Met genoegen las ik het stuk van Frank Hemmes, waarin hij op opgewekte wijze afrekent met het oordeel dat atheïsten ‘gelovig’ zouden zijn. Hij heeft het intuïtief gelijk natuurlijk aan zijn kant. Iemand gelovig noemen omdat hij het meetbare en waarneembare slechts als ‘waar’ accepteert, en hem tot religieus bombarderen als hij vraagt om bewijs van de invloed van een god op de empirische wereld, is flauw en nauwelijks interessant.

Toch zou het mooi zijn om eens te kijken wat er precies bedoeld wordt met die vermeende religiositeit van de atheïst. Hemmes wijst in zijn stuk op een bijdrage op Joop.nl, maar ik denk dat het goed is om te beginnen met Chris Hedges, die in 2008 met zijn boek `I don’t believe in atheists‘ aan de slag ging met het thema. Hij voegt in dit boek een aantal interessante argumenten toe aan het levensbeschouwelijk debat.

Verdraagzaamheid

Dat hij zijn boek start met de vaststelling dat atheïsten even militant evangeliserend kunnen zijn als gelovigen laat ik voor het moment even. Verdraagzaamheid is de start van iedere interreligieuze en levensbeschouwelijke dialoog. De mening van sommige atheïsten “dat je geloven maar lekker thuis moet doen” is niet minder onverdraagzaam en intolerant dan die van de bakker die vindt dat homo’s “maar lekker thuis moeten zoenen”. In ons land kunnen we pas vooruit komen als we in het straatbeeld joodse pijpenkrullen, uitgeknipte billen in leren homobroeken en hoofddoekjes door elkaar heen aantreffen. En ja, dat betekent dat we af en toe geconfronteerd worden met een mening, een levensbeschouwing of een kledingstijl die niet de onze is. Dat gaan zien als een verrijking lijkt mij de eerste plicht van iemand die zich mengt in het levensbeschouwelijk debat.

Paradigma

Maar wat Hedges interessant maakt, is dat hij stelt dat de meeste religieuzen pas een probleem ervaren als zij met voor hen onacceptabele paradigmata worden geconfronteerd. Net als atheïsten.

Het paradigma van de atheïst bestaat er onder andere uit dat hij het wetenschappelijk aantoonbare slechts als waarheid accepteert. Dat is binnen een verlichte, seculiere, veelal humanistische maatschappij een verstandig uitgangspunt. Natuurwetenschappen kunnen ons prima uitleggen wat er om ons heen gebeurt en –ideaal!- ze zijn waardevrij. Daarom dienen ze in mijn ogen ook de basis te zijn voor bijvoorbeeld overheidsbeleid. Zo komen we tot een waardevrije overheid, die in een ideale wereld daarnaast iedereen zijn private opvattingen laat hebben.

Moraal

Maar dit paradigma is op moreel gebied niet aantoonbaar beter dan eender welk geloof. Ik bedoel beslist niet (zoals sommige Amerikaanse religekkies) dat de atheïst zonder moraal is; zowel cultuur als ‘natuurmoraal’ (Ik pak jouw strandbal niet af, want als ik het recht van eigendom niet erken, dan pak jij zo mijn vlieger af. En mijn ijsje.) zorgen ervoor dat de meeste mensen om ons heen voor 90% hetzelfde ‘goed’ en ‘fout’ noemen. Maar er is geen reden om aan te nemen dat het verlichte wetenschappelijke paradigma tot een betere moraal leidt. Een politiek filosoof die graag de keerzijde van ons verlicht denken wil laten zien is John Gray , die op niet mis te verstane wijze wil aantonen dat we er moreel sinds de verlichting helemaal niets op vooruit zijn gegaan.

Dialoog

Toch is menen dat de beste moraal voortvloeit uit de waarneembare wereld volgens mij absoluut mogelijk. Het humanisme gaat hierin voor. Dit is in mijn ogen een dogmatische keuze. Ik denk dat dogmata waardevolle uitgangspunten voor dialoog kunnen zijn, maar dan moet je ze wel eerst herkennen.

Tobias van Elferen is een vrijzinnig politicus, belijdend Rooms-katholiek en lid van loge “Sint Lodewijk”. En grootst mogelijk liefhebber van levensbeschouwelijke dialoog.

