Op de Radboud Universiteit (waar ik werk) leveren vrouwen vaak de beste prestaties. Vrouwelijke studenten behalen doorgaans betere resultaten, en na het afstuderen vullen vrouwen vaker posities voor promovendi en postdocs op dan mannen.

Emancipatie geslaagd. Hoop je dan.

Niks is minder waar. Onder de universitair (hoofd)docenten en hoogleraren vormen de vrouwmensen nog altijd een schaarse minderheid.

Waarom? Waar gaat het mis?

Er zijn natuurlijk tal van redenen te verzinnen. Om te beginnen zou ieder weldenkend mens in het huidige klimaat misschien een carrière buiten de wetenschap moeten ambiëren 😉 maar toch denk ik niet dat dat hier de oorzaak is.

Wat is het dan?

Komt het omdat vrouwen gemiddeld genomen meer bescheiden zijn dan mannen? Wellicht is het een genetische kwestie, wellicht is het een rol die onze cultuur hen oplegt, dat laat ik graag in het midden. Als het op het zwaardere ellebogenwerk aankomt wint meestal de man. Met z’n dikke ellebogen. Als een man een vacature leest waarbij acht competenties worden gezocht waarvan hij er over vijf beschikt, denkt/bluft hij: vijf tegen drie, ik win. Leest een vrouw dezelfde tekst dan haakt ze af bij het eerste gebrek.

Is dat het? Was het maar alles.

Er heerst een mannencultuur. Als ik iemand zoek om mijn team te versterken, dan zoek ik bij voorkeur naar iemand die net zo relaxed is als ik – die mensen weten van wanten. Houd je van windsurfen en duiken? Jij hebt verstand van het leven! Luister je graag naar Frank Zappa en herken je de frustraties en de vaardigheden die komen met je linkshandigheid? Met jou kan ik praten! Natuurlijk zijn die zaken meestal niet echt relevant, maar zijn we werkelijk ongevoelig voor dit alles? Ik hoop het oprecht, maar uit onderzoek blijkt helaas dat we zo objectief niet zijn. Lijk jij op mij, dan vertrouw ik jou iets meer. Wat voor geslacht heb jij eigenlijk? †

Ook dát is volgens mij niet het (enige) grote probleem. Nu zullen mensen zich wellicht afvragen of we met een probleem te maken hebben, of slechts met een fenomeen. Maar als het fenomeen wordt veroorzaakt door een achterhaalde cultuur is enige kritiek op zijn plek.

Volgens mij is een belangrijke oorzaak van een andere culturele orde. “Behind every great man, there’s a great woman”. Een uitspraak die treffend samenvat hoe de rolverdeling is binnen het huishouden van een topman (en hoe heteronormatief onze wereld). Als hij na een dag hard topmannen thuiskomt, heeft zij de kids reeds uit school gehaald, naar de judo gebracht, en de piepers gejast en op het vuur gezet.

Het is een eervolle taak, laat daarover geen misverstand zijn. Alle ballen thuis in de lucht houden en daarnaast wat aandacht overhouden voor partnerlief en de kinderen is van groot maatschappelijk belang. Maar door een culturele erfenis is de gemiddelde man-vrouw-taakverdeling binnen relaties behoorlijk asymmetrisch.

Een vrouw met een kinderwens voelt zich vaak geroepen minder te werken om ook een deel van de daagse opvoeding van de jonge kids op zich te nemen. Vraag ik mijn mannelijke vrienden of zij ook van plan zijn minder te gaan werken als zij vader worden dan wordt die vraag niet zelden weggelachen. Ondanks dat papadag toch echt de mooiste dag van de week is, is het offer van de carrière onder mannen minder vanzelfsprekend.

Opnieuw mag je de ‘nature or nurture?‘ (aangeboren of aangeleerd?) vraag stellen ‡ : waarom willen vrouwen vaker hun kinderen opvoeden? Maar het verandert de situatie niet. Volgens mij is het een gegeven van onze tijd waar we mee kunnen dealen of niet. Ook voor veel topmensen is immers een gezin met kinderen een diepe wens.

