Recentelijk konden we lezen op nu.nl dat debatten in de Tweede Kamer meer over de inhoud zouden moeten gaan. De rest van Nederland vindt dat al langer, fractievoorzitters vanaf nu ook.

Op dezelfde dag werd er gestemd over de moties die zijn ingediend tijdens de Vergadering over de Strategische Agenda hoger onderwijs in de vaste Kamercommissie OCW. Een filmpje dat uitleg geeft over deze commissie stelt:

“Voor elk specialisme hebben partijen een gespecialiseerde woordvoerder die veel weet van het onderwerp. Die specialisten vergaderen in de Vaste Kamercommissie. Voor elk ministerie is er zo’n commissie. Een van die 17 commissies gaat over Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hier komen de onderwerpen op dat terrein uitgebreid aan bod.”

Klinkt superlogisch; Uiteraard kan niet alles gedaan worden door de fractievoorzitter en het is maar goed dat de commissieleden volgens hetzelfde filmpje:

“… heel geïnteresseerd zijn in het onderwijs en er ook veel van weten. Wij proberen het onderwijs zo goed mogelijk te volgen en kritisch te kijken of de minister het goed doet. Waar we kunnen, brengen we ook verbeteringen aan.”

Dat Kamerleden hun best doen om verbeteringen aan te brengen bleek onder meer in het ruim zes uur durende debat. Tijd genoeg om het over de inhoud te hebben. De 22 moties die werden ingediend doen ook zeker een vruchtbaar debat vermoeden.

Dat de meningen niet altijd overeen kwamen mag duidelijk zijn. Zo verschilden een aantal partijen van mening over de vraag of onderwijsinstellingen gerechtigd zijn om in het buitenland studenten te werven. Vooral de vraag of Saudi-Arabische studenten hier geneeskunde mogen studeren leek een kwestie van landsbelang. Verder was er de prangende vraag of de Kamer zich wel of niet moet uitspreken tegen fusies, de kwestie Doekle Terpstra bij InHolland en een paar meer van deze kennelijk enorm belangrijke zaken.

Zes uur klinkt lang, maar er blijft weinig van over als de tijd gevuld wordt met  onderwerpen waarover ieder Kamerlid wel een mening heeft, maar waar men óf niets over te zeggen heeft, óf geen daad bij woord voegt, óf geen alternatief  heeft.  Begrijp me goed: natuurlijk mogen dergelijke kwesties ook besproken worden, maar het is jammer dat het debat gedomineerd wordt door gekibbel over randzaken. Ergerlijk waren de discussies waaruit bleek dat Kamerleden eigenlijk geen flauw benul hebben van hoe de praktijk werkt, zoals de discussie over het kwaliteitszorgstelsel. Dit volledige gebrek aan kennis weerhield Kamerleden er echter niet van om een vloedgolf aan moties in te dienen.

Tijdens de stemming bleek vooral dat regeringspartijen er alles aan doen om het beleid van vorige kabinetten te dwarsbomen. Zo werd in de afgelopen jaren miljoenen gestopt in campagnes om meer bètastudenten aan te trekken. Deze studenten worden nu dubbel zo hard getroffen door het afschaffen van de master-stufi (veel bèta-masters duren immers twee jaar) en de Halbe-heffing van €3000, omdat ze gemiddeld meer uitlopen. Maar een motie van de ChristenUnie om te kijken naar manieren om de kosten voor bètastudenten enigszins binnen de perken te houden wordt weggestemd.

De VVD had gelukkig een lichtpuntje te melden; het bedrag dat overblijft door het vereenvoudigen van de studiefinanciering kan misschien gebruikt worden om de tweede studie betaalbaar te houden. Het vereenvoudigen van de studiefinanciering klinkt natuurlijk mooi… minder regels en bureaucratie. In werkelijkheid gaat het onder meer om het afschaffen van de regeling voor studenten met onvindbare en weigerachtige ouders. Studenten waarvan de ouders niet bijdragen, omdat er bijvoorbeeld geen contact meer is omdat de student als kind ernstig mishandeld is of om andere zwaarwegende redenen. VVD-Kamerlid Anne-Wil Lucas liet via twitter weten: “Goed nieuws: mijn voorstel om geld dat vrijkomt door vereenvoudigen stufi kan gebruikt worden voor tweede studie excellente studenten!”

… Dus misbruikte student met ouders die niet mee kunnen of willen betalen aan je studiefinanciering, wees gerust: het is voor een goed doel. Hierdoor kunnen ‘excellente’ studenten wel een tweede graad halen zonder zich te diep in de schulden te werken. Als er een master “Hoe werkt het hoger onderwijs” bestond zou ik een aantal Kamerleden graag op cursus sturen. Zij verdienen immers voldoende om deze wél te kunnen betalen.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*