Wat wil je worden?” Vraagt de juf aan de kinderen in de kring.

Mijn zoontje kijkt naar een kinderprogramma.

“Politieman!” steekt een koter van wal. “Bakker!” Vult zijn buurman aan.

En zo gaat het door… “Brandweerman!”, “Ik ook politie!”. “Ik zou graag juf worden juf!”, vleit een meisje haar juf.

“ohhh, wie wil er nou juf worden?”, interrumpeert haar baldadige buurman. “Ik wil soldaat worden!”.

“Ik wil dolfijnentrainer worden!”, zegt de snotneus die afgelopen weekend waarschijnlijk naar het dolfinarium ging met zijn ouders.

“ohhh! Ik wil ook dolfijnentrainer worden!” vult zijn buurmeisje aan. “Ik ook!” zo corrigeert de eerste politieman zichzelf nog net op tijd.

Zonder dat zij het doorhadden werden zij een dankbare inleiding voor mijn column. Niet dat ik ter discussie wil stellen dat dolfijnentrainer een prachtig beroep is, met een ongeëvenaarde maatschappelijke en economische relevantie, maar als iedere kleuterklas over twintig jaar tenminste drie dolfijnentrainers produceert, investeer ik vanavond nog in aandelen Vitens.

Wat flauw Joep. Het zijn maar kinderen. Die moeten dromen.

Dat weet ik. Mijn kinderen – de oudste is nu twee – mogen de komende veertien jaar ook nog gewoon dat prachtige beroep van dolfijnentrainer najagen. Maar als ze dat op hun zestiende nog steeds doen begin ik me toch zorgen te maken.

Veel zestienjarigen weten nog niet wat voor werk ze over, pak ‘m beet, zes jaar willen doen. Veel inspirerende dertigjarigen overigens nog steeds niet. Tot die tijd kiezen ze dus vooral wat ze interessant vinden. Is dat zo’n drama?

Niet per sé. Dat er in Nijmegen jaarlijks tientallen filosofen en historici worden opgeleid voor ongeschoold werk is misschien wat suboptimaal, maar het valt in het kader van het intellectueel verheffen van het volk wat mij betreft te verantwoorden. Maar wat moeten we met het overschot van de honderden over het paard getilde managementwetenschappers die we jaarlijks produceren?

Hoe stimuleer je studenten om een ‘nuttige’ studie te gaan volgen? En als ze die studie hebben gekozen, hoe krijgt men het zover dat ze ook een beetje hun best doen?

In een maatschappij met een gezonde economie, waar 95% van de rijkdom dus niet in handen is van een kleine fractie dikke-nekken, geldt: ‘If you pay peanuts, you get monkeys’. Het omgekeerde is trouwens niet waar: exorbitante salarissen garanderen geen topvaardigheden, slechts graai-skills. Een salaris dat ruim 10x zo hoog is als dat van de schoonmaakster in dezelfde onderneming kan ik in ieder geval niet rechtvaardigen.

In het geval van studenten geldt volgens mij een variant op dit citaat: ‘Treat’m like dogs, you’ll get dogs‘. Zonder vrijheid en verantwoordelijkheid krijg je misschien prachtige synchroon-marcherende Noord-Koreaanse legers, maar geen geïnspireerde denkers die alternatieve paden durven te bewandelen. Braaf kwispelende bedrijfspoedels die precies de trucjes uit het boekje reproduceren. Op z’n best.

Hoe gaan we dan met onze studenten om? De open deur van ‘kwalitiatief goed en inspirerend onderwijs’ zal ik reserveren voor de discussie die hopelijk volgt. Volgens mij moet eventueel beleid in ieder geval grofweg de volgende drie zaken tot doel hebben:

  1. Studenten te motiveren de mouwen op te stropen bij wat ze doen
  2. Studenten die niet op de juiste plek zitten doorverwijzen
    en
  3. Het systeem te verlossen van studenten die het zinloos belasten

Studenten op de juiste plek krijgen moet natuurlijk vooral gebeuren vóór de start van de studie. Het propedeusejaar moet studenten die niet op hun plek zitten daar zo vroeg mogelijk mee confronteren. Deze confrontatie verlost ons tegelijkertijd van studenten die het systeem zinloos belasten. Een student die slecht voorbereid een tentamen maakt – en dus laat nakijken – belast het systeem nodeloos intensief. Daarmee ga ik er natuurlijk vanuit dat een tentamen een waardige toets is, en dús niet multiple-choice.

