De bedoeling van dit boek is om studenten en medezeggenschap een handvat te bieden bij het gebruik van de wet. Helaas is dit niet altijd afdoende in een vergadering met ‘zware’ bestuurders, die al jarenlang ervaring hebben en de nodige trucs kennen in de omgang met inspraakorganen. Hieronder tien voorbeelden van dergelijke trucs van besturen van onderwijsinstellingen, en een manier om hier als medezeggenschap mee om te gaan.

“Het moet van Den Haag”

Veel bestuurders hebben er een handje van om te zeggen dat een bepaalde regeling moet worden getroffen omdat politiek Den Haag dit heeft besloten. En dat ze geen keuze hebben omdat het moet van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Of er wordt gezegd dat ze op de vingers worden gekeken door de Inspectie voor het Onderwijs of de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO). Zorg dat je zelf op de hoogte bent van de laatste ontwikkelingen op het gebied van hoger onderwijs (bijvoorbeeld via de LSVb, het LOF of het SOM) om te voorkomen dat je overbluft wordt. Zorg altijd voor een goede voorbereiding en probeer rekening te houden met meerdere argumentaties waarvan een bestuur zich in een vergadering kan bedienen. In het geval dat het bestuur claimt dat “het moet van Den Haag”, controleer dan altijd of het klopt.

“Dit is geen benoeming, dit is een herbenoeming”

Het gebeurt regelmatig dat iemand wordt benoemd voor het CvB. Een tweede termijn als lid van een bestuur is niet vreemd, echter moet de medezeggenschap hier wel zijn advies over uitbrengen. In geval van herbenoeming geldt dit hoorrecht nog steeds! Laat je dus niet afschepen met de uitspraak dat het over een herbenoeming gaat, en dat de medezeggenschap daar dus niks over te zeggen heeft.

“Helaas, het besluit is al genomen. Maar volgende keer mogen jullie hier zeker over meepraten”

Er zijn besluiten die, zodra ze eenmaal genomen zijn, nauwelijks terug zijn te draaien. Soms begint een bestuur zelfs al met de uitvoering van een plan, zonder dat de medezeggenschap hierover is geraadpleegd. De volgende keer mag je volgens het bestuur gerust meepraten, maar op dit punt nu nog instemming onthouden is niet redelijk/kost heel veel geld/is niet te verantwoorden naar de betrokken personen/vul maar in. Zo werkt dat natuurlijk niet. Je hebt je rechten en kan daar ook zeker aanspraak op maken. Of je dit alsnog wil doen, nadat je gepasseerd bent, ligt natuurlijk geheel aan het (al dan niet controversiële) plan dat voorligt. Eventueel kun je naar de geschillencommissie stappen (zie hoofdstuk IV).

Tip: zorg er altijd voor dat je ruim van te voren op de hoogte bent van plannen, en geef aan dat je graag zou willen meepraten of nadenken over de invulling hiervan. Als je er vroeg bij bent, heb je de meeste kans om invloed uit te oefenen.

“Dat staat in de model-OER”

Decentrale raden hebben instemmingsrecht op een deel van de onderwijs- en examenregeling (OER), op een ander gedeelte geldt adviesrecht. Op steeds meer instellingen wordt een model-OER opgesteld. Dit is een blauwdruk van de OER, waarin bepaalde onderdelen zijn vastgesteld door het instellingsbestuur in samenspraak met de centrale medezeggenschap. Bij decentrale raden wordt, door de decaan of het management, vaak de smoes gebruikt dat “ze daar helaas niks meer over te zeggen heeft, want dit punt is reeds geregeld in de model-OER, daar heeft de centrale raad al over meegepraat.” Zorg dat je op de hoogte bent van wat de centrale raad wel en niet heeft gedaan. Heeft deze meegepraat over een centrale OER? Zorg er dan voor dat je weet welke rechten de decentrale raad heeft. Volgens de MvT geldt het adagium ‘’medezeggenschap volgt zeggenschap’’ en moet, wanneer een reglement over wordt gedragen aan een andere bestuurslaag, de medezeggenschap op dit niveau de oorspronkelijke rechten houden. Laat je in ieder geval niet zomaar afschepen met een smoes. Aanwezigheid van een lid van de centrale raad bij een decentrale vergadering kan ook voor een hoop helderheid zorgen!

