Wat is het meest fundamentele probleem waar de politiek op dit moment mee te kampen heeft? De huizenmarkt, de zorg of misschien wel de euro(crisis)? Nee, allemaal marginale en tijdelijke problemen. Het werkelijke politieke probleem is de staat van ons democratisch bestel. Helaas is in tegenstelling tot allerlei financiële dilemma’s, het democratische dilemma geen aantrekkelijk onderwerp. Geen enkele politicus is zo ongelukkig om in deze tijd veel woorden te wijden aan het failliet van de Nederlandse parlementaire democratie. Een failliet dat inmiddels diep is geaard. Sta bijvoorbeeld eens stil bij enkele van de volgende knelpunten.

De absurde invloed van de media op stemgedrag. De verstikkende partijdiscipline. De staatsrechtelijke vaagheid van de invloed van de koningin. De onbekendheid c.q. onzichtbaarheid van 95% van de volksvertegenwoordigers. Het gebrek aan invloed van het volk op coalitievorming. Geen invloed op de minister-president. Geen fatsoenlijke invloed op de samenstelling van de Eerste Kamer. De blanco-stem die gewoon als ongeldig wordt beschouwd. 20% tot 60% thuisblijvers afhankelijk waarvoor gestemd wordt. Geen kiesdrempel en daarmee veel te veel kleine partijen met als gevolg een hoop onmogelijke coalitie- avonturen. De kabinetten Balkenende I, II, III, IV en Rutte I die niet voor niets allemaal voortijdig de mest in zijn getrokken…

En wat dat laatste kabinet betreft; gaan we dadelijk in één keer een geheel andere verhouding zien in het stemgedrag van het volk? Waar komt die SP plots vandaan! Toont dat niet aan hoe willekeurig en opportunistisch het volk stemt? Zou je niet verwachten dat zoiets als ‘politieke voorkeur’ een redelijk statisch gegeven is dat niet verandert bij iedere politieke zucht? En als dat wel het geval is, dan zijn vier jaren regeren veel te lang. Dan zit er bijvoorbeeld twee of zelfs drie jaren lang een kabinet dat het volk niet echt pruimt. Maar omdat het volk zodanig verdeeld is, weet het zich niet overtuigend te organiseren in de samenleving en kabbelt het in theorie (denk aan Paars II) voort, met alle gevolgen van dien.

En wat te denken van het idee dat de 1,4 miljoen mensen die op zaterdag kijken naar een onbekende achtergrondzangeres met zwemdiploma A die kaarsrecht in een zwembad springt, dezelfde 1,4 miljoen zijn die de politieke verhoudingen in Nederland straks medebepalen? Of wat te denken van de honderdduizenden die op basis van een tiental stellingen hun fundamentele grondrecht toebedelen aan een al dan niet verwachte politieke partij, omdat het stemwijzertje dat nu eenmaal tevoorschijn heeft getoverd? Dat is de nachtmerrie van ieder weldenkend mens en menig politicus. Dat is waarschijnlijk ook de voornaamste reden dat de laatste uiteindelijk gewoon doet waar hij zelf zin in heeft. Zolang hij maar gekozen wordt.

De vraag die al enige tijd (of misschien sinds de invoering van de democratie) hierbij van belang is, is deze: Is het algemene belang daadwerkelijk gediend bij algemeen kiesrecht? Het antwoord daarop is: ‘hoogstwaarschijnlijk niet. Maar om met Churchill te spreken: er is geen alternatief’. Plato met zijn verrassend actuele kritiek op de democratie (zie bijvoorbeeld G. Koolschijn, “Plato. De aanval op de democratie“), mag niet worden aangehaald, want dan ligt het verwijt van elitarisme en totalitarisme op de loer. Karl Popper heeft Plato niet voor niets met redelijk wat gezag in “De open samenleving en haar vijanden” tot volksvijand nummer 1 van de moderne tijd gekroond. Terecht? Daar zou men over moeten kunnen discussiëren. De boodschap is in ieder geval duidelijk en bovendien makkelijk te verdedigen: ‘kom niet aan de democratie!’, het is immers een verworvenheid. En van een verworvenheid doet men over het algemeen heel moeilijk afstand. Zelfs niet als blijkt dat de democratie ervoor zorgt dat een adequate rationele besluitvorming onmogelijk is geworden (en allerlei urgente politieke problemen jaren op de plank blijven liggen door eindeloos gepolder en uitstel van noodzakelijke keuzes). Zelfs niet als blijkt dat politieke partijen vooral bezig zijn met het naar de mond praten van hun eigen kiezers (denk aan de CPB-berekeningen), in plaats van op zoek te gaan naar duurzame samenwerking. Enzovoorts.

