Het geluid van een zwerm vogels is eigenlijk niet te beschrijven. Zoals met zoveel zaken is het iets dat je moet ervaren: het gekrijs, de roep of de zang* is oorverdovend en toch wordt het overstemd door de vleugelslagen en de daarbij horende luchtverplaatsing. De zwerm spreeuwen die veel Nederlanders wel eens hebben gezien geven – als ze laag genoeg vliegen om het te horen – een soort slepende ruis. De vormen die de vogelwolken aannemen – vooral bij aanvallen van roofvogels spectaculair – doen denken aan een school vissen. Terecht: ze zoeken waarschijnlijk hetzelfde effect.

Grote spreeuwenzwermen zijn dit najaar weer te zien: als ze niet worden weggepest zijn ze te bewonderen bij de Jaarbeurs te Utrecht en het Laapersveld in Hilversum (pal naast station Hilversum Sportpark). Ongetwijfeld heeft iedere regio zo zijn eigen plekjes. Ik zou zeggen: ga het ervaren. Kijk, luister en voel de zwerm. Want voelen zul je ze: via de eerdergenoemde luchtverplaatsing, via wat ze in de lucht naar beneden laten vallen: kies dus de juiste kledij als je een grote groep vogels opzoekt.

Spreeuwen gehad en belangstelling voor meer natuurgeweld? Loop in het najaar eens langs het Jan vd Boschpad bij de Oostvaardersplassen. Als je geluk hebt zie je een veld vol ganzen de lucht in gaan omdat een vos het op zijn heupen krijgt. Of omdat er een zeearend langs zeilt. Niet leuk? Ga naar de Wadden en aanschouw hoe de duizenden steltlopers daar de lucht in gaan vanwege de vloed.

Geloof me als ik zeg dat je geen vogelaar hoeft te zijn om er de schoonheid van te zien. De spreeuwenwolk die begin 2011 boven Utrecht hing is daar een mooi bewijs van. Talloze journalisten en amateurfilmers legden vast hoe pakweg 60 duizend spreeuwen avond na avond een dans uitvoerden boven de stad. Soms werd het macaber – slechtvalken waren dol op de wolk – maar de aanwezigheid van twee slechtvalken maakten het schouwspel voor de meesten boeiender.

Bij grote hoeveelheden vogels hoort gemopper. En ja: waar een zwerm vogels neerdaalt wordt een park volgescheten of een weiland kaalgevreten. Regelmatig gaat de ambtenarij ook een eind mee met de klagers en worden verjagingsacties op touw gezet. Of erger. Ik herinner me Antwerpen halverwege de jaren 80: bij het Paleis voor de Schone Kunsten – bij ‘t Zuid, toen verpauperd en nu erg hip – hielden zich in de tuin tienduizenden spreeuwen op. Daar had de stadsreiniging een speciale stofzuiger voor. In een mum van tijd waren alle bomen spreeuwvrij en was de zwerm met een enkele reis naar de eeuwige jachtvelden gestuurd.

En dit verhaal gaat eigenlijk meer over die eeuwige jachtvelden dan over de spreeuw. Dat dit stuk juist op 1 september 2014 verschijnt op deze site is namelijk geen toeval. Het is maandag 1 september precies 100 jaar geleden dat Martha overleed. Vogelaars met enig historisch besef weten direct waarover ik het heb. En ik hoop maar dat er een of twee kranten bij dit moment stil staan: in dat geval zou bij meer mensen een belletje gaan rinkelen. Maar voor het geval dat niet gebeurt: Martha – vernoemd naar de eerste First Lady van de Verenigde Staten – was de allerlaatste Noord-Amerikaanse trekduif (Ectopistes migratorius). Ze overleed in de Cincinnati Zoo.

Wetenschappers waarschuwden onlangs nog dat we ons bevinden aan de vooravond van een nieuwe uitstervingsgolf. Veroorzaakt door de mens. De vorige grote implosie vond plaats rond de vorige eeuwwisseling. Martha was de laatste levende ziel van een van de prominentste slachtoffers.

