“Nationalisme is oorlog”, sprak Mitterand in één van zijn laatste ademtochten tijdens zijn korte post-presidentschap. Deze uitspraak wordt met graagte aangehaald door integratie-apostel Guy Verhofstadt, die nota bene claimt ‘ik ben een anti-nationalist in hart en nieren’. Verhofstadt vergeet dat nationalisme geen natuurverschijnsel is, maar – net als EU-liefde – een door leiders bedachte vorm van massaloyaliteit. Een beweging die naast de bekende keerzijden, ook enkele belangrijke successen heeft gehad.

~ Door Erik Hormes ~

Nationalisme is een eliteproces dat in de 19e eeuw in zwang is geraakt. Volgens links denkkanon Slavoj Zizek is ‘genietbaarheid’ dé voorwaarde voor een natie. Een natie kan volgens hem alleen bestaan zolang deze genietbaarheid wordt overgebracht in nationale symboliek en mythen. Typisch gezien bevat zo’n natie-mythe de volgende ingrediënten: een glorieus verleden, een nog glorieuzere toekomst, en een problematisch heden waarin de betreffende natie dankzij een ‘boze ander’ vastzit. Iedereen die bekend is met de Balkan kan deze blauwdruk dromen.

Omdat een natie, een homogene gemeenschap, zo genietbaar is (volgens kosmopoliet-filosoof Kwame Appiah vergelijkbaar met een opera of voetbalwedstrijd), is er politieke elites veel aan gelegen de politieke staatsgrenzen en de etnische natiegrenzen als samenvallend te presenteren. Het institutionele verenigen met het culturele verhoogt de legitimiteit van de staat naar buiten toe (wie zou ooit de rechtmatigheid van een natiestaat in twijfel trekken) en naar binnen toe (omdat de politiek hun handelen in verband kan brengen met nationale mythen en symbolen die een onmiddellijke herkenning en binding teweegbrengen).

Nationalistische verhaallijnen worden daarom samengetrokken, kromgetrokken en gemodificeerd naar de luimen van wie aan de tekentafel zit. De vonk slaat over wanneer mensen zich herkennen in de verhaallijn van de geprojecteerde natie. Wanneer mensen bereid zijn gezamenlijk de rijen te sluiten tegenover een ‘boze ander’ die deze genietbaarheid bedreigt of onmogelijk maakt. Gezworen anti-nationalisten als Verhofstadt passen natuurlijk precies deze zelfde strategie van homogenisering toe als het gaat om het presenteren van een gezamenlijke Europese identiteit. De ‘gemene ander’ in hun narratief is alleen geen vijfde colonne of oorlogszuchtige buur, maar bijvoorbeeld de opkomende wereldmacht Brazilië of China of de ondemocratische dictaten van de markten en banken.

En daarmee slaat hij niet per se de plank mis. Europese massaloyaliteit kan erg gewenst zijn waar het gaat om aanpak van verknoopte mondiale problemen. Maar laten we dan ook een momentje nemen om naast de oneindige reflecties op nationalisme-gerelateerde rampen aan de ene kant, stil te staan bij de successen van nationale bewustwording aan de andere kant.

Neem bijvoorbeeld de onderdrukking van de Baltische landen in de Sovjet-tijd. Moskou voerde een etnische agenda door die erop toezag dat Balten zich over Rusland verspreidden, en veel Russen werden op hun beurt het Balticum binnengehaald. Onderwijs en religie werden gerussificeerd, en economisch werden de gebieden kaalgeplukt. Een passage uit Kundera’s roman “Het boek van de lach en de vergetelheid” had betrekking kunnen hebben op deze casus (maar had betrekking op Tsjechië):

“Volkeren liquideer je zo,” zei Hübl, “dat je ze om te beginnen van hun geheugen berooft. Je vernietigt hun boeken, hun beschaving, hun geschiedenis. En iemand anders schrijft voor hen andere boeken, geeft hun een andere beschaving en bedenkt een andere geschiedenis. Het volk begint dan langzaamaan te vergeten wat het is en wat het was. De wereld daaromheen vergeet het nog veel sneller.”
“En de taal?”
“Waarom zou iemand die ons ontnemen? De taal wordt louter folklore die vroeg of laat een natuurlijke dood sterft.” (p. 151)

Het is de redding van het Baltische volk geweest dat door bewustwording en opstand het folklorisme (weer) in nationalisme is veranderd.

