Wie de Wadden bezoekt in deze tijd van het jaar en een klein beetje oplet, komt lepelaars tegen. De prachtige reigerachtige doet het prima op de eilanden, waar geen vossen rondlopen en de baaien en schorren een ideale plek zijn om voedsel te vinden.  De soort is meer dan alleen een van die vogels die ook bij leken warme reacties ontlokken. De lepelaar is het levende bewijs dat natuurbescherming zin heeft.

Uit de recentste cijfers van het Nijmeegse vogelonderzoeksinstituut SOVON blijkt dat er in 2012 maar liefst 2500 paren in Nederland tot broeden kwamen, verdeeld over 50 kolonies. En ja: dat zijn fantastische cijfers. Zeker als je bedenkt dat de soort eind jaren 60 met uitsterven bedreigd werd. In 1968 waren er nog maar een paar kolonies over die alles bij elkaar 148 broedparen herbergden. Verder waren er nog populaties in Zuid-Spanje (Coto Donana) en in de Donau-delta. Kortom: de soort stond in heel Europa op omvallen.

En 1968, dat is niet eens zo heel erg lang geleden. Het is het jaar dat de Stones een wereldhit scoorden met Jumpin’ Jack Flash. Vorig jaar opende de band hun Pinkpopconcert met dat nummer. Dat de lepelaar het anno nu zo fantastisch doet is dus eigenlijk net zo onwaarschijnlijk als het feit dat de Stones in anno nu nog steeds toeren (op dit moment geven ze een reeks concerten in de VS). In de jaren 60 was watervervuiling de voornaamste oorzaak van de teloorgang van deze prachtsoort. Bejaagd werd de lepelaar toen al niet meer. De paar kolonies die er over waren, bevonden zich in natuurreservaten en ook de babyboomers en hun ouders genoten van de soort, al moesten ze dus veel beter hun best doen een exemplaar te zien.

Want ik noemde de Wadden en dat is inderdaad het voornaamste broedgebied, maar wie op een zomeravond Amsterdam uit fietst voor een tochtje door Waterland, ziet ze met een beetje mazzel ook. Bezoek aan de Oostvaarders- of Lepelaarsplassen tussen maart en begin november? Succes is eigenlijk verzekerd. Het kan in Almere! Zeeland? Check! Van alle Nederlandse provincies kent alleen Limburg geen broedsucces, wat niet onlogisch is vanwege het landschap. Toch worden ze ook daar wel gezien.

De inmiddels kerngezonde populatie zorgt er voor dat de lepelaar in deze contreien geen typisch Nederlands fenomeen meer is. Uiteraard is daarbij de meest voor de hand liggende route gekozen: de Duitse Wadden kenden sinds de jaren zestig al broedpogingen en telt tegenwoordig bijna 400 broedparen. Denemarken lost Nederland af als het meest noordelijke broedgebied van de soort en heeft sinds 1996 een vaste populatie die groeide tot 60 paren in 2010. Ook België is inmiddels door de lepelaar gekoloniseerd en kent een populatie van 20 paren in Oost-Vlaanderen. Spectaculair is de terugkeer van de lepelaar in Engeland, waar de soort in de 17e eeuw uitstierf en de soort een kleine maar succesvolle kolonie heeft in Norfolk (8 paren in 2011). Frankrijk maakt de brug tussen bolwerken Spanje en Nederland compleet.

De bovenstaande opsomming was onmogelijk geweest zonder het werk van de Vogelbescherming en Natuurmonumenten. En we waren de soort waarschijnlijk kwijt geweest als er geen verbod was gekomen op zware pesticiden. De lepelaar is het levende bewijs dat natuurbescherming werkt en dat je berichten over de ‘Zesde uitstervingsgolf’ als waarschuwing moet zien en niet als feit. Natuurlijk, kwetsbaar blijft de soort zoals iedere koloniebroeder altijd, maar dankzij een gezonde populatie-omvang en een betere spreiding staan ze niet meer op de rode lijst.