We kunnen accepteren dat de man-vrouwverdeling is zoals we die kennen. Dat het een reden is waardoor mannen oververtegenwoordigd zijn onder hoogleraren en andere topposities. Dit simpelweg accepteren is een eenvoudige en overzichtelijke keuze.

Ik vind het ook een achterlijke keuze. Volgens mij moet de rolverdeling tussen mannen en vrouwen niet zo vanzelfsprekend zijn, en moeten we zoeken naar alternatieve randvoorwaarden waarmee actief ouderschap geen diskwalificatie betekent voor een carrière.

Soms is dat mogelijk. Soms is dat lastiger. De uitdaging ligt er. Kan het hoogleraarschap van 1.0 FTE worden ingevuld door twee zorgzame individuen die ieder 0.5 FTE voor hun rekening nemen? Het zal wat discipline en coördinatie vergen. En zoals een reguliere hoogleraar niet zelden 56 uur per week maakt zal een ‘halve hoogleraar’ niet zelden een dag in ‘eigen tijd’ werken; maar dat is nog altijd een stuk menselijker dan de fulltime variant. Tegenover meer discipline en coördinatie staat een breder palet aan vaardigheden en meer flexibiliteit.

Het is vooralsnog ongebruikelijk, maar daarom nog niet automatisch onmogelijk. En 2×0.5 FTE is natuurlijk slechts een logisch voorbeeld. Dat een doorsnee functie 1.0 FTE omvat is niets meer dan een aangeleerd verschijnsel.

Willen we sekseongelijkheid in de top aanpakken, dan kunnen we proberen de aangeleerde rolverdeling binnen ouderschap en huishouden aan te passen. Dat is één kant van het probleem. Aan de andere kant vind ik het van deze tijd om huishoudens met twee zorgzame toppers mogelijk maken op de werkvloer.

Natuurlijk kun je kinderen ook 5 dagen per week naar de kinderopvang sturen. Dat helpt ook. Maar als dat vanaf dag één de planning is kun je ook een cavia overwegen.

 

† Dit mechanisme is door diverse sociale wetenschappers bestudeerd, en in het geval van sekseongelijkheid bij personeelsbeleid onder andere aangetoond door Elizabeth H. Gorman in American Sociological Review: “Gender Stereotypes, Same-Gender Preferences, and Organizational Variation in the Hiring of Women: Evidence from Law Firms”
http://asr.sagepub.com/content/70/4/702.short

‡ Het ziet er overigens naar uit dat het gedrag voornamelijk is aangeleerd
http://www.theguardian.com/science/2015/may/14/early-men-women-equal-scientists

Tagged with:
 

10 Responses to ‘Behind every great man…’

  1. Niels says:

    Een discussie die veel meer gevoerd moeten worden en tegelijkertijd al lang niet meer gevoerd had moeten worden! Maar, uhh, die uitsmijter – of uitglijder 😉 – aan het einde is wel erg Nederlands en ligt juist ten grondslag aan dat idee van rolverdeling. Wij denken met zijn allen maar dat kinderen vooral en enkel door ouders opgevoed moeten worden. Als kinderen 40 vd de 168 per week naar de kinderopvang gaan is niet per definitie een marteling. Of andersom: waarom mag je een cavia dat wel aandoen?

    • Op een ideale werkdag (waarop ik 8 uur + 1 uur reizen/lunchen etc. van huis ben – meestal zijn het er meer) ben ik nog zo’n maximaal 3 uur bij mijn kids terwijl ze niet slapen. Het zijn de 3 uur van het aankleden, wassen, ontbijten, naar school brengen van de oudste, dineren en tot slot het voorlezen voor het slapengaan. Tijd waarin er natuurlijk ook verder van alles moet gebeuren. Dat zijn geen 24-8 uur. Dat zijn 15 (5×3) uur waar het er in jouw berekening 80 (5×24-40) zijn.