Als we dan om praktische redenen al snel tot de conclusie komen dat het (politiek) onmogelijk is te gaan rammelen aan het algemene kiesrecht (en daarbij accepteren dat we als samenleving dus ook niet meer krijgen dan we verdienen), dan moeten we dus op zoek gaan naar veranderingen binnen dat democratische systeem. Maar waarom lijkt op dat vlak ook geen enkele vernieuwing zich aan te dienen? Is men er sinds de mislukking van de gekozen burgemeester in Den Haag maar mee opgehouden over na te denken? Hoe staat het met het terugbrengen van 150 naar 100 leden van de Tweede Kamer? Waar blijft D66 in de media met democratische vernieuwing? Hebben ze ontdekt dat het niet bepaald een aantrekkelijk onderwerp was dat de kiezers trok? Wat is er gebeurd met het referendum? Komt er ooit die broodnodige kiesdrempel? Moeten we niet vaker naar de stembus?

Zolang de economische tegenwind de politieke agenda echter blijft domineren, voorzie ik geen serieuze discussie over het klaarblijkelijke democratische failliet. Jammer, want het volk verdient beter dan het huidige systeem.

deze blog verscheen tevens op de website van Stephan Wetzels

Tagged with:
 

25 Responses to Onze democratie is niet meer van deze tijd

  1. En wat te denken van het idee dat de 1,4 miljoen mensen die op zaterdag kijken naar een onbekende achtergrondzangeres met zwemdiploma A die kaarsrecht in een zwembad springt, dezelfde 1,4 miljoen zijn die de politieke verhoudingen in Nederland straks medebepalen?

    Waarom zouden mensen die naar rotzooi op TV kijken geen kijk op politiek kunnen hebben? Veel gevaarlijker vind ik het als mensen hun werkelijkheid baseren op leugens van populistische politici en ongenuanceerde nieuwsbronnen.

    Hoe staat het met het terugbrengen van 150 naar 100 leden van de Tweede Kamer?

    Wat zou volgens jou het voordeel zijn van een kleiner parlement? Ik weet dat collega Janos Betko daar in ieder geval, op z’n minst, kritisch over is: http://vrij-zinnig.nl/wp/2011/08/08/minder-kamer-meer-geld-minder-wat/

    Wat zou je er overigens van vinden om iedere twee jaar de halve tweede kamer te herkiezen? Als een kabinet valt komen er geen herverkiezingen (net als in de gemeenteraad), maar heeft de burger altijd binnen aanzienlijke tijd de kans om invloed uit te oefenen. ’tis maar een wild ideetje overigens.

    • Hwb says:

      Sowieso, waarom zouden we als het KABINET valt een nieuw PARLEMENT moeten kiezen? Aan het mandaat van het parlement is toch niets veranderd? Parlement gewoon steeds voor vier jaar benoemen (elke twee jaar half is ook een aardig idee) en als het kabinet valt, moeten ze maar een oplossing verzinnen: minderheidskabinet, lijmen, nieuw kabinet, demissionair kabinet. Dat zou de TK veel meer invloed geven dan nu het geval is volgens mij. Sowieso wordt een periode met een demissionair kabinet altijd gezien als een periode waarin de politiek vleugellam is. Volgens mij is het juist een periode waarin de Kamer veel mogelijkheden heeft om zich te profileren, zonder de verstikkende coalitiedwang (en oppositiedwang overigens).

      • jasper s says:

        Dan moet je ook zeer waarschijnlijk met regelmaat nieuwe ministers instaleren lijkt me. Of zijn ministers gewoon technocraten zonder een politieke mening?

        En waar is D66? Vastgelopen op een verzet in de eerste kamer bij politieke vernieuwing. of sliep jij die nachten.

  2. Ruben says:

    Verkleinen van de kamer maakt het volk niet minder wispelturig, referenda en kiesdrempels zijn daarin ook niet nieuw en onderscheidend. Het is bizar te stellen dat dit soort zaken nodig zijn omdat ze het probleem niet verhelpen.

    We komen uit een tijd waar mensen en partijen grondslagen hadden en op basis van een vergelijk aan grondslagen de partij kozen. Het grootste probleem is dat zowel politici als volk steeds meer op standpunten zijn gaan zitten ipv grondslagen en een weloverwogen vertalingen naar de uitdagingen die komen. Een aanzienlijk deel van het volk wordt in standpunten politiek per definitie iedere keer teleurgesteld omdat er coalities gesmeed moeten worden. Het lijkt alsof men dat niet wil begrijpen gezien op standpunten de huidige problematiek veroorzaakt. Waar zijn de idealen gebleven die boven eigen gewin staan?

  3. Thijs1973 says:

    Vermoedelijk onderkent iedereen het probleem dat je hier schetst.Ik weet alleen niet of bestuurlijke vernieuwing een oplossing is voor het probleem, of juist een verergering ervan. Ik zie weinig in gekozen burgemeesters, omdat ik niet zit te wachten op nog meer populisme.

