‘Jij hebt toch voor de klas gestaan?’, wordt me weleens gevraagd. Op het antwoord dat ik inderdaad een docentenopleiding heb gevolgd, volgt dan altijd de vraag: ‘Waarom ben je dan geen leraar geworden?’ Jarenlang heb ik daar terughoudend op gereageerd. Het beviel me niet zo, zei ik dan. Of ik mompelde iets over brutale pubers. Maar na het lezen van het artikel van Anneke Wijma in de Volkskrant wil ik me niet langer stilhouden. Wijma’s artikel stamt al uit 2011, maar werd de afgelopen week door duizenden mensen op Twitter en Facebook gedeeld. Als ik deze ontboezeming ooit wil doen, dan moet het nu.

Het is een koude oktoberochtend, aan het begin van deze eeuw. Ik sta op het punt mijn eerste dag als stagiair op een middelbare school te beginnen. Ik wacht op mijn begeleider, een vriendelijke jongeman die echter nauwelijks kan verhullen dat hij geen tijd voor me heeft. ‘Hoi Pieter, ik moet nu toetsen nakijken en daarna heb ik wat moeilijke gesprekken met een aantal leerlingen. Maar we zien elkaar vanmiddag. We hebben namelijk studiedag van twee tot vijf.’ Zo, dat begint lekker. Mijn beeld van de docent die al om tien over twee fluitend de school uitloopt is meteen aan diggelen.

Gelukkig kan ik de ochtend meelopen met een andere docent. Een aimabele grijsaard in pak die me in de eerste drie zinnen al vertelt dat hij volgend jaar met pensioen gaat. ‘Dan laat ik dit bezopen gekkenhuis achter me,’ grijnst hij net iets te breed. We nemen plaats in het klaslokaal. Hij zit achter zijn lessenaar, ik achter in de klas. De eerste leerlingen druppelen binnen. Dan springt de grijsaard plotseling op. ‘Hé jij daar! Hoe durf jij je hier nog te laten zien!?’ Een klein kereltje rent snel de gang op. Later legt de oude leraar uit wat er aan de hand is: ‘Die knul heeft me vorige week voor klootzak uitgescholden. Hij mag pas terugkomen nadat hij z’n excuses heeft gemaakt. Maar daar kan ik naar fluiten, waarschijnlijk. De schooldirecteur vindt dat namelijk helemaal niet nodig.’ Hij zucht. ‘Ze laten je echt vallen als een baksteen.’

Lunchpauze. Op weg naar de docentenkamer valt het me op dat je geen moment van de dag alleen bent. Als leraar is er geen kans om je terug te trekken, anoniem te zijn, op te gaan in de massa. Overal waar je gaat kijken leerlingen je na. In de bedompte en stampvolle docentenkamer maak ik kennis met een aantal collega’s. ‘Wat ontzettend moedig dat jij voor dit vak hebt gekozen’, zegt zo ongeveer iedereen. Na de voorstelronde kruipen de docenten in groepjes bij elkaar om hun ervaringen van de ochtend te delen.

Flarden gesprek trekken aan me voorbij: ‘… regelrechte kutklas… ouders belden… studiedag… laat ik dit bezopen gekkenhuis achter me… echt wel toe aan vakantie…’ Om de mood te verlichten vraag ik een clubje geschiedenisdocenten wat zij het leukst vinden aan de Maand van de Geschiedenis, die zojuist van start is gegaan. Er komt weinig respons. Al gauw gaat het gesprek weer over de dagelijkse verschrikkingen. Eén van de collega’s heeft mijn beteuterde blik opgepikt. ‘Oh, eh, ik hoop dat we je niet ontmoedigen. We mopperen weleens over ons werk, maar meestal is het hier ongelooflijk leuk.’

Om twee uur lopen de lessen ten einde. De leerlingen rennen vrolijk gillend naar buiten. Daarentegen zit het lerarenkorps de komende uren opgesloten in een grote zaal. Vooraan staan twee ICT’ers te stuntelen met een Powerpoint-presentatie. Ze proberen ons iets duidelijk te maken over een nieuw computerprogramma waarmee we de voortgang van leerlingen kunnen registreren en monitoren. Want, zo merk ik al gauw, werken in het onderwijs betekent vooral het tevreden houden van ouders en schoolinspecteurs.