In iedere eerdere VZ-bijdrage schreef ik het al: ik ben niet naïef. Er gaan de komende jaren harde klappen vallen in de natuur. Toch vertik ik het de hoop op te geven. Het. Kan. Wel. Als kind zag ik de in de late 70’s horrordocu’s over de walvisvaart en juichte ik als ik hippies van GreenPeace in rubberbootjes zag vechten voor het leven van een bultrug. Als volwassen man plukte ik de vruchten van de strijd van die hippies en zag ik vanaf het Texelse strand een bultrug door de Noordzee ploegen. Dat moment staat op mijn netvlies gebrand en bezorgt me de rest van mijn leven kippenvel.

En als het toch niet lukt, is het geen vergeefse moeite. Als ik eerlijk ben, lijkt een revival van het korhoen – een soort wilde kip –  in Nederland onwaarschijnlijk. De restpopulatie op de Sallandse Heuvelrug ligt op zijn gat en wordt in leven gehouden met importvogels uit Scandinavië. Als de stekker uit dat project gaat, heeft Staatsbosbeheer een vermogen uitgegeven aan het handhaven van een groot heidegebied zodat onze korhoenders een beetje de ruimte kregen. Toch zou het geen weggegooid geld zijn. Het gebied kent tegenwoordig een kerngezonde populatie nachtzwaluwen en ook die soort heeft hier beroerde tijden gekend.

Want dat is natuurlijk ook het punt: korhoenders, lepelaars maar ook hamsters (korenwolven) zijn misschien de posterboys van de Nederlandse natuurbescherming maar andere soorten profiteren mee. Zo zijn de Limburgse hamsterreservaten zo’n beetje de enige plek in Nederland waar je de grauwe gors kunt aantreffen.  Dat is net als de nachtzwaluw meer een soort voor de nerds, maar anders was ie allang weg.

Natuurlijk zullen er mensen zijn die denken ‘nou en?’ Het zijn er (helaas) best veel, vrees ik. Het mag duidelijk zijn dat ik me er weinig bij kan voorstellen. Een beetje biodiversiteit kleurt de polder. En de fantasie: de kans dat ik ooit een bergkam in Afrika bezoek om me te laten vlooien door een gorilla is verwaarloosbaar. Het neemt echter niet weg dat ik de wetenschap koester dat die beesten er nog zijn, helemaal nu ik daar over kan vertellen aan mijn zoontje.

Maar los van de esthetiek – natuur is mooi – en het morele besef – wie zijn wij om het lot van diersoorten te bepalen – is er nog een argument dat iedere ongeïnteresseerde hork over de streep zou moeten trekken: biodiversiteit is goed voor de volksgezondheid. Wie weet hoe lang het had geduurd voor we de ellende van DDT kenden als onze water- en roofvogels niet bij bosjes het loodje legden? En hoeveel geneesmiddelen halen we de komende jaren nog uit gewassen die we nu zien als onkruid?

Zelfs als het antwoord op die vraag ‘nul’ is: ik denk niet dat het handig is het risico te aanvaarden. Dus wat mij betreft gaan we niet rennen voor ons leven omdat de zesde uitstervingsgolf daar is, maar pakken we een surfplank en gaan we laten zien wie hier de baas is. Beat the wave.

Die laatste opmerking was overdrachtelijk. Thijs kan niet eens op het droge op een surfplank blijven staan. Hij kan wel een uur volpraten over het verschil tussen de meerkoet en het waterhoen. Soorten die overigens vooralsnog niet te vrezen hebben van de onlangs aangekondigde Jobstijding.

5 Responses to De posterboys van de natuur

  1. Hester says:

    Leuk, zo’n stukje over een vogelsoort waar ik normaal nooit over nadenk. Ik maakte daarstraks een avondwandeling en hoorde wat vogels, en dacht opeens: “Hoe zou een lepelaar klinken?” Dat had ik me zonder dit stukje nooit afgevraagd 🙂

    • Thijs den Otter says:

      Wat leuk om te lezen. Om je vraag te beantwoorden: lepelaars zwijgen. Ze volstaan met hun spectaculaire uiterlijk, hun maffe fourageertechniek en hun sierlijke vlucht.

  2. Janos Betko says:

    Met plezier gelezen. Ik vind het nog steeds mild frustrerend dat dit soort stukken, die echt ergens over gaan, minder gelezen en bereageerd worden dan, pak ’em beet, genuil over zwarte piet. Dat we ons daar drukker over maken dan wat we kunnen doen om iets te helpen doen tegen een ‘sixth wave’.

