Onderwijs is de belangrijkste bouwstof die Nederland heeft.” Zo opent het Nationaal Onderwijsakkoord.(1) Deze agenda wordt ook gehanteerd door Rutte II. In een dergelijk onderwijsbeeld wordt de student gezien als ruwe grondstof die je moet verwerken ten behoeve van de verdiencapaciteit van Nederland, en het liefst zo snel en zo goedkoop mogelijk. In een dergelijke beeldvorming van het kabinet is het heel goed denkbaar dat ze daarmee juist een onderwijsbeeld stimuleert waarin een zesjescultuur lonend is en blijft. Een schuldenstelsel zal het principe van ‘zo snel en goedkoop mogelijk’ daarin echter nog extra versterken: de studieweg van de minste weerstand wordt gestimuleerd.

Kwaliteit staat niet centraal, rendement wel

Dit onderwijsbeeld zie je terug in de prestatieafspraken met het kabinet. Onderwijskwaliteit staat daarin alleen in woorden centraal en diverse politieke partijen, van PvdA tot en met D66 of GroenLinks, vinden dit dan ook verontrustend. (2) In deze prestatieafspraken die hogeronderwijsinstellingen met het kabinet maakten, en waar ze in 2016 op zullen worden afgerekend, wordt vooral gekeken naar studiesucces en rendement. Ofwel: zo veel mogelijk studenten in zo kort mogelijke tijd door je opleiding stuwen, voor zo min mogelijk geld en met een zo laag mogelijke uitval.

In de praktijk gaan de afspraken daarom ook vooral over zaken zoals bijvoorbeeld (3): uitval in het eerste jaar, studietempo, en uitgaven aan overhead. Het gevolg is dat men inzet op bredere opleidingen, wat echter onvermijdelijk ten koste gaat van de diepte. Wel kan de student daardoor tussentijds makkelijker overstappen. En kunnen de opleidingen op meer vervolgopleidingen aansluiten omdat de student minder gespecialiseerd is. Dit is logisch: universiteiten en hogescholen moeten meer doen met minder geld, dus je gaat je onderwijs delen, zorgen dat studenten bij verkeerde keuze makkelijker kunnen overstappen, en daarmee hoop je dus te voorkomen dat ze voortijdig stoppen en zullen gaan meetellen als ‘drop out’.

De verkeerde discussie

Dit is echter ook strijdig met het advies van de Commissie Veerman, die stelt dat het onderwijs juist intensiever zou moeten worden. Echter, dat zou onder gegeven omstandigheden (meer toelating, minder budget per opleiding, hardere afrekening op rendement) juist kunnen leiden tot méér drop-outs. Een voorbeeld is de discussie over het aantal contacturen. Meer contacturen zullen in zichzelf volstrekt niet leiden tot een betere kwaliteit in het gegeven onderwijs. Een dor en droog college wordt niet vanzelf spannender door er meer uren van te maken. Toch kun je als instelling naar het kabinet terugkoppelen: ik voldoe aan de prestatieafspraken want ik heb mijn studenten meer uren in de collegebanken gehad. Ondertussen versterkt een dergelijke maatregel de zesjescultuur wanneer blijkt dat ongemotiveerde studenten misschien net genoeg slides meekrijgen om met de hakken over de sloot te slagen (4). Dat lijkt me de verkeerde discussie.

Met het sociaal leenstelsel wordt nu beloofd dat de opbrengsten vooral zullen worden geïnvesteerd in onderwijskwaliteit. Dat lijkt een zet in de goede richting. Echter, nergens wordt dit wettelijk vastgelegd. Het is dus geenszins een zekerheid dat ook in de toekomst studenten er op kunnen rekenen dat tegenover de hogere bijdrage die van hen wordt gevraagd, ook meer kwaliteit komt te staan.

