Voormalig NRC hoofdredacteur en jurist Folkert Jensma reageerde op de plannen voor een Levenseindekliniek in Den Haag in de doorgaans buitengewoon interessante rubriek “Recht en Bestuur” van NRC.nl.

Allereerst beschrijft Jensma de juridische rechtvaardiging voor euthanasie, namelijk wanneer de arts in een conflict terechtkomt tussen de plicht het leven te behouden en de plicht het lijden te verzachten. Aangezien de heer Jensma van ons beiden de juridische achtergrond heeft wil ik zonder tegenstribbelen aannemen dat deze definitie de lading dekt, hoewel het volgens mij lastig is om leed te kwantificeren. Bovendien is mijn opvatting dat psychisch leed evengoed een doorslaggevend argument moet kunnen zijn, altijd het redelijke perspectief op verbetering meenemend in de overweging.

Hierna begaat de heer Jensma naar mijn mening helaas een grote vergissing in zijn redenatie. Hij stelt namelijk het volgende:

Het is voor de moderne zelfbeschikkende mens nog te paternalistisch en te dokterafhankelijk. Zij willen zelf meester over hun levenseinde zijn. Maar dan wel, cru gezegd, met de dokter als knecht.

Zoals ik in een eerdere blog reeds aangaf ben ik het volledig eens met iedereen die zelf meester over zijn eigen levenseinde wil zijn, ook als dat betekent persoonlijk nooit euthanasie te willen ondergaan. Waar de schoen wringt is natuurlijk in de laatste zin van dit citaat, “met de dokter als knecht“. Daarmee wordt de suggestie gewekt dat artsen tegen beter weten in worden opgelegd ergens aan mee te werken. Die stelling is merkwaardig. Ten eerste is betrokkenheid van een arts voor de patiënt geen keuze maar een wettelijke plicht, er is immers verder niemand gelegitimeerd om euthanasie te verlenen, en alternatieven als de pil van Drion zijn ook keer op keer van de hand gewezen door de wetgever. Ten tweede beschrijft de heer Jensma’s verderop in zijn betoog dat er van dwang juist geen sprake van is. Een arts die de hulpvraag niet ziet zitten hoeft daar nog steeds niet aan mee te werken. Een arts met principiële bezwaren wordt weliswaar minder bezwaarlijk, maar behoudt zijn eigen afweging en oordeel.

Jensma zet echter twijfels bij de objectieve behandeling van de hulpvraag, of zoals hij het mooi verwoordt:

Zodra het levenseinde een specialisme wordt, is de dood dan niet het voorbestemde antwoord op de hulpvraag?

Natuurlijk is het belangrijk dat daar goed op wordt toegezien. In Nederland willen we koste wat kost voorkomen dat mensen in een opwelling een ongelukkige beslissing nemen. Maar als er één kliniek is die nauwlettend in de gaten zal worden gehouden waar het zorgvuldig handelen betreft, dan zal het de nieuwe Levenseindekliniek zijn.

Terecht stelt Jensma de vraag of het beroep van de artsen in de Levenseindekliniek nog wel puur van medische aard is, of wellicht beter als paramedisch beschreven kan worden. Volgens mij zou het goed zijn als er bij deze verzoeken naast een puur medische indicatie ook een psychologische indicatie wordt gesteld. Volgens mij is het uit praktische overwegingen en op basis van de vertrouwensband die een patiënt over het algemeen met zijn/haar arts heeft, prettig dat een arts normaliter euthanasie verleent. Waar het echter aankomt op de afweging en de rechtvaardiging zou een daarin gespecialiseerde kliniek, zonder gewetensbezwaarden -laten we religie immers svp in het privédomein houden- volgens mij een veel betere instantie zijn. Naast artsen zouden er bijvoorbeeld hierin gespecialiseerde psychologen en juristen werkzaam kunnen zijn om de patiënt en naasten optimaal te ondersteunen.

Niet verwonderlijk protesteert menig reguliere medicus tegen deze ontwikkeling. Zoals iedere beroepsgroep zijn zij in de veronderstelling dat hun eigen afweging over het algemeen de beste is, en het is nooit leuk wanneer iemand na een oordeel van een professional elders voor een second opinion gaat. Maar is dat niet het goed recht van een afhankelijk individu?

De arts die zijn beroep als arts neer zou leggen bij een euthanasieplicht hoeft zich met deze ontwikkeling geen zorgen te maken. Zijn bezwaar tegen een dergelijke plicht (die gelukkig nooit aan de orde is geweest) kan ik mij enorm goed voorstellen, daarvoor is hij geen arts geworden. Dat er verschillende wegen zijn voor individuen lijkt me een hele andere discussie.

