Deze maand trad ik af als voorzitter van de raad van toezicht van De Basis, een koepel voor openbaar onderwijs in Heerenveen. Mijn maatschappelijk corvee begon vier jaar geleden uit boosheid: bij De Basis waren twaalf van de 21 openbare scholen zwak, waarvan vijf zeer zwak. Huisvesting was onder de maat en er waren tekorten.

~ door Oeds Westerhof ~

We hebben de bestuurder – een manager uit het bedrijfsleven – vervangen door een ervaren onderwijsbestuurder en een nieuwe raad van toezicht samengesteld. De Basis kreeg een samenhangende visie op het onderwijs en de organisatie. Die visie is vertaald in concrete actieplannen voor onderwijskwaliteit, financiën, personeelszaken en huisvesting. Medewerkers zijn vanuit dit kader keihard aan het werk gegaan. Soms was dat niet genoeg; meerdere scholen kregen een andere directeur, van diverse leerkrachten is afscheid genomen. Zonder een cent extra voor onderwijskwaliteit, is De Basis er in geslaagd elke school als voldoende of goed te laten kwalificeren door de onderwijsinspectie. De gemeente heeft een huisvestingsplan vastgesteld. De financiële problemen zijn voorlopig onder controle. Missie geslaagd.

Toch verlaat ik allerminst gerust mijn functie. In geen enkel verkiezingsprogramma van de Nederlandse politieke partijen staat dat het Nederlands basisonderwijs klassen met 35 tot 40 leerlingen moet krijgen. Maar daar gaat het zonder ingrijpen wel naar toe. Kinderen zullen minder individuele aandacht krijgen en scholen trekken zich terug op cognitieve vakken. Beide ongewenste ontwikkelingen, vind ik, daarom pleit ik voor een systeemwijziging.

De schotten tussen de budgetten voor onderwijs, welzijn, cultuureducatie, sport en zorg voor kinderen zouden naar mijn idee moeten worden geslecht. Het geld dat hiervoor beschikbaar is bij rijk, provincies en gemeenten, kunnen we stapelen en verdelen in een budget per leerling. Voor dit budget kunnen scholen vijf dagen per week van half negen tot half zes open.

Binnen de nieuwe schooltijd kan gemiddeld 25 uur beschikbaar zijn voor een kern – cognitieve vakken zoals rekenen, taal, geschiedenis, Engels – die voor alle kinderen verplicht is. Het geven van kernvakken blijft voorbehouden aan gediplomeerde onderwijzers, graag universitair geschoold. De kwaliteit van de kernvakken wordt op alle scholen getoetst door de onderwijsinspectie.

De overige twintig uur kunnen scholen vrij invullen. Gezond eten op school, sporten, muziekles, theaterbezoek, extra taalles, godsdienst, regionale taal en geschiedenis, remedial teaching, spelen in de natuur, huiswerkbegeleiding, geschiedenis in eigen taal en cultuur en natuurlijk vrij spelen; om maar een kleine selectie te geven van de mogelijkheden. Scholen bieden een gevarieerd programma, kinderen (in samenspraak met hun ouders) kunnen daaruit kiezen. Niet elk kind heeft dezelfde interesse, niet elke ouder vindt hetzelfde belangrijk; buiten de kern wordt verschil gemaakt, tussen kinderen en tussen scholen.

De financiën voor deze systeemverandering zijn naar mijn inschatting voorhanden. Kinderopvanggeld kan naar de scholen, kinderopvang is niet meer nodig. Middelen voor jeugdzorg, jongerenwerk, jeugdloketten en andere hulpstructuren kunnen doorgeschoven, evenals die voor sport- en cultuureducatie, combinatiefunctionarissen, fondsen voor cultuureducatie en sport en kinderbijslag.

Scholen zouden naast de onderwijsdirecteur een leidinggevende moeten krijgen voor de flexibele schil. Mooi concreet werk voor de vele managers en beleidsmedewerkers in zorg en welzijn die werkloos worden door de systeemwijziging. De activiteiten in de flexibele schil kunnen door MBO-sportleraren worden uitgevoerd, kunstenaars met een didactische aantekening, natuurvoorlichters, jongerenwerkers en anderen met didactisch vermogen. Hiermee treedt de samenleving het tekort aan onderwijzers tegemoet en benut het (mannelijk) didactisch potentieel van de samenleving beter.

De flexibele schil vraagt ondersteuning door vrijwilligers. In de regel werken de ouders niet beiden full time. Zij kunnen worden verplicht één dagdeel per week als vrijwilliger te werken, als de school dat vraagt. Hun kinderopvang is immers gewaarborgd. Ouders die niet willen, kopen hun inzet af. Een mooi huishoudpotje voor activiteiten.