“Volgend jaar gaat er weer een trein”

Besturen tillen moeilijke besluitvorming soms over de zomerperiode heen (“volgend jaar gaat er weer een trein”). Dat kan een strategische reden hebben, omdat er in het nieuwe collegejaar weer een nieuwe en nog onervaren lichting studentenmedezeggenschap zit. Aan het begin van een jaar is het als medezeggenschap vaak toch lastiger om vol tegen je bestuur in te gaan, of door trucs als “dat moet van Den Haag” heen te prikken. Pas hier voor op en laat als ‘nieuwe raad’ niet over je heen lopen! Als je (als ‘oude raad’) bezig bent met een belangrijk onderwerp en ziet dat de besluitvorming langer dreigt te duren dan je eigen termijn, grijp dan in. Je kan er op aandringen dat het besluit sneller genomen wordt. Mocht dit niet lukken, zorg er dan voor dat je opvolgers zeer goed zijn ingewerkt, praat ze bij en maak een gedegen inwerkdossier. Natuurlijk kan je ook altijd nog betrokken blijven als je eigen termijn al is afgelopen.

“Voor ons is die oude regeling eigenlijk ook wel prima”

Bepaalde regelingen worden jaarlijks ter instemming aan de medezeggenschap voorgelegd, zoals het studentenstatuut. Hierbij kan het volgende dilemma ontstaan: als de medezeggenschap niet instemt, blijft de oude regeling van kracht. Op een aantal punten kan deze verouderd en minder handig zijn en dan sta je voor het blok. Om te voorkomen dat dit soort situaties zich voordoen, is het verstandig om vroeg te weten op welke punten discussie kan ontstaan over een bepaalde regeling. Dan kun je je hier degelijk op voorbereiden, en eventueel alternatieven aandragen. Mocht het zo zijn dat het toch dreigt uit te draaien op een patstelling: houd dan voet bij stuk! Het bestuur lijkt misschien wel erg zelfverzekerd om verder te gaan met een oude regeling, maar dat is niet altijd zo: ze willen een regeling niet voor niets aanpassen. Bluffen is een mooi spel, zorg dat je de kunst zelf ook beheerst.

“Dus jij wilt informatie? Prima, de vrachtwagen rijdt zo voor”

Het informatierecht van de medezeggenschap kan erg interessant zijn: je hebt recht op voldoende informatie, op een tijdstip waarop dit nog ter zake doet. Soms gaat het om informatie die het bestuur liever niet op tafel legt. In dit soort gevallen kan het bestuur je proberen te overladen met informatie, of in ieder geval de schijn wekken dat het ‘een vrachtwagen vol’ is. Deins niet terug voor grote hoeveelheden informatie: zorg dat je weet wat belangrijk is (bijvoorbeeld via je voorgangers, je netwerk en/of professionals). Probeer ook duidelijk te maken welke informatie je graag wilt hebben: als je zelf weet wat je wilt hebben, dan is dit ook gemakkelijker te krijgen. Sommige informatie is gewoon erg uitgebreid, bijvoorbeeld een begroting. Zorg ervoor dat je hier handig mee om gaat: stel een werkgroep samen die ernaar gaat kijken, verdeel het werk tussen verschillende leden of zorg ervoor dat iemand met verstand van cijfers hiernaar kijkt, bijvoorbeeld een beleidsmedewerker die heeft meegeschreven aan het stuk.

“Leuk, maar dit is al lang beleid”

Als medezeggenschap kun je ook met eigen initiatieven komen. Dit kan veel tijd, geld en/of energie kosten voor een bestuurder. Vaak wordt de smoes gebruikt dat het een leuk plan is, maar dat het al lang staand beleid is. Als je vervolgens aangeeft dat het niet gebeurt, wordt er vaak verbaasd gereageerd. Het probleem ligt bijvoorbeeld niet bij het bestuur, maar bij de faculteit of dienst: “we zullen er wel eens naar kijken.” Het eigen initiatief vereist gedegen voorbereiding: weet wat er is, ben op de hoogte van verschillende regelingen en speel daar zelf op in. Zorg dat je sterk in je schoenen staat als je een eigen initiatief aanbiedt, en zorg er bovendien voor dat de rest van de medezeggenschapsraad achter je initiatief staat.

“Hier gaan wij niet over”

“Nee, sorry. Hier hebben wij niets over te zeggen, daar gaan de faculteiten zelf over” is soms het antwoord van een bestuurslid. De decentrale raad hoort bij zijn vergadering op zijn beurt dat “het instellingsbestuur hierover beslist, dat is geen beslissing die op de faculteit wordt genomen.” Zorg dat je weet waar iets speelt (of zou moeten spelen) en laat je niet zomaar afschepen door de eerste de beste uitspraak van een bestuurslid. Neem de reglementen en wetgeving door om te weten waar een bepaalde beslissing moet worden genomen. Spreek met andere (oud-)medezeggenschappers, ook buiten je instelling. Leer van elkaars successen en misstappen!

“Nee, daar hebben we écht geen geld voor!”