Het betoog van Jensma sluit af met een terechte verwijzing naar Handboek Zelfeuthanasie van Chabot en Braam. Wie zelf over zijn levenseinde wil beschikken kan dat daarmee zorgvuldig in eigen beheer doen. Toch zullen velen de weliswaar toegankelijk voorgeschreven operaties niet zonder professionele ondersteuning aandurven. Bovendien kan professionele ondersteuning ook voor familie en naasten veel steun bieden. Ik stel me voor dat de impact ook op hen enorm is wanneer iemand zichzelf stiekem van het leven moet beroven. Volgens mij kan een gespecialiseerde kliniek onnodig leed, of het nou fysiek of mentaal is, in veel gevallen voorkomen. Van het knechten van artsen is in ieder geval geen sprake.

11 Responses to Jensma wijst onterecht levensbeëindigende knechten aan

  1. jasper van Sprundel says:

    IS depressie eigenlijk medisch te bewijzen?Maarfoed wat mij betreft magf iedereen over zijn eigen leven beschikken. Als het zorgvuldg gebeurt

    • Herman says:

      Of depressie aan te tonen is weet ik niet. Wat ik wel durf te beweren is dat juist depressie reden zou moeten zijn niet tot levensbeëindiging op verzoek over te gaan. Een arts die dat zou doen negeert namelijk een aantal belangrijke wetenschappelijke feiten. Ten eerste is depressie altijd te behandelen. Het is dus zeker in geen geval een uitzichtloze ziekte. Al kan het in sommige gevallen zeer lang duren voor verbetering optreedt en komen sommige mensen er nooit vanaf, de kans op genezing blijft altijd bestaan. Ten tweede zijn depressieve mensen verminderd in staat tot rationele keuzes. Dat iemand weloverwogen en rationeel tot een keuze voor een vrijwillig levenseinde komt lijkt me essentieel.

  2. jasper vs says:

    “Ten eerste is depressie altijd te behandelen. Het is dus zeker in geen geval een uitzichtloze ziekte. Al kan het in sommige gevallen zeer lang duren voor verbetering optreedt en komen sommige mensen er nooit vanaf, de kans op genezing blijft altijd bestaan.””

    Je zegt het zelf. Sommige mensen komen er nooit vanaf en voor veel mensen is het langdurig. Daarbij kan het zijn dat onder de depressie andere klachten liggen. Klachten ok vanlangdurige aart. Depressie op zichzelf is wellicht in veel gevallen inderdaad geen rede voor Euthansasie. Echter moet je als wetgever die mensen verbieden om euthanasie te plegen. En moet je de artsen verbieden om bij depressie een afweging te maken. Dat is waar het in het wetboek om gaat. En dan vind ik dat je nogal gringschattend bent als je zegt van. Ja bij een normaal persoon met een normale depressie komt het meestal wel goed.

    “Ten tweede zijn depressieve mensen verminderd in staat tot rationele keuzes. Dat iemand weloverwogen en rationeel tot een keuze voor een vrijwillig levenseinde komt lijkt me essentieel.”

    De ratio van ieder mens is geriecht op korte termijn. En als je op een moment ernstig lijdt dan is rationeel denken sowiezo lastig. Ik vind niet dat je iedereen met depressie maar moetafschepen van he we nemen jouw doodswens niet serieus. Want he je bent depressief en dus niet capabel tot het maken van keuze over je eigen leven.

    • Herman says:

      Als het gaat om depressie ben ik absoluut niet geringschattend. Helaas weet ik zelf behoorlijk goed hoe het is om met een zware depressie te maken te hebben.Een kenmerk daarvan is juist dat je je niet meer kunt voorstellen ooit gelukkig te zijn geweest of dat ooit nog te worden. Dat lijkt op zo’n moment dus behoorlijk uitzichtloos.

      Toch heeft er destijds gelukkig geen dr. Death met een spuitje klaar gestaan om te zeggen dat een doodswens volstrekt acceptabel is en hij daar best bij van dienst wil zijn. Dat had namelijk een hoop waardevolle ervaringen onmogelijk gemaakt. Het leven heeft genoeg waarde om ervoor te knokken. Ook als mensen zich door een geestesstoornis zich dat niet voor kunnen stellen op een bepaald moment.

      Als wetgever ben je ervoor om bepaalde normen te stellen en andere af te wijzen. Als je dan constateert dat er in een samenleving mensen zijn die zorg nodig hebben en geen spuitje, dan is het als wetgever je taak om die zorg te regelen wat mij betreft. Maar misschien kiezen anderen de dood als collectief uitgangspunt boven het leven. Daar kan gelukkig een democratische discussie over bestaan.

      Bovendien gaat het niet altijd alleen om jezelf en je eigen geluk. Vandaag stond er in de Volkskrant een artikel over een man met Alzheimer die euthanasie wilde. Zijn vrouw en kinderen hadden het daar om begrijpelijke redenen moeilijk mee. Als je naasten niet met je beslissing tot euthanasie kunnen leven zou dat op zichzelf al reden kunnen zijn die keuze niet te maken. We zijn immers niet alleen op de wereld en de keuze tussen leven en dood raakt dus net zo goed onze naasten als onszelf. Misschien raakt het die naasten zelfs nog wel meer. Dood is immers dood en zelf heb je daar geen last meer van.

