Nu het besluit over Mauro genomen is, staat de Nederlandse samenleving voor een interessante keuze. Gaan we ons nieuw hervonden gevoel van medemenselijkheid inzetten in een breed debat over migratie en asielbeleid? Of laten we de minder mediagenieke gevallen onzichtbaar aan ons voorbijgaan, totdat we een nieuw knuffelbaar geval hebben ontdekt om een hype van te maken?

De ‘volkswil’ inzake Mauro is opmerkelijk gespleten. Eerst kiest een meerderheid van het volk voor een kabinet dat zich laat voorstaan op een uitermate streng deportatiebeleid. Vervolgens raakt 85% van diezelfde bevolking ontsteld wanneer blijkt wat dit beleid in de praktijk betekent. Men hoeft geen wiskundige te zijn om te zien een deel van de bevolking duidelijk niet weet wat het wil. Wat dat betreft had de verdediging van Leers & Co. bijzonder simpel kunnen zijn: “Wij doen slechts consequent wat u ons heeft opgedragen. Uw regels zijn onze regels.”

De affaire-Mauro vertoont zo een interessante parallel met het debat over dierenwelzijn. Enerzijds loopt men massaal te hoop tegen de verwaarlozing van anderhalf paard in Brinkdammerveen en eist men dierenpolitie. Anderzijds gaat de structurele marteling van miljoenen dieren gewoon door. Eisen dat Mauro moet blijven zonder daarbij het asielbeleid ter discussie te stellen, is net zoiets als ageren tegen de bio-industrie, maar wel kiloknallers blijven kopen.

Deze gespletenheid lijkt te liggen in de verschillende wijze waarop we over het individuele geval en het beleid als geheel praten. Bij Mauro (en eerder bij Sahar) wordt het debat gevoerd in termen van rechtvaardigheid, menselijkheid en sympathie, tegenover de eenduidige toepassing van de wet. Het immigratiedebat als geheel drukken we echter al sinds enige tijd uit in termen van vermeende dreiging, bescherming en ‘volkszuiverheid’, versus internationale verantwoordelijkheid en economisch nut. Beide discussies gebruiken dus een volledig andere taal en spelen zich zo af in totaal andere arena’s. Dat bleek zelfs uit de wensen van de Mauro-beschermers. Geen herziening van het asielbeleid, geen discussie over de rechtvaardigheid van de huidige aanpak, maar hooguit een vraag om de discretionaire bevoegdheid ruim in te zetten. Zelfs tegenstanders van Leers erkenden zo de uitzonderlijkheid van dit geval, door hun roep om rechtvaardigheid en menselijkheid ten hoogste op een beperkte groep asielzoekers van toepassing te verklaren. Maar het creëren van uitzondering schept meteen grenzen. Door mededogen op één persoon of groep van toepassing te verklaren, geven we aan dat anderen dat blijkbaar niet verdienen.

Structureel beleid en het individuele leed zijn niet van elkaar los te koppelen. Het geeft geen pas voor de ’85%’ om morele verontwaardiging over een knuffelbaar geval tentoon te spreiden, terwijl ze tegelijkertijd een ‘wir haben es nicht gewusst’ uitspreekt over de onzichtbare meerderheid.
Laten we dus consequent zijn, en onze asielpolitiek beoordelen met dezelfde criteria als het geval van Mauro. Als 85% van de bevolking daadwerkelijk geeft om menselijkheid en rechtvaardigheid, hoeven we niet bang te zijn voor precedenten en pardons. We kunnen kiezen voor een immigratiebeleid dat rechtvaardig is in plaats van restrictief en asielzoekers langs een menselijke maatstaf legt in plaats van turfjes op het immigratiequotum. Of we kunnen Leers over laten gaan tot de orde van de dag, de onzichtbare Mauro’s laten deporteren en pas weer in het geweer komen als iemand knuffelbaar en mediageniek genoeg is om ons gevoel van menselijkheid wakker te schudden.