Het grote verschil tussen nationalisme en een Europese notie van cultuur zit vooralsnog in de empirie: nationalisme blijkt nog altijd de sterkere aantrekkingkracht te hebben. De overeenkomst is dat beide dynamieken per definitie een kunstmatig elite-project zijn. Als elites er belang bij hadden in sportreportages, symbolen en onderwijs een consequente nadruk te leggen op de nobelheid van wonen aan de Noordzeekust, had zich rond die as een gedeelde identiteit kunnen vormen. Niks is natuurlijk aan verwantschap voelen met mensen die je nooit hebt gezien of gesproken.

Evenmin is de huidige politieke realiteit onveranderlijk. Het dedain van EU-adepten bij het horen van nationalistische retoriek en – omgekeerd – de verontwaardigdheid van natie-minnende politici wanneer Brussel Europa-symboliek implementeert (denk aan vlag en volkslied in het grondwettelijk verdrag), is een ui die gepeld kan worden. En ergens binnenin tref je bij beide stromingen iets gelijkaardigs aan: de wens tot bescherming van hun eigen, genietbare, homogeniseringsproject.

11 Responses to Laten we ook de successen van het nationalisme niet vergeten

  1. Jonas says:

    Net stuk. Veel dank!

    Vermoedde aan de titel dat het een column zou zijn 😉

  2. Talenvijn says:

    Eigenaardig stukje. De titel “Laten we ook de successen van het nationalisme niet vergeten” doet vermoeden dat het vooral over de successen van het nationalisme gaat. Ik kan er één als zodanig uit de tekst halen, iets onder de helft: “Maar laten we dan ook (…) stil(…)staan bij de successen van nationale bewustwording aan de andere kant.
    *Neem bijvoorbeeld de onderdrukking van de Baltische landen in de Sovjet-tijd*.”
    Het is misschien een kwestie van smaak of politieke voorkeur, maar ik zou die onderdrukking toch niet echt een succes willen noemen. Al was het maar omdat (toegegeven, na tien keer zo lang als die in West-Europa) de bezetting daar uiteindelijk toch ook niet heel duurzaam bleek.

    Daarnaast vind ik het nogal vreemd om van “het Baltische volk” te spreken. De volkeren in de Baltische staten (en dan heb ik het even niet over de Russen, waarvan er daar toch bijna even veel wonen als Esten) hebben niet minder, maar ook niet meer met elkaar dan de volkeren van de Benelux.

    Dat “Balten zich over Rusland verspreidden” lijkt me nogal een eufemisme. De mensen die meer dan x m2 land in bezit hadden of meer dan x mensen in dienst werden idd verplaatst, maar dan toch echt na de Oeral linksaf. Toegegeven, wel over een grotere oppervlakte dan hun landen van herkomst, terwijl er meer (2 x zoveel ongeveer) mochten achterblijven dan er moesten verhuizen.

    Taal heeft juist in de 19e eeuw, toen het nationalisme aan de oostelijke kusten van de Oostzee ontluikte, een hele grote rol gespeeld (naast religie, maar die kreeg een soort fake-renaissance in de vorm van mesopaganistische stromingen, waaruit ook Hitler gretig putte). Litouwse nationalisten smokkelden boeken in de Litouwse taal vanuit Pruisen naar Litouwen en in Estland en Letland werd men zich ervan bewust dat hun undeutsche taal ook waarde had.

    En wie in Schotland wel eens een kroeg heeft bezocht en daar een onvertogen woord heeft gezegd zal toch niet beweren dat nationalisme per definitie een eliteproject is? Zo was het in de Baltische staten bij uitstek een beweging tegen de Russische en Duitse overheersing. Wel met een zelfbeoogde nieuwe elite, maar zeker niet kunstmatig: het gevoel onderdrukt te worden en met alle Esten, Letten, dan wel Litouwers (die men niet allemaal persoonlijk kent) een volk te vormen is echt niet uit sportreportages voortgekomen. Daarvoor volstaan een eigen taal, cultuur, gezamenlijke overheersing en geschiedenis.

