In de rechtbank van Roermond zat afgelopen week een vader. Op klaarlichte dag werden zijn dochtertje, schoonvader en schoonmoeder dood gereden tijdens een fietstochtje. De rechter veroordeelde de automobilist tot 120 uur werkstraf. Op dat moment moet een gevoel van volstrekte machteloosheid bezit van hem hebben genomen. Een gevoel dat waarschijnlijk aanleiding gaf tot het gooien van meer dan één stoel alleen.

Het is dan ook niet meer dan logisch dat de maatschappelijke verontwaardiging over deze strafmaat groot is. De uitspraak lijkt immers ridicuul: een bescheiden werkstraf staat in geen enkele verhouding tot het verlies van drie mensenlevens. Toch moet aan deze begrijpelijke verontwaardiging wel degelijk krachtig weerstand worden geboden.
In dit concrete geval was er namelijk geen sluitend bewijs dat de automobilist te hard reed. Wel werd aangetoond dat er geen sprake was van drank- of drugsgebruik. Alles wijst erop dat hij om onduidelijke redenen de macht over het stuur is verloren. Daarmee is de strafmaat volgens het Nederlandse recht passend en rechtvaardig. Het Nederlandse rechtssysteem is immers gebaseerd op bewijs: mensen worden slechts veroordeeld bij wettig en overtuigend bewijs en niet op basis van heftige gevoelens.

Dat heeft niets te maken met de apathische levenshouding van de rechterlijke macht of de wetgever. Want zelfs de meest wereldvreemde rechter zal het verdriet van deze vader scherp op het netvlies hebben staan. Het heeft wel alles te maken met een belangrijke peiler onder het rechtssysteem: het voorkomen van veroordelingen van onschuldige burgers. Deze essentiële plicht van de rechterlijke macht blijft in de huidige discussie volkomen onbesproken.

In Nederland hebben we de schrijnende voorbeelden gezien van rechtspraak, waarbij dit principe was vervaagd. Vers in het geheugen ligt nog de zaak van Lucia de Berk. Een tragische reeks van sterfgevallen leidde tot de veroordeling van deze verpleegster. Het bewijs voor de ten laste gelegde feiten was mager, maar de maatschappelijke druk om een zondebok aan te wijzen was des te groter. Uiteindelijk zat De Berk ruim zes jaar onterecht in de cel.

Nederland reageerde geschrokken en beschaamd. Hoe kon het gebeuren dat iemand zonder duidelijk bewijs werd gestraft voor iets dat diegene niet gedaan had? In televisieprogramma’s en kranten werd er schande van gesproken. Het Openbaar Ministerie (OM) had geleden aan een ongelooflijke drang om iemand veroordeeld te krijgen, aldus de vrijwel voltallige goegemeente.

Nu blijkt echter maar weer dat deze eigenschap niet alleen aan het OM is voorbehouden. Via diverse kanalen wordt opgeroepen tot het streng en makkelijk straffen van verdachten. Iemand die een onschuldig kindje van het leven berooft, moet keihard gestraft worden. Daarbij wordt volstrekt vergeten de vraag te stellen of iemand wel altijd verantwoordelijk is voor het trieste gevolg van zijn daden.

Het valt te hopen dat de rechterlijke macht niet zwicht onder de maatschappelijke druk om vergelding tot motto van de rechtspraak te benoemen. Uiteindelijk is de rechter aangesteld om tot een weloverwogen oordeel te komen. Dit kan alleen als de samenleving een rechter hiervoor de ruimte geeft, zonder primaire angsten leidend te laten zijn in de zoektocht naar een zondebok. Want uiteindelijk zijn ook slachtoffers het meest gebaat bij  een samenleving waarin onschuld verondersteld wordt. Dat geeft het vertrouwen van burgers in de rechtstaat een veel steviger fundament dan spijkerharde straffen. Uiteindelijk is alleen een dergelijke samenleving werkelijk vrij en rechtvaardig.

Dit artikel verscheen eerder in NRC Handelsblad

De afbeelding is een foto van een beeld van Vrouwe Justitia en afkomstig van wikimedia commons

Tagged with:
 

8 Responses to Waak voor emotierechtspraak

  1. Arno says:

    Natuurlijk heb je hier groot gelijk in. Het echte drama is dat het OM blijkbaar niet in staat is om te bewijzen dat iemand te hard reed (als hij dat deed). Voor getuiges is snelheid bijzonder lastig in te schatten en voor hard bewijs zijn slipsporen nodig.

    “Uit een politieonderzoek blijkt dat de Pool wel 120 kilometer per uur reed, maar de rechtbank vindt dat niet genoeg bewijs”

    Die zijn er niet als er niet geremd wordt. Ik vraag me dan wel af wat er in dat politieonderzoek precies stond en waarom de rechter dat niet genoeg bewijs vond.

    • Herman says:

      Uit de uitspraak blijkt niet dat een dergelijk politieonderzoek gehouden is. Alleen dat getuigen tegenover de politie hebben verklaard dat de auto tussen de 100 en de 120 km/u reed. Het Nederlands Forensisch Instituut heeft met 99 procent zekerheid vastgesteld dat de auto tussen 76 en 124 km/u reed. Omdat getuigenverklaringen alleen niet voldoende bewijs vormen heeft de rechtbank besloten dat niet onomstotelijk vastgesteld kan worden dat de bestuurder te hard heeft gereden.

      Daarnaast speelt mee dat volgens onderzoek de bocht nog met 130 km/u goed genomen kan worden. Het is niet waarschijnlijk dat harder dan 130 is gereden en dus heeft de rechtbank geconcludeerd dat de snelheid waarschijnlijk niet de oorzaak is geweest van het verliezen van controle over het stuur.

      http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBLIM:2014:10041&keyword=Meijel

  2. Janoz says:

    Als uit het politieonderzoek bleek dat hij 120 reed, uit welk onderzoek blijkt dan dat hij tussen de 76 en 124 reed?

  3. Arno says:

    Ja.. goeie vraag.. al te eenduidig is de berichtgeving niet en die dossiers zijn natuurlijk niet openbaar.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*