    Om die reden zie ik referenda ook niet erg zitten. Veel meer dan iets ‘moet er een extra afslag komen bij Utrecht Overvecht’kun je bovendien niet aan de mensen vragen. Het debacle van de Europese Grondwet staat me nog iets te helder voor de geest. Mensen hadden geen idee waarover ze stemden: Europa had slechte kampioenen en tegenstanders die vanwege de verwarring met argumenten kwamen die volstrekt niet ter zake deden: ik herinner me een SP-poster waarin werd gesuggereerd dat het dé kans was om af te rekenen met de Euro.

    Van hoge kiesdrempels ben ik wel gecharmeerd: geen SGP meer en de mensen die zich nu sterk maken voor de Partij voor de Dieren kunnen zich weer gaan roeren binnen de andere linkse partijen. Maar of je daarmee het lek boven bent?

    Het zal ongetwijfeld elitair zijn en een waterdichte oplossing is het beslist niet, maar misschien is het nog het beste dat je mensen die hun stem willen uitbrengen verplicht tot het volgen van een cursus waarin het bestel wordt verklaard en de basale verschillen tussen de politieke partijen worden uitgelegd, wat populisme is etc.

    Dat hoeft niet heel erg highbrow – iedereen die genoeg interesse heeft om zich er een beetje in te verdiepen moet zo’n cursus kunnen volgen en de daaropvolgende toets met succes kunnen afronden – maar het blijft raar dat mensen mogen meebeslissen over iets waar ze geen idee van hebben. Een soort rijbewijs om te kiezen dus, al zal het bij partijen die zieltjes willen winnen met 130 rijden niet in goede aarde vallen. Ik sta zelf trouwens ook open voor een beter plan…

    • Arno says:

      O, dus mensen die graag 130 rijden weten niks van politiek? Hmm.. ik rijd graag 130 en met mij vele anderen die beschikken over een moderne auto.

      Op zich is er weinig tegen een test of mensen uberhaupt nagedacht hebben over hun stem, en niet stemmen op het ‘lekkere kontje van Wouter Bos’ (ja, dat is echt gebeurd). Maar ik denk dat het grondwettelijk nogal wat haken en ogen heeft.

      • Thijs1973 says:

        Zolang mensen zich bewust zijn van het feit dat ze niet alleen voor 130 stemmen maar ook voor een hogere huur en een lagere uitkering of voor meer fiscaal voordeel op een leasebak, maakt het me niet zoveel uit.

        Het gaat me vooral om de ‘plannetjes’ waarmee partijen de onwetende kiezers lokken. De een doet dat met 130, de ander met de suggestie dat je door een tegenstem op de Europese grondwet tegen de Euro stemt.

        Het lekkere kontje van Bos….dat was ik eigenlijk alweer vergeten. Nog zoiets: Ik heb ooit ook eens een mevrouw op tv gezien die verklaarde op Ruud Lubbers te stemmen omdat het zo’n lekkere piraat was. Tsja. Genant.

  4. Nijn says:

    “Zou je niet verwachten dat zoiets als ‘politieke voorkeur’ een redelijk statisch gegeven is dat niet verandert bij iedere politieke zucht?” Volgens mij verandert de politiek zelf ook heel snel, politici zeggen elke keer wat anders… Dus als je consequent wil stemmen moet je elke keer op iemand anders stemmen. Ook een probleem trouwens: als er elke vier jaar een andere wind waait, is een stabiele samenleving lastig. De regels veranderen zo snel dat je er niet van op aan kan.

  5. Thijs says:

    Ik zal de laatste zijn om te zijn dat onze democratie perfect werkt, alle aspecten zijn al vaker genoemd, al dan niet in samenhang met elkaar. Anders gezegd; de diagnose is niet nieuw, maar ben benieuwd naar welk medicijn je voorschrijft. Of moet ik de vraagtekens van je laatste zinnen eigenlijk wegdenken?

    Overigens lijk je met de opmerking over het schoonspringen van b-sterretjes en het vernoemen van Plato wel een bepaalde denkrichting te suggereren. Heb ik dat juist?

  6. Frank Hemmes says:

    Volgens de auteur is de democratie failliet. Ik vind het een nogal sterke uitspraak. Misschien is de uitkomst van het democratisch proces momenteel niet wat de auteur zelf optimaal acht, maar is dat een reden om de democratie als geheel failliet te verklaren?