Dat er in 1914 nog maar één Noord-Amerikaanse trekduif op de Aarde rondvloog, is op zich best bijzonder: halverwege de 19e eeuw werd de populatie-omvang geschat op 3 tot 5 miljard vogels. Daarmee was de soort waarschijnlijk de talrijkste vogelsoort van dat moment. Verslagen uit die tijd beschrijven een duisternis van enkele dagen als er een zwerm overvloog (ze bleven het liefst dicht bij elkaar). Er is geen voorstelling te maken van het lawaai, de stank en de reactie van mensen en dieren in de nabijheid van een miljard vogels. In een tijd waarin men het zelfs in Amerika sneller dan nu in het metafysische zocht, moet het onder de bevolking tot bizarre reacties hebben geleid. En stel je voor wat er zou gebeuren als zo’n enorme vlucht op dit moment boven Nederland zou opduiken. Mensen krijgen het hier soms al benauwd van enkele tienduizenden spreeuwen.

Over de oorzaak van de enorme aantallen is veel geschreven. Er zijn mensen die er van uitgaan dat de Noord-Amerikaanse trekduif altijd in die extreem hoge aantallen over het noordoosten van dat continent raasden, er zijn er die betogen dat de soort aanvankelijk profiteerde van de komst van Europese kolonisten.

Ofschoon de vogel meteen jachtwild was, hadden roofdieren en de in de regio woonachtige indianenstammen meer last van de nieuwe buren. Ze werden bejaagd, verjaagd, vermoord, besmet met ziektes waartegen de lokale bevolking niet was opgewassen. Ziektes als de pokken waren in de 19e eeuw voor Europeanen gevaarlijk, maar betekenden voor het gros van de native americans een zekere dood. De trekduif zou van het ontstane vacuüm hebben geprofiteerd en de populatie zou er door zijn geëxplodeerd.

Ik vind het een interessante theorie, maar vraag me af of de ecologische balans zo fragiel was. Oordeel vooral zelf: via de Engelse Wikipedia-pagina over de vogelsoort zijn tal van bronnen te vinden en de wetenschappers en schrijvers hebben stuk voor stuk langer over de soort en hun theorie nagedacht dan ik.

Want ik ben eigenlijk niet veel meer dan een sentimentele vogelaar die af en toe dagdroomt van een zwerm duiven die drie etmalen het licht laat verdwijnen. Had ik graag eens gezien. En nee, ik ben niet naïef: in de praktijk zou een zwerm van die omvang in dit tijdperk niet kunnen. Vliegverkeer zou worden ontregeld, allicht satellietverkeer ook, met alle gevolgen van dien. In dat licht is het haast niet te geloven dat de Noord-Amerikaanse trekduif geen soort is van tienduizend jaar terug, maar van de vorige eeuw. Toen de laatste stierf was mijn oma bijna tien weken oud. Van haar nam ik ruim zes jaar geleden afscheid. Als je er zo naar kijkt, is die zwerm bijna binnen handbereik.

Natuurlijk: in 1914 was er nog maar eentje over. In een dierentuin. Een hoogbejaarde vogel, die eigendom was geweest van een wetenschapper die rond de eeuwwisseling een vergeefse poging had gedaan om de soort te redden met een fokprogramma.

In 1900 werd voor het laatst een wilde duif gedood en als jachttrofee geregistreerd. Verdwenen. Na een eeuw waarin de vogel een populaire voedselbron was geworden voor met name de arme inwoners van Amerika. De afgrijselijke manier waarop nestgronden werden ‘geoogst’, zijn beschreven door de legendarische bioloog John James Audubon en zijn zo bewaard voor onze generaties. In tegenstelling tot de soort. **

Er wordt wel betoogd dat het de bedoeling was dat de trekduif verdween. Er is wel iets voor de suggestie te zeggen: een land temmen en zijn oorspronkelijke bewoners tot onderwerping dwingen is lastig als er vijf miljard vogels in zwermen over een groot deel van het continent vliegen. Ik schetste hierboven al de gevolgen die zo’n zwerm zou hebben in  2014, maar ik kan me zeker ook voorstellen dat een 19e eeuwse boer niet blij was als ze kwamen aangevlogen terwijl hij net zijn land had ingezaaid.

