In 2008 organiseerde de Inspectie van het Onderwijs een aantal symposia over excellentie in het hoger onderwijs. Op 9 april was er eentje waarin de nadruk lag op de inbreng van studenten. Ik was destijds bestuurslid bij de Landelijke Studentenvakbond (LSVb) en had de schone taak  een lezing te geven over excellentie in het onderwijs.

Dik acht jaar later gooi ik het stuk nu  alsnog een keer hier op Vrij-zinnig als longread. De reden hiervoor is dat de discussie nog steeds actueel is. Op de website van Folia, het universiteitsblad van de Universiteit van Amsterdam, is momenteel veel discussie naar aanleiding van de commissie die onderzoek deed naar mogelijkheden voor democratisering en decentralisering. Het valt me daarbij op dat er een aantal mensen is dat vrij vocaal verkondigd dat het tegenwoordig zo geweldig gaat in het onderwijs en hoe verschrikkelijk het is dat mensen vroeger een paar jaar langer over hun studie deden. En hoe actueel mijn boodschap van acht jaar geleden nog was.

De kern van onderstaande lezing is de volgende: er is de afgelopen jaren door beleidsmakers (van zowel de rijksoverheid als op instellingen zelf) een beleid gevoerd dat ‘excellentie’ bevordert. Dat heeft zich gericht op heel specifieke vormen, zoals University Colleges, topmasters en honourstrajecten. Aan de andere kant is beleid gevoerd om studenten te ontmoedigen langer over hun studie te doen en hebben studenten minder vrijheid gekregen hun eigen programma in te richten.

Dit is raar en tegenstrijdig. Juist omdat studenten vroeger veel vrijheid hadden, was er mogelijkheid tot maatwerk. Bijvoorbeeld in het kiezen van het eigen programma en in de mogelijkheid om uit te lopen. Studenten konden voor dat afstudeeronderzoek kiezen waar ze passie en intrinsieke motivatie hadden, al sloot het niet 100% aan op hun opleiding. Konden gewoon uit interesse en ter verbreding extra vakken volgen bij andere studies of instellingen. Konden zonder draconisch hoog collegegeld een tweede studie doen na de eerste. Konden uitlopen zonder aan te lopen tegen een ‘harde knip’ (de harde scheiding tussen bachelor en master, waardoor een geringe uitloop in de bachelor vaak leidt tot een vol jaar studievertraging). Konden helemaal los gaan bij hun studentenvereniging, -vakbond of studievereniging, met het organiseren van en deelnemen aan studiereizen, symposia en andere activiteiten. Door beleid is dit grotendeels onmogelijk gemaakt, of ten minste danig onaantrekkelijk.

Hoe fijn het ook is dat er University Colleges zijn gekomen en er honourstrajecten zijn voor hen die daar aan mee willen doen: het is uitermate beroerd als dat de énige geaccepteerde manier is voor studenten om zich te onderscheiden. In plaats van differentiatie krijg je dan eenheidsworst.

Maar voor ik al mijn kruit verschoten heb: lees hieronder vooral verder voor een uitgewerkte versie, met voorbeelden, anekdotes en meer onderbouwing.

 

9 april, 2008

In deze bijdrage wil ik betogen dat er meerdere soorten van excellentie zijn. Waar de ene soort met alle mogelijke middelen wordt gestimuleerd en aangemoedigd, worden andere soorten excellentie afgeremd en tegengewerkt.

Dit is jammer. Aan de hand van twee voorbeelden zal ik aangeven welke soort excellente studenten langzaam tot de bedreigde diersoorten gerekend moeten worden, en waarom dit het gevolg is van het door OCW en instellingen gevoerde beleid. Ten slotte hoop ik een handreiking te geven over wat we kunnen doen om meerdere soorten excellentie in het hoger onderwijs te stimuleren.

Als er gesproken wordt over excellentie in het onderwijs is het eerste dat aan de orde komt vaak de definitiekwestie: “Wat is excellentie eigenlijk?” Tot nu toe is niemand in staat geweest een eenduidige definitie te geven. Ons ministerie van OCW in ieder geval niet. En dat is  eigenlijk heel vreemd, omdat er wel wél beleid op wordt gemaakt. Bijvoorbeeld in de nieuwe bekostigingssystematiek. Waar onze overheid nog maar één studie wil bekostigen, zou gekeken worden naar uitzonderingen voor ‘de excellente student’. Omdat deze definitie echter niet is gevonden, is deze maatregel geschrapt. Dat is niet alleen jammer, maar toont ook aan hoe moeilijk het is om een juiste definitie te geven.