    Natuurlijk, er zijn in de democratie veel zaken waar je aanstoot aan kan nemen. Mensen die op de PvdA stemmen omdat ze het achterwerk van Wouter Bos om esthetische redenen waarderen. De vraag is of dat een probleem is. Wie is de auteur om te bepalen op welke manier mensen van hun stemrecht gebruik maken? Dat een democratie niet zo snel en daadkrachtig functioneert als een dictatuur is iets wat de Romeinen ook al doorhadden, daar is weinig nieuws aan. Anderzijds weten we ook allemaal wat het probleem met een dictatuur is…

    Volgens mij is het beter de democratie op een andere manier te beschouwen. We fixeren ons teveel op de uitkomst. Maar in een democratie is niet de uitkomst het belangrijkst, maar het proces. De manier waarop de democratie verschillende belangen, waarden, meningen etc. harmoniseert, afweegt en op een geweldloze manier arbitreert, is volgens mij een veel belangrijker aspect dan de mogelijkheid om een ‘optimale’ oplossing voor een probleem te vinden. Overigens denk ik zelf ook niet dat zo’n optimale oplossing bestaat, maar dat terzijde.

    Daarnaast vind ik het interessant dat de auteur het probleem vooral lijkt te zoeken bij de procedures van de democratie. Zelf zie ik het probleem eerder in het idee van een ‘post-ideologische’ samenleving. In tegenstelling tot het tijdperk waarin de partijdemocratie opkwam, is de kiezer tegenwoordig veel minder sterk ideologisch verankerd (en wellicht ook onderlegd). Ironisch genoeg wordt dit ideologie-loze ‘zweven’ aangemoedigd door een (neo)liberale ideologie(!) die pretendeert geen ideologie te zijn. In een samenleving waarin een narratief overheerst dat de overheid grotendeels overbodig of zelfs een probleem is, waarin van mensen wordt verwacht dat ze puur voor eigen gewin stemmen, dat politici per definitie onbetrouwbaar zijn en dat een standpunt innemen inferieur is aan ‘pragmatisme’, is het niet vreemd dat cynisme en skepsis overheersen. Maar het probleem ligt dan eerder bij hoe we over de democratie spreken, dan in de democratie zelf.

  7. Arno says:

    Natuurlijk is het enorm belangrijk is dat besluitvorming tegenwoordig via geweldloos overleg gaat. Toch is het ook belangrijk dat het land geregeerd wordt: er moeten besluiten genomen worden over belangrijke zaken, je kan niet alles blijven uitstellen. Nu zitten we in een situatie waarin niks besloten wordt en als er al iets besloten is een volgend kabinet alles weer over gooit. Dat is een probleem dat we niet moeten bagatelliseren.

    Wellicht moeten we met zijn allen iets fatsoenlijker met onze politici omgaan, zodat ze niet allemaal halverwege de 40 stoppen. Op dit moment ontbreekt alle ervaring en wordt het land geregeerd door jonkies. Alleen in de streng-christenlijke hoek zitten nog wat uitzonderingen, maar die zou ik het land ook niet toevertrouwen.

  8. Stephan says:

    Dank voor de reacties. Uiteenlopend en prikkelend. Overal uitgebreid op reageren zou dagen kosten, dus hier enkele korte punten.

    In het algemeen schrijf ik om het denken in beweging te krijgen; dat gaat vaak gepaard met scherpe stellingen en een columnistische stijl wat mij betreft. Feitelijk zouden wij uren lang fundamenteel en grondig van gedachten moeten wisselen (in een directe dialoog) om alle genoemde elementen daadwerkelijk helder te krijgen. Dat kan natuurlijk niet in een stuk van 800 woorden en daar is dit medium ook totaal niet voor bedoeld in eerste instantie.

    Over het effect van vernieuwingen laat ik mij hier niet direct uit (van 150 naar 100 bijvoorbeeld), wel over een structureel gebrek aan het opperen van vernieuwingen. Oftewel: er zit geen enkele beweging in democratische vernieuwing van het huidige bestel. Dat huidige democratische bestel is wat mij betreft inderdaad failliet (natuurlijk niet de democratie an sich-dat kan de scherpe lezer toch zeker uit de laatste drie zinnen opmaken), hoewel hier en daar mensen terecht vermoeden dat ik wel veel sympathie heb (zonder dat ik daarmee mijn realiteitszin verlies) voor verschillende argumenten van Plato.

    Voor de vuist weg zou ik wat voelen voor een gewicht toekennen aan de blanco stem, het invoeren van een kiesdrempel (daar zijn meerderen wel voor denk ik) en een aanscherping van het dualisme (zoals dat bijvoorbeeld enigszins afgekeken zou kunnen worden van Amerika).

