Dit is het laatste deel van een serie van vijf blogjes over metalfestivals, geschreven naar aanleiding van een bezoek aan Metaldays de afgelopen zomer.

In de voorgaande vier blogs is steeds een thema behandeld: de hippie in de metal, Duitse metalheads, diversiteit in de metalscene en betutteling op festivals in Nederland. Om in stijl af te sluiten eindig ik met een aantal niet gerelateerde, volstrekt willekeurige observaties.

Festivalopzet – vroeger was alles beter

In het vorige deel is de steeds verregaandere betutteling op festivals beschreven. Om verder te gaan op het thema ‘dat vroeger alles beter was’ (verdomme): wat is er in hemelsnaam gebeurd met het concept ‘relaxed festival met niet meer dan twee podia’? Vroeger, op Dynamo Open Air in Eindhoven, was er een hoofdpodium en een kleiner podium in de tent op het campingterrein. Activiteiten op het festival bestonden grotendeels uit in het gras liggen voor het hoofdpodium, bier drinken en bandjes kijken. Als er een onbekende band optrad was dat een aangename manier om nieuwe muziek te leren kennen. Als er iets tofs kwam ging je naar voren, en als er iets kwam wat je totaal niet boeiend vond, ging je ouwehoeren met vrienden of een rondje lopen over de “Metal Market”, op zoek naar dat obscure plaatje of dat bijzondere shirt (of dat ronde hippiezonnebrilletje, natuurlijk). Relaxed, dus.

Steeds meer festivals programmeren echter steeds meer bands op steeds meer podia. Waardoor de bezoeker de hele tijd heen en weer aan het rennen is van band naar band. En waarbij onvermijdelijk die twee hele gave bands die je per se wil zien tegelijkertijd spelen. Door het constante rennen van podium naar podium zijn er ook non-stop kruisende mensenstromen op, wat leidt tot irritatie. Het beste voorbeeld van zo’n logistieke nachtmerrie is Wacken Open Air (WOA). Prima festival, maar door in het midden twee hoofdpodia neer te leggen, en aan weerszijden twee kleinere podia, zijn mensen constant in beweging over het midden van het terrein, waar het sowieso al het drukst is. Niet relaxed. Overigens maakt WOA het allemaal nog erger door allerlei standjes willekeurig over het festivalterrein te verspreiden, waardoor het een wirwar is van mensen die aan het lopen is voor worst, bier en andere zaken. En waardoor je op veel plaatsen op het festivalterrein het podium niet kan zien. Noem me conservatief, maar vreet en zuip horen gewoon aan de zijkant van het festivalterrein. Maar dat terzijde.

Een ander voorbeeld van hoe het mis kan gaan is Fortarock. Tussen 2010 en 2012 was het een geweldig, klein, schattig festival in Park Brakkenstein, achter de universiteit in Nijmegen. In 2013 was er opeens een Fortarock XL, met zo’n 40.000 mensen in plaats van ruim 10.000, en met drie podia in plaats van twee. Hoewel het nog steeds best prima was om er rond te lopen, en ik de organisatie van harte gun niet toe te leggen op een festival, werd het er niet beter van. Een festival als Metaldays doet het op dit punt beter, met slechts twee podia en veel ruimte om in de zon voor het hoofdpodium te liggen. Hopelijk gaat Fortarock ooit weer over op een wat relaxtere opzet, zelfs als ze een groot festival willen blijven en niet meer terugkeren in Park Brakkenstein.

Zelfspot

Zelfspot en zelfrelativering sieren de mens, en de metalhead. Op een festival als Metaldays is dat goed zichtbaar. Zo zie je dat de altijd aanwezige shirtjes over dood, verderf, satan, oorlog en moord, alleen dan ook gedragen door mensen die rondlopen met een roze opblaasnijlpaard of groene opblaaskrokodil.* Er lopen dames met studs in hun bikini. In de moshpit** lopen metalheads elkaar het hoofd in te slaan met middeleeuws wapentuig, maar dan in de opblaasvariant. Mensen nemen zichzelf totaal niet serieus, zelfs niet de mannen die een potje staan te beachvolleyballen in de string van hun vriendin. Ook de bands doen mee. Enkele jaren geleden kwam Katatonia op, en stelde vast dat het doek van tien bij tien meter, dat als achtergrond diende, ondersteboven was opgehangen. “Yeah. Ehm. Yeah. We did this on purpose. It is more evil like this”.

