De discussie over het wel of niet invoeren van een leenstelsel voor studenten begint op een soap te lijken. Partijen die tegen het behoud van studiefinanciering waren, draaiden vlak voor een verkiezingsperiode 180 graden. Voorstanders van studiefinanciering blijken ineens tegenstanders als het pluche in zicht komt. Een ding is echter gelijk gebleven: de argumenten waarmee het debat wordt gevoerd. Al zo’n tien jaar gaat het over de bakker/slager/leraar die die de studie van de advocaat/arts betaalt.

Een inhoudelijk debat wordt niet gevoerd, helemaal omdat een goed onderzoek naar alternatieven voor het leenstelsel wordt geweigerd door de bewindspersoon (de continue factor). En een weigering hoeft kennelijk niet gepaard te gaan met argumenten. Zo beantwoorde de minister vragen van de SP over alternatieven voor de invoering van een leenstelsel in onvervalst Haags: “In het regeerakkoord is de keuze gemaakt om investeringen in de kwaliteit van onderwijs mogelijk te maken. De wijze waarop dit gebeurt, is door generieke inkomensondersteuning aan studenten te verminderen, de toegankelijkheid te waarborgen via de introductie van een sociaal leenstelsel, en de opbrengst daarvan te investeren in het onderwijs. De regering heeft geen alternatieven voor deze maatregelen onderzocht.” Bij een potje ambtenarenbingo zou deze zin goed scoren.

Zorgde in eerdere jaren kabinetsvallen en de daaropvolgende verkiezingen ervoor dat het gevaar voor studenten tijdelijk werd afgewend, tegenwoordig laat een onhandige minister het wetsvoorstel aan de grond lopen. In reactie op het regeerakkoord lieten verschillende partijen (ook degenen die het afschaffen van de studiefinanciering in hun programma hebben staan) weten dat het leenstelsel van de regering niet op hun instemming kon rekenen. Deze houding is gedurende het jaar niet veranderd, ook niet tijdens de onderhandelingen met GroenLinks en D66 over investeringen op onderwijs.

Met het achtereenvolgens verschijnen van een Onderwijsakkoord en het herfstakkoord, is de onduidelijkheid alleen maar groter geworden. In de Tweede Kamer blijft er een meerderheid voor een leenstelsel, maar het standpunt van de Eerste Kamer lijkt vooralsnog niet overeen te komen met de wens van de regering.

Tijd voor Bussemaker om toeschietelijker te worden naar de oppositie. Tenminste, dat lijkt een logische volgende stap. Maar daar kijken ze op het ministerie OCW toch anders naar. Recent werd namelijk bekend dat ook de bijverdiengrens niet wordt verhoogd. Terwijl dezelfde Minister wél vindt dat studenten maar moeten werken om het verlies aan inkomsten te compenseren. Gelukkig is er een doekje voor het bloeden, want “Wie geen prestatiebeurs ontvangt, krijgt geen vordering.”

Ook de vraag van GroenLinks om aanvullende maatregelen voor mbo’ers wordt van tafel geveegd: “Al met al maken mbo’ers veelal een weloverwogen keuze om wel of niet verder te gaan studeren en laten zij hierbij hun arbeidsmarktperspectief nadrukkelijk meewegen. De regering ziet dus geen aanleiding om te veronderstellen dat deze groep onevenredig geraakt wordt.”

Wel wordt een cadeautje gegeven aan coalitiepartner VVD door plannen om technische masters te ontzien. Een soortgelijke vraag van D66 over educatieve opleidingen werd met een ‘njet’ beantwoordt. Omdat leraren minder hard nodig zijn dan technici? Of misschien omdat de vraag vanuit de oppositie kwam? We zullen het nooit weten.

Interessant is de vraag welke richting het debat op gaat. Verspeelt Bussemaker nu echt al haar kaarten? Of kent ze de weg in de achterkamertjes beter dan ze laat blijken?

One Response to Bussemaker en de achterkamertjes?

  1. PG Kroeger says:

    Dit artikel mag op al je vragen over Bussemaker en het leenstelsel voorlopig wel antwoord kunnen geven….. http://www.scienceguide.nl/201310/leenstelsel-raakt-verweesd.aspx

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*