Onder voorstanders van het ‘radicale midden’ lijkt het tegenwoordig mode om de overbodigheid van de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ te verkondigen. Volgens deze centrumradicalen, die zichzelf graag als progressief bestempelen en veelal bij D66, GroenLinks en zelfs het CDA te vinden zijn, zijn ‘socialisme’ en ‘liberalisme’ hopeloze anachronismen uit een lang vervlogen tijdperk, die zo snel mogelijk vergeten moeten worden. En men mag aannemen dat ‘progressivisme’ de plaats van deze oude ideologieën mag innemen als Lichtend Baken der Vooruitgang. De meest recente uitspraak in deze richting die mij onder ogen kwam was van Jesse Klaver. Klaver stelt dat met het afschaffen van kinderarbeid en de invoering van de veertigurige werkweek de doelen van het liberalisme en socialisme respectievelijk toch wel behaald zijn. Wat hem betreft is de strijd gestreden en kan men deze vaandels rustig in het museum bijzetten.

Natuurlijk staat het deze progressieven vrij hun eigen stroming tot het centrum van de 21e eeuw uit te roepen, dat is immers gewoon politiek bedrijven. Maar hoewel ik mijzelf graag als progressief beschouw, kan ik het toch niet met deze analyse van ons politieke tijdsgewricht eens zijn. Het doodverklaren van de oude tegenstelling tussen links en rechts en deze gemakshalve vervangen door een progressief-conservatief schema acht ik kortzichtig, manipulatief en zelfs enigszins gevaarlijk.

Want laten we eerlijk zijn. Het is op zijn minst komisch dat een Klaver het socialisme passé verklaart terwijl nota bene de Socialistische Partij in de peilingen viermaal zoveel zetels boekt als Klaver’s eigen GroenLinks. De politieke strijd in dit land lijkt momenteel toch vooral te gaan tussen de erfgenamen van het liberalisme en de rechtspopulisten enerzijds, en de socialisten en sociaaldemocraten anderzijds.
Dat deze tegenstelling nog steeds actueel is, en dat waarschijnlijk ook blijft, komt doordat zij een fundamenteel en onoplosbaar politiek probleem beschrijft: namelijk of een samenleving streeft naar meer vrijheid, of meer gelijkheid. Grofweg kan men zeggen dat ideaaltypisch ‘links’ staat voor wat meer gelijkheid en het dienen van het individuele belang via het publieke belang, terwijl ‘rechts’ streeft naar meer vrijheid en het laten ontstaan van het algemene belang uit het volgen van individuele belangen. Natuurlijk kennen links en rechts ook schakeringen en gradaties, maar het onderliggende meningsverschil poetst men niet zomaar weg door het sausje ‘progressief’ erover te gieten. In een tijd met voldoende welvaart om beide kanten tevreden te stellen is de dichotomie wellicht minder uitgesproken, maar dat wil niet zeggen dat dit eeuwenoude politieke probleem dus ook is opgelost.

Daarnaast zou het de centrumradicalen sieren als ze openlijk toegaven welk politiek spel hier gespeeld wordt. Het vervangen van de tegenstelling links-rechts door conservatief-progressief is simpelweg een poging het gedachtegoed van de traditionele partijen te marginaliseren en een nieuwe tegenstelling te scheppen waarbij de conservatieve politieke tegenstanders de associatie aankleeft achterhaald, ouderwets en behoudzuchtig te zijn. Dit is gewoon politiek bedrijven, en daar is niets mis mee. De tegenstelling links-rechts is nou ook weer niet heilig. Maar laten we vooral niet doen alsof we met de tegenstelling conservatief-progressief de nieuwe objectieve waarheid gevonden hebben. De tegenstelling conservatief-progressief is niet belangrijker dan de tegenstelling links-rechts -ook niet minder overigens-, maar men maakt hem hooguit belangrijker. Laten we dus niet verhullen welk politiek doel de promotie van het progressief-conservatieve schema moet dienen.

