In de ideale wereld passen er best wat meer kinderen in de klas, krijgen de beste docenten het meeste loon en gaan afgestudeerden lachend de arbeidsmarkt op, ondanks een studieschuld van 30.000 euro in de achterzak. Tenminste, in de wereld van het Centraal Planbureau (CPB), het bureau dat beleid vertaalt naar keiharde euro’s.

Laat leraren maar zeuren over volle klassen, economisch gezien zijn die juist gunstig. Want iets vollere klassen leveren maar een ‘gering’ kwaliteitsverlies op. Een duidelijke win-winsituatie: de leraar werkt wat harder en de kosten per kind kunnen omlaag. En het is maar een klein beetje slechter voor de kwaliteit van het onderwijs.

Een soortgelijke redenering gaat op voor de prestatiebeloning voor leraren. Want als je iemand beter beloont, gaat hij natuurlijk harder werken. Dat onderzoek in de Verenigde Staten duidelijk aangeeft dat het niet helemaal zo werkt, doet er uiteraard niet toe. Dat bestuurders aangeven niet in staat te zijn hun docenten objectief te vergelijken, dat leraren aangeven niet op prestatieloon te wachten en dat de praktijk uitwijst dat de geschiedenisdocent altijd populairder is dan de wiskundedocent, al helemaal niet. Het economische model achter prestatiebeloning staat als een huis en daar gaat het om!

Pluskudo’s gaf het CPB ook voor politieke partijen die bij de laatste verkiezingen de studiefinanciering wilden afschaffen en in plaats daarvan een leenstelsel in hun programma hadden staan. Immers: “studeren is een investeringsbeslissing. Een scholier weegt de kosten van hoger onderwijs af tegen de opbrengsten (verwacht loon)”. Ja, het CPB weet als geen ander de motivatie van 17- en 18-jarigen om wel of niet te gaan studeren.

Dat bovenstaande redeneringen voor een weldenkend mens bestaan uit volslagen geraaskal, is duidelijk. De echte wereld zit anders in elkaar. Helaas voor Nederland leven veel CPB-economen niet in de echte wereld, maar in de heilstaat Economië, waar alle mensen voorspelbaar handelen, enkel en alleen op basis van rationele en financiële argumenten. Dat gaat zelfs zo ver dat wanneer de werkelijkheid niet past in het model van het CPB, het de werkelijkheid is die wordt aangepast en niet het model.

Frappant voorbeeld daarvan is het recente onderzoek van het CPB naar de gevolgen van de invoering van een leenstelsel. Om maar uit te komen bij de gewenste uitkomst (‘nee hoor, hoge schulden hebben helemaal geen nadelig effect’) zijn de rekenmeesters van het CPB uitgegaan van een driejarige hbo-bachelor. Inderdaad, die bestaat niet. Toch hebben de ‘onderzoekers’ een situatie waarbij studenten drie jaar lenen in plaats van vier als uitgangspunt genomen. Hierdoor is de uiteindelijke studieschuld in hun berekening veel lager dan in werkelijkheid. De redenering daarachter is dat er op veel hogescholen stages zijn van een jaar, waarvoor vaak een stagevergoeding wordt gegeven, en er dus gerekend kan worden met een driejarige hbo-bachelor. Die, nogmaals, niet bestaat. En waarmee alle studenten die geen of een lage stagevergoeding krijgen, of die geen of slechts kort stage lopen, vakkundig buiten de berekening worden gehouden. Bovendien zijn de rekenwonders er in hun onderzoek van uitgegaan dat alle studenten thuis wonen en is gerekend met de lage beurs voor thuiswonende studenten en niet met de veel hogere beurs die uitwonende studenten krijgen. Het verschil na vier jaar studie is ongeveer 9000 euro. Iedere student kan immers kiezen om thuis te blijven wonen… Overigens, zelfs al zouden alle studenten dat doen, dan hebben ze wel extra reiskosten. Gek genoeg zijn die níet meegerekend door het CPB.