De grijsaard van vanochtend is naast me komen zitten. Ik overweeg om hem met ‘hoi klootzak’ te begroeten, maar ik vraag me af of hij de grap zou vatten. Jammer. Deze oninspirerende cursus zou wel wat humor kunnen gebruiken. Als de ICT’ers hun incoherente verhaal hebben afgerond, nemen de docenten twee aan twee plaats achter computers. ‘Om hands on ervaring op te doen’, legt het uitgedeelde opdrachtenblad uit.

‘Wat leren jullie tegenwoordig op de opleiding?’, vraagt de grijsaard aan mij. Hij is naast me aan de computer komen zitten; kennelijk vormen we nu een team. ‘Een hoop gezever,’ zeg ik. ‘Gisteren hebben we drie uur besteed aan het bouwen van een muurtje. Geen echt muurtje natuurlijk, maar een opdracht op papier waarbij je je eigen waarden leert plaatsen in de dagelijkse schoolpraktijk. En je werkt elke week aan je POP.’ Dat staat voor Persoonlijk Ontwikkelingsplan, nog zo’n maatregel die het opleiders en inspecteurs makkelijker moet maken om te zien of je wel je doelstellingen hebt gehaald. De grijsaard weet dat wel, dat hoef ik hem niet te vertellen.

Als om vijf uur de cursus erop zit, heb ik mijn jas al in de hand. Mijn begeleider – die ik de hele middag niet heb gezien – stevent op me af. ‘We gaan nog even een uurtje vergaderen met de vakgroep. Het lijkt me nuttig als jij daar ook bij bent.’ De inhoud van dit overleg gaat volledig langs me heen, maar ik maak nog wel mee dat een vrouw, een jonge geschiedenisdocente, volledig door het lint gaat als het gesprek op de lesinvulling voor het komende jaar komt.

Om zes uur mag ik eindelijk naar huis. Dat wil zeggen: een halfuur lopen naar het station, een halfuur met de trein en dan met de fiets van het station naar huis. Alles bij elkaar ben ik zo’n 75 minuten onderweg. Maar voor zo’n prachtbaan heb je het er graag voor over. Dichterbij school gaan wonen is toch geen optie, trouwens. Ik herinner me nog de verhalen van mijn eigen oud-docent Duits, die bij onze school om de hoek woonde. Elke vrijdagavond vlogen de pakken vanillevla tegen zijn ruiten.

Eenmaal thuis overpeins ik de dag. Misschien heb ik gewoon pech gehad. Misschien was het een slechte dag. Misschien gaat het morgen beter. De daaropvolgende twintig schooldagen verschillen echter niet van die eerste. Want laat u niks wijsmaken. Die slogan, ‘Leraar: elke dag anders!’, is gewoon snoeiharde propaganda van het ministerie om hoogopgeleid personeel te strikken.

Na een paar maanden hield ik het voor gezien. Ik wilde het onderwijs in omdat ik mensen wil helpen om de wereld te ontdekken. Om ingewikkelde materie om te zetten in begrijpelijke kennis. (Gelukkig merkte ik later dat dit niet voorbehouden is aan het beroep van leraar.) Als docent kom je daar haast niet aan toe. Dat is het paradoxale van het onderwijs: er is nog nooit zoveel tijd en moeite gaan zitten in het zo weinig mogelijk bijbrengen van kennis.

Af en toe denk ik er nog weleens aan, mijn kortstondige docentencarrière. En aan al die mannen en vrouwen die wel elke dag de energie vinden om er iets moois van te maken. Ondanks de niet-aflatende kritiek van ouders, inspectie en politici. Petje af!