Maar al is er geen definitie, er is wel degelijk een trend te zien in hoe over excellentie wordt gedacht. En de dominante richting daarin is zorgwekkend. Het huidige beeld van de excellente student wordt namelijk bepaald door rendement, hoge cijfers en honourstrajecten. Studenten worden excellent gevonden wanneer ze in vier jaar cum laude hun master (of in het hbo: hun bachelor) halen, met een honoursprogramma erbij, of wanneer ze een reasearchmaster hebben gedaan. Bij voorkeur bepaalt de opleiding of instelling of een student wel goed genoeg is voor zo’n honours- of researchtraject.

Van deze manier van denken is een aantal voorbeelden te geven. Bij de uitnodiging voor dit symposium stuurde de Inspectie een document  waaruit blijkt hoe er in 2007 gedacht werd over excellentie. De studentkenmerken die hierin worden genoemd, zijn onder meer studietempo, goede resultaten in de huidige en de voorgaande studieloopbaan en dat studenten geselecteerd zijn.

Het Hoger Onderwijs Persbureau berichtte onlangs over een uitgelekte conceptnota met afspraken tussen het ministerie van OCW en de vereniging van universiteiten (VSNU). De nota gaat over extra geld dat OCW geeft aan universiteiten voor een kwaliteitsimpuls. De voorwaarden die in het concept gesteld werden, waren het percentage studenten dat een honourstraject volgt en het percentage studenten dat snel afstudeert.

Een ander voorbeeld: het ‘Siriusprogramma’ is onlangs begonnen. Het is een excellentieprogramma dat volgt uit de ‘ruim baan voor talent’ experimenten, die vooral gingen over selectie aan de poort en collegegelddifferentiatie. Met als doel excellentie te bevorderen wordt vijftig miljoen aan FES-gelden via dit programma verdeeld over instellingen. Er zijn met vertegenwoordigers van vrijwel alle instellingen expertmeetings gehouden om over excellentie te brainstormen. Er werd nagedacht over wat excellentie precies is, hoe het is te meten en hoe het bevorderd kan worden. Ook in de resultaten van deze brainstorm en in de uiteindelijke kaders voor het Sirius-project komen studiesnelheid, selectie, cijfers en honourstrajecten uitgebreid terug.

Laat er geen misverstand over bestaan: het is goed dat er excellente studenten zijn die snel studeren, een honourstraject volgen en hoge cijfers halen. Méér mogelijkheden voor studenten is geweldig, en honourstrajecten en researchmasters vallen hier onder. Dat excellentie via deze wegen gestimuleerd wordt is goed.

Maar er is ook een keerzijde. Er is namelijk een grote groep studenten die niet voldoet aan deze criteria maar wél (aantoonbaar) excellent is. En terwijl beleid wordt gemaakt om de ene soort excellentie te bevorderen, wordt het een ander soort excellentie steeds moeilijker gemaakt.

Neem de studentenorganisatie ‘United Netherlands‘. In 2004 deden twee Nijmeegse studenten, puur uit interesse en motivatie, aan Harvard University mee aan de Model United Nations. Een Model United Nations (MUN) is een simulatie van de Verenigde Naties waarbij iedere delegatie een bepaald land voor zijn rekening neemt en waarbij dagenlang een VN vergadering gesimuleerd wordt. De grote MUN’s worden begeleid door de VN zelf, internationale experts en door de beste hoogleraren . Harvard’s MUN geldt als de grootste en belangrijkste ter wereld: bijna 3000 studenten uit meer dan 30 landen doen mee.

Die twee Nederlandse studenten kwamen, zagen en vonden het geweldig. Ze richtten in Nijmegen United Netherlands op om vaker aan dit soort activiteiten deel te kunnen nemen. Het daaropvolgende jaar keerden ze terug naar Harvard met meer mensen. Dankzij een betere voorbereiding nam de delegatie een paar individuele prijzen mee naar huis. Het volgende jaar werd de deelname nog serieuzer: er kwamen maar liefst acht individuele prijzen mee naar Nijmegen en United Netherlands won de prijs voor beste internationale delegatie.

