We mogen woensdag weer stemmen. Twee keer zelfs. Voor de provincie – in mijn geval Flevoland – en voor de waterschappen.  Bij de provincie zweef ik nog, bij de waterschappen neig ik naar een blanco stem omdat ik geen partij of lijst tref waardoor ik me vertegenwoordigd voel.

Bij de vorige editie van de waterschapsverkiezingen deed in mijn district ‘Zuiderzeeland’ de Partij voor de Dieren nog mee.  Dat kwam goed uit. GroenLinks, de partij waarvan ik lid ben, had zijn zegen gegeven aan de groep ‘Water, wonen en natuur’, die elders Water Natuurlijk heet en waarin ook Sportvisserij Nederland vertegenwoordigd is.  Daar ben ik niet zo van. En dus stemde ik voor het eerst in mijn leven op de PvdD.  En eigenlijk beviel dat wel, stemmen op een partij die dierenwelzijn combineert met een stevige stellingname in het milieudebat en weigert natuurbeheer ondergeschikt te maken aan recreatie.

Anno 2015 heb ik voor de waterschappen die optie helaas niet. Omdat ook GroenLinks en de SP niet meedoen met deze verkiezingen, blijft er niet veel over.  Ik kan natuurlijk ‘nou ja’ denken en voor ‘Water, wonen en natuur’ stemmen.  Afgaand op de voor mij door Kieskompas vastgestelde plek in het politieke landschap staat deze club inderdaad het dichtst bij me. Maar Kieskompas plaatst de lijst wel buiten mijn periferie.  Dichter bij de ChristenUnie of het CDA dan bij mij. En dan houdt het toch een beetje op.

Het wordt dus waarschijnlijk een ‘blanco’ stem. Waarmee ik de waterschapsverkiezingen na mijn stem op de PvdD wederom een primeurtje gun.  Een zwaktebod? Als ik alleen zou afgaan op het Kieskompas zou dat het geval zijn.  Gelukkig – of misschien: helaas – kon ik ook de inzet van Water, wonen en natuur lezen. Ik constateer dat ik mijn principes meer zou verloochenen als ik op een club stemde die in zijn standpunten al zo veel compromissen sloot met belangenorganisaties waarmee ik het domweg oneens ben. Ik wil geen extra plekken waar mensen lekker hun hengeltje kunnen uitwerpen, ik wil geen extra recreatiemogelijkheden op dijken, ik wil niet dat oevers worden opengesteld voor sportvissende snordragers, waterfietsende bejaarden, kajakkende postpubers of onderwaterfotograferende kantoorklerken. Ik wil dat roerdompen, woudaapjes, kiekendieven, nonnetjes, smienten en/of waterrallen daar lekker kunnen rondscharrelen of -dobberen.

Ik zou het prima vinden als mijn partij (GroenLinks) of anders de PvdD of de SP na deelname aan deze verkiezingen tot samenwerking kwam met deze club.  Maar alleen als er een voor natuur en milieu beter resultaat in zou zitten dan wat deze club propageert. Als ik nu voor deze lijst stem, dan gaan ze vanuit hun standpunten in mijn naam een compromis sluiten met de eerdergenoemde christelijke partijen, 50-Plus of godbetert de VVD.  Dus: ga ik niet aan beginnen. Ik zou het op prijs stellen als er bij een volgende ronde weer een echt linkse club meedoet.

Maar goed:  ik mag woensdag ook stemmen voor de provinciale staten. Dat is mooi, want om  voor een blanco stem naar het bureau te wandelen voelt wel een klein beetje loos. En om eerlijk te zijn zweef ik nog een beetje. Ik ben namelijk erg te spreken over het programma van de Partij voor de Dieren voor Flevoland en op onderdelen wat minder enthousiast over de plannen van GroenLinks. Zo krijg ik jeuk van de ‘vernieuwende Flevolandse aanpak’ die mijn partij propageert.  Ik lees dat het niet doorgaan van het Oostvaarderswold* – de op last van CDA’er Henk Bleker geschrapte natuurcorridor die de Oostvaardersplassen moest verbinden met de Veluwe en de Wieden/Weerribben – een heel scala aan mogelijkheden oplevert.  Win-win-situaties, meer kansen voor natuur en meer kansen voor economische ontwikkeling…bladibla.