      Er zijn voldoende legitieme redenen aan te voeren waarmee een 5-daagse kinderopvang te rechtvaardigen is. Op een papadag heb ik de tijd om écht iets met mijn kinderen te doen (naast alle andere achterstallig onderhoud dat op de papadag wordt weggewerkt 😉 ). Ik ga met ze boodschappen doen, zwemmen, op bezoek bij andere mama/papadag-huishoudens, spelletjes doen, in de tuin werken, naar de bibliotheek, naar de speeltuin. And so on and so on. Persoonlijke quality time die niet te vergelijken is met school, BSO of kinderopvang – hoe prachtig werk daar ook geleverd wordt.

      Een collega van me uit een van de Aziatische Tijgers was gefascineerd door het voorrecht van Nederlandse ouders om zoveel tijd met hun kinderen door te brengen aan de hand van mijn papa-dag. In haar thuisland telt een fulltime werkweek meer uren dan hier en werken vader en moeder standaard fulltime. Ze sprak echter vol lof over de Nederlandse situatie. Haar broers en zussen, wiens kinderen voornamelijk door opa en oma worden grootgebracht, zouden daar een moord voor doen. Het bevestigde mij in mijn opvatting dat het reserveren van tijd voor de opvoeding van je kind een groot voorrecht is. Ik denk daarbij (zonder bron) dat ouderlijke liefde en aandacht voor een kind ook helpt in de emotionele en intellectuele ontwikkeling. Twee dagen weekend, waarin ook honderd andere dingen op de planning staan, zijn daarvoor volgens mij gewoon niet genoeg.

      Tot slot denk ik dat een cavia die iedere dag 30 minuten zorg en aandacht van zijn/haar baasje krijgt zich tot de gelukkigeren in zijn soort mag rekenen 😉

  2. Matthias van Trigt says:

    Is het niet mogelijk dat vrouwen gewoon minder graag dit soort beroepen uitoefenen? Al was het maar om culturele redenen? Wat mij betreft is het organiseren van voldoende gelegenheid om te kiezen voor dit soort werk een waardig politiek project, maar wat ik mis in dit betoog is deze vraag: ‘Is de situatie zoals deze nu is een probleem?’ Zijn er vrouwen die zich aanmelden voor posten maar deze systematisch niet vullen? Of komen er gewoon relatief minder vrouwen op sollicitatie?

    • Ik zie op zoveel plaatsen om mij heen (de universiteit is daarin zeker geen uitzondering) dat de top met (jonge) kinderen vooral weet te presteren door een “vliegende keep” die de ballen thuis in de lucht houdt. Daaruit volgt, op culturele gronden, dat dit vooral mannen zijn. Het is een vraag waar ik veel relaties mee hoor worstelen: hoe gaan wij dit aanpakken? De meeste hoogopgeleide vrouwen die ik daarover spreek ontbreekt het zeker niet aan ambitie.

      Daarom is het volgens mij, nogmaals, nodig om A) de culturele rolpatronen te doorbreken; maar ook B) ons werkcultuur zo in te richten dat de top ook meer toegankelijk is voor mensen die hun werk in 4 of zelfs minder dagen willen inrichten.

      Als er tot slot een klein percentage aan geslachtelijke asymmetrie overblijft in de top op basis van cultuur of mogelijk zelfs aangeboren eigenschappen vind ik dat niet zo’n bezwaar, maar ik ben ervan overtuigd dat het niet de reden is waarom nog niet 1 op de 4 Nederlandse hoogleraren vrouw is.

  3. Arno says:

    Ik ben het helemaal eens met gelijke kansen afdwingen. Discriminatie vanwege associatie moet tegengegaan worden al zal dit in de praktijk lastig zijn. Degene die discrimineert heeft het in dit geval waarschijnlijk zelf niet door. Gelijke kansen zijn extreem belangrijk, maar dan wel voor iedereen met dezelfde kwaliteiten, ervaring én motivatie, ongeacht geslacht.

    Echter ik ben wat sceptisch over het opsplitsen van topfuncties tbv vrouwen. Iets met twee (0.5 FTE) kapiteins op één schip, dat werkt niet. Tenzij beide bestuurders precies dezelfde visie hebben en dezelfde prioriteiten en het altijd eens zijn. Anders is een directeursfunctie toch echt niet te doen in deeltijd. Dat geldt helaas ook voor veel andere hoge posten, zoals directeur van een buisiness-unit. Wellicht is het voor het hoogleraarschap anders, maar kan je dan niet net zo goed kleinere leerstoelen maken?