Echter, mijn voornaamste kritiek op de centrumradicalen is dat ik hun verheerlijking van het centrum gevaarlijk vind. ‘Links’ en ‘rechts’ zijn tenminste nog duidelijke politieke standpuntbepalingen. ‘Progressief’ is daarentegen een leeg begrip, dat naar believen aan een politieke agenda gekoppeld kan worden. Historisch gezien zijn begrippen als ‘progressief’, ’emancipatie’ en ‘hervormen’ door verschillende politieke stromingen geclaimd, zowel op links als rechts. Maar het huidige gebruik lijkt er vooral op gericht de politieke achtergrond van de voorgestelde programma’s te verhullen. De associatie van progressief met een narratief van ‘noodzakelijke’ en ‘apolitieke’ hervormingen is een poging een politiek programma tegen politieke kritiek te beveiligen door haar als technocratisch en onontkoombaar voor te stellen. En dat is gevaarlijk. Niet alleen omdat het burgers die zich geknot voelen in het uiten van kritiek vatbaarder maakt voor populistische uitdagers van het progressieve verhaal. Maar vooral omdat politieke kritiek en tegenkritiek van levensbelang is voor een democratie. Zogenaamd apolitiek progressivisme is daarentegen een stap richting de administratieve staat die politieke vraagstukken smoort in technocratische verhandelingen en democratisch debat grotendeels overbodig verklaart. En dat is gevaarlijk, want de zogenaamd neutrale administratiestaat is een dankbaar instrument om een dominante ideologie boven politieke kritiek te verheffen en de democratie tot een marginaal tijdverdrijf te maken.

Tagged with:
 

19 Responses to Over oude verhalen, de dingen die voorbij gaan

  1. Hwb says:

    Overigens is het niet ongebruikelijk om een assenstelsel te maken met links-rechts (of sociaal-liberaal) op de horizontale lijn en progressief-conservatief op de verticale lijn. Is een vrij veel voorkomende manier om politieke posities te bepalen. Links-rechts gaat dan over sociaal-economische thema’s en progressief-conservatief over moreel-ethische.
    Je krijgt dan sociaal-progressief, sociaal-conservatief, liberaal-progressief en liberaal-conservatief als mogelijk uitkomsten. De termen socialisme en liberalisme zijn in zoverre gedateerd dat het politieke spectrum inmiddels breder is dan links-rechts. De termen zijn niet meer toereikend om alle partijen aan één kant te beschrijven, bijvoorbeeld omdat het ‘oude’ liberalisme niet opgaat voor liberaal-conservatieve partijen of juist verschillen binnen de linkerzijde wegmoffelen; zo is GroenLinks veel progressiever dan de SP, beide slechts links/sociaal/socialistisch noemen doet geen recht aan die verschillen.

    Daarnaast zijn er nog de nodige onderwerpen die niet zonder meer in deze indeling te plaatsen zijn, al worden ze wel vaak gekoppeld aan links of rechts, dan wel liberaal of conservatief: duurzaamheid, veiligheid, immigratie&integratie.

    Tot slot, met name de SP is de laatste anderhalf a twee jaar bezig ‘links’ te vervangen door ‘progressief’, alsof het ene het andere impliceert. Zeker wat betreft de SP is dat niet zo. Een slimme retorische truc in tijden dat links onder vuur ligt, maar wel een gevaarlijke strategie omdat het leidt tot woordinflatie en onduidelijkheid.

  2. Anand says:

    Sociale/socialistische partijen streven niet naar gelijkheid. Mensen zijn niet gelijk en zullen dat nooit worden. Deze partijen strijden voor gelijkwaardigheid, wat gesimplificeerd betekend dat de overheid verantwoordelijk is om al haar burgers even grote kansen te bieden.

    Op dit foutje na is het een goed stuk. Progressief/conservatief zijn absoluut lege termen, voornamelijk door de manier waarop het door veel politici wordt gebruikt.

    • Herman says:

      Volgens mij sla je hier de plank toch wel volledig mis. Wat jij beschrijft als socialisme is zo’n beetje de kern van het liberalisme. Dat is zeker zo als je het in de academische variant bekijkt en niet, zoals het nu vaak wordt gebruikt door onder andere de VVD, als ideologisch begrip dat simpelweg de bestaande instituties en het prerogatief van de winnaars binnen deze instituties moet bevestigen. Binnen het liberalisme is het juist belangrijk dat mensen een gelijk basisspeelveld hebben van waaruit ze hun talenten kunnen benutten voor persoonlijke vooruitgang.