Tagged with:
 

4 Responses to Brief aan de paus

  1. Eelke Spaak says:

    Cruciaal voor deze discussie lijkt me onderscheid te maken tussen geloof en religie. Atheïsme is zeker geen geloof, zoals in het stukje van Frank Hemmes wordt uitgelegd en zoals eigenlijk iedereen intuïtief wel snapt. Essentieel aan geloof is het geloven, en dan specifiek in iets dat men (principieel) niet kan weten. Atheïsme kan echter zeker wel religieuze trekjes hebben, denk bijvoorbeeld aan Richard Dawkins etc. Eigenlijk is deze hele discussie nogal triviaal in mijn ogen, als je het zo beschouwt: natúúrlijk is atheïsme geen geloof, maar natúúrlijk kan het net zo religieus zijn als christenfundamentalisme. (En theïstisch geloof kan op zijn beurt ook weer heerlijk non-religieus zijn uiteraard, hoewel dat minder vaak voor lijkt te komen.)

    De discussie die Van Elferen aanhaalt in het tweede deel van zijn stukje moeten we volgens mij los zien van deze welles-nietes-definitiekwestie. Waar baseren we de morele inrichting van onze samenleving op? Veel interessanter. En zinniger.

    • Het onderscheid tussen geloof en religie (de cultuur) is cruciaal, en het is zeker zo dat er een atheïstische religie bestaat.

      De discussie over “waar een samenleving op te baseren” heeft zonder meer het meeste relevantie waar het concrete toepassing van de uitkomsten betreft, maar dat maakt andere, meer fundamentele of abstracte, discussies wat mij betreft nog niet oninteressant, zolang deze tenminste niet over welles-nietes-definitiekwesties gaan 😉

  2. Frank Hemmes says:

    Tobias, bedankt voor je reactie.

    Ik ben het helemaal met je eens. Atheisme levert niet per definitie een ‘betere’ moraal op. Sterker nog, als atheist kan ik, bij gebrek aan absoluut en objectief waardenstelsel, helemaal geen uitspraken doen over welke moraal beter of slechter is. Het enige waar ik mij op kan verlaten, zijn mijn subjectieve morele voorkeuren, waarvan ik mij permanent bewust ben dat ze subjectief zijn.
    Dit wijst overigens volgens mij wel op een belangrijk verschil tussen een fatsoenlijke atheist en een gelovige. De atheist behoort te weten dat er geen absoluut moreel kader is (en dat de wetenschap dat niet verschaft) en moet dus zoeken naar een manier om subjectieve morele voorkeuren tussen mensen te organiseren. Gelovigen daarintegen gaan vaak wel uit van een absoluut moreel kader. Immers, als je gelooft dat moraal afkomstig is van God/Allah/Thor, dan valt er weinig over te onderhandelen.

    Dat was voor mij ook de reden om een wat ‘politieker’ atheistme te adopteren. Als agnost loop je een groter risico om een morele discussie binnen het absoluut moreel kader van de gelovige te voeren, waarin de gelovige per definitie wint. Als je als politiek atheist het het geloof als optie verwerpt, sta je, in mijn ervaring, sterker tegenover absoute morele claims, omdat je de basis voor die claims al niet accepteert.

  3. Miriam says:

    Tobias, in je toch niet zo lange artikel heb je heel wat interessante punten aangestipt. Ik weet nauwelijks waar ik moet beginnen. Om het niet al te lang te maken, wil ik vooral ingaan op de telkens weer gelegde link tussen religie en het recht om te bepalen wat een goede moraal is. (Excuses, dit wordt een lang verhaal.)

    Ik geloof (als in mening) dat de verschillende betekenissen van het woord geloven niet door elkaar moeten worden gehaald. En dat wordt in de discussie over ‘atheïsme als religie’ dikwijls wel gedaan. Ik heb er geen probleem mee dat mensen geloven (als in religie) in één van de pakweg 3000+ goden die de mensheid heeft gekend. Vier je feesten, leef volgens je geboden, aanbid je goden – doe dat alles omdat je er in gelooft.

    Maar zeg niet tegen anderen dat ze iets wel of niet mogen doen omdat jij gelooft (als in religie) dat iets verboden is. Want dan wordt geloven (als in religie) niets meer dan een dictatuur die mensen die iets anders geloven (als in mening) de mond wil snoeren. Ik kan mij wat dat betreft trouwens best voorstellen dat sommige atheïsten nogal ‘religieus’ overkomen.