“Daar hebben we op het moment geen geld voor” is één van de meest veelvoorkomende argumenten om een plan of probleem rechtstreeks de prullenbak in te smijten. Ook wordt vaak gezegd dat “de voordelen niet opwegen tegen de nadelen”, dat “het voorstel niet uit te voeren is”, dat “het probleem niet bestaat” of dat “het probleem niet wordt opgelost door de voorgestelde maatregel.” Zorg ervoor dat je hier bij de voorbereiding rekening mee houdt! Bedenk alvast tegenargumenten voor bovenstaande uitspraken (drogredenen) van bestuurders. Dus: het probleem bestaat wel degelijk, is op te lossen met je eigen voorstel, is gemakkelijk uitvoerbaar en de voordelen wegen wel degelijk op tegen de nadelen.

“Wij zijn een bijzondere instelling”

In de wet staan een aantal uitzonderingsmogelijkheden voor bijzondere instellingen. Het kan daarom gebeuren dat bepaalde zaken op een andere manier geregeld zijn. Helaas maken sommige CvB’s misbruik van deze regeling door het excuus “wij zijn een bijzondere universiteit en hoeven ons niet aan de wet te houden’’ te gebruiken bij constructies die wettelijk niet toegestaan zijn. Een voorbeeld is een stemverhouding waarbij de personeelsgeleding in het voordeel wordt gesteld ten opzichte van de studentgeleding. In de memorie van toelichting staat: “Ten slotte is als algemeen uitgangspunt gehanteerd dat in de verschillende sectoren van het hoger onderwijs de medezeggenschapsstelsels en bevoegdheden van de medezeggenschap zoveel als mogelijk geharmoniseerd worden. Voor bijzondere instellingen is een afwijkingsmogelijkheid om, vanwege de eigen aard c.q. de godsdienstige of levensbeschouwelijke overtuiging, van de medezeggenschapsvoorschriften gehandhaafd (sic).” Hier staat dat stelsels en bevoegdheden zoveel mogelijk hetzelfde moeten zijn en bijzondere instellingen enkel uitzonderingen kunnen invoeren vanwege de bijzondere aard. Een levensbeschouwelijke instelling kan dus niet zomaar besluiten dat de personeelsgeleding meer te vertellen heeft, want dit is op geen enkele wijze af te leiden van haar levensbeschouwelijke aard.

Tot slot

Misschien kan je wel lachen om het bovenstaande, misschien komt iets je bekend voor. Treurige waarheid is dat bovenstaande voorbeelden, hoewel soms wat cynisch omschreven, niet zijn ontsproten aan de fantasie van de auteurs, maar (hoewel soms wat aangedikt) gebaseerd zijn op werkelijke gebeurtenissen. Een gewaarschuwd mens telt voor twee, wees je als medezeggenschap bewust van dergelijke tactieken en zorg voor een gedegen voorbereiding.

Uit: de WHWatisdat!?, een handleiding voor de Wet op hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek voor studenten en medezeggenschappers, door János Betkó, Sara Struik, Hester Swart en Lisa Westerveld. Binnenkort verschijnt de vierde editie, te bestellen bij de Landelijke Studenten Vakbond.

Tagged with:
 

5 Responses to Een gewaarschuwd mens…

  1. Janos Betko says:

    Voor diegenen die ’em niet kunnen betalen, hij is geschreven ‘voor de goede zaak’ en dus gratis te downloaden: http://studentenpolitiek.nl/wp-content/uploads/2015/02/WHWatisdat-vierde-editie.pdf

    (maar er gaat m.i. bij lezen toch niets boven echt papier in je handen – zeker als je instelling betaalt in het kader van ‘scholingskosten’ ;))

  2. Arno says:

    Call me old-fashioned… maar een goed gevulde boekenkast staat prachtig in de huiskamer en is leuk om in te neuzen. Een e-reader in een laatje zie je niet eens..

    • Janos Betko says:

      Nah, je bent niet old fashioned, je hebt gewoon 100% gelijk.

      En Joep mag best een cynisch plaatje posten, en doen alsof lezen ‘van het scherm’ de toekomst is… maar dat is natuurlijk onzin. Het is onderdeel van de toekomst, maar dat zijn boeken/papier ook. Ik heb al mensen gedesillusioneerd hun e-readers zien verkopen, vandaag was op 1vandaag nog te zien hoe goed de boekwinkels het doen in NL, en ik zie massa’s mensen die allemaal zo’n fijne iPad hebben waardoor ze niet meer hoeven te printen, toch hun stukken uitprinten als deze enige omvang hebben.

      Maar goed, allemaal een beetje off topic =P

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*