    En dan de vreemdste zin van het hele stukje: “Het is de redding van het Baltische volk geweest dat door bewustwording en opstand het folklorisme (weer) in nationalisme is veranderd.” Hoe hebben bewustwording en opstand ertoe geleid dat folklorisme (weer) in nationalisme is veranderd? Dat verdient op zijn minst enige toelichting. Andersom klinkt een stuk logischer en meer op zijn plaats in een stuk dat volgens de titel lijkt de positieve kanten van het nationalisme te bezingen. Maar dan nog, nationalisme was onder de Sovjetbezetting een stuk wijder verbreid dan folklorisme.

  3. Talenvijn says:

    Haha, wel toepasselijk dat ik bij een stukje over Baltisch nationalisme een avatar krijg dat aan een zonnerad doet denken! 🙂

  4. Erik Hormes says:

    Dank voor je bericht, ik zal proberen over elk van je punten wat opheldering te geven.

    Ten eerste zie ik even niet je punt van duurzame onderdrukking. Alles wat ik met dit voorbeeld probeerde was een situatie te schetsen waarin nationalisme de scharnier heeft gevormd van gelatenheid (die zou leiden tot verdere onderdrukking door of culturele versmelting met Rusland) naar een politieke opstand. In schmittiaanse termen: nationalisme zie ik als een politieke beweging (het domein van vriend- en vijandschap). Folklorisme zie ik als a-politiek. Opstand maakt het a-politieke politiek (misschien onder het motto: het is beter staand te sterven, dan op je knieën te leven – maar er zijn minder oorlogszuchtige varianten. Zie ook Macedonië, waar de president nu met groteske beelden van Alexander de Grote een natie-staat en identiteit probeert te bouwen. De Albanezen die er wonen en een cultuur- en onderwijsbeleid vragen waarin ze hun eigen gedeelde geschiedenis mogen weerspiegelen, zijn niet de agressieve cultuur-evangelisten, maar in de eerste plaats de beschermers van de bestaande diversiteit.)

    Mijn zin over van folklorisme naar nationalisme gaat dus over een verschuiving van het a-politieke naar het politieke. Hoé deze omslag opduikt is overigens een mysterie – zie ook de parabel van de weigerende slaaf die Camus gebruikt in ‘De Mens In Opstand’:

    ‘Voorafgaand aan de verzetsimpuls onderging de slaaf lijdzaam ieder machtsmisbruik. Vaak had hij zelfs zonder te reageren bevelen gekregen die schandelijker waren dan het bevel waardoor zijn weigering is ontketend. Hij onderging ze geduldig en verwierp ze inwendig misschien wel, maar hij zweeg, dus blijkbaar was hij toch bezorgder om zijn directe belangen dan zich bewust van zijn recht.’

    Zelfs Camus moet een verklaring voor dit precieze omslagpunt schuldig blijven en spreekt van ‘het plotselinge opduiken van het grote Alles of Niets’: ‘de opstandige wil alles zijn, zich volledig identificeren met dat goede waarvan hij zich plotseling bewust is geworden – of niets zijn, dat wil zeggen zich definitief vernederd weten door de kracht die hem overheerst’

    Over het Baltische volk geef ik je helemaal gelijk. Litouwers en Letten delen de Baltische taal, maar delen geen religie, de Esten hebben een taal verwant aan de Finnen. Ik zocht een manier om de Balten makkelijk onder één noemer te scharen, maar er is veel op deze betiteling af te dingen.