Pieter Offermans

Dit artikel verscheen eerder hier op http://storiesguy.nl

Tagged with:
 

9 Responses to Waarom ik geen leraar werd

  1. M says:

    Hallo Pieter, dank voor dit stuk. Ik denk dat je in de roos schiet: hogeropgeleiden willen graag lesgeven, maar als docent in NL is dat nu net waar je niet aan toe komt. Jij zag dat in een paar maanden, ik had er tien jaar voor nodig 🙂 Zie http://lerarenbinnenhouden.blogspot.nl

  2. Toine says:

    Pieter, wat goed geschreven. Je hebt een heldere blik, en de ‘balls’ om niet mee te gaan in dit idiote systeem. Dat soort mensen heeft het onderwijs eigenlijk juist zo hard nodig! Een directrice van de PABO vertelde me ooit dat jonge, enegergieke en gemotiveerde docenten vaak binnen een jaar zijn ‘uitgeblust’ door ons murw makende onderwijssysteem. Dat komt uiteindelijk niemand ten goede! Gelukkig begint men dit ook in Den Haag in te zien: http://www.nu.nl/binnenland/3617998/onderwijs-meer-dan-meten-en-toetsen.html Laten we hopen dat deze kennis WEL wordt omgezet in daden!

  3. Erik Jansen says:

    Hoewel wel erg negatief (docent zijn is ook echt nog wel leuk) slaat de auteur een aantal keer de spijker op de kop:
    – de lerarenopleiding is grotendeels één grote grap, op de vakdidactiek na. Dat stuk over dat muurtje is niet overdreven. Ik heb af en toe naar de hoeken van de kamer moeten kijken of er geen camera’s van bananasplit hingen.
    – “Op weg naar de docentenkamer valt het me op dat je geen moment van de dag alleen bent.” Dit is inderdaad erg vervelend. Je bent vaak om 15:00 uit, maar wel helemaal kapot omdat je vanaf 8:30 non-stop hebt lopen rennen. Waarom er geen lunchpauze van een uur is, is me een raadsel. Ik ga net zo lief om 17:00 naar huis, als dat betekent dat ik dan niet helemaal kapot ben omdat de bezigheden zich in normaal tempo opvolgen.
    – “Want, zo merk ik al gauw, werken in het onderwijs betekent vooral het tevreden houden van ouders en schoolinspecteurs.”
    Ja, dit is het grootste probleem als docent. En reken er maar niet op dat de schoolleiding jouw kant kiest in een conflict met ouders. Want de ouders sturen hun kind als leerling en de school krijgt betaalt naar het aantal leerlingen. Systeemfout dus. In een conflict bestaan er dan nog twee keuzes: 1. bakzeil halen 2. ook met je meerdere het conflict aangaan. Als je het eerste doet kan je wel inpakken, want dan heeft de leerling gewonnen. Het tweede kost verschrikkelijk veel energie, en kan eigenlijk alleen als je zeker weet dat je onmisbaar bent voor de school.
    Dingen die ik in een paar jaar gezien heb:
    * leerlingen mogen profielwerkstuk opnieuw maken na fraude. Opgelegd door directie -> extra werk voor docenten.
    * slecht werkende leerlingen mogen schoolonderzoek herkansen, omdat het slecht gemaakt is. Opgelegd door directie. Leraar moet nieuw SE maken en nakijken. Resultaat: 4.6 gemiddeld ipv 4.4. Leerlingen letten ook niet op bij bespreken eerste SE.
    * Leerlingen gaan klagen bij conrector. Zonder het met alle betrokken leraren te bespreken doet de conrector een belofte aan de leerlingen dat ze iets mogen herkansen.
    – de beschrijving van de studiedag is ontzettend herkenbaar. Het gaat nooit ergens over, en waar het wel over zou moeten gaan, daarover mag nooit gepraat worden.

    Oudere docenten geven je de tip om alle ongein te negeren, er om te lachen en te genieten van je lessen. Want als je je druk gaat maken, dan redt je het niet. Er tegen vechten lukt al helemaal niet. De spelregels worden bepaald door instanties vol mensen die niet voor de klas staan, onder andere: ministerie van OCW, Cito en de lerarenopleidingen.

    En toch is leraar zijn leuk!