Twintig jaar werkervaring in het publieke domein, zowel bij overheden als bij maatschappelijke organisaties, maken mij pessimistisch over de haalbaarheid van de systeemverandering die ik voorstel. We benaderen in onze samenleving problemen liever geïsoleerd dan als geheel. Met als gevolg dat achter elk maatschappelijk vraagstuk een wereld van gevestigde belangen schuilgaat. Gevestigde belangen worden in de regel alleen uit ideologische motieven aangepakt. Maar het gaat hier niet over meer of minder markt, meer of minder overheid, meer of minder sociaal, meer of minder zelforganisatie, meer centraal of juist decentraal. Het gaat hier om een pragmatische aanpak van een zeer ernstig probleem: de beschikbaarheid van goed onderwijs en goede zorg voor kinderen.

Misschien is het mogelijk een nieuw kabinet – dat een brede ideologische samenstelling zal kennen – te verleiden tot een pragmatische agenda met systeemingrepen zoals ik voorstel.

Oeds Westerhof, directeur van debatcentrum LUX in Nijmegen heeft een achtergrond als adviseur, directeur en bestuurder in cultuur, onderwijs, welzijn en sport.

Tagged with:
 

4 Responses to Basisonderwijs moet anders ingericht

  1. Nijn says:

    Het lijkt me op zich een prima idee. Kunnen ouders en kinderen in dit systeem ook bepalen dat hun kind na de verplichte uren naar huis gaat? Als ze liever in de tuin spelen in plaats van “op school”? En waarom de verplichte uren beperken tot de zogenaamde kernvakken, waarom deze vakken niet uitbreiden met juist die zaken als muziek en het leren omgaan met de natuur?

  2. Matthijs says:

    Interessant idee en het lijkt me meer de moeite waard dan het complexe systeem dat we nu hebben. Het lijkt me overigens wel belangrijk dat ouders hun kinderen ook voor half zes kunnen ophalen om tijd met ze door te brengen zonder dat een deel van hun educatie verloren gaat.

  3. Arno says:

    Tja, een plan met een paar goede elementen. Maar wel weer eentje in de cathegorie ‘gaat toch nooit gebeuren’.

  4. Thijs1973 says:

    Zonder te twijfelen aan de goede bedoelingen van de auteur: de blauwdruk die hij voorlegt is veel te complex. In feite wordt de basisschool tot spil van de samenleving verheven. Door wat de auteur ‘de flexibele schil’ noemt toe te voegen, wordt de school min of meer verantwoordelijk voor de totale opvoeding van het kind. Dat lijkt me toch echt paar bruggen te ver: ouders voeden op, de school zorgt dat kinderen optimaal les krijgen. Ik besef dat de praktijk weerbarstiger is, maar de basisverantwoordelijkheid is langs deze voorwaarden verdeeld. Door de schotten die de auteur noemt weg te nemen, ontstaat er een modderpoel aan bevoegdheden, inspraak en verantwoordelijkheden waarin leerlingen, ouders, personeel en bestuurders de draad volledig zullen kwijtraken.

    Ik denk dat de auteur zich behoorlijk verkijkt op de gevolgen die het organiseren van een tweede tak in de basisschool eigenlijk heeft. De aanname dat een instelling veel gebruik moet maken van vrijwilligers, is bovendien naïef: vindt ze maar eens op zo’n grote schaal. Verplichten tot deelname lijkt me lastig, net als het verplicht stellen van een afkoopregeling. Want wat te doen met mensen met een wat minder ruime beurs die domweg te druk zijn met de eindjes aan elkaar knopen?

    Daarnaast raken de onderlinge verhoudingen in het onderwijs nog verder uit balans: nu al is het voor veel scholen bijzonder moeilijk ouders en bestuurders zoveel mogelijk buiten de klas te houden. Door er nog maar eens een laag naast te zetten, maak je het alleen maar diffuser. Dus voordat je allerlei extra taken en plichten op het onderwijs loslaat: repareer eerst eens de gezagsverhoudingen. Ik neem gemakshalve maar even aan dat de auteur met zijn inleiding te kennen geeft dat op zijn instelling de bestuurders weer dienend zijn ten aanzien van het onderwijs en niet andersom. Op veel scholen is dat niet aan de orde.

    Dan nog de vraag wat er moet gebeuren met de enorme zak met geld die de auteur vrijspeelt door schotten weg te halen: moeten middelen worden geoormerkt of wordt dat overgelaten aan de inzichten van bestuurders, die er vervolgens leuke dingen mee doen – een skybox aanschaffen bijvoorbeeld – of verstrikt raken in hun gebrek aan financiële knowhow? Ik mag hopen dat de auteur opteert voor optie 1: niet van rijkswege oormerken hoeveel geld er aan welk doel gaat, maakt een opvoedfabriek zoals hier geschetst immers zeer kwetsbaar voor verborgen bezuinigingen. Ik hoop – kortom – dat de plannen van de schrijver bij een leuk leesbaar blogje blijven.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*