Na zes jaar studeren is het dan toch eindelijk zo ver. Het afstuderen nadert met rasse schreden. Naast het afmaken van een scriptie betekent dit vooral ook veel papierwerk, bureaucratie en andere formaliteiten waarvan men je ooit had beloofd dat ze door de introductie van Studielink zouden verdwijnen. Zo op de valreep biedt dit alles weer een mooie blik in het denkwezen van het Nederlandse universitaire onderwijs.

Meest opvallende ‘formaliteit’ is het invullen van een tweetal evaluaties, voor mijn afstudeerstage en de opleiding als geheel. In lijn met de hedendaagse autoritaire invulling van het wetenschappelijk onderwijs zijn deze evaluaties verplicht. Niet invullen betekent geen scriptie, en dus geen afstuderen. Nu draag ik het hoger onderwijs over het algemeen een bijzonder warm hart toe, maar van dergelijke schoolsheid word ik welhaast recalcitrant genoeg om mijn vragenlijst zo irrationeel in te vullen dat zelfs twaalf statistici en een psycholoog er nog geen chocola van kunnen maken. Het verplicht laten invullen van evaluaties is wat mij betreft exemplarisch voor de gemankeerde visie op kritische reflectie op de universiteiten.

Vooraleerst is daar de naïeve gedachte dat een student die onder dwang een enquêteformulier invult dit wel op dezelfde manier zou doen als wanneer het op vrijwillige basis kon. Het behoeft volgens mij geen uitleg dat menig student zich van deze taak zal kwijten als ware het een even vervelende klus als de driewekelijkse afwas. Onder dwang zal een student alleen maar proberen zo snel mogelijk van de evaluatie af te komen. Van kritisch denken, reflecteren en waarderen is dan natuurlijk nauwelijks meer sprake. De resulterende enquête is niet alleen waardeloos, maar zelfs contraproductief. Informatie uit deze vragenlijsten wordt immers gebruikt als ware zij betrouwbaar, terwijl dat op zijn minst twijfelachtig is.

Bovenstaande constatering is natuurlijk alleen een probleem wanneer het doel van de universiteit zou zijn om juiste informatie te verzamelen over het gegeven onderwijs. Dat is echter nog maar de vraag. Net zoals het aantal uitgereikte diploma’s, excellente studenten en gerealiseerde publicaties, zijn enquêtes voornamelijk een statistiek in het bestuurlijke indicatorencircus van beleidsplannen, strategische visies, ‘targets’ en ‘benchmarking’. Ingevulde evaluaties zijn op dezelfde wijze een ‘product’ waarvan een bepaald aantal per jaar afgeleverd moet worden. Als met een beetje geluk het opkomstpercentage rond de doelstelling valt en het gros van de docenten het genadezesje heeft ontvangen, kan ook de indicator voor ‘kritische evaluatie’ netjes afgevinkt worden. In de huidige academie is zelfs kritisch denken immers iets wat tot een handvol gemanagede indicatoren teruggebracht kan worden. Als je het niet kan meten, bestaat het immers niet.

En met dat laatste komen we aan bij het meest cruciale defect in de universiteitsbestuurlijke denkwijze, namelijk dat kritische reflectie op de één of andere manier net zo af te dwingen is als studievoortgang of publicatiepercentages. In hun passie voor autoritair opgelegd planonderwijs zijn de bestuurders en managers echter één ding vergeten. Kritisch denken en autoriteit gaan niet samen, maar staan haaks op elkaar. Een kritische academische gemeenschap ontstaat alleen wanneer de omstandigheden gunstig zijn. Dit vereist een aanwezig discours waarin kritiek en reflectie gebruikelijk zijn en aangemoedigd worden. Een medezeggenschap waar kanalen voor kritische geluiden en terugkoppeling daarop transparant en effectief zijn. Maar bovenal een gemeenschap waarin de verschillende deelnemers op relatief gelijke voet kritiek kunnen uiten en invloed hebben op de spelregels van het debat.

Een dergelijke gemeenschap kan niet opbloeien in een klimaat van dwang en straf. Integendeel, door eenzijdige ingrepen vanuit een bestuur verdwijnt de relatieve gelijkwaardigheid van deelnemers aan het debat, verliest de informatie-uitwisseling aan transparantie en wordt bestaande intrinsieke motivatie vernietigd. Een kritische gemeenschap kan alleen voortbestaan wanneer zij door alle leden als legitiem wordt waargenomen. De bestuurlijke reflex om bij tegenvallende resultaten naar dwang en autoriteit te grijpen kan dit gebrek aan legitimiteit niet alleen niet compenseren, maar vergroot dit eerder. Het gedwongen invullen van evaluaties wordt zo van eenzelfde zinloosheid als stemmen in een éénpartijstaat. Een universiteit die daadwerkelijke kritische reflectie ambieert, overtuigt studenten en docenten van de zin en legitimiteit van hun bijdragen aan het debat, in plaats van deze af te dwingen. Dat menige academie daar momenteel niet eens aanstalten toe maakt,  lijkt een bewijs dat ook in dit geval de onderwijsmanagers het afvinken van een ‘strategische doelstelling’  belangrijker vinden dan de daadwerkelijke onderwijskwaliteit die daaraan ten grondslag zou moeten liggen.