Het is treurig duidelijk dat dit soort ‘onderzoek’ enkel dient om vooraf getrokken conclusies te bevestigen. Ondanks dit soort fratsen geldt het CPB over het algemeen als betrouwbaar en is het vaak leidend voor politieke partijen bij het opstellen van de verkiezingsprogramma’s. De geloofwaardigheid van het CPB is zo groot dat politieke partijen hun eigen idealen aan de kant zetten, om op die manier zo veel mogelijk aan de ideale wereld van het planbureau te voldoen. GroenLinks kieperde bijvoorbeeld het idee om in plaats van de studiefinanciering een studieloon in te voeren overboord op aandringen van het CPB. Niet omdat het idee achterhaald of niet werkbaar blijkt te zijn (dat is immers nooit fatsoenlijk onderzocht), maar omdat het CPB van mening is dat studieloon niet deugt en het weigert door te rekenen. Een dergelijk stelsel opnemen in je verkiezingsprogramma zorgt voor een lagere score op het CPB-lijstje en dat is natuurlijk niet de bedoeling.

Eigenlijk had GroenLinks moeten zeggen: “Pleur maar op, CPB. Met jullie totaal van de werkelijkheid losgezongen economisch wensdenken en selectieve blindheid voor onderzoek dat niet in jullie straatje past.” En eigenlijk moeten álle politieke partijen dat zeggen, nu steeds duidelijker wordt dat een stel economen met oogkleppen op het politieke debat gijzelt. Zelfs de Koninklijke Academie voor de Wetenschappen (KNAW), niet het meest activistische gezelschap, luidde onlangs de noodklok over de manier waarop het CPB zijn werk doet en de negatieve gevolgen die dat heeft voor onderwijs, onderzoek en samenleving. Ook elders klinkt kritiek. Het is te hopen dat partijen de politieke moed vinden om dit aan te pakken.

Overigens, mocht het schuldenstelsel leenstelsel voor studenten sneuvelen in de Eerste Kamer, ondanks de lobby van ons economisch onderzoeksinstituut, dan hebben wij wel een suggestie voor een alternatieve bezuiniging. U mag raden: het doet economisch onderzoek, zou onafhankelijk moeten zijn en er werken meer dan honderd goedbetaalde mensen, aangevoerd door een directie in schaal 19. Daar moet toch aardig wat geld te halen zijn, dat beter besteed kan worden aan de toegankelijkheid van ons onderwijs dan aan een club die adviezen schrijft voor Economië in plaats van de werkelijke wereld.

 Lisa Westerveld en János Betkó vragen zich oprecht af hoe de auteurs van het CPB-stuk over het ‘geliefde leenstelsel’ zelf hun studiekeuze hebben gemaakt.

Dit stuk is in aangepaste versie verschenen op de site van De Helling

 

14 Responses to Het CPB en de Absolute Economische Waarheid

  1. Arno says:

    Het moet niet gekker worden, maar ik ben het alweer 100% eens met een stukje op vrij-zinnig.nl… 😉

  2. Thijs says:

    Frapant dat in de versie op de Helling, de term “pluskudo’s” niet voor komt. Ik vermoed enige invloed van JBC. 🙂

    Pluskudo’s voor het stuk zelf trouwens.

  3. Lisa says:

    @Arno, hmm er gaat duidelijk ergens iets verkeerd 😉
    @Thijs, is op verzoek vd redactie van De Helling. In dit stuk wordt ook iets meer gescholden 😉

  4. Jasper van s says:

    Dat je er zo snel bij bent maakt je wel verdacht Joep. Ik dacht eigenlijk in de vluchte dat de afkorting gewoon verwees naar Janos Betk(c)o
    Verder al met al een goed stuk alleen wat chargerend naar het CPB. Al die verzieningsplannetjes doorrekenen is een hele klus en als een flink aantal partijen het leenstelstel erin zetten of vraag hebben naar iets dergelijks kan je er niet omheen. Ook al kan je er eigenlijk niet goed werk van maken. De kritiek op het onderzoek is terecht. Alleen het CPB doet zoveel ook zaken die niks met verkiezingen te maken hebben dat ik de toon wel wat erg afrekenend vind. Zeker aangezien het aantal verkiezingen nogal toeneemt de laatste tijd en ik ten zeerste betwijfel of dat naar het CPB wordt doorvertaald. Daarnaast is de expertise die aan het CPB wordt ontleend vor een flink deel opgelegd van buiten af alsmede vermoedelijk de eisen.
    Zoals gezegd dat het onerzoek wordt afgekraakt klinkt terecht en dat men van onderwijs economie niet veel kaas gegeten heeft zou best kunnen maar het is allemaal wat chargerend alsof men alles fout doet.

