Ik houd stiekem best wel van discriminerende grapjes en plagerijtjes. Laat ik daar maar eens mee beginnen. Mijn (mooie, lieve en slimme) partner is half Indisch, maar bij vrienden van wie ik verwacht dat ze dat als provocerend ervaren beschrijf ik haar graag plagerig als “mijn lieve Chinees” of iets in die trant. Dat werkt vaak goed, zowel in haar bijzijn als zonder. Mijn vrouw weet dat mijn liefhebberij om te provoceren diep van binnen onschuldig is. Toch twijfel ik soms of ik dergelijke “grapjes” op Facebook zet of niet. Ook bevriende Indo’s die mij minder intensief kennen lezen dat, en voelen zich er misschien minder prettig bij dan mijn partner. Op nationale tv zou ik zo’n provocatie zonder toelichting in ieder geval niet maken.

Maar waarom eigenlijk? Is er iets mis met Chinezen?

Wat mij betreft niet. Natuurlijk zou je kritiek op de Chinese overheid kunnen hebben, maar volgens mij zijn er weinig mensen die een individuele Chinees, ergens op de wereld, daarop afrekent. Ik niet in ieder geval. Het venijnige van mijn opmerking zit er natuurlijk in dat ik ‘al die Aziaten’ provocatief wegzet als ‘die insignificante Chinezen daar voorbij Griekenland’, en daarmee hun etnische en culturele identiteit marginaliseer. Let wel, er is geen cel in mijn lichaam die dat werkelijk zo ervaart. Op andere dagen maak ik mijn vrouw, haar zusje en haar broertje weer uit voor ‘nep-Indo’s’, omdat ze op een gezamenlijke vakantie in Indonesië ‘s ochtends boterhammen eten terwijl er zalige nasi en bami op het ontbijt-menu staat, waar ik groooot liefhebber van ben, zéker ‘s ochtends. “Echte Indo ben je van binnen!”, roep ik dan als ik mijn vork in de verse nasi goreng prik. Maar ik hou van ze en hopelijk vergeven ze mijn racistische grapjes wanneer ik ze uit de tent probeer te lokken.

De afgelopen maanden hebben veel Nederlanders zich afgevraagd of ze nou onbedoeld racist zijn of niet. Je houdt van de Sinterklaastraditie, of je moet lachen om de platte racistische grapjes van Gordon. Ook ik ga bij mezelf te raden. Net als de Sinterklaas-vierders met hun Afro-karikatuur zou ik willen zeggen: “ik meen het wel goed”. Ik hou van mijn ‘slachtoffers’, en ondanks mijn misleidende provocaties ben ik eerder jaloers op hun bruine tint dan dat ik iets negatiefs over hun etniciteit kan bedenken dat op hen betrekking heeft. Maar zijn we zonder verkeerde bedoelingen dan ook automatisch niet racistisch?

Volgens mij komen we dan uit bij een semantische discussie, die voor de ethische discussie weinig relevant is. Iedereen discrimineert. Ook op ‘ras’ (wat dat ook voor biologische relevantie moge hebben) of etniciteit. Daarop hebben Arische Nederlanders gelukkig geen monopolie. Naast de aspecten van de verzender, zoals de grond waarop, de mate waarin en het voorbehoud waarmee wordt gediscrimineerd (al dan niet uitgesproken), wordt de ethische relevantie wat mij betreft ook voor een groot deel bepaald door de interpretatie van de ontvanger: het eventuele slachtoffer en eventuele ‘collateral damage’.

Dat laatste, daar lijkt niet iedereen het mee eens. Als je het maar goed bedoelt, dan is er niks aan de hand. “Mensen moeten niet zo zeuren als het niet verkeerd bedoeld wordt“. Toch hebben al deze mensen het naar mijn mening verkeerd. Natuurlijk is het enorm belangrijk dat bedoelingen oprecht en goed zijn, maar wat nou als het verkeerd overkomt? Wat als een opmerking onbedoeld stigmatiseert?

