Omdat ik naast mijn stage hier in Nieuw-Zeeland genoeg tijd heb, ik zelf geïnteresseerd was geraakt in de werking van Massive Open Online Courses (MOOC’s) en ik over een brede interesse beschik, ben ik begonnen aan twee van deze MOOC-cursussen: Macro-economics van de Melbourne Universiteit en Justice, een cursus die door Harvard wordt aangeboden. Vooral die tweede cursus blijkt bijzonder interessant, maatschappelijk relevant en zelfs toepasbaar op overheidsbeleid. Toevallig stuitte ik in één van de teksten over rechtvaardigheid op een voorbeeld waarover ik me in Nederland persoonlijk heb opgewonden, namelijk: de verhoging van de maximum rijsnelheid op snelwegen van 120 naar 130 kilometer per uur. Een mooi stukje symboolpolitiek zonder praktisch nut en bovendien zeer kostbaar – niet alleen financieel, maar ook qua gevolgen: het aantal gewonden en doden neemt hierdoor toe. Nu kun je van deze verhoging vinden wat je wilt, maar het vormt een prachtig voorbeeld om de utilitaristische rechtvaardigheidsbenadering toe te passen.

 

Utilitarisme
Het utilitarisme is een vorm van rechtvaardigheid die feitelijk inhoudt dat een actie rechtvaardig is, wanneer de hoeveelheid ‘
pleasure‘ (genot) de hoeveelheid ‘pain‘ (pijn) voor de samenleving als geheel overtreft. De filosoof Jeremy Bentham heeft deze theorie van nutsmaximalisatie ontwikkeld. Volgens hem leeft de mens onder de twee soevereine meesters pijn en genot. Rechtvaardige acties worden gekenmerkt door de hoeveelheid genot voor de samenleving als geheel te maximaliseren. De kosten-baten analyse, die in beleid, politiek en economie (en misschien ook wel bij belangrijke levensbeslissingen!) regelmatig wordt gebruikt is hieruit voortgevloeid. Om de gevolgen van daden te kunnen meten, wordt de hoeveelheid pijn en genot voor de samenleving als geheel tegen elkaar afgewogen. En of dat nou expliciet of impliciet het geval is: deze afweging zorgt dat alles in geld wordt uitgedrukt.

 

De kosten en baten van 130 per uur    
Zou de regering-Rutte in 2012 ook een kosten-baten analyse hebben opgesteld? Ik vermoed bijna van wel, al heb ik geen idee hoe die eruit zou hebben kunnen gezien. Toch is het interessant om hierbij stil te staan. Expliciet, dan wel impliciet, heeft de regering-Rutte destijds namelijk een waarde in euro’s toegekend aan een mensenleven.

 

Het genot van de verhoging van de maximumsnelheid bestaat ruwweg uit verschillende onderdelen. Dagelijks kunnen vele duizenden mensen sneller met de auto reizen, wat geld en tijd uitspaart. Misschien neemt hierdoor de bedrijvigheid toe in Nederland. Bovendien zullen gezinnen blij zijn dat kostwinners meer tijd thuis kunnen besteden, zij zijn immers minder tijd kwijt aan het dagelijkse forenzen. Ten slotte hoeven mensen zich minder in te houden tijdens het rijden, wat het rijgemak zou kunnen vergroten (al vind ik dit persoonlijk betwistbaar). Stel, de hoeveelheid geluk voor de samenleving neemt door verhoging van de maximumsnelheid van 120 naar 130 kilometer toe met 10 miljoen euro per jaar, als je al deze zaken optelt (alle getallen zijn hier nattevingerwerk, het gaat meer om het gedachte-experiment).

De pijn van verhoging van de maximumsnelheid is eveneens vanzelfsprekend. De borden langs de snelwegen moeten vervangen worden, de regelgeving moet worden aangepast. Dit vergt al een flinke financiële investering, zij het eenmalig (stel: 2 miljoen euro, uitgesmeerd over 20 jaar = 100.000 euro per jaar). Het aantal gewonden neemt wellicht met veertig personen jaarlijks toe (met de medische kosten die dat met zich meebrengt, laten we zeggen: 40.000 euro per persoon x 40 = 1,6 miljoen euro) en er vallen gemiddeld vijf doden meer als gevolg van de verhoging van de maximumsnelheid, met alle gevolgen voor gezinnen en families. Voor de dodelijke slachtoffers geldt volgens het utilitarisme dat de kosten voor hun pensioenen, bijvoorbeeld, een besparing opleveren (een toename in geluk voor de rest van de samenleving).

Omdat de maximumsnelheid uiteindelijk is ingevoerd, betekent dit dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. Qua kosten had ik de financiële investering en de gewonden al vastgesteld op 1,7 miljoen euro. Dat betekent dat 8,3 miljoen euro uitgespreid over vijf mensenlevens de waarde van een mensenleven bepaalt op 1,66 miljoen euro per mensenleven. Dat is de prijs die het kabinet-Rutte uiteindelijk – gewild of ongewild – op een mensenleven heeft gezet (nogmaals, de getallen zijn denkbeeldig, maar er is ergens een bedrag te destilleren).