    Dhr. Hemmes zegt: “Wie is de auteur om te bepalen op welke manier mensen van hun stemrecht gebruik maken?” Ik zie werkelijk niet in waar dat wordt geopperd door mij. Er wordt nergens verwezen naar een of andere selectieprocedure op grond waarvan bepaalde mensen uitgesloten zouden worden (overigens neem ik het woord dictatuur ook nergens in de mond, laat staan dat ergens een suggestie voor ‘geweld’ wordt gewekt). Ik maak wel gebruik van indirecte mededeling waaruit bijvoorbeeld kan worden opgemaakt dat ik mijn vraagtekens zet over bijvoorbeeld de politieke betrokkenheid van de gemiddelde kiezer (of noem het ‘de lekkere kontjes kiezer’ zoals iemand schreef). Het stemrecht veronderstelt geen enkele vorm van politieke betrokkenheid, politieke kennis, politieke inleving et cetera. Terwijl er toch wel een politieke keuze gemaakt wordt. Ik vind dat paradoxaal en de moeite waard om over na te denken (terwijl dat blijkbaar direct leidt zinnen zoals “wie is de auteur (…)” – en dat moeten we juist niet hebben!). Maar als je het adagium “meedoen is belangrijker dan iets doordacht doen” aanhangt, dan zit je vrij goed op dit moment. En ik sluit zeker niet uit dat er niets beters is te verzinnen.

    Ik ben het overigens ook volstrekt oneens met de stelling dat wij ons in een samenleving bevinden waarin er een idee zou bestaan waarin de overheid grotendeels overbodig is of een probleem vormt. Ik denk juist dat bijvoorbeeld de opmars van de SP een heel duidelijke roep en een wens van een groot gedeelte van de bevolking laat zien om een sterke overheid (en wat te denken van de opkomst van de PVV). Er wordt juist heel wat van de staat verwacht! Maar misschien bedoel je een en ander anders.

    En als er al sprake is van een zogenaamde post-ideologische samenleving (ook daar kun je ernstig over twijfelen als je Zizek leest bijvoorbeeld) dan hangt dat juist sterk samen met het haperende democratische bestel dat nog stamt uit de tijd van de grote verhalen (dus die zijn niet van elkaar los te beschouwen).

    Enfin, tot zover. Ook mijn denken is voorlopig weer aardig in beweging!

  9. Lisa says:

    Ooit heb ik op dit weblog een stukje geschreven over Kamervragen. In mijn ogen worden die vaak niet gesteld om een bepaald probleem op te lossen, maar om een Kamerlid in de media te krijgen (Zie voor de minder http://vrij-zinnig.nl/wp/2011/09/07/sesamstraat-ooievaars-en-andere-kamervragen/

    Helaas zie je tijdens de verkiezingsperiode een soortgelijke trend. Het gaat er niet om dat iedereen de juiste informatie krijgt om op basis daarvan te kunnen kijken op welke partij hij/zij stemt of welke persoon geschikt is. Het gaat vooral om het puzzelen met argumenten en het aanpassen aan je publiek.

    Karl Popper gaf aan dat de toegang tot informatie belangrijk is in een democratie. Maar zo lang de gemiddelde burger niet weet welke informatie juist is en wat er verzonnen is, is er in mijn ogen zeker ‘iets’ mis met de democratie.

  10. Frank Hemmes says:

    Stephan, dank voor de reactie. Laat ik bij deze de discussie nog even doorzetten.

    Hoewel je inderdaad nergens oproept tot beperking van het stemrecht, was er wel een stuk waarin je, volgens mij, een sterk moreel oordeel velt, of op z’n minst insinueert:

    En wat te denken van het idee dat de 1,4 miljoen mensen die op zaterdag kijken naar een onbekende achtergrondzangeres met zwemdiploma A die kaarsrecht in een zwembad springt, dezelfde 1,4 miljoen zijn die de politieke verhoudingen in Nederland straks medebepalen? Of wat te denken van de honderdduizenden die op basis van een tiental stellingen hun fundamentele grondrecht toebedelen aan een al dan niet verwachte politieke partij, omdat het stemwijzertje dat nu eenmaal tevoorschijn heeft getoverd? Dat is de nachtmerrie van ieder weldenkend mens en menig politicus.

    Hier spreekt, mijns inziens, wel zeker een bepaalde minachting voor een deel van het electoraat uit, omdat ze niet de juiste faculteiten of overwegingen zouden hebben om van hun stemrecht gebruik te maken.
    Hierop doorgaand: ik begrijp je frustratie, maar moeten wij dat dan deze mensen aanrekenen? Ik herken het vaker bij hoogopgeleide mensen: frustratie met het ‘plebs’ en hun gebrek aan politiek bewustzijn. Maar als ‘wij’ dat vinden, is het dan niet aan ons om de omstandigheden te scheppen waarin mensen meer of beter politiek bewust en actief zijn? Is het redelijk te verwachten dat in een democratie de burgers zichzelf tot betrouwbare democraten omvormen? Of ligt hier een zekere ‘noblesse oblige’ op ons te wachten om de omstandigheden gunstiger te maken?