Dat is een behoorlijke prestatie, omdat het traditiegetrouw vrijwel onmogelijk is om in het algemene klassement te winnen. Dat deden de Amerikanen namelijk vrijwel altijd; wellicht mede door het taalvoordeel. Vorig jaar (2006-2007) won United Netherlands echter wel de eerste prijs in het algemeen klassement: ze wonnen van Harvard en Oxford, van alle Engelse, Amerikaanse en internationale topinstellingen. Dit jaar (2007-2008) zijn ze tweede geworden, wat natuurlijk ook een uitstekende prestatie is.

De moraal van dit verhaal: omdat een paar studenten gewoon zijn gaan doen waar ze interesse in hadden, is in vijf jaar een (met alle respect voor mijn Alma Mater) middelgrote Nederlandse provincie-universiteit mee gaan doen met de absolute wereldtop op het gebied van MUN’s.

Een ander voorbeeld. Twee jaar geleden was ik voorzitter van de Nijmeegse studentenvakbond AKKU, een van de lidbonden van de LSVb. Ik had een collega in mijn bestuur die niet cum laude is afgestudeerd, pas klaar is met studeren na 7 jaar (hij is nu nog bezig) en geen honoursprogramma heeft gedaan. Op basis van dit soort kenmerken is het dus zeker geen excellente student.

Maar hij heeft zich wel ingezet als vrijwilliger bij de internationale bouworde. Ook was hij actief zijn bij de internationale studentenverenigingen AEGEE, AIESEC en zijn studievereniging. Hij was bovendien actief in de medezeggenschap, in de Facultaire Studentenraad en als studentlid in het faculteitsbestuur. En deed daarbij zoals gezegd een fulltime bestuursjaar bij de studentenvakbond. Hij heeft intussen twee Bachelors – culturele antropologie en filosofie – en een master filosofie. Momenteel zit hij een jaar in China om Chinees te leren en is daar buitenlands correspondent voor ScienceGuide. Als hij terug is gaat hij er nog een master bedrijfswetenschappen naast doen.

Als excellentie wordt vastgesteld op basis van rendementen en cijfers gaat niemand deze student excellent noemen. Maar ik durf mijn hand ervoor in het vuur te steken dat hij bij willekeurig welke multinational met gejuich wordt binnengehaald als hij volgend jaar gaat solliciteren met zijn masters filosofie en bedrijfswetenschappen, zijn kennis van de Chinese taal en cultuur en een hele berg aan nevenactiviteiten in bestuur en medezeggenschap op zak.*

In de twee casussen die ik hier als voorbeeld heb genomen, gaat het om een soort van excellentie die bijzonder waardevol is. Maar deze excellentie eist wél een zekere mate van vrijheid voor de student. Een creatieve, initiatiefrijke student moet de ruimte vinden zich te kunnen ontplooien zonder geconfronteerd te worden met enorme financiële consequenties of extra studievertraging doordat studiepunten vervallen. En dat wordt steeds moeilijker. Vanwege het gevoerde beleid van veel instellingen en de overheid.

Vanuit de overheid krijg je vier jaar studiefinanciering, dus alle uitloop kost de student sowieso een flink bedrag.** Verder wordt voortaan nog maar één studie bekostigd. Een tweede studie wordt vrijwel onbetaalbaar, hoe nuttig of relevant ook. Ook kijkt OCW naar excellentie als iets dwingends: er wordt geëxperimenteerd met selectie en honoursprogramma’s om tot excellentie te komen. Het gaat zelfs zover dat in het eerder genoemde Sirius-programma instellingen vast worden gewezen op de mogelijkheid van selectie aan de poort en collegegelddifferentiatie. Terwijl deze maatregelen nog door de Kamer moeten worden goedgekeurd! Dus waar excellentie aan de ene kant wordt mogelijk gemaakt, wordt het aan de andere kant afgeremd.

Wanneer je kijkt naar beleid op instellings- en opleidingsniveau zie je precies hetzelfde. Researchmasters en honoursprogramma’s worden volop gepromoot en er wordt flink in geïnvesteerd. Aan de andere kant wordt de vrijheid van de student steeds meer ingeperkt door aanwezigheidsplicht en een hele keur aan maatregelen die de student tot haast moeten aansporen.