    Als agnost zeg ik niet dat ik pas geloof (religie of mening) als het wetenschappelijke bewijs geleverd is. Als agnost ga ik er slechts van uit dat geloof (religie) niet met wetenschappelijke argumenten onderbouwd kan worden. Ik weet het niet – sterker, ik kan het niet weten. Maar er zijn heel veel andere dingen die ik zeker weet omdat er wetenschappelijk bewijs geleverd is. In die gevallen is er geen sprake meer van geloven (religie of mening), maar van een feit.

    Toch kunnen ook feiten weer tot een mening leiden. Zo is het een feit dat als we op de snelwegen 130 km/u gaan rijden, er meer dodelijke slachtoffers zullen vallen dan bij de huidige 120 km/u. In dit geval zijn tal van andere feiten op te lepelen – CO2-uitstoot, lawaaivervuiling, files, tijdwinst, effect op de economie en noem maar op. Maar ook met al die feiten, kom je uiteindelijk voor de vraag te staan die niet op een wetenschappelijke wijze te beantwoorden is: je gelooft (mening) dat de nadelige effecten wel of niet opwegen tegen de voordelige effecten. (Daar gaat je waardevrije overheid, maar dat terzijde.)

    Wat je in dat geval gelooft, kun je in een democratie inbrengen bij je mede-aardbewoners. Soms krijg je de meerderheid aan je zijde, soms niet. Maar een aantal groeperingen, zowel in de politiek als onder ngo’s, vinden dat sommige doelen zo verheven zijn dat de democratie er voor moet wijken. Meningen worden zo verheven tot religies en het gebrek aan wetenschappelijke zekerheid wordt vervangen door dogma’s.

    Religiositeit -althans de vorm waar atheïsten van worden beschuldigd- is dan ook niet voorbehouden aan de kerkganger en de atheïst, maar is het lot van iedereen die zijn mening niet met voldoende argumenten kan onderbouwen en toch doordramt. Belangrijk in de discussie of een atheist ook gelooft (als in religie), is de constatering dat religie niet voortkomt uit de wetenschap, maar uit de afweging die de mens maakt op basis van wetenschappelijke feiten en de dogma’s die men zichzelf daarbij oplegt. (Mooi voorbeeld zojuist gelezen bij De Telegraaf: De PVV wordt betrapt op een onjuistheid in het Zwartboek Ramadan, erkent die fout en reageert vervolgens met “Maar het gaat ons om het principiële punt dat er geen geld voor dit soort zaken beschikbaar moet worden gesteld.” – de stelling ‘islam is fout’ hoeft volgens de PVV niet bewezen te worden en is daarmee een dogma geworden.)

    Ik denk dat aanhangers van welk religie dan ook, zichzelf te kort doen door drammerigheid een religie te noemen.

    Tobias, wat jij omschrijft als natuurmoraal, doet mij eerder denken aan wat door John Wilkins en John Tillotson is beschreven in Principles of Natural Religion (heel kort samengevat: mensen kunnen zich door hun gedrag en verstand een weldadige orde eigen maken, maar hemel (beloning) en hel (straf) zijn daarbij onmisbaar – in feite het door jou gegeven voorbeeld van strandbal, vlieger en ijsje). Tillotson gebruikte die gedachte om aan te tonen dat de mens voor moraal religie nodig heeft.

    Het idee (in de betekenis die bij Plato gold: een abstract, niet aan tijd of plaats gebonden, denkbeeld) natuurmoraal is op dezelfde wijze te weerleggen als David Hume dat deed bij het idee natuurreligie. Hume gebruikt daarvoor in zijn Dialogues een gesprek tussen Philo, Demea en Cleanthes. Het voert hier te ver om de het gesprek uitgebreid te beschrijven, maar het komt er op neer dat Philo uiteindelijk alle argumenten van Cleanthes voor het bestaan van een puur-goede god weerlegt.Door aan te tonen dat als er al een god bestaat, deze ook kennis moet hebben van het kwaad, ontneemt Hume religies hun monoplie op moraal. Maar dat blijkt uiteindelijk niet zo godslasterlijk als het in eerste instantie lijkt, want -zo laat Hume zijn personage Philo zeggen- de vraag naar het bestaan van god en de veronderstelde religieuze oorsprong van moraal zijn twee verschillende zaken – het kan dus best zijn dat er een god bestaat.Belangrijker,op deze plek, is dat de agnost Hume aantoont dat moraal niet voorbehouden is aan de traditionele religies en dat is precies wat ik ook geloof.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*