    Wat betreft de post-politieke samenleving. Laat ik vooraleerst duidelijk maken dat ik zelf niet denk dat de samenleving post-politiek is. Mijn observatie is echter dat veel andere mensen, ook politici, deze gedachte uitdragen. Vooral bij de ‘pragmatische’ middenpartijen wordt nogaleens de suggestie gewekt dat ideologie een archaisch verschijnsel uit de 19e eeuw is dat we nu wel achter ons hebben gelaten. Zoals ik in mijn eerdere post aan wilde geven, denk ik zelf dat de neoliberale samenleving wel degelijk politiek is, maar dat de kracht van het neoliberalisme er deels in schuilt dat ze zichzelf als ‘apolitiek’ weet te verhullen.

    Daarbij meen ik ook dat een te ver doorgetrokken liberalisme direct schadelijk is voor de democratie. Een probleem wat ik bespeur is dat door het terugtrekken van de overheid uit de samenleving middels privatisering en liberalisering, het primaat van de democratie verzwakt. In het deel van de samenleving dat door de markt wordt geregeerd, is de democratie in feite overbodig.
    Zo bezien zijn de democratie en de markt twee concurrerende systemen om verschillende meningen, voorkeuren etc. tussen mensen onderling te beslechten. De democratie via ‘1 persoon = 1 stem’, de markt via ‘1 euro = 1 stem’. Ons (ideologisch ingegeven) vertrouwen dat de markt alles wel oplost, wekt wat mij betreft de (onterechte) suggestie dat de democratie in veel opzichten niet meer nodig is om ons onderling samenleven te organiseren.

  11. Arno says:

    Ik herken me volledig in de frustratie: ik heb vele malen liever dat iemand vol overtuiging op een totaal verschillende partij als ik stemt, of van mijn part op ‘gevoel’, dan dat iemand op basis van het uiterlijk of gewoon willekeurig een vakje rood maakt.

    Echter ben ik het niet eens met dat privatisering antidemocratisch is. Ja, de overheid organiseert minder, maar de overheid moet nog steeds de spelregels maken waaraan markspelers moeten voldoen. Daar is niks ondemocratisch aan. Wel moeten politici onafhankelijk van het bedrijfsleven hun beslissingen maken.

    Het enige wat volgens mij zou kunnen, is ouderwets proberen het volk te ‘verheffen’, middels TV of wat dan ook. Al is dat met 100 netten waaronder SBS6 een stuk lastiger dan vroeger met 2 kanalen. Kan je nog zo’n mooi programma maken over wat dan ook, als mensen liever kijken naar NZBN-ers die van de hoge duikplank springen dan krijgen ze er weinig van mee.

    Als het goed is heeft iedereen toch een stukje maatschappijleer meegekregen op school? Dat is toch een verplicht onderdeel, ook op het VMBO? Wellicht is dat de manier (voor de toekomst), want in elk geval heeft nog steeds iedereen leerplicht tot 16 jaar.

  12. Frank Hemmes says:

    Arno,

    En geloof me, ik deel de frustratie ook wel. Maar voor mijn gevoel is het te makkelijk om te zeggen dat het volk ‘te dom’ is om te stemmen. Als dat zo is, waarom doen we er dan niet iets aan? Ik weet dat het oude verheffingsideaal inmiddels enigszins versleten is, maar ik denk dat een zekere mate van verheffing inderdaad nodig is om de democratie goed te laten functioneren. In dat opzicht ben ik het ook met de auteur eens dat het tijd wordt dat we erover gaan nadenken hoe we de democratie, tenslotte toch grotendeels een 19e eeuwse uitvinding, aan de 21e eeuw gaan aanpassen.

    Wat betreft privatisering is de situatie natuurlijk niet zo zwart/wit als ik hem stelde. Privatisering an sich is niet antidemocratisch. Maar als democratie het beheer is van de ‘publieke ruimte’ waar wij met zijn allen deel van uitmaken, dan denk ik dat we wel voorzichtig moeten zijn met het steeds verder privatiseren van deze ruimte. Ik denk dat de zorg daarin een goed voorbeeld is. Zelfs als marktwerking efficienter zou zijn (wat ik betwijfel), is het wat mij betreft een valide vraag of we voor het democratisch ‘beheren’ van de zorg niet wat extra over zouden moeten hebben. Al was het maar omdat op die manier de zorg een gezamenlijk en publiek project van de samenleving blijft, en dus een idee dat ons allemaal, als burgers, verbindt.

    Iedereen heeft inderdaad maatschappijleer, maar of het veel helpt weet ik niet. Ik moet bij discussies als deze toch altijd weer terugdenken aan De Tocqueville, die de Amerikaanse democratie uit de 19e eeuw beschreef. Hij merkte op, naar mijn idee terecht, dat participatie in een democratie voor burgers de beste leerschool is. Als er iets zou moeten veranderen, dan zou ik dus ook pleiten voor hervormingen die de democratie voor iedereen toegankelijker maken, zodat mensen zich het democratisch proces via deelname eigen kunnen maken.