Ik zal hier niet diep op ingaan, maar we kennen allemaal het bindend studieadvies (BSA), de harde knip, vakken- en punteneisen, “P-in-2” en de jongste telg van de familie, het “B-in-5”, waar de bachelor in 5 jaar behaald moet worden omdat anders je punten vervallen. Het bestaat echt.

Als excellente student die een verbreding van zijn of haar horizon zoekt, kun je natuurlijk net zo goed een honoursprogramma volgen als een aantal extra vakken shoppen bij andere studies. Het eerste wordt echter gestimuleerd, het tweede steeds moeilijker. Aan de ene kant juichen we met zijn allen differentiatie toe… maar intussen wordt er een eenheidsworst gedraaid van het concept excellentie. Want rendement, selectie, hoge cijfers en honourstrajecten worden hevig gestimuleerd terwijl extra vakken, een tweede studie, bestuurs- en vrijwilligerswerk, medezeggenschap en een jaartje buitenland steeds moeilijker te behapstukken zijn.

Uiteindelijk staan hier twee onderwijsfilosofieën tegenover elkaar. Eén waarin het gaat om de student die de vrijheid krijgt om zijn eigen keuzes te maken, zich te ontplooien en te ontwikkelen, en daarbij ondersteuning krijgt. Vanuit de gedachte dat iemand het maximale uit zichzelf haalt wanneer hij of zij zich kan ontwikkelen in een gebied waar een intrinsieke motivatie en interesse voor bestaat.

En gelukkig kwam uit de resultaten van de brainstormsessies van het eerder genoemde Siriustraject naar voren dat er ook experts van onderwijsinstellingen zijn die denken dat dit de manier is om meer uit studenten te halen. Met name uit excellente studenten die een grote eigen verantwoordelijkheid kennen. Er is dus nog hoop.

Maar dan is er de andere onderwijsfilosofie: die gaat er van uit de student helemaal geen eigen verantwoordelijkheid heeft, of moet of kan hebben. Want daarin bepalen overheid en instellingen hoe een student tot excellentie kan komen: door snel te studeren, hoge cijfers te halen en een honoursprogramma te volgen. En mocht de student daar zelf anders over denken, dan zijn er wel manieren om hem of haar tot de orde te roepen.

Het belang van medezeggenschap, bestuurswerk en buitenlandervaring wordt wel met de mond beleden, maar beleid en geld volgen zelden de mooie woorden die hierover gesproken worden. De excellente student is geen creatieve intellectueel die tot prachtige initiatieven kan komen wanneer hij of zij ruimte en begeleiding krijgt. Nee, het is iemand die ingesnoerd moet worden om binnen een nauw gedefinieerd kader te passen. Een prachtige uitwas van deze gedachtegang wil ik jullie niet onthouden. Bij een van de brainstormsessies die gehouden is in het kader van het Siriusprogramma opperde iemand dat excellentie niets anders was dan “een permanent BSA”. We hebben het dan niet meer over een keurslijf waar een student ingeperst moet worden. We hebben het dan over een beeld van een ‘kwaliteitsexpert’ van een onderwijsinstelling, waarbij een student alleen tot excellentie kan komen wanneer je hem/haar continue de dreiging van een pistool tegen de borst laat voelen. Wat naar mijn bescheiden mening gierende waanzin is, en getuige van een droevig mensbeeld.

Dan komen we ten slotte aan bij de belangrijkste vraag: hoe gaan we hier nu iets aan doen?  Welke maatregelen moeten genomen worden om de gehele groep excellente studenten die ik in dit verhaal beschreven heb tot hun recht te laten komen; ook ten bate van de maatschappij. Ik geef één voorzet: hou op met dat overtrokken gedoe rond rendementen. Het gaat er om dat mensen studeren en dat ze zich tijdens die studie ontwikkelen. Snelheid is natuurlijk prima, maar wel ondergeschikt aan kwaliteit en eindresultaat.

Afijn, het punt is denk ik duidelijk: zonder ruimte had United Netherlands niet kunnen zijn; zonder een mogelijkheid om, zonder een klein fortuin uit te geven, een tweede studie te doen had mijn collega van AKKU zich nooit zo kunnen ontwikkelen als hij gedaan heeft. Dit soort wegen naar excellentie wordt steeds bochtiger, steeds kronkeliger, en er worden de laatste tijd steeds vaker beren opgezet. Dat moeten we niet willen en daar moeten we iets aan doen.

