Het EK voetbal. In alle eerlijkheid hoeft al die topsport van mij niet zo. Ik vind sport kijken in beginsel gewoon te saai. 90 minuten – exclusief schwalbetijd – naar een paar mennekes kijken die achter een bal aan hollen. Ideaal voor de kleine Joep die daardoor twintig jaar geleden langer op mocht blijven, maar anno 2012 heb ik eigenlijk wel wat beters te doen.

In de Toto van onze onderzoeksafdeling overleefde mijn Nederland de groepsfase ook al niet voordat Denemarken succesvoller bleek dan onze over het paard getilde poes in z’n hempie. Dat neemt niet weg dat ik de lol best inzie van de zogenaamde “Oranjegekte”. Mensen die hun huizen en straten met de meest lelijke decoraties oranje doen kleuren. Fans die elkaar in de kroeg opzoeken om bedwelmd de zogenaamde voetbalhelden toe te juichen en elkaar bij tegenslag op een schedelbasisfractuur tracteren. En niet te vergeten natuurlijk de smakeloze grapjes over Duitsers. Daarvan ga ik zelfs bijna overstag.

De gezelligheid, het slappe geouwehoer over dit volkse cultuurevenement door mensen die er “verstand van hebben”, en de saamhorigheid. Allemaal leuk hoor. Een breed gedragen excuus voor een feestje is sowieso zelden mis. Maar de door sommigen bijna veronderstelde nationale rouw als Nederland weer eens uitgeschakeld wordt, daar bedank ik voor. Get over it.

Net als de slechte grapjes over Duitsers vind ik het Oranjegevoel best mooi, maar mensen moeten het niet gaan menen.

deze column verscheen eerder op Radboudnet

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*