Op zolder verstoft een kleurenprinter van vijf jaar oud waarvan de inkt-cartridge leeg is. Een nieuwe cartridge kost bijna evenveel als een nieuw model van de printer.

In een lade onder de printer liggen een stuk of tien telefoonopladers en adapters van verschillende elektrische apparaten. Van de meeste adapters weet ik al niet meer waar ze bij horen. Tegen beter weten in bewaar ik ze ‘voor het geval dat’. De opladers werken nog prima, maar geen telefoon die de verouderde stekkertjes nog lust.

Wat waren we blij toen telefoonfabrikanten met de Europese Commissie in 2009 overeenkwamen dat alle mobiele telefoons van een micro-USB ingang werden voorzien om de wirwar van verschillende opladers tegen te gaan. Eindelijk kon je je lege telefoon bij je vrienden aan het infuus hangen. Oplader kapot? Dan gebruik je gewoon die van je partner. Voor het eerst leek het alsof fabrikanten over hun ego’s heen stapten om ‘hun superieure’ standaard te vervangen door iets universeels. Eindelijk!

Compatibiliteit. Het bevordert gebruikscomfort en hergebruik. Hoe ideaal is het dat al onze stekkers in alle (Nederlandse) stopcontacten passen? Dat je daar geen rekening mee hoeft te houden bij het aanschaffen van een nieuwe TV. En dat de Euro95-slang van een willekeurig tankstation in iedere benzineauto past? Dat filterkoffie in ieder koffiefilter past, en dat tandenborstels alle soorten tandpasta accepteren?

Geloof me. Als fabrikanten ermee weg komen om de consument te beperken tot hun arbitraire zelfverzonnen standaarden zouden de meesten geen kans onbenut laten. En wij consumenten? Als een stel hersenloze lemmings volgen we hun miserabele pad. We kopen te goedkope printers die vervolgens met te dure specialistische cartridges moeten worden bijgevuld. We kopen Sarista’s en Nespresso’s die geen koffiebonen maar propriëtaire navulverpakkingen eisen. Producten op basis van propriëtaire standaarden worden in de regel slechts door één of een selecte groep producenten gemaakt. Vaak is het andere fabrikanten zelfs verboden zich aan de – over het algemeen idiote incompatibele – standaard te onderwerpen. Hierdoor worden we op de lange termijn niet alleen armer, we verspillen ook onnodig veel verpakkingsmateriaal en we snijden in onze keuzevrijheid. Concurrenten die smakelijkere, meer verantwoorde of goedkopere koffie produceren worden buiten spel gezet. Wat is er mis met gewoon een passende prijs betalen voor ieder individueel onderdeel? Een espressomachine voor wat het hoort te kosten, en idem dito voor de koffie?

Treurig is het dat de meeste telefoonfabikanten hun overeenkomst die in 2012 afliep niet willen verlengen. In nog geen vier jaar tijd heb ik zoveel mensen horen zuchten hoe zalig het was dat apparatuur eindelijk eens compatibel is. Het recent gepubliceerde concept van de phoneblocks-telefoon zou een prachtig initiatief zijn, mits alle fabrikanten toegang krijgen tot de flexibele standaard van vervangbare onderdelen natuurlijk.

Wat mij betreft is het tijd voor een nieuw breed keurmerk. Zoiets als FairTrade, of EKO, maar dan voor producten die simpelweg compatibel zijn. Producten die gebruik maken van logische non-propriëtaire voorgeschreven standaarden die iedereen kan implementeren, waardoor apparaten en gebruiksartikelen nog meer dan voorheen kunnen samenwerken. Want pas met compatibele producten kan een markt echt goed functioneren, is de klant geen lemming maar koning, en pas dan zorgen we ervoor dat we goede onderdelen degelijk kunnen hergebruiken.

One Response to De klant is lemming

  1. Jasper van s says:

    Was het een kwestie van beloven van die ge]zamenlijke adapter? Hoe naif kun je als eurocommesaris wezen om voor 4 of voor mijn apart 7 jaar de industrie belften te laten doen. Ieder bedrijf kiest daarna altijd voor de macht en de winst. Komop zeg beloven. Je houd je eraan of zoekt maar een markt buiten de grootste afzet unie op aarde.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*