De ‘tsssks’, ‘pffffts’ en zuchtgeluiden maakten duidelijk aan wiens kant de dames stonden. “De hoogbegaafdenlobby’’ verzuchtte een Kamerlid  naar wie ze na het debat toesnelden om te vertellen dat ze hadden getwitterd.

“Zozo, maar liefst twintig berichtjes. Zijn die allemaal van u?”

“Ja, ik heb flink mijn best gedaan” antwoordde de dame in kwestie glunderend, waarna ze naar een ander Kamerlid toesnelde om haar kaartje te geven ‘zodat we kunnen twitteren’.

Onlangs debatteerde de Tweede Kamer over ‘Toptalent in het funderend onderwijs’. Op de agenda stond de uitreiking van ‘excellentiepredicaten’ aan scholen, maar ook onderwerpen als ‘hoogbegaafde leerlingen’, ‘Kernvaardigheden voor Werk en Leven’, ‘OECD Skills Outlook 2013’ en het ‘ontwikkelingsperspectief van leerlingen’. VVD-Kamerlid Karin Strauss had met hoogbegaafde kinderen gepraat die allemaal vertelden dat ze van hun juf andere kinderen moesten helpen als ze klaar waren met hun werk. Dat vonden ze heel saai. En Strauss vertelde dat ze altijd ‘Heel Erg Vervelend’ werd als ze zich als kind verveelde. SP-Kamerlid Jasper van Dijk niet. Die werd juist ‘heel erg creatief’ van verveling. En staatssecretaris Dekker kondigde aan dat we meer aandacht moeten hebben voor het ‘omgaan met verschillen in de klas’. Want dat vinden onze leraren nog erg moeilijk, aldus de staatssecretaris.

In de schorsing en na het debat werd druk nagepraat over excellentieklasjes, schoolloopbanen en pedagisch-didactische vaardigheden. Daar moet echt meer aandacht voor zijn. ‘Gelukkig heeft deze staatssecretaris oog voor excellente kinderen’, aldus een van de aanwezigen, druk zwaaiende naar Dekker die een verbaasd gezicht trok en toen maar amicaal terugzwaaide.

Helaas was het moeilijk om een gesprek te voeren over uitdagend onderwijs voor alle kinderen. En de stelling dat leraren juist aandacht moeten geven aan leerlingen die moeite hebben met leren, werd niet erg begrepen. ‘’Want mijn kind verveelt zich altijd zo”, was de reactie. En daarmee waren alle argumenten uitgewisseld.

6 Responses to De Hoogbegaafdenlobby

  1. Henriette says:

    Het is echt onzinnig om “zwakke” en “hoogbegaafde” leerlingen tegen elkaar uit te spelen. Het gebruikelijke denkpatroon is om aan zwakke leerlingen meer aandacht te geven, en dat is vervelend voor kinderen die alles makkelijk oppikken en zich de rest van de dag zitten vervelen, hoogbegaafd of niet. Dat de oplossing niet is meer tijd naar de makkelijke leerlingen te schuiven en minder naar de moeilijke, is geen onderwerp voor discussie mag ik hopen. Ik hoop dat al het gepraat over meer aandacht voor snelle leerders tot de voor de hand liggende conclusie leidt dat docenten meer tijd voor hun leerlingen moeten hebben, of door minder administratief werk of door minder leerlingen per docent. Zeuren over de zogenaamde hoogbegaafdenlobby en de zielige moeilijke kinderen vind ik echter bijzonder nutteloos.

    Terzijde, ik vind excellentie ook een onangename en ongepaste term, die de terechte vraag om meer aandacht voor de “makkelijke” kinderen in de hoek schuift van prestatiedenken en de onzinnige drang naar cijfermatige “excellentie” op de universiteiten.

  2. Arno says:

    Toch is het ook wel degelijk een principiële keuze. Ik kan me nog goed herinneren hoe ik altijd klaar was en dan maar de andere kindjes moest helpen. De docent had geen zin en/of tijd voor verdieping. Dit zou beter zijn voor de kinderen met meer moeite met leren. Ik vond dat doodsaai en stom. Mijn (socialistisch ingestelde) moeder vind dat juist een prachtig idee: de sterken helpen de zwakkeren.

    Ik kan me toch voorstellen dat ik nuttigere dingen had kunnen doen in die tijd. Ik zat op een zwakke school en was de enige van de klas die naar het vwo zou gaan. Daar aangekomen liep ik achter: ik had in tegenstelling tot de rest amper Engels gehad en had nog nooit een zin ontleed.

    Volgens mij is de docent er om les te geven, de snellere leerlingen zijn geen hulpdocentjes. De extra taken voor die betere leerlingen hoeven de docent amper tijd te kosten, een map met verrijkingstaken is genoeg. Juist die snelle leerlingen vinden zelf wel uit hoe die moeten, daar is weinig hulp bij nodig.

