Mijn grootste ergernis tijdens de verkiezingscampagnes betreft peilingen. Niet eens zozeer het feit dat er wel eens gepeild wordt, maar het feit dat er dagelijks door verschillende bureaus peilingen naar buiten worden gebracht. Op zichzelf zou dat ook niet zo bezwaarlijk zijn, als men maar juist interpreteert. Nu tracht men dagelijks ieder zeteltje verschil te verklaren. Terwijl er in ‘werkelijkheid’ wellicht niets verschoven is. Opiniepeilers vergeten altijd te zeggen dat 34 zetels voor de VVD betekent dat met (vaak) 95 procent zekerheid kan worden gezegd dat het aantal zetels dat de VVD zou halen als er vandaag Tweede Kamer verkiezingen zouden zijn, tussen de 32 en 36 ligt. Een verschuiving naar 35 zetels (dus een marge van 33 en 37 zetels) geeft een overlap van vier zetels.

Maurice de Hond krijgt echter iedere dag ruim de tijd om al die kleine verschuivingen toe te lichten in De Wereld Draait Door. Oei, de SP is een zetel kwijtgeraakt. Dat moet komen door het optreden van Roemer, zo legt De Hond ons uit. De groei van twee zetels (in één dag tijd) bij de PvdA komt vast door de stropdas van Samsom. Onzin! Om twee redenen: de gelegde verbanden zijn niet te bewijzen en er is wellicht helemaal geen verschuiving in zetels (behalve een veranderd gemiddelde).

Daarnaast hebben peilingen de nare bijwerking dat ze verkiezingen niet alleen voorspellen maar ook bepalen. Mensen horen graag bij het winnende team. Als de peilingen Samsom als grootste groeier aanmerken, dan moet hij wel goed zijn en trekt hij meer stemmers aan. Dat geeft peilers een enorme verantwoordelijkheid, daar het haast spelen met het functioneren van de democratie is.

Moet er dan helemaal niet meer gepeild worden? Nee zeker niet, maar er moet wel minder gepubliceerd worden. De Hond, TNS/NIPO en Een Vandaag moeten er vooral dagelijks op los peilen, maar ze zouden slechts eens per week de kans moeten krijgen hun bevindingen naar buiten te brengen. Gewoon het weekgemiddelde. Zo worden trends inzichtelijk en dat is waardevol.

Roemer stelde zondag in Buitenhof voor om peilingen in de week van de verkiezingen te verbieden. Geen slecht idee. Men hanteert deze regel in Frankrijk en daar bevalt het goed. Geen hijgerige scoops over een zetel winst of verlies voor partij X of Y en we voorkomen dat peilingen de verkiezingsuitslag gaan bepalen. Als bezwaar noemde Roemer het beperken van de vrijheid van meningsuiting. Daar heeft hij ook een punt. Ik acht een verbod dan ook niet haalbaar (en misschien ook niet wenselijk), maar het idee is wel prettig. Nu hypen media, gesteund door opiniepeilers, de explosieve groei van Samsom/PvdA. Ik zal niet zeggen dat hij het tij niet heeft weten te keren, maar wat er feitelijk van klopt moet nog blijken. Mensen overwegen nu wellicht strategisch op de PvdA of VVD te gaan stemmen, wat zal resulteren in een leegloop bij D66 en SP (eventueel GroenLinks). Maar waar baseren ze zich op? Alle peilingen zeggen iets anders. In sommige peilingen staat het 35-35 in zetels. Dat kan echter zomaar 33 versus 37 zetels betekenen. Een verschil van ruim 250 duizend kiezers en dat overbrug je niet met een paar strategische stemmen.

Tagged with:
 

4 Responses to Eén peiling is het probleem niet

  1. Friso Woudstra says:

    Prima gezegd en ik ben het er helemaal mee eens. Als het aan mij ligt zou de opiniepeiling volledig verboden worden. Ik weet niet precies of een enkele opiniepeiling zo nu en dan schade doet aan de democratie, maar ik weet zeker dat de democratie er niet door geholpen wordt. Voorkom trends en machtsverschuivingen op basis van niet tellende stemrondes.

  2. Arno says:

    @Friso: Toe maar, jij gaat wel heel grof om met de vrijheid van journalistiek en meningsuiting… Ja, dat er een probleem is is duidelijk, maar de media zouden hiervoor vooral bij zichzelf te raden moeten gaan. Misschien moeten kijkcijfers minder belangrijk worden voor de publieke omroepen. Eventueel is een verbod in de laatste paar dagen te bespreken, maar zoals Roemer terecht stelt is dit zeker in conflict met basale vrijheden.

    En een lesje statistiek voor de Hond zou ook zeker geen kwaad kunnen.

  3. Hwb says:

    Uit mijn studie meen ik mij te herinneren dat er voor het bandwagon-effect (aansluiten bij de winnende partij, omdat mensen graag bij winnaars horen) geen empirisch bewijs is. Het is een theorie die aardig en leuk klinkt, maar daadwerkelijk aangetoond is het (meen ik) nooit. Voor zover er empirisch bewijs is, wijst dat op het tegenovergestelde (althans, dat meen ik mij te herinneren van zo’n 4-10 jaar geleden).

  4. Joris Blaauw says:

    Ik ken een studie van Mehrabian, ergens eind jaren negentig, waarin het bandwagon-effect heel duidelijk wordt bewezen tijdens de Amerikaanse presidents verkiezingen. Volgens mij zijn er meer studies die het gelijk van de studie aantonen (of niet bewijzen dat de theorie onjuist is), maar dat durf ik niet met zekerheid te zeggen.
    Los daarvan voegen mensen zich mogelijkerwijs naar een verandering in het electoraat dat er in werkelijkheid niet is. Dat is m.i. echt problematisch bij het dagelijks presenteren van peilingen (zonder het statistisch voorbehoud te benoemen).

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*