2 Responses to Nederlands asielbeleid: Over tot de orde van de dag?

  1. Janos says:

    Op zich ben ik het wel met je eens dat er een zekere schizofrenie zit in hoe gesproken wordt over een individu tov ‘het beleid in het algemeen’, al is het natuurlijk veel makkelijker om in termen van menselijkheid te praten over een mens en in termen van strengheid over beleid. Maar eens, het contrast is erg groot

    Maar op sommige punten overdrijf je imho. De immigratiediscussie wordt slechts in beperkte kringen in termen van ‘dreiging’, laat staan ‘volkszuiverheid’. En dat zijn zeker niet de termen die gebruikt worden in het pro-Maurokamp.

    Volgens mij is de spanning in de asieldiscussie meestal niet tussen menselijkheid en ‘volkszuiverheid en enge buitenlanders’, maar tussen menselijkheid en de praktische (economische) realiteit. Zoals ik het zie: vanuit gevoel voor menselijkheid zou je iedereen het land in willen laten die elders op de wereld een rotleven in bittere armoede heeft. In praktische zin zou iedereen voor wie dit geldt hierheen halen echter betekenen dat iedereen in NL in diezelfde armoede zou mogen delen.

    Daarom zal een immigratiebeleid altijd restrictief (moeten) zijn, al is een quotum natuurlijk kutbeleid (kijkt puur kwantitatief en niet inhoudelijk/kwalitatief naar waar het echt om gaat, namelijk of mensen asiel nodig hebben – die menselijke maat is idd nodig). De redenering dat economische vluchtelingen in de regel buitengehouden worden, tja, die snap ik echter wel.

    Wat de situatie van Mauro echter zo droevig maakt, bovenop wat voor iedere asielzoeker geldt, is echter 1) dat oa het falen van de NL overheid er voor gezorgd hebben dat zijn situatie is zoals die is (en dat hij over ruim 8 jaar een gezinsleven heeft opgebouwd en er vaak onzekerheid is geweest over of hij al dan niet terug zou moeten) en 2) dat de politiek, ook (juist) de regeringspartijen) de suggestie gewekt hebben dat hij zou mogen blijven.

    1) zou reden hebben moeten zijn waarom Leers gewoon zijn bevoegdheid had moeten gebruiken om hem te laten blijven, 2) is hopelijk de reden dat een heleboel mensen van regeringspartijen al een tijd slecht slapen, wakker gehouden door hun knagend geweten.

    • Frank says:

      Ik denk dat de invloed van o.a. de PVV op het immigratiedebat sterker is dan men ogenschijnlijk zou vermoeden. Ik observeer al een tijdje dat ook ‘op links’ men gevangen zit in het discours van de PVV. Natuurlijk vindt men daar immigranten geen dreiging, maar men praat wel in die termen. M.a.w., voorstanders van een menselijke migratiedebat vragen niet zozeer om een humaner beleid, maar gaan in plaats daarvan ‘aantonen’ dat de vermeende dreiging niet bestaat. Ze zijn het weliswaar met de analyse oneens, maar praten wel in de termen daarvan.

      Natuurlijk ga ik niet beweren dat we iedereen maar op moeten nemen. Maar momenteel gaat dat verder dan wat economisch al dan niet haalbaar is. We sturen mensen terug naar landen waarvoor BZ duidelijk een negatief reisadvies heeft afgevaardigd. Denk aan Afghanistan, delen van Somalië of Iran. Dat heeft, mijns inziens, weinig met economische draagkracht te maken, maar meer met het feit dat deze mensen vaak moslim zijn en deze regering aan het immigratiequotum van haar gedoogpartner vast zit.

      De situatie van Mauro vind ik dan ook in zoverre irrelevant dat ik het niet zie als een anomalie, maar als een structureel probleem van ons beleid. Vandaar dat het me zo irriteert dat deze discussie is blijven steken in termen van het individuele geval, terwijl er genoeg asielzoekers zijn met even schrijnende verhalen die de voorpagina’s van de kranten niet redden. Vandaar mijn oproep om de criteria uit het Mauro debat ook op het asielbeleid in het geheel toe te passen, en niet alleen op een mediageniek geval.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*