Aan de andere kant, een student die twee jaar lang slechts 50% van de vakken volgt omdat hij er een bestuursfunctie of beginnend bedrijfje naast runt, haalt misschien evenveel studiepunten als de luie student. Het verschil is echter dat hij ook maar de helft van de practica en tentamens bijwoont, en het systeem daarom ook maar half belast. Een student die faalt voor de helft van de vakken die hij daadwerkelijk volgt (!!!) zit niet op de juiste plek en moet het misschien maar eens elders proberen. Dat scheelt kosten en frustraties. Het houdt docenten en de andere studenten gemotiveerd, en het maakt aanwezigheidsplicht en andere truttigheden overbodig.

En voor wat betreft alle studenten die ondanks alles toch nog steeds dolfijnentrainer willen worden… ik wil ook dolfijnentrainer worden.

 

Op 13 mei sprak Joep bovenstaande column uit voorafgaande aan een debat “Waarom wil ik dit?” georganiseerd door AKKUraatd, LSVb, Postelein en SPiN.

8 Responses to Dolfijnentrainers (gesproken column bij debat studiemotivatie)

  1. Janos Betko says:

    Interessant stuk. Ik ben bang dat een salaris dat 10x hoger is dan de schoonmaker eigenlijk aan de orde van de dag is, en de excessen salarissen van 200x en meer dat van de schoonmaker zijn, maar dat terzijde.

    Inhoudelijk ben ik het vrijwel volledig met je eens, vandaar dat ik de overgang naar je drie ‘beleidsdoelen’ niet zo goed kan volgen. Van de drie punten die je noemt gaat er maar 1 over studenten inspireren. Beide andere punten gaan, in iets andere bewoordingen, in dat studenten die ‘niet goed genoeg zijn’ weg moeten.

    En daar wringt de schoen. Want het is de instelling die bepaalt of de student voldoet, die de regels stelt en die de hoepel op een bepaalde hoogte houdt (hup, fikkie!). Een norm van 50% gemaakte tentamens halen houdt nog steeds geen rekening met opstartproblemen, slechte colleges, ongemotiveerde docenten in het eerste jaar en de laatbloeiers onder de studenten.

    Tuurlijk, veel beter dan de huidige ellende met 60EC-BSA’s en het hele rendementscircus dat is opgetuigd, maar in essentie is het nog steeds een versie van ‘treat ’em as dogs’, alleen wordt de hond wat beter behandeld.

    Het enige systeem dat recht zou doen aan de jongvolwassenen die studenten zijn, is enerzijds hard en eerlijk oordelen op de inhoud (een 5 is een 5 en nooit een 5,5) en anderzijds volledig afzien van dwang van de opleidingen/instellingen. Tenminste, als we willen dat studenten aan het eind van de rit zelfstandig zijn.

    • J. says:

      @Janos: Ik denk dat er wel veel overlap zit tussen studenten inspireren, studenten uitdagen en wat van studenten verlangen. Een inspirerende omgeving krijg je ook door ‘de lamballen’ te verwijderen of te dwingen wat te gaan doen. Als de cultuur is dat het stoer is je college niet voor te bereiden wordt het natuurlijk nooit wat met dat onderwijs.
      Anderzijds denk ik net als Joep dat het ook voor mensen zelf beter is dat als zij hun vaardigheden elders beter kunnen ontwikkelen, dat het goed is dat vroeg te weten. (Het zou niet het hoogste doel moeten zijn universiteit te halen, ik denk dat bijv. HBO beter past bij sommige mensen.)

      Dat gezegd hebbende denk ik ook wel dat je alleen maatregelen die iets dergelijks beogen alleen moet invoeren als je ook andere wijzigingen doorvoert. Dus niet een BSA invoeren, zeker geen 100% BSA, en verwachten dat zo’n lompe maatregel werkt zonder andere aanpassingen in het onderwijs.

      Als je zou kunnen bewerkstelligen dat er alleen nog maar serieuze betrokken studenten zijn, zou je bijvoorbeeld ook medezeggenschap en beoordeling en sturing van onderwijs door studenten een belangrijke rol kunnen laten spelen.

      (Maar goed, ik preek hier waarschijnlijk voor eigen parochie.)

  2. Jasper van s says:

    Goed stuk alleen ik ben als management 2 voudig afgestudeerde wel zwaar beledigd. GRRRRR

  3. Ruud Vos says:

    Als mijn kind op zijn 16de nog steeds zegt dat ‘ie dolfijnentrainer wil worden, gaan we even gezellig samen de filmdocumentaire The Cove kijken.

    • Linkse rakker says:

      Precies wat ik dacht. Wat mij betreft wordt het beroep van “dolfijnentrainer” ASAP afgeschaft.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*