    Nou vooruit, om het goede voorbeeld te geven: heb jij concrete suggesties Thijs? Welke organisaties in Nederland maken zich hard voor de biodiversiteit en verdienen het om gesteund te worden? Wat kan je als huishouden doen om iets bij te dragen?

    In alle wetenschap dat individuele bijdragen niet meer dan een minimaal effect kunnen hebben. Maar then again, op een forum schreeuwen dat zwarte piet weg moet of moet blijven heeft ook slechts marginaal effect…

    • Thijs den Otter says:

      Dank Janos. Eerst even terechte credits: de lepelaar is gered door Natuurmonumenten en de Vogelbescherming. Dat zijn tegenwoordig zeg maar de Avro en de Tros onder de natuurbeschermingsorganisaties en ik ben nog steeds nijdig over het ganzenakkoord* maar ze doen goed werk bij de bescherming van rariteiten. Natuurmonumenten loopt via mijn vrouw en hebben we gehandhaafd, maar het lidmaatschap van Vogelbescherming Nederland heb ik opgezegd vanwege het ganzenleed. Maar goed: ze maken zich nu wel weer erg druk over de gevolgen die het boutidee van een groot vliegveld in Lelystad heeft voor de Oostvaardersplassen. En ze kunnen met hun internationale netwerk ook zorgen voor de juiste condities in de wintergebieden van de lepelaar (Mauritanië) Ze kiezen hun gevechten, en dus ook hun nederlagen. Je kunt zeggen dat het er bij hoort, maar het blijft een wrange constatering.

      Wat ik een beetje mis bij de natuurbescherming in Nederland is de wat bredere kijk: zo had je in de omgeving van Leiden vroeger prachtige weidegebieden met grutto’s en tureluurs. Die weides zijn onder nieuwbouwwijken verdwenen – in eentje staat zelfs een buurtcomplex die ‘vlucht van de vogel’ heet. De projectontwikkelaar bedoelde het vast niet zoals ik het lees – en daar moet dan natuurcompensatie voor in de plaats. Dus naast een van die wijken ligt een pracht van een wetland, waar lepelaars fourageren. Maar de grutto’s broeden er niet meer.

      Begrijp me niet verkeerd: ik pleit er niet voor dat we moeten kiezen. Ik wil allebei beschermen, de mooie weide behouden, het cultuurlandschap niet zien verdwijnen onder golfbanen, dat werk. Daar zijn dan weer andere clubs voor. De meeste regio’s hebben lokale natuurbeschermers. Hoe meer leden die hebben, hoe kritischer hun achterban naar de plannen van projectontwikkelaars kijkt, hoe beter de natuur naast je deur wordt beschermd.

      Speciale vermelding is een voor jullie plaatselijke heldenclub is de Vereniging Nederlands Cultuurlandschap, voortgekomen uit Das & Boom, gevestigd in Beek-Ubbergen.

      Tenslotte hebben de meeste grote natuurgebieden een eigen vriendenclub, wat varieert van leuke geitenwollensokken-gezelschappen die kennis delen tot Rotary-achtige verenigingen die een jaarlijkse sponsor-bbq houden en een Maserati verloten. (die laatste club was trouwens cruciaal bij de redding van het Naardermeer in de A6-A9-discussie. Het gebied ligt immers in de achtertuin van onder meer Linda de Mol. En dan wordt het lastig).

      Wat uiteraard ook helpt: kijk goed bij wie je eten koopt. Vaak hebben lokale biologische markten spullen van boeren die ‘weidevogelvriendelijk’ hun land beheren. Hoe meer zij verdienen, hoe beter zij hun hoofd boven water houden etc. en allicht navolging krijgen.

      *mijn woede over het ganzenakkoord is als volgt te verklaren: http://www.trouw.nl/tr/nl/5948/Dierenwelzijn/article/detail/4014020/2015/05/11/Ganzen-mogen-straks-overal-worden-vergast.dhtml)

  3. Hester says:

    Dankjewel voor het antwoord!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*