    Elke vrouw die bereid is ook 1.5 FTE te werken moet exact dezelfde kansen hebben als een man (met dezelfde kwaliteiten en motivatie). Maar, heb je die bereidheid niet (en dat geldt ook voor mannen) dan wordt je geen directeur.

    • Zoals ik al schreef, soms kan het wel, soms kan het niet. Ik denk desondanks dat het vaker wel kan dan nu gebeurt. Dat wil ik vooralsnog de inzet laten zijn.

      Daar komt bij dat veel topfuncties ook niet weggelegd zijn voor (pak ‘m beet) <40 jarigen. Als carrièreperspectieven zich kunnen blijven ontwikkelen terwijl de kids jong zijn maken beide ouders op hogere leeftijd de kans op de directeursfunctie waar je over schrijft. In het traject daar naartoe helpt het wel als er op een universiteit bijvoorbeeld postdoc, UD en UHD functies zijn met ruimte voor papa/mama-dagen bij jonge kids. Die cultuuromslag is gaande! Zonder meer. Dit is een hele interessante tijd in dat opzicht. Maar er mag nog wel een tandje bij van mij.

      • Arno says:

        Daar ben ik ook helemaal voor, alleen realiseer je wel dat de universiteit wat dat betreft wel een heel ideale omgeving is. Ik denk dat iedereen de persoonlijke keuze moet kunnen maken om minder te werken in ruil voor minder salaris, een papa-dag lijkt mij persoonlijk prachtig. Maar die keuze heeft (nu nog) wel veel gevolgen.

        In het bedrijfsleven is een papa-dag nog steeds vaak de doodsteek voor je carriere (een mama-dag trouwens minder). Met 4 dagen in de week kan je best wat bereiken maar geen hoog management. Aangeven dat je 4 dagen wil werken kan je ook makkelijk een contractverlenging kosten trouwens.

        Als je ooit directeur wil worden, zal je wel de eerste stappen moeten zetten terwijl je onder de 40 bent en de kinderen nog klein zijn. Ook dan al zal je moeten excelleren en ambitie tonen, meestal met een 40+ werkweek, ongeacht of je man of vrouw bent. Als je dan 4 dagen gaat werken kom je er niet. Of in elk geval is de kans (veel) kleiner.

        Nu zou ik het prima vinden als veel koppels de keuze zouden maken dat de man dan 4 dagen gaat werken en de vrouw 5. Dat is echter nog lastig, qua verwachtingen van de omgeving, in het bedrijfsleven en ook binnen veel relaties. Dit sturen met regelgeving klinkt mooi maar is heel moeilijk af te dwingen, zeker in een land met veel flexwerk. En culturele veranderingen komen ook niet bepaald te paard.

        • Ik denk dat er vaker dingen mogelijk zijn in de top en subtop dan we momenteel denken – ik hoop dat we dat steeds vaker gaan zien.

          Daarbij denk ik dat daarvoor maar in heel beperkte politieke middelen voor nodig zijn. Volgens mij is het vooral een cultuur-issue.

          En dan blijft er zonder twijfel op veel plaatsen weinig anders mogelijk dan de huidige werkwijze. So be it.

  4. Janos Betko says:

    Is het niet ook zo dat 1) bij de meeste stellen de vrouw jonger is en dus 2) de vrouw ook minder lang werkt en dus meestal ook minder verdiend en 3) dat als er dan gekozen moet worden ‘wie minder gaat werken’ er dan ook vaak een financiële reden is om te kiezen voor de vrouw?