 

János Betkó schrok een beetje van hoe actueel de kernboodschap van dit stuk nog is. Hij heeft de tekst wel omgebouwd van spreek- naar schrijftekst en wat komma’s en punten verplaatst.

* Het voordeel van een artikel acht jaar later weer afstoffen, is dat je inmiddels weet of voorspellingen die je deed uitkomen. Dat was het geval (duh).

** Ja, dit was acht jaar geleden heel erg, maar vier jaar studiefinanciering krijgen.

5 Responses to Student in een keurslijf

  1. Arno says:

    Pff het ging toen duidelijk flink de verkeerde kant op. Ik ben al wat jaartjes afgestudeerd dus ik volg het niet meer zo goed, maar hoe hangt de vlag er anno 2016 bij?

    • Janos Betko says:

      Grotendeels hetzelfde, daarom post ik dit opnieuw. Er zijn inmiddels wat meer politieke partijen die het aandurven om kritisch te zijn ten opzichte van de rendementsgekte. D66, die gingen vroeger nog wel eens mee met die onzin, maar sinds ze iemand hebben die daadwerkelijk uit het onderwijs komt (Van Meenen) gaat het daar beter. Idem bij GroenLinks, die zijn tegenwoordig expliciet voor het afschaffen van zaken als harde knip en bindend studieadvies.

      Maar er zijn nog steeds partijen voor een langstudeerboete, de VVD is nog steeds voorstander van strakke ‘prestatieafspraken’ inclusief een forse prikkel op rendement, en al met al zie ik zo 1, 2, 3 weinig veranderen in wetgeving. Nou ja, dat experiment met ‘flexstuderen’, misschien, waar de LSVb voor heeft gepleit, als dat van de grond komt (betalen per studiepunt om in je eigen tempo te kunnen werken).

      Maar eh, grosso modo hangt de vlag nog steeds halfstok 😉

  2. Arno says:

    Tja.. het onderwijsbeleid van de VVD is op z’n zachtst gezegd nooit de reden geweest waarom ik op ze zou stemmen. Nu zou ik ook niet zijn voor vrijheid-blijheid en je ziet maar wanneer je afstudeert met een oneindige studiebeurs. Maar zoals het nu is gaat echt veel te ver, helaas.

    • Janos Betko says:

      Nee, die ‘vrijheid blijheid’, voor zover die ooit heeft bestaan, die zijn we wel al een flink aantal jaren voorbij. Misschien ergens in de jaren tachtig (qua beurzen), of tot de jaren negentig / vroege jaren nul (qua vrijheid in de studieprogramma’s… maar dat zal wellicht ook verschillen per instelling en opleiding.

      Ik weet in ieder geval dat ik toen ik in 99 begon, er nog enkele eerstejaars waren die in vier jaar een vorige studie hadden afgerond en nog een jaar stufi over hadden, dat ze op deze manier inzetten voor hun ontwikkeling. Gaaf. En dat ik in een vierjarige studie bijna een vol jaar aan ‘vrije ruimte’ had, die ik zelf in kon vullen, mits ik bij de examencommissie die keuzes kon verdedigen.

      Nou ja, heel, heel voorzichtig is de doorgeslagen slingerbeweging weer de goede kant op aan het gaan, heb ik het idee. Maar afwachten.

      Overigens, in aanvulling op mijn vorige post: ik beschrijf een positieve ontwikkeling bij D66 en GL, voor de volledigheid: volgens mij zijn de SP en de Partij voor de Dieren als ongeveer enige partij altijd, consistent tegen dit soort maatregelen geweest. Ere wie ere toekomt, op dit punt.

  3. Arno says:

    Nee weet ik, dat bedoelde ik ook niet als het verleden maar als karikatuur. Er zullen wel normen en randvoorwaardes moeten zijn, maar ik zou meer terug willen naar zoals het was toen wij studeerden: 4 of 5 jaar stufi (afhankelijk van de nominale studieduur) en dan bijlenen.

    Evt is een minimum van +/- 40 ects in het eerste jaar nog niet zo slecht (mits uitzonderingen voor ziekte e.d.) en volg vooral zoveel vakken van zoveel studies als je wil in die jaren. En als dat voldoet voor 2 studies, dan hoef je toch niet bij te betalen??!

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*