  13. Stephan says:

    Dank voor de reacties. Ik zal mij omwille van de overzichtelijkheid beperken tot wat mij betreft het meest interessante aspect die deze discussie voort heeft gebracht.

    Er wordt gesproken over “minachting” en “vellen van een moreel oordeel”. Dat zijn nogal boute gevolgtrekkingen uit een ironische passage, waar hooguit over een boze droom wordt gesproken. Waarom een nachtmerrie? Om de eenvoudige reden dat een volstrekt voor de hand liggend logisch verband tussen kennis en inspraak nogal snel gemaakt is, maar wonderwel electoraal niet wordt verondersteld. Er is geen organisatie te bedenken op grond waarvan een (raad van) bestuur wordt samengesteld door de werknemers (zonder enige kennis van zaken over ingewikkelde materie die bedrijfsbestuurlijk van belang zijn).

    De passage illustreert min of meer deze bedoeling, anders dan daadwerkelijk 1,4 miljoen kijkers-waaronder ikzelf- in een bepaalde hoek te zetten (want vanzelfsprekend zit daar niet direct een feitelijk verband tussen!). Dat het systeem zelf feitelijk een indirecte correctie toegepast op het door mij geschetste probleem, blijkt al uit het feit dat de gemiddelde opleiding van de volksvertegenwoordiger volstrekt niet in de lijn ligt met het opleidingsniveau van de gemiddelde stemmer. Wat ik verder dus ook opper is dus dat er niet alleen een evidente kloof ontstaat (vervreemding van de kiezer), maar de politicus uiteindelijk toch gewoon voornamelijk zijn eigen plan trekt (vervreemding van beloofd beleid). Want electoraal afhankelijk zijn van de kiezer die kijkt naar “sterren springen” is één ding, vervolgens uitvoeren wat deze kiezer wenst, een geheel ander. Dus eigenlijk is er al sprake in die zin van minachting van die kiezer! Zo je wil…

    Plato’s fundamentele opvatting over de democratie zweeft desondanks wel boven het artikel. Natuurlijk, Plato is in vele gevallen volstrekt niet realiseerbaar (denk aan de opvatting dat een heerser boven de wet moet staan om zo voor individuele gevallen anders te kunnen beslissen, of denk aan de drie-klassen indeling of aan de metafysica die ten grondslag ligt aan zijn staatsbestel), maar zijn opvatting dat de klasse van ‘verstandige mensen’ de staat moet besturen met behulp van andere groepen die niet het “politieke inzicht” genieten, klinkt ergens aantrekkelijk en logisch. Plato lijkt daarbij te leunen op de verwachting dat de verstandige klasse (noodzakelijk) een soort bestuurlijke categorische imperatief zal nastreven.

    Wat hierbij samenhangt is dus in ieder geval het mijns inziens aantrekkelijk idee dat je hoopt (of misschien wel het liefst zou willen) dat mensen op grond van hun inzicht en verstand, de verstandigste mensen kiezen. Maar goed, misschien wordt hier het verstand overschat, en is een stevige dosis vertegenwoordigd politiek populisme misschien wel zinvol en noodzakelijk in het parlement. Enfin-“Bonje met de buren is bezig”-dus we zetten deze discussie ongetwijfeld op een ander moment weer voort!

  14. Lianne says:

    Je blog is meer een schets dan een betoog, ik zou wel benieuwd zijn naar de elitaire en totalitaire argumenten (wat is er bijvoorbeeld mis met een oligarchie?). Zo heb ik vorige week met een paar collega’s de discussie over algemeen kiesrecht wel degelijk gevoerd. Niet als praktische mogelijkheid, maar ik vind het wel de moeite van de theoretische exercitie waard. Blijkbaar (en ik herhaal Churchill) is democratie het minst slecht van alle kwaden, maar waarom eigenlijk? Welke kwaden wegen we tegen elkaar af? Wetgeving is simpelweg ontzettend moeilijk en – uitzonderingen daar gelaten – Kamerlid zijn is een veel technischer vak dan vaak wordt gedacht. Als kiezer heb je hier nauwelijks zicht op noch inzicht in, dus de vraag is of het werkelijk goed zou zijn om de invloed van de kiezer verder te laten strekken dan zijn kiesrecht. Ik denk van niet – tenzij we een Amerikaans model gaan aanhangen waarbij ‘politiek burgerschap’ een veel prominentere plaats inneemt. Als de kiezer meer invloed wil, moet hij ook bereid zijn zich te verdiepen in datgene waar hij invloed op uitoefent. En die bereidheid zie ik in Nederland nauwelijks terug.

    Goed, mocht je hier nog een keer over doorschrijven zie ik het graag!