    De kunstmatigheid van de nationalisme houdt niet op bij sportreportages, maar zou ik ook naar die gedeelde geschiedenis en cultuur door willen trekken. Benedict Anderson heeft hier in zijn boek ‘Imagined Communities’ hele rake observaties over gedaan – die ik raak vind tenminste. Die constructivistische beschouwing van naties heeft me altijd bijzonder aangesproken: ‘there were no nations before elites – culturally, politically and economically – came to imagine them as such’. En nationaliteit zal enkel blijven indien een (al dan niet zelfbeoogde/nieuwe) elite er belang bij heeft deze substantie te geven.

  5. Talenvijn says:

    Dank voor je reactie, Erik. Ik was dronken en de uitputting nabij toen ik mijn gedachten aan de site toevertrouwde, wat de mate waarin ik de structuur in jouw tekst herkende en kwaliteit van mijn betoog niet ten goede kwam.

    Wat ik bedoelde met mijn opmerking over de titel is dat die doet vermoeden dat er een aantal successen van het nationalisme benoemd wordt, maar die successen zijn wat diffuus in de tekst verwerkt en daar waar het tekstueel lijkt of je er een gaat noemen volgt de bezetting, en, dat zie ik nu pas, twee paragrafen later doe je eindelijk een aanzet voor het noemen van een succes van het nationalisme.

    Ik ben niet zo intellectueel onderlegd als jij en ken al die auteurs en hun gedachten niet (en vermoed dat je een erg klein publiek aanspreekt als je schrijft voor mensen voor wie dat wel geldt). Ik heb de begrippen nationalisme en folklorisme opgevat zoals ik ze begrijp, maar jouw definitie verheldert de zaak. Ik blijf er wel bij dat het eerder zo is dat nationalisme tot opstand heeft geleid dan andersom, maar dan ga ik weer uit van mijn begrip van opstand, je kunt het vast zo definiëren dat het andersom is. Onder de Sovjetbezetting was de lijn tussen folklorisme en nationalisme, die jij goed uitlegt, overigens erg dun: de volkscultuur mocht worden beleefd volgens de partijlijn maar een folkgezelschap als het Letse Skandinieki moest vervolging vrezen.

    Het kan best zijn dat er geen naties waren voordat er elites bestonden, maar elites zijn ook heel oud. Duizenden jaren geleden bestond de bevolking van Europa uit rivaliserende, elkaar bevechtende en bevriende stammen met een eigen identiteit. Inderdaad onder leiding van een elite, maar dat maakt de identificatie met de groep volgens mij niet per se kunstmatig. In de tijd van Gediminas waren er een paar honderdduizend Litouwers, die een andere taal spraken dan de mensen die hen omringden en een heel andere manier van leven hadden dan bijvoorbeeld de invallende Duitsers, en die als enigen nog de oude godsdienst aanhingen. Dat ze van hun groothertog niet de vrijheid kregen zich tot het christendom te bekeren maakt dat reëel bestaande onderscheid nog niet kunstmatig. En wat is er kunstmatig aan de gedeelde geschiedenis van de 700 jaar daarna? Wil je beweren dat iedereen daar hele verschillende dingen heeft meegemaakt en dat hedendaagse historici de massale bekering tot het christendom, de personele unie met Polen, het gemenebest, de Poolse delingen en de achtereenvolgende bezettingen hebben verzonnen? Ik probeer hier geen stroman te construeren, dit is gewoon hoe ik jouw laatste paragraaf lees: je zegt dat een gedeelde cultuur en geschiedenis (per definitie, zo lijkt het) kunstmatig zijn. Ik snap daar in het geval van de Baltische naties helemaal niets van.

    Mijn tegen-stelling is dus: Het feit dat een natie alleen kan bestaan als er een elite is die leiding geeft aan de natie wil nog niet zeggen dat een natie geen reëele gedeelde cultuur en geschiedenis kan hebben.

    En, sorry voor nogmaals een ladinkje zout op de Baltische slak: Litouwers en Letten spreken niet dezelfde taal. Hun talen vormen de enige nog levende talen van de Baltische taalgroep (of de Baltische tak van de Baltoslavische taalgroep, maar als je dat tegen een Let of Litouwer zegt krijg je ruzie), maar verschillen onderling aanzienlijk meer dan Duits en Nederlands.