  5. Janos Betko says:

    @Jasper: tja, overdrijving is een stijlfiguur dat sowieso mooi is 🙂 Maar buiten dat, onze kritiek is wel wat fundamenteler. Het onderzoek naar de stufi sloeg helemaal nergens op, maar de houding van het CPB naar klassengrootte en over prestatieloon zijn ook beroerd. Daarnaast linken we in ons stuk naar verdere onderbouwing van wat er mis gaat bij die club, onder andere door de aannames achter hun modellen. Daarnaast stip je een van die dingen zelf ook al aan: het CPB is helemaal niet in staat om de doorrekeningen van verkiezingsprogramma’s te doen in de mate dat ze het pretenderen. Dat zie je alleen al in hun doorrekeningen tot 2050, alsof je daar een zinnig woord over zou kunnen zeggen.

    Maar toch doen ze het, en dat vind ik kwalijk. Als je iets niet kan, zeg dan ‘sorry, dit kan ik niet’, in plaats van te faken. Want zeker in hun positie brengen ze het democratisch proces ernstige schade toe, door te doen alsof zij ‘wetenschappelijk hebben doorgerekend wat goed is voor het land’. Dat beïnvloedt de verkiezingen enorm, en ook het beleid dat later gevoerd wordt. Dat probeert ons artikel aan te tonen, met onderwijs als voorbeeld.

  6. Jasper van s says:

    Dit is geen voorbeeld maar een selectieve steekproef om je vooral te richten op het onderwijs.

  7. Janos Betko says:

    Ik vind selectieve steekproef een raar gekozen woord. Lisa en ik zien vanuit onze expertise op het gebied van onderwijs dat dit mis gaat. We lezen in andere artikelen dat dit een breder probleem is dan alleen op het gebied van onderwijs. Daar maken we een artikel over. Het is niet zo dat we onderwijs maar hebben uitgekozen om ons punt over het CPB te kunnen maken.

  8. Jasper van s says:

    Ik bedoel meer in de zin van dat er niet willikeurig onderwerp wordt genomen. Ik nedoel niet dat jullie het CPB zwart willen maken.

  9. J. says:

    In de Volkskrant stond een paar dagen geleden een artikel van gelijke strekking betreft Afrikaanse statistieken: http://jintram.nl/temp_docs/afrikastats.jpg. (Hoewel men het in Afrika nog bonter maakt.)

    Verder is het natuurlijk pijnlijk dat ook het Nederlandse CPB niet slechts handelt in feiten en cijfers..

  10. niels bosman says:

    Tja het CBP leeft nog in tijden van het neo liberalisme met de samenvallende homo economicus die het beleid bepaald. Beide stromingen zijn totaal achterhaald.

  11. Arno says:

    Volledig achterhaald is veel te kort door de bocht, maar het CPB probeert wel veel te veel te berekenen met een simplistisch model. En die berekeningen worden dan als basis gebruikt voor veel teveel belangrijke beslissingen.
    De economie is geen 5 jaar te voorspellen, en toch willen politieke partijen alles laten doorbereken, zodat er een label ‘doorgerekend’ aan gehangen kan worden. De kanttekeningen daarbij, die het CPB wel plaatst, worden volledig genegeerd.

  12. […] van studietaks. Totdat de tendens ontstond plannen uit verkiezingsprogramma’s te reduceren tot keiharde euro’s. De doorrekeningen van het Centraal Planbureau kregen een steeds belangrijkere rol in de media. En […]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*