      Het probleem met de liberale positie is echter dat je uiteindelijk ongeveer iedere uitkomst op basis hiervan kunt verdedigen. Ook al zou de bankdirecteur een miljard per jaar verdienen en verdient de rest van het land een euro, zolang de positie van bankdirecteur in beginsel ook open had gestaan voor degenen die minder verdienen is het vanuit liberaal oogpunt verdedigbaar.

      Socialisme gaat echter (m.i. terecht) verder dan dat. Binnen het socialisme is ook een bepaalde rechtvaardigheid van uitkomsten van belang, waardoor bijvoorbeeld die bankdirecteur ongeveer gelijk beloond wordt voor zijn inzet als de rest en niet veel meer of minder.

  3. Arno says:

    Zo goed als volledig mee eens, al is ook de tegenstelling confessioneel – seculier (helaas) nog steeds ook een zeer relevante as in dit geval. Progressief is niks meer dan op verandering gericht, waar conservatief het goed dat er is wil behouden. Dat heeft wel inhoud, maar is volledig afhankelijk van de huidige situatie. Zo is de liberaal progressief in de USSR van 1980, waar de communist in het huidige Nederland zeer progressief kan worden genoemd. Ok, pro-gressief zegt ook dat de richting van verandering positief moet zijn, maar dat is natuurlijk nog veel subjectiever.

    @Anand: liberale partijen streven zeker ook naar gelijkwaardigheid! Niemand is meer voor een systeem waarin je familienaam bepaalt of iets wel of niet mag, of wel of niet krijgt. Rijke families moeten hun rijkdom volgens dezelfde spelregels behouden/uitbreiden en volgens dezelfde regels kunnen mensen van mindere ‘afkomst’ rijk worden.

    Socialistische partijen streven vooral naar gelijkheid van inkomen, waar liberalen streven naar individuele vrijheid en individuele welvaart uitgaande van gelijkwaardigheid. Een liberaal gaat ervanuit dat dit streven naar individuele welvaart het gemiddelde welvaartsniveau zodanig opkrikt dat ook de minder succesvollen ervan profiteren.

    • Hwb says:

      Bij progressief-conservatief op moreel-ethische kwesties gaat het vooral om de mate waarin mensen daarover zelf mogen beslissen. Even heel kort door de bocht: progressief is veel beslissen (en dus weinig verbieden), conservatief is weinig beslissen (en dus veel verbieden).

      Een probleem is dat het liberalisme als ideologie zowel liberaal (op de horizontale as) als progressief (op de verticale as) is. Liberalisme staat immers voor vrijheid, zowel op de markt (sociaal-economisch) als in het persoonlijk leven (moreel-ethisch). Dat kan de kwestie een beetje verwarrend maken, vooral omdat er de combinatie liberaal (of rechts)-conservatief wel voorkomt; in Nederland zou je CDA daar voorzichtig kunnen plaatsen. Maar in de VS is het vrij duidelijk dat de Republikeinen daar terechtkomen (terwijl die verrassend genoeg dan weer niets van liberals moeten hebben). De Democraten zijn meer ‘traditioneel’ liberaal.

      Eigenlijk is liberaal/liberalisme een zeer verwarrende term in deze context, omdat het van toepassing is/kan zijn op twee verschillende assen.

      Overigens zijn er meer assen die gebruikt worden naast de (standaard) rechts-links as. Zo is bijvoorbeeld postmodernisme een tijdje in zwang geweest, waarbij het (meen ik) ging in hoeverre de nadruk lag op materiële zaken (niet-postmodern) en immateriële zaken (postmodern). Ook duurzaamheid of milieu wordt wel als tweede as gebruikt.

