Afgelopen maandag gooide Aalt Dijkhuizen, voorzitter van de raad van bestuur van de Wageningen Universiteit, de knuppel in de legbatterij met een betoog dat de landbouw wereldwijd nog intensiever moet. Volgens Dijkhuizen is Nederland de ‘Usain Bolt van de voeding’ en komt men van heinde en verre kijken hoe geweldig de landbouw in Nederland het voor elkaar heeft. Biologische landbouw is iets voor hippies zonder realiteitszin en leidt enkel tot wereldwijde honger, zo lijkt Dijkhuizen te zeggen. Een pleidooi dat vervolgens op brede afkeuring kon rekenen, ook vanuit de eigen universiteit van Dijkhuizen.

Het is een discussie die eens in de zoveel tijd weer terugkomt en die te vaak wordt gevoerd als een simpele keuze tussen twee opties: intensief of biologisch, efficiënt of duurzaam. De tactiek van Dijkhuizen om te beweren dat intensieve landbouw niet alleen het efficiëntst, maar ook het duurzaamst is, is weliswaar slim, maar stelt de zaken veel te simpel voor en hamert ook weer onnodig op het verschil tussen biologisch en intensief. De wereldwijde voedselvoorziening is er veel meer bij gebaat als beide kampen inzien dat het hele biologisch versus intensief debat een schijntegenstelling is, en dat het werkelijke probleem is een type landbouw te vinden dat zowel duurzaam als efficiënt is.

Niet intensief..

Heel simpel gesteld heeft Dijkhuizen wel een punt. Intensieve landbouw levert het meeste op per hectare land, of omgekeerd, heeft het kleinste areaal nodig per eenheid product. Wat Dijkhuizen vervolgens nalaat te melden is dat intensieve landbouw en veehouderij op dat kleine stukje land een veel grotere impact op het milieu heeft. Verzuring van de grond en zuurstofverarming in rivieren, pesticiden die wellicht bijensterfte veroorzaken en een hele reeks aan vee- en gewasziekten die zich gemakkelijk verspreiden door ophokstallen en monoculturen zijn maar een paar van de problemen met intensieve landbouw. Bovendien is intensieve landbouwgrond vanuit milieu- en natuuroogpunt bezien een doodse woestenij. Het is niet voor niets dat je naast een intensieve akker een stuk houtwal of slootrand moet laten staan om nog iets van een natuurlijk ecosysteem te behouden. Monoculturen zijn precies dat: stukken natuur met ongeveer net zoveel variatie als een geasfalteerde parkeerplaats.
Daarbij komt dat intensieve landbouw weliswaar goed werkt in een redelijk stabiel en gematigd klimaat als Nederland, met een ideale vlakke en vruchtbare bodem, maar lang niet overal zo geschikt is. In gebieden met veel extremere seizoenen, heuvelruggen en berghellingen en minder water is intensieve landbouw niet per definitie optimaal. De befaamde Dust Bowl uit de jaren ’30 en de momenteel groeiende waterschaarste in India zijn daar getuigen van.

…of biologisch…

Het voordeel van biologische landbouw is dat het makkelijker is in te bedden in een lokaal ecosysteem. Het gebruik van natuurlijke landbouwmethoden heeft ook als voordeel dat het gebruik van mest en energie bij biologische landbouw vaak lager ligt. Het handhaven van een gevarieerd ecosysteem is nou eenmaal makkelijker dan de kunstmatige monocultuur. Aan de andere kant valt niet te ontkennen dat in gebieden zoals Nederland, waar intensivering makkelijk is, de opbrengsten wel degelijk lager liggen. Voor gebieden met een minder voordelige omgeving is de discussie ingewikkelder.
Anderzijds heeft de biologische landbouw zichzelf zeker geen goed gedaan met allerlei gezondheidsclaims en pogingen om zichzelf als ‘beter’ of ‘natuurlijker’ te presenteren dan de intensieve landbouw. Bovendien zijn de specifieke voorwaarden waaraan landbouw moet voldoen om het label ‘biologisch’ te krijgen soms eerder contraproductief dan duurzaam, wanneer ze aanpassing aan een lokaal ecosysteem hinderen. Men denke bijvoorbeeld aan veevoer en mest die van mijlenver betrokken moeten worden omdat er nou eenmaal een biologisch stempel op moet zitten.

… maar duurzaam.