Veel mensen zijn kwetsbaar en voelen zich onzeker. Ongewenst afwijken van de norm is daar vaak oorzaak van. Als ik tegen een collega met een zelfde postuur als ik voor de grap zeg “schuif eens wat op, gezellige dikkerd!” kan ik dat erg grappig vinden. Grote kans dat die persoon daar om kan lachen zoals ik dat omgekeerd waarschijnlijk ook zou doen (althans, de eerste vijf keer, zo schat ik in). Maar als mijn collega zonder dat ik dat weet als kind veel gepest is, dan kon zo’n opmerking wel eens verkeerd aankomen. Mijn onschuldige bedoelingen ten spijt. Iemand met een donkerdere huidskleur, die vaak op negatieve wijze anders is behandeld, en door pesterige klasgenootjes wel eens “zwarte piet” genoemd werd, zou evengoed met andere gevoelens naar onze traditie kunnen kijken dan een blanke liefhebber van het feest in al zijn onschuld. Een meisje met donker haar, dat op school gepest werd omdat ze een snor zou hebben, voelt de onzekerheid en de kwetsing wanneer ze racistische grapjes over vrouwen met snorren hoort, zelfs al gaat het niet om haar persoonlijk. Dat de maker onwetend is helpt dan maar weinig. Veel zin om het aan te geven en erover te discussiëren zal ze niet hebben.

Gordon maakt zich van zijn grapjes af door te stellen dat de Chinese deelnemer, Xiao Wang, zich niet beledigd voelde. Zelf vrees ik dat Xiao van half Twitterend Nederland “op had mogen rotten naar zijn eigen land” als hij niet tegen ‘onze‘ grapjes kan, nog even los van zijn afhankelijkheid van Gordon in de spelshow. Daar komt bij dat hij niet de enige is die zich beledigd zou voelen bij een grap over Chinezen op tv. Opzienbarend vind ik het niet dat grapjes over spraakgebreken en oppervlakkige ‘afhaalchinees-by-numbers’ associaties tot frustraties lijden bij Chinese Nederlanders. Het is stigmatiserend en misschien zelfs kwetsend.

Moet alles dat stigmatiserend of kwetsend is verboden worden? Dat lijkt me niet de oplossing. Maar het zou wel helpen wanneer we ons wat beter in anderen kunnen verplaatsen. Het helpt helaas niet dat stigma’s vaak een schaamte over de ontvanger heen roepen. Pas als de maat vol is zal de ontvanger zich erover uitlaten, en het is niet ondenkbaar dat de ‘toevallige’ verzender zich verbaast over de emotie die daarmee gepaard gaat. Daarbij is bijna iedereen van binnen te trots om aan te geven dat gedrag misschien niet zo gepast was, of dat een reactie misschien net wat vijandiger was dan passend en constructief.

Is Gordon een racist? Ik weet het niet. Ik geloof best dat Gordon niets tegen Chinezen heeft. Wel geloof ik dat zijn opmerking in deze setting niet erg gelukkig was. “Onbekend maakt onbemind” geldt zeker ook voor stigma’s, maar dat maakt ze helaas niet onbelangrijk.

Tagged with:
 

5 Responses to Stigma

  1. Thijs says:

    “Een meisje […] die […]”; je zou er bijna stereotyperende grapjes van gaan maken, Joep. 😛

    Verder leuk stukje, deze discussie doet me vaak een beetje denken aan de campagne-wijsheid: “It not about what you say, but about what people hear.”

  2. Hester says:

    De constructie ‘een meisje die’ bestaat al heel lang. Kijk maar naar dit liedje: ‘Daar was laatst een meisje loos, die wou gaan varen…’ Maar het wordt niet algemeen geaccepteerd inderdaad.

  3. Arno says:

    Hoe principieel correct je vast wel zal zijn, houdt het wel ergens op. Er bestaat NIET zoiets als het recht niet beledigd te worden. Alles wat je zegt kan door iemand anders verkeerd opgevat worden, maar dat is hun probleem. De waarheid moet gezegd kunnen worden. Er zijn volksstammen mensen die beledigd zijn als je beredeneerd dat God/Allah/Boeddha wellicht niet bestaan, mag dat dan ook niet meer gezegd worden?? Dus ja, de intentie van de verzender bepaalt, niet de interpretatie van elke (vaak onbedoelde) ontvanger.

    Als iemand dik is, mag je die persoon dus dik noemen. Als iemand blank is mag je die persoon blank noemen. Zelfde geldt voor zwart of geel. Wat niet mag is iemand niet aannemen OMDAT hij zwart/geel/blank is.

    Waar het om draait is relativeringsvermogen en het intrekken van al te lange tenen. Alleen dan kan je samenleven. En een klein beetje je best doen aan de heersende normen te voldoen helpt ook enorm.

  4. Rob says:

    Ha Joep, goed stuk. Er bestaat inderdaad geen recht niet beledigd te worden, maar ook geen noodzaak te beledigen, als je al weet waar de grens ligt.

  5. Arno says:

    Let wel: ik bedoel hier wat je moet kunnen zeggen dat niet strafbaar moet zijn (zoals rascisme/discriminatie), niet wat vriendelijk/lief is.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*