  15. Lianne says:

    NB: de assumptie die vaak gemaakt wordt is die van de rationele kiezer. Ik herhaal oude argumenten, maar een democratie als de onze werkt alleen *optimaal* als de kiezer zijn oordeel velt op basis van inhoudelijke argumenten, m.a.w. als hij werkelijk voor de partij kiest waarmee hij inhoudelijk de meeste overeenstemming voelt. Dat fundament voor een stem is volgens mij betwistbaar – er dient in de argumentatie ook rekening te worden gehouden met een niet-rationele kiezer, en alles wat daar nog tussenin zit.

  16. Stephan says:

    @ Lianne, aangevuld met korte gedachten over dit onderwerp, louter voor de gedachte.

    Inderdaad is de bovenstaande schets een louter filosofische en theoretische exercitie. De gevoeligheid die er bestaat omtrent het bediscussiëren van het algemeen kiesrecht, staat ook slechts een filosofische discussie toe.

    De basale afweging zit in het uitsluiten van groepen in relatie tot het verbeteren van het systeem. De vraag is dus inderdaad: hoe komt men tot een vorm van uitsluiting? En daarbij: leidt dat daadwerkelijk tot een beter systeem? Oftewel is er een relatie tussen uitsluiten en verbeteren (op grond waarvan zij die worden uitgesloten er ook beter op wordenPlatoonse opvatting)?

    De geschiedenis wijst uit dat vele vormen van uitsluiten in vrijwel alle gevallen leidt tot een slechter systeem (een Singapore-model is al helemaal onhaalbaar). En dat is wat Popper betoogt in De open samenleving.

    Uitsluiten is overigens niet noodzakelijk negatief bedoeld. 16 of 17-jarigen worden op dit moment ook uitgesloten. Waarom eigenlijk? Omdat ze niet rationeel zouden zijn? Geen verstand van zaken hebben? Ze geen politieke afweging zouden kunnen maken?

    Of misschien zou je het moeten omkeren: dat men om zijn recht uit te mogen oefenen een bepaalde moeite moet doen. Die moeite hoeft wat dat betreft niet ingewikkeld te zijn. Wat te denken van een lidmaatschap van een politieke partij of beweging (dat hoeft dus alleen formeel)?

    Of minder serieus (om maar aan te geven hoe ingewikkeld de discussie feitelijk is): op je 18e kiezen: of stemrecht voor het leven of een scooter.

    Of in het stemhokje 10 willekeurige uiterst eenvoudige vragen over het politieke bestel die moeten worden beantwoord met “ja” of “nee”; en vanaf 7 goed gaat je stem meetellen. Alleen kom je niet te weten of je ze goed had of niet!

    Ach- ik moet eigenlijk bekennen dat het grootste probleem is dat ik mezelf als behoorlijk politiek geïnformeerd beschouw, maar zelf niet eens een weloverwogen keuze kan maken op dit moment. De complexiteit van de politieke werkelijkheid is simpelweg te groot en daarbij: de afstand tussen de stem en de uiteindelijke politieke coalitie (je stemt VVD en je krijgt dadelijk Kunduz+) is in technische en gevoelsmatige zin veel te ver van elkaar verwijderd. De kiezer die daarmee stemt op basis van zijn inhoudelijke overeenkomsten met de partij, voelt zich daardoor in de praktijk ernstig bedrogen (denk aan de teloorgang van het CDA), waardoor ik dus betwijfel of een democratie optimaal werkt in dat geval.

    Ik weet verder niet wat je bedoelt met rekening houden met de niet-rationele kiezer… Daar speelt het populisme toch op in? Zou jij een systeem willen waar niet rationele kiezers eruit worden gefilterd? Hoe ga je dat vaststellen?

    Tenslotte: zou er geen synthese gemaakt kunnen worden van het Amerikaanse en het Nederlandse bestel? Volgens mij hebben beide systemen zo hun een eigen aantrekkelijke elementen…maar dat zou weer een hele andere discussie opleveren.

  17. Frans says:

    Een commentaar op dit stuk na de verkiezingen.

    Hecht Stephan nog steeds waarde aan de inleidende paragraaf :

    Kom nou toch. Hier wordt de lezer een rad voor ogen gedraaid, want morrelen aan ons politieke bestel is pseudo-optimalisatie. Het antwoord van Liane komt m.i. aardig in de buurt.

  18. Jo bonte says:

    Hoe zou het artikel er uit zien als je dit nu in 2016 opnieuw zou moeten schrijven…?

    • janos says:

      Goede vraag. Ik kan natuurlijk niet voor Stephan spreken, maar heb het idee dat veel van de problemen die hij hierboven beschrijft net zo goed van toepassing zijn op enkele van de recente referenda, als op de parlementaire democratie. Geen of een lage kiesdrempel, waardoor een minderheid van de mensen er een beslissing kan doordrukken; geen of weinig besef van waar nou precies voor of tegen gekozen wordt. De blanco stem. Het hoge aantal thuisblijvers. Etc.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*