Niets is zo vluchtig als de meningen en hysterie rondom de Eurocrisis. De ene dag zijn we gered van een grote economische ramp, de volgende staat er weer een bank of land op de rand van de economische afgrond. Ik vind economie leuk maar het moet geen soap worden. Daarbij is een snelle analyse vaak een verkeerde. Gelukkig zijn er genoeg economen die af en toe iets zinnigs schrijven. Ondanks alle hysterie is het daarom al een tijdje duidelijk wat het probleem van de Eurozone is. Een economische zone bekroond met een gezamenlijke munt is onverenigbaar met politieke verdeeldheid in het economisch beleid. Dit was eigenlijk in Maastricht al bekend, en werd door rechts opgelost door strenge regels, terwijl links wantrouwend in meerderheid toestemde.

Je moet wel opletten als je het over problemen hebt; een probleem is iets anders dan een aanleiding, zoals de structuurfouten in het bancaire systeem. Maar vlug terug naar de Eurocrisis. Zeer simpel gesteld zijn er twee soorten oplossingen voor het Europese probleem: (1) de politiek aanpassen aan de economie, of (2) de economie aanpassen aan de politiek. Het eerste houdt in dat er een besturingsvorm wordt neergezet die overeenkomt met de economische realiteit: een Europees politiek apparaat met vergaande invloed op het economische beleid van de lidstaten. In dit geval is de Euro het Trojaanse paard waarmee de politieke integratie van Europa naar binnen wordt gehaald. Bij de tweede oplossing doe je een stap terug: de Europese samenwerking wordt verminderd, met als extreme de terugkeer van de nationale munt. Dit kan grote gevolgen hebben voor de bereidheid om in de toekomst weer een groot project aan te gaan in Europa.

Uiteraard zijn er allerlei vormen denkbaar die elementen van beide oplossingen bevatten, en in consensus-Europa is een tussenvorm de waarschijnlijke uitkomt. En gelukkig, want een pure vorm van een van beide is ongewenst. Er is een grote kans dat verdere politieke integratie leidt tot groot verzet, zowel onder bevolking als onder politici. De beperkte mate van democratie maakt dat ook veel intellectuelen sceptisch zijn. Belangrijker is de populariteit van de natie-staat, weerspiegeld in de ongekend impopulariteit van de EU en gematerialiseerd in het succes van partijen die zich tegen ‘Europa’ verzetten. Maar ook verre teruggang in Europese samenwerking is ongewenst. Er is niet alleen groot potentieel op nagenoeg elk beleidsterrein, maar ook een grote behoefte aan Europese samenwerking. Bijna niemand zit te wachten op het verdwijnen van de Europese Unie.

Europa is bij uitstek de plaats waar politieke samenwerking gebaseerd is op de behoeften, meningen en wensen van haar inwoners. Je zin doorduwen zonder steun kan alleen goed gaan zolang er niets fout gaat. Die rek is er nu wel uit. Soms moet je een stapje terug doen om er vervolgens weer vooruit twee te zetten.

 

One Response to Eurozone: te veel economie, te weinig politiek

  1. […] from an article published previously here) Share this:TwitterFacebookLike this:LikeBe the first to like this post. Tagged Crisis, […]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*