Sterker nog, in het Nationaal Onderwijsakkoord is vastgelegd dat een groot deel van deze opbrengsten, ruim €195 miljoen structureel, volledig ten goede komt aan het ongedaan maken van de bezuinigingen uit het regeerakkoord van Rutte II op het financieel meerjarenperspectief. ‘Grijs geld’ dus. Het hbo wijst hier dan ook terecht op. (5)

Rendementsdenken in combinatie met sociaal leenstelsel stimuleert zesjescultuur

Nee, het is helemaal niet erg om een studiefinancieringssysteem op de schop te gooien dat voorheen blind aan iedere student een zak gratis geld gaf, ongeacht of deze dat nodig had. Wat wel vreemd is, is om in crisistijd eenzijdig aan de student een grotere eigen bijdrage te vragen voor een dienst waarvan door kabinetsafspraken de kwaliteitswaarde continu dalend is.

Zolang dus de prestatieafspraken vooral inzetten op studiesucces en rendement is het zeer goed denkbaar dat een sociaal leenstelsel deze zesjescultuur versterkt. Namelijk, wanneer de student meer zelf zal moeten bijdragen, denkt deze zeker nog even goed na, en kiest vervolgens de studie en weg van de minste weerstand en de grootste slaagkans. Liever zo snel mogelijk klaar met een zes, dan het risico er iets langer over te doen. Tijd is schuld.

Funest is natuurlijk dat via de prestatieafspraken ook de neiging is ingebakken dat het zo snel mogelijk afvinken van het tentamen ook in het belang lijkt van de opleiding. En dat via deze nadruk op rendement, niet op kwaliteit, juist door deze hogere bijdrage via een schuldenstelsel, een zesjescultuur juist zou worden bevorderd.

Ernstjan van Doorn is een actieve PvdA’er die graag mensen hard en gemotiveerd ziet werken in het hoger onderwijs, maar zijn wenkbrauwen fronst bij de negatieve effecten van een schuldenstelsel.

 

(1) http://www.rijksoverheid.nl/bestanden/documenten-en-publicaties/convenanten/2013/09/19/nationaal-onderwijsakkoord-de-route-naar-geweldig-onderwijs/nationaal-onderwijsakkoord-de-route-naar-geweldig-onderwijs.pdf

(2) http://www.dub.uu.nl/artikel/nieuws/prestatieafspraken-splijten-tweede-kamer.html

(3) http://www.dub.uu.nl/artikel/nieuws/uu-belooft-prestatieafspraken-meer-diplomas-en-minder-afvallers.html

(4) http://www.voxweb.nl/aanwezigheidsplicht-is-schools/

(5) http://www.vereniginghogescholen.nl/vereniging-hogescholen/feiten-en-cijfers/doc_download/2059-brief-vereniging-hogescholen-aan-ocw-inzake-leenstelsel-28-mei-2014

 

(de afbeelding bij de tekst is afkomstig van Wikimedia Commons)

3 Responses to Bevordert het Sociaal leenstelsel de zesjescultuur?

  1. Arno says:

    Hopelijk is de student van de toekomst ook per definitie een bovengemiddeld intelligent persoon, iemand die kan bedenken dat een paar maanden meer lening (paar duizend euro) beter is dan afstuderen met een 6. (=geen baan, =veel duurder)

    Verder ben ik het er zeker mee eens dat de kwaliteitsverbetering niet goed gedefinieerd is (hoe doe je dat dan wél goed??). Of dat kan/moet is iets anders, wellicht moet men gewoon geld toezeggen en accepteren dat niet van elke euro traceerbaar is hoeveel effect deze precies heeft gehad. Maar nee, dat zal wel niet mogelijk zijn. Politici zijn over het algemeen controlfreaks.

  2. Janos Betko says:

    “Of dat kan/moet is iets anders, wellicht moet men gewoon geld toezeggen en accepteren dat niet van elke euro traceerbaar is hoeveel effect deze precies heeft gehad.”

    Dit. Liefst met sterke interne checks / balances en af en toe een externe check op de kwaliteit om te voorkomen dat het niet over de balk gesmeten wordt, en dan: vertrouwen geven. Maar dat is een lastig iets.

  3. Arno says:

    Vertrouwen??! Dat is zó 2013…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*