Er stroomt een heimelijke invloed door onze democratie en het publiek debat. Een stille kracht die de democratie tegenwerkt, langzaam haar energie opzuigt en haar uiteindelijk structureel in gevaar brengt. Gelukkig heeft de de Guardian, een Britse kwaliteitskrant waar menig Nederlands dagblad nog een voorbeeld aan kan nemen, onlangs wat licht kunnen schijnen op deze verderfelijke invloed. Onlangs publiceerde de krant de resultaten van een eigen onderzoek naar de heimelijke geldstromen die rondgaan in het kamp der klimaatveranderingsontkenners (van hieraf aangeduid als anti-AGW (antropogenic global warming). Schatrijke Amerikaanse industriëlen en oliebaronnen sluizen via een aantal frontorganisaties miljoenen door naar een bataljon aan zogenaamde’denktanks’, die vervolgens braaf het anti-AGW standpunt uitdragen. Omdat het geld een omweg maakt via twee ‘liefdadigheidsorganisaties’, The Donors Trust en Donors Capital Fund, zijn de bijdragen anoniem en niet te traceren. De organisaties zorgen er vervolgens voor dat het geld bij de juiste anti-AGW of andere rechtse denktanks en organisaties belandt.

Helemaal verwonderlijk is het niet. Het deel van het grootkapitaal dat nog altijd miljarden verdient met de handel in fossiele brandstoffen en andere vervuilende rommel heeft er natuurlijk baat bij dat maatregelen om het klimaat en milieu te beschermen zoveel mogelijk worden tegengewerkt, afgezwakt of vertraagd. Maar omdat het uitdragen van zo’n standpunt nogal sterk riekt naar ongebreideld eigenbelang, is het handiger dit via de veiligheid van anonimiteit te doen. En wat is er ook op tegen? Miljonairs mogen toch immers zelf over hun geld beschikken?

Het probleem is dat dergelijke heimelijke financiering bijzonder antidemocratisch is. Het financieringsnetwerk van Amerikaanse conservatieven is een verontrustend analogon van de opkomst van de SuperPACs in de Amerikaanse verkiezingen. Deze enorme ‘Political Action Committees’, bij elkaar gefinancierd door de lokale 1%, domineren inmiddels elke presidentsverkiezing in de Verenigde Staten. Het gevolg is dat het overgrote deel van de bevolking feitelijk geen invloed meer heeft op het publieke debat, maar wordt overschreeuwd door het overweldigende lawaai van gesponsorde politiek. Bovendien dient de president, ongeacht wie er wint, natuurlijk allereerst op te komen voor de belangen van zijn campagnefinanciers. Dus krijgt u nu Barack Obama, mede mogelijk gemaakt door

De opkomst van conservatief-gesponsorde ‘denktanks’ breidt deze stelselmatige beïnvloeding en dominantie van het publieke discours nu uit tot een permanent fenomeen. Van oudsher waren ‘denktanks’ instituten die bemiddelden tussen de academische en politiek-maatschappelijke sferen. De Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk kennen een traditie van gerenommeerde denktanks, zoals het Britse Chatham House en het Amerikaanse Council on Foreign Relations.  Ook ons eigen Nederland heeft met Clingendael een dergelijk instituut. De door conservatief-rechts gesponsorde ‘denktanks’ zijn echter niets anders dan professionele lobby- en propagandamachines die zich graag de met het woord ‘denktank’ geassocieerde legitimiteit laten aanleunen. Het doel is simpel: het kapen en ontwrichten van het maatschappelijk debat, in lijn met de politieke voorkeuren van de sponsors.

De consequenties van deze propagandastrategie reiken verder dan alleen het debat over klimaatverandering, maar raken aan de wortels van wat het betekent om een democratie te zijn. Natuurlijk heeft iedereen recht op een mening en politieke overtuiging, en ook organisaties mogen deze uitdragen. Het is verschil is dat met gevestigde organisaties, of het nou Greenpeace of VNO-NCW betreft, duidelijk is wat hun politieke agenda is en ook wie er aandeel in heeft. Anoniem gesponsorde pseudo-denktanks verontreinigen het publieke debat door politieke standpunten vals te omkleden met wetenschappelijke legitimiteit en een illusie van diversiteit en pluriformiteit in het debat te creëren.

Het hoogste goed van een daadwerkelijke democratie is niet alleen dat iedereen een gelijke stem heeft, maar dat iedereen óók op gelijkwaardige voet in een maatschappelijk discours kan meepraten. SuperPACs en heimelijke propagandanetwerken zijn een verdere stap terug in de richting van een plutocratie, waarin het volk weliswaar formeel de macht heeft, maar het politiek discours volledig is gekaapt door een rijke elite.

Alleen openheid en transparantie, toch al een sine qua non van een democratie, kunnen hier verweer bieden. Politiek bedrijven en klimaatverandering betwijfelen mag, maar wel met open vizier.

Tagged with:
 

2 Responses to Stille Kracht

  1. Jonas says:

    Prima analyse. Niet onbekend, maar goed dat het eens helder opgeschreven wordt.

    Ik vraag me wel af wat de plaats van een meritocratisch argument is (ik weet even niet meer van wie het ook alweer afkomstig was), dat ongeveer als volgt gaat: “De meer intellectueel begiftigde elite is weliswaar beter in staat om te bedenken wat goed is (voor een grotere hoeveelheid mensen), maar behoeft daarom niet meer democratische rechten te hebben omdat zij al beschikt over meer overtuigingskracht of andere manieren om het debat te beïnvloeden en daardoor al meer invloed heeft.” Wie kan dit punt verhelderen?

  2. Jasper van S says:

    Ik ben niet zo thuis in meritocratisme. Echter voorwaarde van elk debat is dat het met eerlijke feiten wordt gevoerd en niet met slim verholde leugens. Je kan al terug gaan naar de tijd van Plato voor het argument dat een connectie tussen financiele belangen en de politieke elite een slechte zaak is.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*