  6. Arno says:

    Volgens mij berust een groot deel van de discussie rond naties, nationalisme en elites op een definitiekwestie. Wanneer noem je iets een natie? Is een land en een natie niet gewoon hetzelfde? Zo nee, wat is het verschil? En wat is ‘de elite’ trouwens? Ook zo’n term die enorm veel wordt gebruikt door mensen die zelf beweren er niet bij te horen, altijd in een negatieve context.

    Volgens mij zijn er trouwens meer dragers van nationalisme te vinden naast ‘de elite’. Een gedeelde religie en/of cultuur (voor zover daar onderscheid tussen gemaakt kan worden) speelt ook een rol. Zoals in het geval van het voortbestaan van de Griekse cultuur gedurende 379 jaar bezetting, terwijl ‘de elite’ Turks was.

    Daarmee wil ik aangeven dat folklore/nationalisme niet alleen een elite-project is, ter meerdere eer een glorie van die elite, maar iets is dat wel degelijk zijn wortels in het volk zelf heeft. Anders verliest het ook direct zijn waarde. Sterker nog, ik vind het een nogal vreemde manier om ‘de elite’ de schuld te geven van het altijd als negatief geziene nationalisme, en daarmee indirect die elite de schuld te geven van allerlei oorlogen die in naam van het nationalisme gevoerd zouden zijn.

  7. Talenvijn says:

    Je hebt grotendeels gelijk, Arno. Heel veel discussies ontstaan uit een verschil in definitie van gebruikte begrippen.

    Maar een natie is absoluut iets anders dan een land, namelijk een volk. Vandaar ook het begrip natiestaat: een land waarvan de grenzen samenvallen met het woongebied van een volk en waarin dat volk soeverein is of iets dergelijks. De landen die na WOI in Centraal-Europa op de kaart verschenen waren grotendeels natiestaten, ontstaan door nationalistisch streven van de volkeren aldaar die het zat waren door Oostenrijkers, Turken, Hongaren, Duitsers en Russen geregeerd te worden. Successen van het nationalisme, zou je kunnen zeggen. Zo zijn Polen, Tsjechië en Ierland natiestaten, en het VK, Spanje en Rusland niet, al proberen de machthebbers in Rusland dat er wel van te maken. Naties stammen vaak af van gezamenlijke voorouders met een gezamenlijke geschiedenis, maar dat hoeft niet, zie Amerika.

    Het opleggen van een natiegevoel aan de inwoners van een bestaand land met vaststaande grenzen, daar heeft Erik het veel over, met als voorbeelden de Sovjetunie en Macedonië. De EU is daar vergelijkbaar mee, zoals hij betoogt. Een heel ander geval is het als een volk door een externe macht overheerst wordt, zoals jij noemt bij Griekenland. Dat is toch echt wel een ander verhaal dan een elite uit je eigen stam boven je hebben.

    Ik kan me voorstellen dat een langdurige bezetting heel erg natievormend werkt. Ik ben in ieder geval nooit mensen tegengekomen die zo trots waren op hun land en zo bewust vasthielden aan hun cultuur als Litouwers en Letten. Als je minstens 20 generaties lang (zoals in het geval van Estland en Letland, bij Litouwen is dat korter, maar nog altijd een flink aantal generaties) geregeerd wordt door mensen van elders, met hun focus op het thuisland, die je gebruiken en je taal achterlijk vinden, dan word je je denk ik wel erg bewust van je eigen achtergrond.

    Die trots is trouwens een van de dingen die mijn eerste verblijf in Litouwen zo geweldig maakten, de kennismaking met zo’n positieve, overweldigende liefde voor het eigen land en de eigen geschiedenis. In de verhalen daarover neemt de bezetting door de Sovjets een grote plaats in.

