpakken, incompetentie afstraffen en het maatschappelijk debat levend houden. Dat is de prijs van een democratie. Een volk dat die prijs niet wenst te betalen, maar zich terugtrekt in gezeur en gekanker, verdient het om niet zelf te regeren, maar geregeerd te worden.

4 Responses to Luie Burgers

  1. Arno says:

    In principe ben ik het hier volledig mee eens: je kan niet de macht uit handen geven, totaal niet controleren en verwachten dat het allemaal voor je geregeld wordt. Alleen een probleem: tijd.
    Hoe combineer je twee banen (full-time?), kinderen opvoeden, een sociaal leven en vrijwilligerswerk (waar dan ook) met een dergelijke politieke activiteit? Ik denk dat zeker de mensen tussen de 25 en 40 hier geen tijd voor hebben en daardoor nog meer genegeerd zullen worden door de politiek. Nu wordt in elk geval nog iedereen genegeerd.. Naja, behalve zo rond de verkiezingen dan.

  2. Nijn says:

    Vrijwilligerswerk en een sociaal leven zijn juist heel goed te combineren met actief zijn in je eigen buurt. Zo’n bijdrage hoeft niet heel groot te zijn. Denk aan een buurtvereniging. Die kan daarbij ook functioneren als schakel naar bijvoorbeeld de gemeente.

  3. Bart says:

    Frank, de spanning in je stuk zit hem volgens mij tussen wat de situatie is, waarom deze zo is en hoe het verbeterd zou kunnen worden. De vraag die bij mij direct opkomt is hoe je dit zelf ziet. Wat denk jij dat er gaat gebeuren? En waarom? (eventueel in deze vorm: heb jij zin in de toekomst? 😉

  4. Frank says:

    @Arno: Ik sluit me aan bij wat Nijn zegt. In mijn stuk ben ik daar minder op in gegaan, maar ook vrijwilligerswerk en het leefbaar houden van de eigen gemeenschap is actief burgerschap.
    En dat iedereen druk is, is niet onveranderlijk zo. Inderdaad, in een samenleving waar economie, winst en werk belangrijker zijn dan democratie, heeft niemand tijd. We zouden echter ook meer tijd kunnen vrijmaken voor het organiseren van onze samenleving. Dan zijn we misschien privé iets armer, maar publiek wellicht een stuk rijker.

    @Bart:Ik schrijf mijn stukken vaak als onderdeel van mijn eigen intellectuele ontdekkingsreis. De ideale oplossing moet ik je dan ook schuldig blijven.
    De vijf suggesties die ik hier heb gedaan zijn volgens mij in ieder geval deel van de oplossing. Informatie en stimulatie vanuit de overheid zijn momenteel het belangrijkst, denk ik. Helaas durf ik er niet vanuit te gaan dat burgers zelf massaal meer inspraak gaan eisen. Een goed begin lijkt me in ieder geval het doorbreken van het idee dat politiek te lastig of ingewikkeld zou zijn om burgers bij te betrekken. Sommige vraagstukken zijn inderdaad complex, maar het is ook deels de taak van de politiek om een vertaalslag naar de burgers te maken.

    Of ik zin heb in de toekomst? Over het algemeen niet zo. Ik zie veel ontwikkelingen waar ik minder positief over ben. Maar de toekomst maak je zelf, dus je kan beter proberen er iets aan te doen, dan zeuren dat het allemaal niet gaat zoals het moet. Dit stuk is een beetje geschreven vanuit die gedachte. Er wordt nogal veel gezeurd over de democratie en de ‘kloof’ tussen burgers en elite, maar volgens mij zijn die problemen prima oplosbaar. Als mensen (zowel vanuit de ‘burgers’ als de ‘elite’) zich er maar voor in willen zetten.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*