Piratenmetal

Vermeldenswaardig is de introductie van een heel nieuw element in het metalgenre. Een bandje is een paar jaar geleden muziek gaan maken met aanstekelijke, folky deuntjes erin verwerkt die doen denken aan piraten (ik heb geen idee waarom). Het zingt inmiddels alweer drie albums lang over zeeroversavonturen, rum en taveernehoeren en heeft het geheel ‘pirate metal’ gedoopt.*** Het gaat om Alestorm uit het (om het roemrijke piraterijverleden bekendstaande) Schotland. Voorbeelden van lyrische hoogstandjes zijn, vrij vertaald “rum, rum, rum, aaaah, rum, rum, ahoy, rum, rum, rum, aaaah, rum, rum, geef me meer rum” en “hey, hey, ik wil meer hoeren, hey, hey, meer hoeren en mede, hey, hey, ik wil meer hoeren, een heleboel hoeren, dat is wat ik nodig heb”.

Het bijzondere is dat ze succesvol zijn. In enkele jaren zijn ze bij tournees opgeklommen van supportbandje naar headliner. Vorig jaar op Metaldays stonden ze nog op de 2nd stage, dit jaar zijn ze één van de headliners op het hoofdpodium, en qua bezoekersaantallen wedijverden ze met grootheden als King Diamond en In Flames. Het veld stond bomvol. Gedurende het festival liepen een flink aantal jongens rond met een piratenhoed en meisjes met een sexy piratenbloesje. Als ‘alternatief voor de moshpit’ gingen tijdens het optreden op Metaldays honderden mensen op de grond zitten voor het podium, te doen alsof ze aan het roeien waren op een galei. Het gaat natuurlijk helemaal nergens over allemaal, maar hé… mensen hebben lol, en zie hierboven over ‘zichzelf niet te serieus nemen’. De impact van de band is onverwacht groot, leuk dat zoiets kan.

Tot slot

Goed, tijd om te eindigen met iets dat op een conclusie lijkt. Metal is vet. Metalmensen zijn leuk (en, zoals één van mij favo Kamerleden onlangs zei in een interview, schatjes). Metalfestivals zijn de hemel op aarde, en zijn buiten Nederland tegenwoordig nog net iets leuker, want met minder regels en gezeik, en als bonus lagere entreeprijzen en goedkoop bier. En hier in Nederland? Daar moet Dynamo Open Air gewoon terug. Dan komt ook hier alles wel weer goed.

János Betkó hoopt nog vele, vele jaren rond te rennen op Wacken, Brutal Assault, Graspop, Metaldays, en nog allerlei andere festivals. Waaronder Dynamo Open Air, als iemand dat weer een keer oppakt.

* Je kan op het festivalterrein heerlijk zwemmen in twee ijskoude gletsjerriviertjes, vandaar.

** Voor de niet-metalheads: de plek voor het podium waar mensen elkaar, op de maat van de muziek, op een goedmoedige manier in elkaar staan te beuken. Zie hier.

*** Nou vooruit, niet helemaal nieuw, Running Wild deed ook iets met piraten in de jaren tachtig, maar was relatief obscure en niet al te beste Duitse metal.

Tagged with:
 

One Response to Willekeurige observaties tijdens een metalfestival in Slovenië – slot

  1. […] vakantie is altijd een goede aanleiding voor een stukje, of een reeks van stukjes. Waar ik vroeger kon schrijven over metalfestivals in Centraal- en Oost-Europa,  een roadtrip in […]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*