Iedereen die nu zucht en denkt  ‘was dan naar die inspraakavonden van de partij gegaan, sukkel’: het verhaal op de site onderstreept uw gelijk. Ik ben een lui lid geweest en heb me dit keer zelfs niet via de mail met het programma bemoeid. Maar intussen komt de PvdD zonder mijn (uitgebleven) bemoeizucht met  een sterker verhaal over de inrichting van de provincie. Dierenwelzijn, natuurbeheer dat meer is gericht op natuurkwaliteit dan op recreatie, een ‘mooi niet’-houding ten aanzien van sport- of beroepsvissers…ik word er wel vrolijk van.

Blijft staan dat mijn stem woensdag ook invloed heeft op de samenstelling van de Eerste Kamer. En daarmee wordt t toch wel een beetje lastig. Op nationale schaal heeft het op zich mijn voorkeur te stemmen op een breder georiënteerde partij. Daarmee is een stem op GroenLinks logisch. En toch, en toch, en toch: de PvdD lijdt veel minder aan tunnelvisie dan veel mensen denken. En ik heb me gek geërgerd aan het optreden van GroenLinks bij de schijndebatten die Jet Bussemaker ruim baan gaven voor het leenstelsel. Tijdens de debatten in de Senaat was het wederom de PvdD die zich onderscheidde met een strak en inhoudelijk betoog tegen de plannen van het kabinet.  Tempting, derhalve.

Hoe het ook afloopt: op zich is het fijn dat ik ook daadwerkelijk iets te kiezen heb.

Thijs vindt dat GroenLinks de waterschapsverkiezingen niet rechts moet laten liggen en de eerstvolgende keer met een eigen lijst moet komen en hoopt dat anders de PvdD weer meedoet. Verder vindt Thijs zichzelf inderdaad een sukkel omdat hij zijn op zich best grote mond niet opendeed toen hij daar van GroenLinks de kans voor kreeg. Maar hij vindt ook dat GroenLinks wat minder moet kijken naar de PvdA en D66 en wat meer naar de PvdD en de SP.

 

* Over het Oostvaarderswold, verhongerende hoefdieren in de Oostvaardersplassen, opportunistische CDA’ers die doen alsof ze begaan zijn met het lot van zielige paarden,  de terugkeer van de wolf en  de door staatssecretaris Dijksma geplande ‘natuurvernieuwing’ volgt de komende weken meer.

Tagged with:
 

6 Responses to Waarom ik de waterschapsverkiezingen rechts laat liggen

  1. In Rivierenland is die progressief-linkse optie voor handen. De PSP’92 Rivierenland doet daar mee.

  2. Arno says:

    Tja… als dát de belangrijkste punten van een verkiezing zijn.. Wel of geen paadje langs het water en wel of geen extra faciliteiten voor hengelsporters. Allemaal ruis, dus het is niet zo gek dat m’n stempas voor de waterschapsverkiezingen ondertussen bij het oud papier ligt.

  3. Janos Betko says:

    “Verder vindt Thijs zichzelf inderdaad een sukkel omdat hij zijn op zich best grote mond niet opendeed toen hij daar van GroenLinks de kans voor kreeg. Maar hij vindt ook dat GroenLinks wat minder moet kijken naar de PvdA en D66 en wat meer naar de PvdD en de SP.”

    Wat dat laatste betreft: eens. Wat de eerste zin betreft: ach, uiteindelijk hadden 5 stemmen het verschil gemaakt op het GL-congres een paar jaar geleden, toen het ging over wel / geen basisbeurs. We kunnen ons allemaal voor ons hoofd slaan dat we geen 5 vrienden mee hebben genomen naar het congres, of nog NET iets harder stemmen hebben geworven, of… whatever. Ik was toen lekker aan het roadtrippen in de VS.

    Overigens ga ik gewoon op Water Natuurlijk stemmen, hier in rivierenland.Een mooie, intelligente, jonge vrouw op plaats 8, wat wil je nog meer? Stem Hester! 🙂

    • Linkse Rakker says:

      Lang wilde ik op Water Natuurlijk stemmen, maar de sportvissers hebben mijn stem doen doorslaan naar die derde progressieve optie.

  4. Jasper says:

    Ik lees iets over dat je tegen recreatie op de dijken bent. Maar heeft dit echt zoveel effect op de natuur? Op de Veluwe en de omliggende natuur gaat recreatie en natuur hand in hand.