  3. Angela says:

    Hoogbegaafdheid betekent niet dat je goed bent in leren. Het betekent dat je zeer intelligent bent, en meestal ook dat je dingen snel door hebt. Maar hoe je woordjes moet leren, hoe je een moeilijke wiskunde som aanpakt, hoe je de stapjes op papier moet zetten, dat zijn zaken waar veel hoogbegaafde leerlingen geen flauw benul van hebben. En dan hebben we het nog niet eens over hun sociale en emotionele vaardigheden. Versnellen en verdiepen: hartstikke mooi als kinderen daarmee meer uitgedaagd worden, maar bovenstaande aspecten worden vaak vergeten. Er wordt van hen verwacht dat ze de zelfstandigheid aankunnen, dat ze weten hoe ze extra projecten moeten aanpakken, dat ze verantwoordelijkheid (kunnen) nemen, dat ze weinig hulp nodig hebben, dat ze hoge cijfers behalen en dat verrijking en verdieping hen biedt wat ze nodig hebben. In sommige gevallen zal dat zo zijn. In veel gevallen echter niet. Daarnaast zorgt versnelling (sneller door de leerstof gaan, klas(sen) overslaan, eerder examen doen) voor andere problemen: een 15-jarige op de universiteit kan het niveau qua intelligentie aan, maar op sociaal en emotioneel niveau loopt hij achter. daarnaast zitten bedrijven niet te wachten op zulke jonge stagiaires, is er het kamerprobleem, enz..

    Hoogbegaafde leerlingen hebben net als de minderbegaafde leerlingen extra tijd en aandacht nodig van een docent, echter op een andere manier. Begeleiding, training, enz.. Met een map verrijkingsopdrachten doe je de leerlingen geen recht en help je ze niet. Minder leerlingen in een klas, minder administratieve rompslomp en meer tijd en aandacht voor de individuele leerling.

  4. Lisa says:

    @Henriette, het is allerminst mijn bedoeling om twee groepen leerlingen ‘tegen elkaar uit te spelen’. Naar mijn mening zou er juist onderwijs op maat moeten zijn voor ieder kind, maar helpt het daarbij niet dat de staatssecretaris zich vooral focust op ‘excellente’ leerlingen.
    @Arno, jep, de docent is er om les te geven en iedere leerling goed te begeleiden. De meeste leraren doen ook niets liever. Maar ik sluit me volledig bij Angela aan dat minder leerlingen in een klas en meer tijd voor onderwijs ipv het invullen van formulieren, daarin zou helpen.

  5. Arno says:

    Ik ben het er helemaal mee eens dat minder leerlingen een veel betere oplossing zou zijn. Maar lets face it: daar is gewoon geen geld voor en ook de benodigde extra (goede!) docenten zijn niet voorhanden.

    Dat klassen overslaan ook geen geniale oplossing is ben ik het met Angela mee eens. Maar ik ken meerdere mensen die dat wel gedaan hebben en die sociaal toch goed geland zijn. Ik denk dat ook daarin een oordeel van een (goede) docent het belangrijkst is.

    De crux ligt hem dus toch weer in de beschikbaarheid van hoogstaande docenten. Helaas is het dus weer mede een geldkwestie, want goede docenten betekent niet alleen wat meer aanzien, maar ook een fatsoenlijk en concurrerend salaris. En helaas leven we niet meer in tijden waarin financieel alles kan. Er moeten dus keuzes gemaakt worden, vandaar mijn goedkope voorstel als eerste stap: stop met het inzetten van de snellere kinderen om de docent te helpen (al heb ik geen idee hoe vaak dat echt gebeurt) en voorzie die kinderen van extra opgaven.

  6. Angela says:

    Arno we zijn het meer met elkaar eens dan ik aanvankelijk dacht. Die extra opgaven zijn m.i. echter een verlegging van het probleem: ze moeten door iemand gemaakt worden, er moet een antwoordenboekje komen, ze moeten nagekeken en/of besproken worden. En om deze dingen goed te doen (wat uiteraard de bedoeling is) is tijd en geld nodig. Je wil en kan snellere/meer-intelligente kinderen niet afschepen met een paar opdrachten, dan ben je ze kwijt. Er bestaan wel projecten die je kinderen kan laten doen, bijvoorbeeld de projecten van Bureau Talent. Dat scheelt een hoop werk voor de docent, aangezien hij niet zelf een map met uitdagende vragen en opdrachten hoeft te bedenken. Echter, deze projecten kosten ook geld, ze moeten begeleid worden en er moeten faciliteiten op school aanwezig zijn die de projecten mogelijk maken. Denk aan computerruimtes, bepaalde software, fotocamera’s, enzovoorts.

    Wat betreft mensen die klassen overslaan en sociaal goed terecht komen: die zijn er natuurlijk ook, misschien geldt dat zelfs wel voor de meesten (ik heb hier nooit onderzoeken over gezien/gelezen). Dit neemt echter niet weg dat er voor docenten een extra taak ligt tijdens de schooltijd van deze leerlingen, namelijk de ondersteuning op sociaal en emotioneel gebied. En dat is, merk ik als mentor van 29 hoogbegaafde leerlingen, een zware taak, die bovenop je normale lestaken komt. Ook ondersteuning van ouders van HB-leerlingen komt in praktijk voor een aanzienlijk deel op de schouders van mentoren en/of docenten terecht. Er is op dit moment geen geld voor kleinere klassen, en geen geld voor begeleiding van leerlingen met een HB-problematiek (wel voor minder begaafde leerlingen) en dat zie ik als een zeer groot probleem en een hele grote fout van de politiek. Fatsoenlijk passend onderwijs krijg je op deze manier niet voor elkaar, daarvoor moet je investeren.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*