 

6 Responses to Een kritische blik valt niet af te dwingen

  1. Ernstjan says:

    Maar….wat dan wel? Hoe verkrijg je dan wel de juiste informatie op een juiste manier? #misikinhetstuk

  2. Kess says:

    Het antwoordt staat er wel, alleen misschien enigzins verborgen: “Een universiteit die daadwerkelijke kritische reflectie ambieert, overtuigt studenten en docenten van de zin en legitimiteit van hun bijdragen aan het debat.”

    Als studenten en docenten het gevoel hebben dat het College van Bestuur, het Faculteitsbestuur en dergelijke organen, het commentaar dat zij leveren in enquetes, serieus nemen dan zullen zij gemotiveerd zijn deze serieus in te vullen.

    Dus wanneer deze organen een atmosfeer creëren waarin zij onderschrijven dat studenten zinnige dingen te zeggen hebben over hun eigen onderwijs en dat men daarnaar zal luisteren, kan men met een enquete (mits de respons hoog genoeg is) de nodige informatie prima vergaren.

  3. Ernstjan says:

    Dat had ik idd gelezen. Eens: via enquetes kun je idd informatie vergaren. De vraag of het de “nodige” en “juiste” informatie is, ook omdat je dan de vraagstelling en kwaliteit van de enquete goed moet meenemen.

    Ik heb 1-st hand ervaring met enquetes van eerstejaars studenten bij 3 opleidingen (Natuur- en Sterrenkunde, Medische Natuurwetenschappen, Science Business & Innovation). En de beste informatie krijg je naar mijn inziens nog altijd via open vragen in combinatie met gesprekken. Natuurlijk wil je het “meetbaar” maken en ontkom je niet aan een paar 5-punts antwoorden. Maar reflectie vereist dialoog. En dat heb je niet via enquetes (1-richting).

    Zelf zie ik nog een groot gapend informatie-gat vanuit de rol van de medezeggenschap en in het bijzonder college-response/volg- groepen, opleidings-commissies en open gesprekken als het gaat om daadwerkelijke informatie met waarde. Dit staat ook volledig in lijn met de horizontale hierarchie en afhankelijkheid van de studenten. En ik had eigenlijk ook meer in die hoek een conclusie verwacht!

  4. Lisa says:

    Vanuit managers gedacht kun je beter niet stimuleren dat mensen kritisch zijn. Dit zorgt immers voor een lager studenttevredenheidscijfer en dat weegt nogal zwaar in de verschillende lijstjes die gebruikt worden om de kwaliteit van de opleiding te showen.

  5. Kess says:

    Ik ben het ermee eens dat de beste informatie komt door het houden van bijeenkomsten en gesprekken met studenten en dat als je deze informatie combineerd met de statistiek van de enquetes je tot een aanvaardbare conclusie kan komen. Echter het punt dat Frank probeert te maken staat nog steeds. Uit mijn persoonlijke ervaring in de Opleidingscommissie Scheikunde, waar wij dergelijke gesprekken ieder kwartaal organiseren, moet ik constateren dat de opkomst op deze bijeenkomsten drastisch daalt(nu meestal op 1 hand te tellen), juist omdat de studenten geen resultaat zien van hun kritiek.

    Wat Lisa zegt is ook waar, maar ik wil daarbij wel de voetnoot zetten dat in dit geval de managers baat zouden hebben als de studenten de enquetes kritisch invullen. De enquetes zijn namelijk de enige informatie(naast kwartaalevaluaties) waarvan een opleidingscommissie gebruik kan maken om de kwaliteit van het onderwijs te waarborgen. Als de opleidingscommissie haar taak niet kan uitvoern gaat er iets grondig mis op het moment dat de desbetreffende opleiding wordt gevisiteerd. En dat staat dan weer heel slecht als je als manager de kwaliteit van je opleiding wilt showen…

  6. Ernstjan says:

    Met het punt van Frank ben ik het wel eens, alleen evaluaties/enquetes pur sang is het antwoord niet. Dialoog in aanvulling is onmisbaar, en daar moet je idd zeker ook voldoende studenten bij hebben. Daarbij denk ik dat het kritisch denken wel degelijk gestimuleerd kan worden door de omgeving: docenten en managers die zo’n omgeving kunnen vormgeven. Niet door enquetes af te dwingen, maar eerder in de hoek van actief vragen tijdens specifieke lunch-borrel sessies of door het op een andere manier handig te organiseren en veel studenten te betrekken.

    Sterker nog: ik denk dat het ook in het belang van managers kan zijn wanneer een kritische omgeving juist gehoord kan worden. Vanwege inderdaad een vroege en zuiverder signaalfunctie (minder ruis), maar ook omdat mensen vaak tevredener zijn wanneer ze het gevoel hebben dat er naar ze wordt geluisterd.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*