  4. Arno says:

    Goed stuk. Dit soort verhalen, uit meerdere bronnen, hebben inderdaad gemaakt dat ik nooit van m’n leven voor de klas ga staan. Ik ga serieus nog liever bij McDonalds werken. Echt les geven lijkt me wel leuk, maar alles eromheen…

  5. P says:

    He ja, laten we lekker zuur gaan doen over het onderwijs. Ja; je moet het treffen met je school wat betreft lerarenteam en managementteam. Er zijn echter genoeg scholen waar de energie er wel is. Heb het liever over hoe we het onderwijs kunnen omvormen tot een plek waar hoogopgeleide met alle plezier gaan werken dan het hebben over hoe slecht je het tien jaar geleden had (en ik weet dat het er op genoeg scholen nog steeds zo aan toe gaat).

  6. Arno says:

    Op zich heb je daar gelijk in, P.
    Stap 1: geef de leraar weer zijn gezag terug. Zorg ervoor dat directies het oordeel van de leraar overnemen en niet achter ouders aanlopen. Wie weet wint de leraar dan wat respect van de leerlingen terug.
    Stap 2: schaf 95% van alle inspecties en rapportages af.
    Vervolgstappen zijn ter discussie natuurlijk.

  7. Marcel says:

    Stap 3: als iedereen die het beter weet nu eens zelf een school zou kunnen beginnen?

  8. Arno says:

    @Marcel: nee, ik ga m’n eigen leven niet verzieken voordat het onderwijs zichzelf 1000x aantrekkelijker heeft gemaakt. En nee, dat is absoluut niet (alleen) een financieel argument.

  9. Angela says:

    Marcel dat is natuurlijk een non-argument. Dit is nu juist het type commentaar dat onderwijzend personeel lamslaat: ben je het er niet mee eens? Nou dan ga je toch ergens anders werken, of je richt je eigen school op. Dat is idioterie! Zolang de resultaten van een school voldoende zijn, en er in een plaats net genoeg scholen zijn om alle leerlingen te kunnen herbergen zullen dit soort praktijken blijven bestaan. Of docenten nu wel of niet naar een andere school gaan.

    Het eerste punt van Arno is zeer belangrijk: geef de docent zijn gezag terug.
    Voorbeeld: wij hadden woensdagavond een schoolfeest, donderdagochtend waren de leerlingen daarom de eerste drie uur vrij, Van docenten werd verwacht dat zij op woensdagavond, onbetaald, zouden surveilleren tot middernacht, een ónofficiële taak die je verwacht wordt met een glimlach te vervullen. Een collega had voor het 4e uur die donderdag een kleine overhoring gepland waarvoor niet geleerd hoefde te worden. Eén ouder klaagde daarover (de leerling in kwestie overigens NIET) en de schoolleiding verplichtte de docent de overhoring te cancellen.

    Dit is toch van de zotte. Als je kind geen huiswerk of een test kan maken vanwege een feest (maar dikwijls ook familiebezoek, boodschappen doen, een overleden kat, sport, hobby’s, etc) dan lijkt mij dat je als ouder schoolwerk voor laat gaan. Dat je respect hebt voor de school, voor de docenten, en ook voor je kind in zijn rol als leerling. Van een schoolleiding zou je mogen verwachten dat zij ouders hierop aanspreken, en dat ze achter de docent staan. Helaas het tegenovergestelde vaak het geval, hoe leuk en fijn de school ook is. Zijn ouders het ergens niet mee eens, dan moet de docent concessies doen. Zowel ouders als schoolleiding lijken dit de normaalste zaak van de wereld te vinden.

    Als jonge docent heb ik nog de hoop dat dit zal veranderen, en dat ik hier wellicht een rol in kan spelen. Bij veel oudere collega’s zie ik echter dat ze het hebben opgegeven, dat ze hun tijd uitzitten. Ze raden me aan me niet te druk te maken, het naast me neer te leggen en me te richten op het contact met de leerlingen. Want dat is iets waar we allemaal, jong of oud, nog steeds veel energie uit halen, en wat het lesgeven zo leuk maakt.

    Dus alsjeblieft, geen gezever meer over ‘ga maar ergens anders werken’ of ‘richt je eigen school maar op als je het er niet mee eens bent’. Steek die tijd en energie liever in het verbeteren van het huidige onderwijs en de positie van de docent. De docent is de spil van het onderwijs, ik hoop dat die boodschap op een dag doordringt.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*