‘Werkgevers willen universiteit wél op rendement afrekenen’, kopte De Volkskrant (7 mei 2015). In een notitie aan de minister van onderwijs schreven lobbyorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland ontevreden te zijn over de kwaliteit van het onderwijs en instellingen daarom te willen binden aan meer rendementsafspraken. Het aantal hoger opgeleiden moet bovendien omhoog volgens de werkgevers.

Om een aantal redenen loopt de redenering scheef: prestatieafspraken hebben verstrekkende gevolgen, maar leiden niet tot meer kwaliteit. Wanneer bekostiging afhankelijk is van een bepaalde indicator, is het logische gevolg dat de ontvanger de afgesproken doelstelling probeert te halen. Met in sociale sectoren vaak averechtse effecten. We zagen dat in de Verenigde Staten, waar hogere bonussen werden gegeven wanneer toetscijfers hoger waren. Het gevolg? Leerlingen kregen hogere cijfers. Niet door beter onderwijs, maar doordat de norm werd verlaagd. We zien dat nu in het hoger onderwijs: instellingen die worden beoordeeld op het aantal studenten dat binnen een bepaalde tijd afstudeert, halen deze norm door minder streng te beoordelen.  En daar wordt het onderwijs niet beter van.

Wanneer werkgevers de kwaliteit van de afgestudeerden daadwerkelijk omhoog willen, kunnen ze beter pleiten voor andere zaken:

1)      Juist méér studietijd. Zodat studenten die moeite hebben met een vak geen genadezesje krijgen (omdat de instelling die prestatiebonus binnen wil halen), maar de tijd krijgen dit struikelvak een jaar later opnieuw te doen.

2)      Tijd om in het buitenland te studeren, bestuurswerk te doen en actief te worden in de medezeggenschap. Studenten leren hier belangrijke vaardigheden waar zij baat bij hebben in het werkende leven. Bijkomend voordeel is dat het ministerie van OCW onlangs zelf nog voorrekende dat deze ‘langstudeerders’ rendabel zijn, doordat het collegegeld dat zij betalen meer is dan wat zij kosten.

3)      Investeringen in het onderwijs. Het door de overheid geïnvesteerde bedrag per student is de afgelopen decennia sterk teruggelopen. Het bedrijfsleven zou het goede voorbeeld mogen geven door zelf wat meer bij te dragen in plaats van een voorschot te nemen op het bedrag dat bij studenten wordt gehaald door invoering van het leenstelsel.

4)      Hogere collegegelden voor tweede studies af te schaffen. Door de grote jeugdwerkloosheid is het wenselijk dat jongeren langer studeren: zowel voor de eigen ontwikkeling als ook het simpele rekensommetje dat een student minder kosten met zich meebrengt dan een bijstandsgerechtigde.

Kortom: er zijn zoveel betere zaken waar het bedrijfsleven voor kan lobbyen bij onderwijsminister Jet Bussemaker. Om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren én jongeren beter klaar te stomen voor de arbeidsmarkt.

Lisa Westerveld is lekker aan het chillen op vakantie, en de redactie heeft geen zin om een leuk onderschrift voor haar te verzinnen.

2 Responses to Werkgevers kunnen beter pleiten voor langstuderen

  1. Jasper says:

    Meer hoger opgeleiden? Ik zou het mooi vinden maar we moeten accepteren dat niet iedereen talent heeft voor het HBO. Daarbij ik sprak laatst een laborant student die zei dat zijn afgestudeerde collegas baantjes konden vinden bij de MC Donalds. Laat de werkgevers de aanwezige hogeropgeleide eerst maar eens beter benutten.

  2. Hwb says:

    Uit het Volkskrant-artikel maakte ik op dat de werkgevers met rendement vooral kwaliteit bedoeld werd. In die zin was het onhandig geschreven. In de kop en inleiding stond rendement, verder ging het alleen over kwaliteit en kwam de snelheid van studeren niet aan bod. Het woord rendement had daar m.i. dus niet moeten staan, óf de opvatting van de werkgevers werd niet goed weergegeven.

    Daarnaast is het natuurlijk vreemd dat de werkgevers pleiten voor zowel meer aandacht voor kwaliteit als voor meer hoogopgeleiden. Dat (in elk geval op korte en zelfs middellange termijn) niet allebei.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*