    Zelf zijn wij overigens ook pas een natie geworden nadat we al een land hadden. En dat beïnvloedt naar mijn idee nogal de manier waarop wij waar landen en volkeren kijken. Wij leren op school dingen over landen en het volk dat in een land woont en de taal die men er spreekt. Elders leert men over volkeren en het land waar die wonen en de taal die ze spreken. Dat verschil zit ook in de naam van ons volk en in het bijvoeglijk naamwoord dat bij ons land en ons volk hoort: het eindigt in –lands. Dat komt verder alleen bij uit koloniën ontstane landen en grenslanden voor. Zelfs de naam van onze taal verwijst naar het land, waar dat bij andere talen naar het volk is, of zelfs naar een onderscheid met de taal van anderen, zoals in het geval van Albanees. Ik vraag me af of dat einde in -lands voor een taal behalve in IJslands nog ergens voorkomt. Maar dat is een beetje off topic.

    Over IJsland gesproken: Zou afzondering daar de voornaamste natievormende factor zijn geweest?

  8. Janos says:

    @Arno: je zegt “Sterker nog, ik vind het een nogal vreemde manier om ‘de elite’ de schuld te geven van het altijd als negatief geziene nationalisme, en daarmee indirect die elite de schuld te geven van allerlei oorlogen die in naam van het nationalisme gevoerd zouden zijn.”

    Helaas is het overigens heel vaak juist, en is het een politieke elite (om het begrip dan iets verder te definiëren) die nationalisme stimuleert om op basis daarvan macht te verwerven en/of oorlog te gaan voeren. Ik bedoel, je moet het voetvolk wel zo ver krijgen dat ze zich gewillig naar een slagveld laten leiden om daar in mootjes te worden gehakt en/of allerlei gruweldaden te begaan, en (extreem) nationalisme helpt daarbij. Anderzijds, een politicus die campagne heeft gevoerd op basis van een ultranationalistische agenda (“zij hebben ons oorspronkelijke vaderland, wieg van onze beschaving afgepakt, dat gaan we terugpakken” / “zij horen hier niet, met hun smerige gewoontes, we gaan ons land van hen zuiveren”), die heeft daarna ook niet zo veel keuze dan het voeren van oorlog.

    De voorbeelden zijn, helaas, legio.

  9. Arno says:

    Dat er landen zijn waarbij duidelijk een regio de overige overheerst/verovert (heeft) (Spanje, maar ook Nederland) is zeker een verschil met andere landen, waarin de bevolkingssamenstelling wellicht uniformer is. Wat ook telt is hoe lang zoiets geleden is en hoe minderheden behandeld zijn. Maar ik denk dat het beeld minder ideaal is dan dat je schetst want zowel Polen als Tjechie hebben grote Duitstalige minderheden.

    Verder wil de VS graag uitstralen dat ze een eenheid zijn, maar ondertussen leven bevolkingsgroepen volledig langs elkaar heen (Latino’s, Afro-amerikanen (of hoe zeg je dat tegenwoordig politiek-correct?), ontwikkelde blanken (oost- en westkust) en achtergebleven reli-blanken (alles tussen die kusten in en het zuiden van de oostkust). Afkomst speelt daar zeer zeker nog een rol, want ook Indiase, Chinese, Koreaanse, Ierse, Italiaanse en Griekse minderheden vormen nog steeds hun eigen wijken. Blijkbaar is afstamming en dat nationale gevoel toch wel erg diep verankerd.

    Hoe veel mensen van verschillende afkomst ook met elkaar omgaan, zowel in werk als prive, de uiteindelijke partner-keuze is nog steeds bijna altijd uit de eigen groep. Kan dat dan allemaal opgelegd zijn door ‘de elite’? Of is het willen horen bij mensen waar je op lijkt dieper geaard?

    Verder, ik weet dat bepaalde politici nationalistische gevoelens hebben gebruikt om hun volk zo gek te krijgen oorlog te voeren. Napoleon is daar een schoolvoorbeeld van. Echter vraag ik me af of een elite in democratische landen met vrije media daar wel mogelijkheden voor heeft.

    Eigenlijk denk ik dat dat vooral iets van het verleden is, en van onvrije volkeren en landen zonder vrije media (Rusland, Italie, tal van Afrikaanse landen). Zelfs Wilders, hoe erg je hem ook mag verachten, heeft nooit opgeroepen tot geweld. Als laatste betwijfel ik of je Wilders bij de politieke elite kan rekenen.