    • Thijs den Otter says:

      Ha Jasper,

      Allereerst excuses voor de late reactie. Je commentaar was aan mijn aandacht ontsnapt.

      Het punt dat je maakt is op het eerste gezicht zo gek nog niet. Als ik de Hoge Veluwe bezoek zie ik natuur en kunst hand in hand gaan en vermaak ik me enorm. Het gebied ziet er prachtig uit en met die witte fietsen is het ook nog eens fantastisch ontsloten voor dagjesmensen als ik.

      Maar die paden, die snijden het natuurgebied als het ware op in repen. het lijkt niet erg, maar het heeft wel degelijk grote invloed op de omgeving. Stel je de Veluwe eens voor zonder al die paden en bedenk je dan hoe veel verder het middelpunt van het gebied af ligt van de ‘bewoonde wereld’. En hoe fantastisch dat is voor plant- en diersoorten die gevoeliger zijn voor verstoring.

      Helaas brengen die mooie paden de bewoonde wereld een stuk dichter bij. Met alle gevolgen van dien: de duinpieper verdwijnt, de adder krijgt het minder naar zijn zin en er ontstaat discussie over de vraag of je adders niet beter kunt uitroeien want ze zijn zo gevaarlijk (het antwoord op die vraag is uiteraard ‘nee’) en als er geen boswachters in de buurt zijn worden ze doodgeslagen door mensen die ze eng vinden.

      Dus duinpieper weg, adder weg. Probleem? Voor de minder goed geïnformeerde bezoeker niet. Die duinpieper herkende hij toch niet en de adder vindt hij een naar beest. En trouwens: er zitten nog andere vogels. En dat klopt. Grasmussen bijvoorbeeld.

      Maar intussen is de duinpieper uit heel Nederland verdwenen als broedvogel. En natuurlijk: verstoring was niet de enige factor van belang daar in. Maar het punt blijft dat sommige soorten baat hebben bij minder drukte.

      Dat geldt ook voor de vogels van de wetlands. Een roerdomp heeft uitgestrekte rietkragen nodig om te overleven, maakt gebruik van zijn camouflage en leeft bijzonder teruggetrokken. Het zijn prachtige reigers. Als je ze tenminste te zien krijgt. In de Oostvaardersplassen zit een van de weinige vitale populaties.

      In de wetlands van Flevoland broeden ook grote groepen lepelaars en begon in de jaren zeventig de aanvankelijk aarzelende maar inmiddels stormachtige opmars van de grote zilverreiger in Nederland. Die laatste is helemaal niet schuw als hij zijn voedsel bij elkaar scharrelt – de grote witte reigers zie je in deze contreien haast vaker dan de welbekende blauwe reiger – maar het is wat anders als hij broedt.

      Je kunt je voorstellen dat een kolonie met 100 reigernesten niet per se gedijt bij een aanlegsteiger op 150 meter afstand, omdat de sportvissers er willen snoeken.

      En geloof me: ik baseer mijn standpunt echt niet alleen op aannames. Een paar jaar geleden kregen de Oostvaardersplassen extra bezoekerscentra en moesten er zo nodig extra paden worden aangelegd. Zo ook een leuk wandelpad dat parallel loopt aan het fietspad, maar voor het safari-gevoel er niet pal naast is gelegd. De vele meters brede rietkraag werd daarvoor geschikt geacht. En dus ligt er nu een middenberm van vier meter riet tussen de twee paden.

      Niet erg? Als ze het pad gewoon naast het fietspad hadden gelegd, dan was die vier meter een mooie buffer geweest en had je daarachter tal van rietvogels gehad: maar zelfs de kleine karekieten, rietgorzen en rietzangers vertikken plaats te nemen in die middenberm. Daar zie je hooguit een keer een meesje aan de rietpluimen trekken zodat hij zijn nest kan stofferen. En uiteraard is de rietkraag aan de andere kant van het overbodige wandelpad ook waardeloos geworden. Er is geen vier meter geofferd, maar alles bij elkaar een meter of tien. En dan reken ik voorzichtig.

      Dus: leuk voor de mensen, funest voor de natuur. En daarom ben ik niet voor nog meer recreatiemogelijkheden in het groen: er is genoeg, dus laten we de meer kwetsbare natuur ook een beetje de ruimte gunnen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*