Maar totale verdwijning? Daar gingen de nieuwe Amerikanen ook niet voor bij de bizon: die moest net als het land worden getemd, maar er is een gekoesterde restpopulatie. Datzelfde geldt voor de zeeotter, de zwartvoetbunzing en de Californische condor. Vooral om die laatste twee soorten te redden werd kosten noch moeite bespaard. En er is – goddank – resultaat geboekt. Of het resultaten zijn waarmee de soorten weer een paar eeuw door kunnen moet natuurlijk nog blijken, maar het ziet er goed uit.

De Noord-Amerikaanse Trekduif was rond 1900 niet meer te redden. Alle vogels die de eeuwwisseling haalden waren broers en zussen en die hielden vanzelf op met broeden. Tussen 1902 en 1914 was Martha de eregast op een mausoleum dat voor deze bijzondere soort was ingericht, vernoemd naar de eerste first lady van een samenleving die het lot van de trekduif bezegelde. En op 1 september 1914 werd het laatste hoofdstuk afgerond. Missie mislukt.

Geen idee hoeveel er hier destijds over geschreven is. Gelet op het jaartal zullen de meeste dagbladen andere prioriteiten hebben gehad en was het niet meer dan een voetnoot. Honderd jaar later weten de meeste mensen zelfs niet dat er ooit een vogelsoort was die de dag in een nacht veranderde. Maar alle praktische bezwaren ten spijt: ik had het graag eens ervaren, zo’n überzwerm.

Thijs kreeg voor zijn zevende verjaardag een geeltje van de oma die in dit verhaal figureert en kocht er Elseviers Gids voor de Vogels van Europa van: zijn eerste serieuze vogelboek. Sinds die dag duikt hij regelmatig op in het veld met een verrekijker om zijn nek. De Noord-Amerikaanse trekduif zag hij verschillende keren, maar opgezet in een museumvitrine of met een label om zijn poot in de la van een academische collectie. Ook in Nederland zijn in verschillende collecties geconserveerde exemplaren te vinden.

 

*Een beetje afhankelijk van de soort: het geluid van een grote groep meeuwen is gekrijs, steltlopers roepen, lijsters en de meeste andere vogels zingen…en zo kan ik nog wel even doorgaan.

**Wie geen trek heeft in een lugubere passage uit een historische tekst maar wel een idee wil: check een van de PETA-filmpjes over hoe een pluimveehouder zijn kippen samenveegt en er vervolgens een soort stofzuiger/hakmolen op zet ten bate van de fastfood-industrie. Maar dan zonder de techniek waarmee nu wordt gewerkt. In plaats daarvan werden honderden mensen ingezet die alleen hun handen hadden. Je kunt het ook laten zitten, trouwens.. die filmpjes zijn niet goed voor je humeur.

Naschrift

De dierentuin waar Martha overleed was in 1918 nog eens het decor van een dieptepunt in de natuurhistorie: toen overleed er de allerlaatste Carolina Parakeet in de Cincinnati Zoo. Van alle papegaaien had deze soort de noordelijkste verspreiding. Behalve overbejaging had de soort te duchten van Europese bijen, die met de kolonisten de Atlantische Oceaan overstaken.

Amerikanen zijn dol op sequels en ook het verhaal van de Noord-Amerikaanse trekduif krijgt mogelijk een vervolg: al enige jaren gaan er in de VS stemmen op om de soort met hulp van oude DNA en verwante duivensoorten te klonen.


Afbeeldingen:

Martha, a Passenger Pigeon uit het publieke domein via Wikimedia Commons.

Martha_last_passenger_pigeon_1914.jpg uit het publieke domein via Wikimedia Commons.

Mershon’s The Passenger Pigeon (Audubon plate) door John James Audubon (1785–1851).

Passenger_pigeon_shoot uit het publieke domein via Wikimedia Commons.

Tagged with:
 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*