  10. Sjir says:

    Thx voor jullie gedachten heren! Goed spul.

  11. Talenvijn says:

    Dank, Sjir, leuk om te horen dat je het waardeert.

    Arno, je laatste bijdrage bevat genoeg stof om een paar boeken vol te schrijven als antwoord. Omdat ik daar geen zin in heb beperk ik mijn reactie even tot twee punten:

    Ten eerste: “zowel Polen als Tjechie hebben grote Duitstalige minderheden.” Tot vlak na WO II ja. Toen hebben ze daar vakkundig een einde aan gemaakt. Nu beschouwt meer dan 95% van de inwoners van Polen zich als Pool en spreekt Pools als eerste taal. Voor Tsjechië ligt dat rond de 95%. Volgens mij wil dat nog niet zeggen dat het geen natiestaten zijn.

    Dat er ook weer veel verschillende meningen bestaan over wat een natiestaat is blijkt wel uit de verschillen tussen de Nederlandstalige (beknopte) Awikipediapagina over het onderwerp en de Engelstalige Aversie. De auteur van de Nederlandstalige versie hangt een erg eng begrip aan. Polen en Tsjechië voldoen wel aan zijn definitie, maar niet aan de toevoeging daarop. Ik vind dit begrip te eng, zo zou IJsland geen natiestaat meer zijn als er een paar duizend mensen wegverhuizen en Japan nu al niet. Ook Duitsland, dat rond de vorige eeuwwisseling een inspiratie was voor nastrevers van natiestaten (en schoolvoorbeeld van een natiestaat die zich heeft gevormd vanuit een volksbeweging, tegen de belangen van een groot deel van de gevestigde elite in), heeft nooit aan deze eisen voldaan. De Engelse versie hanteert dan weer een erg ruim begrip: zelfs het VK, Israel en Pakistan worden genoemd als voorbeeld van natiestaten.

    Als je geïnteresseerd bent in dit onderwerp (en dat ben jij, lezer, wat doe je hier anders?) en niet erg bekend met het begrip natiestaat of nog wat trivia wilt weten is de Engelstalige wikipediapagina overigens echt een aanrader.

    Ten tweede: Wat je zegt over Amerika is waar, maar neemt niet weg dat een groot deel van de inwoners van de USA zich onderdeel voelt van de Amerikaanse natie. Ik heb de USA niet opgevoerd als voorbeeld van een natiestaat, maar de Amerikaanse natie als een voorbeeld van een natie met een diverse afstamming. Dat er bevolkingsgroepen langs elkaar heen even wil niet zeggen dat ze zich geen onderdeel van de natie voelen. Veel zwarten die zich gediscrimineerd voelen roepen toch dat Amerika the greatest country in the world is (ja, er zijn er ook veel die dat niet doen, maar ook die dat wel doen). En zeker speelt afkomst in Amerika een rol! Ik vind dat wel mooi, zeker in vergelijking met Nederland. Je kunt daar een goed Amerikaan zijn en toch trots op je Ierse/Iraanse/Chinese/Italiaanse/whatever afkomst. Hier schijnt de norm tegenwoordig te zijn dat je óf Nederlander, óf Turk/Marokkaan/Chinees/whatever bent, een beetje van beide mag niet, en je Nederlander voelen maar ook warme gevoelens hebben voor het land van (een deel van) je voorouders is ook al verdacht. Een Letse vriendin van me die prima Nederlands kan spreekt consequent Lets tegen haar kinderen, haar Nederlandse man consequent Nederlands. Dat is het beste voor de taalontwikkeling van het kind. Wildvreemden vertellen haar wel eens in de supermarkt dat ze Nederlands moet spreken tegen de kinderen. Ik vind dat belachelijk. Ik las eens over een ceremonie waarbij mensen de Canadese nationaliteit kregen. Na afloop van het formele deel vroeg de rechter bij het feliciteren aan een van de nieuwe Canadezen waar hij vandaan kwam. Na het antwoord drukte hij de genationaliseerde op het hart “And don’t you ever forget that!”. Dat vind ik nou mooi.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.