Ik doe best leuk werk. In een inspirerende omgeving met prettige mensen werk ik aan maatschappelijk waardevol onderzoek. Toch voelt dat ‘s ochtends als mijn wekker gaat niet altijd zo. Als avondmens pur sang gaat de avond altijd veel te snel voorbij en dient de ochtend zich veel te vroeg aan. Met tegenzin probeer ik wat ontbijt naar binnen te wurmen en fiets ik naar mijn werk. Eenmaal gearriveerd en een bakkie koffie verder heb ik de smaak meestal weer snel te pakken. Wat zonde van de ochtend.

Mijn vroege ochtend – ja ja collega’s, voor sommige mensen voelt rond 9 uur op je werk beginnen gewoon als vroeg – staat grotendeels in dienst van mijn latere ochtend.

Toch heb ik het nog niet zo slecht getroffen. Dagelijks kom ik mensen tegen die hun werk met grote tegenzin doen. Die de laatste tien minuten van hun werkdag nog even efficiënt op het toilet doorbrengen voor een grote boodschap, om vervolgens klokslag-einde-werktijd op het knopje van de lift te drukken. Hun werk is die vervelende tijd die de vrije tijd op afstand houdt.

Als vijftienjarige scholier had ik mijn eerste echte baantje, in de verkoop. Mijn werkgever hamerde erop dat ik onze klandizie vriendelijk begroette. Ik was het gezicht van de winkel, en als de klant het idee had dat ik mijn werk met plezier deed, dan deed hij/zij er ook met meer plezier boodschappen. Geforceerd of niet, het werkte niet alleen voor de klant maar ook voor mij. Hoewel ik er slechts werkte om geld te verdienen heb ik daar tot mijn achttiende eigenlijk best een prima tijd gehad. Meer dan ik me destijds realiseerde.

Twee weken geleden werd mijn acht weken oude zoon plotseling ziek. Vier dagen later overleed hij in het ziekenhuis; de artsen konden zijn aandoening niet genezen. Een dergelijk drama hoop ik nooit meer mee te hoeven maken.

Slechts acht weken mochten we genieten van onze prachtige kleine man. Ondanks werk en een verhuizing hebben we dat intensief gedaan. Niet alleen overdag, maar ook ‘s nachts. Zoals veel baby’s had hij vaak last van krampjes, waardoor hij niet kon slapen. In de drukke weken na zijn geboorte heb ik daarom veel nachten wakker gelegen, mijn kleine man zachtjes wiegend op mijn buik.

Had ik in die periode geweten dat zijn tijd bij ons maar zo kort was, dan had ik hem waarschijnlijk nooit neergelegd. Desondanks ben ik blij dat ik hem zo intensief en met zoveel liefde heb geknuffeld en verzorgd, alle slaaptekort ten spijt.

Als ik nu zou horen dat ik op korte termijn blind zou worden of tot mijn nek verlamd zou raken, zou ik dan nog steeds met zoveel tegenzin naar mijn werk fietsen? Volgens mij zou ik me laten fascineren door de planten en vogels langs de route, en door de mensen onderweg en hun merkwaardige gedragingen.

Natuurlijk is dit geen eerlijke voorstelling. Het is onmogelijk om consequent te genieten van het heden in al haar onvolmaaktheid op weg naar een beter later. Het is prima om soms kritisch en soms dus ook negatief te zijn. Toch is het jammer dat er meestal grote verliezen nodig zijn voor het besef van de waarde van de alledaagse beslommeringen.

“Being in a hurry. Getting to the next thing without fully entering the thing in front of me. I cannot think of a single advantage I’ve ever gained from being in a hurry. But a thousand broken and missed things, tens of thousands, lie in the wake of all the rushing…. Through all that haste I thought I was making up time. It turns out I was throwing it away.”

— Ann Voskamp

Tagged with:
 

2 Responses to De Dankbare Verplichting

  1. Rob says:

    Mooi Joep dat je dit al weer kunt.

  2. Rein says:

    Joni Mitchell’s Yellow Taxi: Why does it allways have to be so that you don’t know what you’ve got till it’s gone…Was ik altijd erg van onder de indruk. Maar jij, Joep,formuleert het nog mooier. Geniet van wat er is en wat er was. Dank voor de inspiratie…

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*