In plaats van het eindeloze debat tussen biologisch en intensief, moeten we dus streven naar landbouw die vooral duurzaam is. Duurzaam vanuit een breed lokaal en globaal perspectief. Lokaal betekent dat landbouw die geen structurele bodemaantasting veroorzaakt, de waterspiegel intact laat en verzuring en vermesting minimaliseert. Globaal is dit landbouw die voldoende voedsel produceert om een groeiende wereldbevolking een gezond dieet te kunnen bieden. In sommige gebieden, waar water overvloedig is en opschaling eenvoudig, zal dergelijke landbouw meer lijken op intensieve landbouw, maar dan  met geminimaliseerde schadelijke bijeffecten. In andere gebieden, met schaarser water, kwetsbaardere ecosystemen of eigenschappen van het land die opschaling verhinderen, lijkt duurzame landbouw waarschijnlijk meer op biologische landbouw met meer enkele intensieve elementen om de productie te maximaliseren. Om het in de terminologie van Dijkhuizen te stellen: Nederland mag dan kampioen sprinten zijn, elders is duurzame landbouw marathonlopen, speerwerpen of de moderne pentathlon. Usain Bolt is dus niet overal de winnaar.

Hoe zo’n duurzame landbouw er uiteindelijk ook uitziet, we komen er geen stap dichterbij als we elkaar wederzijds met doemscenario’s en onheilsprofetieen om de oren blijven slaan. De oplossing zal ook niet liggen in het heilig verklaren van één type landbouw, maar in het vinden van een passende synthese tussen de twee systemen, aangepast aan lokale omstandigheden. De ontwikkeling van dergelijke landbouwmethoden, en de discussie over een wereldwijde voedselvoorziening die de gehele wereldbevolking van een voedzaam dieet kan voorzien, zijn te dus belangrijk om te voeren in termen van dogma’s en drogredenen.

3 Responses to Het voedselvraagstuk kan prima zonder dogma’s

  1. Goed en terecht stuk Frank. Klein detail dat ik nog miste gaat over preventieve antibiotica in de veehouderij en analoog preventieve anti-schimmel middelen als azolen in de intensieve landbouw. We maken daarmee levensbelangrijke geneesmiddelen nutteloos omdat meer en meer bacteriën en schimmels resistent worden. Wereldwijd moet dat ontzettend snel worden aangepakt want hierdoor gaan gewoon echt mensen dood enkel om wat efficiëntie te winnen in de landbouw en veehouderij. Daar maak ik me echt grote zorgen om. Antibiotica zijn helaas niet voor eeuwig.

  2. Maarten vR says:

    Beste Frank,

    Mooi stuk, goed geschreven en de spijker op zijn kop. Ook eens met de reactie van Joep trouwens.

    Wat typisch is bij de landbouw is dat dit een terrein is waar een wildgroei van wettelijke dictaten voor geldt, die door Brussel zijn opgelegd. In die wettelijke regelingen is voorzien in bepaalde minimumnormen voor bijvoorbeeld hokoppervlak e.d. De trend van landen is om die minimumnormen bij de implementatie van de regels zo dicht mogelijk te volgen, uit vrees om anders weggeconcureerd te worden door andere lidstaten / jezelf als land buiten de markt te zetten.

    Het systeem loopt dus al fout in Brussel. Dergelijke minimumnormen zijn niet de oplossing. alsof er zoiets bestaat als een minimumwelzijnsniveau van dieren. Onzin!

    Goed dat je je stuk koppelt aan milieu en aan andere factoren. Jammer dat dit in Brussel en in NL (nog) te weinig gebeurt.

  3. Arno says:

    Ook grotendeels mee eens. Vaak schieten mensen door in idealisme waardoor de realiteit uit het oog verloren wordt. Echter is de reactie daarop om alles dan maar bij het oude te laten ook niet constructief. Voor elk gebied de ideale oplossing klinkt natuurlijk goed, maar regel-technisch (en qua eerlijke concurrentie) wordt het wel lastig.

    @Joep: ja, antibiotica-gebruik is nu zeker te hoog, maar er is wel een reden waarom dergelijke middelen gebruikt worden. Zonder is grootschalige landbouw simpelweg onmogelijk, omdat dan alle dierziekten van vroeger terug zullen keren. Hetzelfde geldt voor pesticiden en fungiciden. Als we 6 tot 10 miljard mensen willen voeden, kunnen we ons ook geen sprinkhanenplagen permitteren.

    @Maarten: natuurlijk is er wel zoiets als een minimumwelzijnsniveau. Dat is gewoon het niveau dat wij mensen (in meerderheid) minimaal acceptabel vinden. Dat is dus geen 5 varkens op 1 m2, maar ook niet 1 varken in een modderpoel van 10 m2. Boeren doen echt wel hun best voor hun dieren, er moet alleen wel brood op de plank komen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*