  4. Arno says:

    Sorry, maar waar haal je dit vandaan??
    “Bij progressief-conservatief op moreel-ethische kwesties gaat het vooral om de mate waarin mensen daarover zelf mogen beslissen.”
    In mijn optiek is dat nergens op gebaseerd. Wij leven namelijk in een land met veel vrijheid en waar iedereen bijna alles mag. Waarom is progressief dan ‘meer vrijheid’? Dat hebben we al! Die vrijheden staan in sommige gevallen onder druk (drugsgebruik?) en dus kan je voorvechters voor een liberaal drugsbeleid conservatief noemen! In Nederland dan, en dat maakt meteen dat progressief en conservatief onhandige begrippen zijn: ze zijn niet algemeen en zeer situatie- en tijdsafhankelijk.

    Progressief is niks meer en niks minder dan veranderingsgezind. Waarbij die veranderingen dan positief moeten zijn maar dat wil iedereen. Progressief is alleen gedefinieerd ten opzicht van de situatie die er heerst. Heerst er een repressief regime, dan heb je gelijk. Echter, heerst er een regime met veel vrijheden, dan zal progressief juist kunnen leiden tot meer repressie (van subjectief negatieve vrijheden).
    Exact hetzelfde geldt voor conservatief: je wil het systeem behouden wat je hebt, en is dus ook alleen gedefinieerd tov het ‘huidige’ systeem. Dat vind je goed, welk systeem dat ook is, en daar wil je niet teveel aan veranderen.

    • Herman says:

      Hier lopen duidelijk twee verschillende definities van de begrippen conservatisme en progressivisme door elkaar.

      Conservatisme is in de letterlijke betekenis van het woord inderdaad behouden. Echter door het willen behouden van vrijheden op het gebied van drugsbeleid als conservatief te bestempelen ontdoe je het conservatisme van haar politieke betekenis.

      Naast de letterlijke betekenis staat conservatisme namelijk ook voor een bepaalde, op zichzelf respectabele, politieke traditie. Deze traditie borduurt voort op onder andere mensen als Edmund Burke, die streden tegen de Franse revolutie. Volgens Heywood (Political Ideologies) baseert het conservatisme zich op zeven uitgangspunten: traditie, pragmatisme, menselijke imperfectie, organicisme, hiërarchie, autoriteit en privé-eigendom.

      Waar het conservatisme dus om draait is het behoud van traditionele hiërarchische verhoudingen, waar liberalisme en socialisme pleiten voor meer gelijkheid. Dit soort conservatisme zien we in Nederland niet zo heel erg veel, maar is bijvoorbeeld wel erg aanwezig in Groot-Brittannië. Grosso modo kan gezegd worden dat waar christen-democraten een dominante factor spelen, conservatieve partijen minder sterk zijn en v.v.

      • Herman says:

        Overigens is progressivisme op die manier wat moeilijker te definiëren, omdat er niet echt één progressieve traditie is. Volgens mij heb je het dan eerder over verschillende stromingen die tegenover conservatisme staan. Dus zou je het kunnen beschouwen als een verzamelnaam voor zo’n beetje alle opvattingen die hier op vrij-zinnig.nl vertegenwoordigd zijn.

  5. Arno says:

    Ik ben het helemaal met je eens Herman dat conservatisme precies dat was, ten tijde van de Franse revolutie. Maar nu dus niet meer, want iets wat niet meer bestaat kan je niet behouden. Maar inderdaad, we dwalen wat af..

    • Hwb says:

      Maar dat is (in de politicoligie) conservatisme nog steeds. De term als politieke ideologie komt alleen niet overeen met de dagelijkse betekenis van het woord. Zie bijvoorbeeld de Britse Conservative Party en het Kieskompas van politicoloog André Krouwel die progressief-conservatief als verticale as gebruikt. En daar staan de partijen die tegen een liberaal drugsbeleid, abortus en euthanasie zijn toch echt aan de conservatieve kant.
      Het kan zijn dat jij het niet eens bent met de benamingen, maar het is wel de gangbare benaming binnen de politieke wetenschap.

      • Arno says:

        Tja, dat moeten politicologen dan helemaal zelf weten, daar doe ik niet aan mee. Als een malle ‘wetenschap’ besluit een kip voortaan een haas te noemen omdat ze dat leuk vinden, noem ik een kip ook gewoon een kip..