  5. Ilse says:

    Joep, wat achtergrond over jouw vermoedens wat betreft hechting. Ik sta wat dat betreft achter je ideeën. Ik denk dat kinderen die al van heel kleins af aan veel dagen in de kinderopvang doorbrengen een groter risico hebben op een verstoorde hechting. In de link, zie vooral de angstig-ambivalente hechting. Ik denk dat veel ‘rebellie’, ‘meegaande robot’ en ‘onverschillig koel’ hier uit voort komt. http://gedragsproblemenindeklas.nl/gedrags-en-ontwikkelingsstoornissen/hechtingsproblemen/

    Ik ken een praktijkvoorbeeld van een familielid van me. Zij ging als au pair naar Amerika. Elke au pair bleef een half jaar tot een jaar in het gezin, en zorgde fulltime voor de kinderen. De kinderen waren voor de eigen ouders onhandelbaar, maar ze luisterden wel naar de steeds wisselende au pair. Daarnaast waren deze kinderen richting hun ouders puur gericht op het krijgen van spullen. Letterlijk: met kerst een kamer, compleet gevuld met cadeaus krijgen en vervolgens stennis schoppen omdat ze ontevreden zijn. Door dit verhaal ben ik gaan geloven dat au pairs een katalysator zijn van hechtingsproblemen, en heb er daarom destijds voor gekozen om zelf geen au pair te worden (dat was best een hippe optie toen ik begon met studeren). Maar goed, dat terzijde. Zelf zou ik alleen al om het hele hechtingsverhaal willen dat mijn mogelijk-in-de-toekomst-nog-te-ontstane kinderen: 1)minimaal de helft van de week bij mij en/of mijn partner doorbrengen en 2) de resterende dagen een vaste oppas hebben aan wie ze zich kunnen hechten (in de vorm van een opa/oma of kinderopvang aan huis).

    Andere kant van de discussie: zelf werk ik in twee teams op twee locaties. Beide teams hebben een vrouwelijke leidinggevende. Beide leidinggevenden werken 4 dagen in de week. Ik merk dat ik, -als ik niet goed ben ingelicht over hun werkdagen- hen ook telefonisch kan bereiken op hun vrije dag als ik vragen heb. Enerzijds hoort dit wel een beetje bij de functie, anderzijds zou dit niet nodig moeten zijn. Kleine kanttekening: ik denk wel dat het in de zorg wat anders werkt met verantwoordelijkheden (al verwacht ik dat redelijk wat mensen het hierin niet met me eens zijn). Vaak is het noodzakelijk om te kunnen terugvallen op een leidinggevende als iemand de tent afbreekt of suicidaal wordt. Da’s in mijn ogen toch net iets anders qua zwaarte dan een deadline die gehaald moet worden. Maar je verdient er wel minder op.

    Het blijft hoe dan ook een lastig evenwicht. Ik vind het totaal niet interessant wat de percentages man/vrouw in bepaalde functies doen.
    Wat ik wel interessant vindt:
    1) of er vrouwen zijn die de functie die zij willen niet kunnen beoefenen door het cultuurdenken over fulltime werken. Of andersom: mannen die door datzelfde cultuurdenken in bepaalde functies niet minder dan 5 dagen kunnen werken.
    2) dat veel ‘typische vrouwenfuncties’ zoals die waar ik in werk, niet voor meer dan 20-24 uur per week beschikbaar zijn. Lees; er is een reden dat ik in twee teams werk. Nu mijn bestaan kinderloos is, wil ik best fulltime werken en iets van een prettige loopbaan voor mezelf creëren. Dit geldt overigens ook voor veel mannelijke collega’s, die niet verder komen dan contracten van 32 uur wanneer zij een vrouwenfunctie beoefenen. Emancipatie compleet, zou je zeggen.

    Toch is ook hier de emancipatie niet compleet. Alle mannen die ik ken van mijn ‘typische vrouwenstudie’ hadden stuk voor stuk binnen no time een goede baan, en enkelen zijn al binnen anderhalf jaar doorgestroomd naar een leidinggevende functie. Veel vrouwelijke medestudenten modderen nog steeds aan in de marge. Ik heb op de nodige plekken gewerkt waar volmondig wordt toegegeven dat mannen de voorkeur genieten ‘voor de diversiteit in het team’. Omgekeerde positieve discriminatie op zijn best.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*