De waarde van een mensenleven          
Ik vond het een interessant en veelzeggend voorbeeld. Als bestuurskundige onderken ik dat er moeilijke besluiten moeten worden genomen en dat ieder beleid uiteindelijk een afweging is van kosten en baten. Vaak zijn hier mensenlevens mee gemoeid. Misschien gaan besluiten niet altijd over leven of dood, maar ze gaan op zijn minst over de kwaliteit van mensenlevens. Als politiek (en dus als samenleving) moet je uiteindelijk altijd een afweging maken of de kosten opwegen de opbrengsten. Er zullen ook op een maximumsnelheid van 120 kilometer per uur meer doden vallen dan op een maximumsnelheid van 100 kilometer per uur, bijvoorbeeld. Eerder hadden wij als samenleving al de afweging gemaakt om de maximumsnelheid toch op 120 kilometer per uur en niet op 100 kilometer per uur te bepalen, ondanks de doden. Al was de waarde van een mensenleven in die afweging waarschijnlijk hoger uitgevallen dan die in de verhoging van 120 naar 130, omdat de relatieve opbrengsten kleiner zouden zijn (verwacht ik).

 

(Overigens worden deze afwegingen ook door bedrijven gemaakt, met gevolgen voor mensenlevens. Hoe veilig maken zij bijvoorbeeld hun auto’s voor de passagiers? Hoe vaak testen vleesproducenten de kwaliteit van hun vlees? Welke treinen worden door de NS aangeschaft?)

Ik wil niet het gebruik van een kosten-baten analyse in het algemeen afschieten. Het is een goed model voor besluitvorming en om in ieder geval een overzicht te krijgen van de (verwachte) gevolgen van een besluit of een actie. De vraag is echter of je expliciet een prijs op de waarde van een mensenleven mag en moet willen zetten. John Stuart Mill was de utilitarist die de stroming na de dood van Bentham humaniseerde door te stellen dat er ‘hogere’ en ‘lagere’ vormen van geluk zijn. Hij zou in dit voorbeeld aangeven dat het geluk dat voortvloeit uit een hogere maximumsnelheid (en dan vooral het geluk van het minder hoeven inhouden tijdens het rijden) een ‘lagere’, inferieure vorm van geluk is, die minder zwaar mee moet tellen in de kosten-baten analyse dan het verlies van mensenlevens. Immers, het overschrijden van morele grenzen brengt ook kosten met zich mee: ze werken verloedering voor de samenleving als geheel in de hand omdat grenzen vervagen. Hierdoor worden de kosten van een bepaalde actie of beleid vergroot. Deze toevoeging aan het utilitarisme maakt de kosten-baten analyse zoals die voortvloeit uit de theorie van Bentham menselijker.

Ik weet niet wat de prijs van een mensenleven zou moeten zijn. Gevoelsmatig blijft het cru om hier een waarde in euro’s op te zetten. Beleidsmakers, zowel binnen als buiten de overheid, moeten echter wel – al kunnen ze beter goed nadenken over hun casus voordat ze dit expliciet doen (wanneer immers uitlekt dat je de waarde van een menseleven op een bepaald bedrag hebt vastgesteld, bestaat de kans dat de samenleving hier verontwaardigd op reageert). Impliciet gebeurt het echter dagelijks. Het voorbeeld van de verhoging van de maximum rijsnelheid in Nederland illustreert dit.

 Dit artikel verscheen eerder op de site van Mart Waterval

Tagged with:
 

4 Responses to De kosten-batenanalyse van de verhoging van de maximumsnelheid en de waarde van mensenlevens

  1. Leuk stukje Mart! In april 2011 schreef ik stukje met een aantal overeenkomsten, zie http://jbos.eu/wp/?p=1151

  2. Arno says:

    Het is heel cru en er wordt niet echt openlijk over gesproken, maar hiervoor bestaan gewoon rekenmodellen. In Nederland is 60 tot 80 duizend per gewonnen levensjaar een gangbaar getal, rekenend met een levensverwachting van ongeveer 85 jaar.

    Dus een verkeersslachtoffer van 40 jaar is zo’n 45×70.000 = 3.2 miljoen waard. Maar een medische behandeling van een 80 jarige mag maar zo’n 5×70.000 = 350.000 euro kosten. Dat is nog een flink bedrag waarmee de meeste behandelingen nog mogelijk zijn. Anders wordt het met personen van boven de 85 jaar…

    Nu zullen de getallen in minder welvarende landen (en in Nederland in de toekomst) een stuk lager liggen, maar zo cru is het. Misschien wordt het wel tijd om hier open over te spreken, wat wij de waarde vinden, en of wij uberhaupt vinden dat alle maatregelen op kosten/baten moeten worden beoordeeld.

  3. Jasper van Sprundel says:

    Opzich geeft Arno alleen maar een waarde berekening. topch vind ik dit wel een apparte vergelijking. Het is namelijk tussen slachtoffer door gebrek aan zorg van de samenleving en slachtoffer door een samenleving die graag harder rijd. Ofwel in het ene geval doet de samenleving een offer in het andere geval neemt het een offer.

    verder is opvallend dat de berekening omgekeerd is.
    De samenleving houdt bij Zorg een bedrag in kas of geeft het uit per extra levensjaar. Je spreekt dus van de kosten voor een extra jaar.Of van de opbrengsten van jaar minder. Als je uitgaat van een collectief nut en optimum van de verhouding dat al is bereikt dan is beide trouwens wel in zekere zin vergelijkbaar.
    Dan kan je dus geld opstrijken uit extra maximum snelheid en het opgebrachte bedrag omzetten in levensjare. Zo kan je zelfs het nu verhogen of verlagen.

  4. J. says:

    “De vraag is echter of je expliciet een prijs op de waarde van een mensenleven mag en moet willen zetten.”

    Ja dat lijkt me wel ja. Ik snap de antipathie van mensen jegens getallen niet zo goed eigenlijk. Het klinkt misschien wat kil, maar als je er even over nadenkt is dat toch de enige manier waarmee je willekeur voorkomt?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*