        • Hwb says:

          Best dat jij er niet aan meedoet, maar dat leidt er dan toe dat je bepaalde discussies gewoon verkeerd begrijpt.
          Zo moeilijk is het toch niet dat een woord meerder betekenissen kan hebben en dat je op basis van de context bepaalt van welke betekenis je uit moet gaan?
          Of denk je bij een zin als “de bal is licht” ook dat dat alleen op het gewicht kan slaan en niet op de kleurstelling?

  6. Matthijs says:

    Uit het commentaar blijkt duidelijk dat het artikel broodnodig de nodige definities mist… En zonder die definities is het maar bar lastig praten.

    • Frank says:

      Naar mijn idee illustreert het commentaar mooi hoe het schema conservatief-progressief in zekere zin ‘leeg’ en zodoende betwist is. Wat mij sterkt in de overtuiging dat het niet zinvol is om te proberen het links-rechts schema ten gunste van het progressivisme als achterhaald af te danken.

      • Qua “progressief” ben ik dat wel deels met je eens: dat is op verschillende terreinen minder eenduidig. Voor wat betreft conservatief ben ik het vooral met Hwb en Herman hierboven eens. Conservatieve partijen over de hele wereld hebben een herkenbaar profiel.

        Natuurlijk maakt verwarring over een begrip het lastiger te gebruiken, maar daarmee zouden ook begrippen als “links” en “rechts” niet meer te gebruiken zijn door bijvoorbeeld een PVV die allerhande linkse thema’s van de verzorgingsstaat plotseling verkoopt als niet-links. Een prachtig staaltje wereldvreemdheid trof ik vorige maand aan in Nijmeegs studentenblad ANS in een interview met PVV-jongere Jacky Stevens:

        “Ik zeg duidelijk nee tegen partijen als de VVD die daarop [zorg] willen bezuinigen en van alles uit het basispakket willen schrappen. Sommige mensen noemen dat links, maar dat is het niet. Ik ben heel sociaal, dat is iets anders dan socialistisch.”

        bron: http://www.ans-online.nl/interview/jacky-stevens-nederland-is-niet-zo-vrij-als-men-beweert

        • Frank says:

          Maar maakt dat ‘conservatief’ dan ook eenduidig? Het voordeel bij het definiëren van conservatief is natuurlijk dat het vaak om het behoud van de status quo gaat. En daarin is nou eenmaal minder variatie mogelijk dan bij alle mogelijke ‘progressieve’ veranderingen.

          Maar de status quo verschilt natuurlijk van tijd en plaats, en zo zie je dat het begrip conservatief andere invulling krijgt. Door de huidige generatie progressieven wordt bijvoorbeeld de SP vaak als conservatief neergezet. Terwijl in de vorige eeuw het juist de anti-socialisten waren die als conservatief bestempeld werden.

          Natuurlijk, ook de termen links en rechts zijn aan herinterpretatie onderhevig. Maar zoals ik in mijn stuk ook aangeef, zijn die termen wel steviger gegrond in bepaalde politieke tradities dan het paar ‘conservatief-progressief’.

          Laat ik dus ook voor de duidelijkheid nog eens aangeven dat ik niet vind dat mensen zichzelf niet als progressief mogen neerzetten. Ik vind het uitstekend dat er een zekere progressieve agenda ontstaat. Maar waar ik me niet in kan vinden is de claim die wordt gemaakt, vooral door de centrumradicalen, dat deze progressieve agenda de links-rechts tegenstelling overstijgt of oplost.

  7. […] Deze column van Frank Hemmes van enkele weken geleden vond ik vandaag via een recenter stuk van hem op Joop.nl (over G500). Het artikel raakt aan een fenomeen dat ook door Willem Schinkel is beschreven (zie ook hier), het bewust of onbewust verklaren van regeren tot puur administratieve bezigheid. De standpunten worden gepresenteerd als onontkoombaar, in het landsbelang, en als een partij iets anders wil wordt dat afgedaan als “oude partijpolitiek” en “conservatief”. […]

  8. […] is nog dat de groep zich als apolitiek presenteert, volgens Hemmes: “Zoals ik eerder al betoogde beschouw ik het centrumradicalisme als een gevaar voor de democratie omdat het politieke […]

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*