      Het klaarstaan met een spuitje op het moment dat iemand er genoeg van heeft lijdt er dus toe dat je mensen berooft van perspectieven die er wel degelijk zijn. Daar ligt dan ook een groot verschil tussen iemand met psychiatrische problematiek en bijvoorbeeld een kankerpatiënt. Gelukkig is de zorg bij psychiatrische problematiek gericht op genezing. Laten we dat vooral zo houden. Daarnaast lijdt het tot een soort egoïsme, waarbij alleen de eigen wens er nog toe doet en naasten zich daar maar naar moeten schikken.

      • Bovenstaande ben ik heel erg met je oneens. Natuurlijk is er een grote kans dat een individu zich door zijn omgeving laat overhalen “nog even wat langer te lijden”, maar zo’n afweging kan iemand alleen zelf maken. Ook als die egoistisch zou zijn.

        Ook geestelijke problemen kunnen voor veel leed zorgen. Ik weet dat je dat niet ontkent, maar het afdoen met een “het komt wel weer goed” is ook niet altijd redelijk. Zoals ik – niet zomaar – in mijn originele stuk al schreef is het ook naar mijn mening waardevol “altijd het redelijke perspectief op verbetering mee te nemen in de overweging”. Maar er zijn ook voldoende voorbeelden waar dat van psychische aard kan zijn.

        Enkele voorbeelden:
        * Een man is 90, heeft een mooi leven gehad, zijn kinderen gezond en gelukkig zien opgroeien, maar is het leven moe. Heeft alles gedaan wat hij had willen doen. Zijn partner is enkele jaren geleden overleden en hij vindt het allemaal wel mooi geweest. Voldaan.

        Of, zoals ik bovenstaande situatie hier eerder al beschreef: De kroon op het meesterwerk van onze gezondheidszorg.

        Helaas zijn andere situaties ook denkbaar.
        * Een gescheiden man is 70, en heeft met een auto ongeluk dat hij buiten zijn schuld om heeft veroorzaakt zijn enige zoon en kleinkind van het leven beroofd. Twee jaar later heeft hij zijn leven nog steeds niet terug op de rails, valt hij van de ene in de andere depressie, en hij na lang wikken, wegen en consulteren besluit hij dat hij niet meer wil leven.

        Moeten wij hem dwingen tegen zijn zin door te kwakkelen als het het voor hem echt niet meer waard is? Ik neig ernaar te zeggen van niet omdat er volgens mij geen redelijk perspectief op verbetering is (hoewel ik dat oordeel vooral aan een professional wens over te laten).

        • Herman says:

          Je voorbeelden zijn zeker gevallen waarin er iets voor te zeggen valt om te kiezen voor hulp bij zelfdoding. Zeker in het geval van de 90-jarige die echt klaar is en daar een rationele afweging over kan maken is het makkelijk om te zeggen dat hulp bij zelfdoding zou moeten kunnen. Aan de andere kant vraag ik me af of je iemand in die positie niet zou kunnen helpen nog iets nuttigs bij te dragen in de laatste jaren die hem resten. Iemand met een dergelijke schat aan levenservaring zou volgens mij over het algemeen best een nuttige plaats in de samenleving kunnen hebben.

          Bij die 70-jarige man zou wat mij betreft de hulp er nog steeds op gericht kunnen zijn om met het doodrijden van zijn kind en kleinkind in het reine te komen.

          Dat iemand als die 90-jarige man klaar zou zijn met zijn leven kan even goed een weerspiegeling van onze liberaal-kapitalistische samenleving kunnen zijn. In veel primitieve samenlevingen zijn ouderen sterk gewaardeerd vanwege hun enorme ervaring, bijvoorbeeld de kennis van de natuur die ze daardoor opgedaan hebben. Nu geef ik meteen toe dat dat hypothetisch is, maar ik kan me best voorstellen dat in een dergelijke samenleving het idee van klaar zijn met het leven helemaal niet voorkomt.

  3. Janos says:

    Je voorbeelden zijn wel extremen Joep. De kern is volgens mij wat Herman hier zegt: “Het klaarstaan met een spuitje op het moment dat iemand er genoeg van heeft lijdt er dus toe dat je mensen berooft van perspectieven die er wel degelijk zijn. … Gelukkig is de zorg bij psychiatrische problematiek gericht op genezing.”

    En dat is precies het andere extreem: dat onze zorg het toestaat dat mensen die tijdelijk in een dip zitten maar een uitzicht hebben op een lang en gezond leven, toch een spuitje krijgen in plaats van een genezingsproces. Daar kun je zeer ernstige vraagtekens bij stellen.

    • Maar dat is tegelijkertijd een voorstelling van zaken waar bij lange na geen sprake van is. Momenteel is er juist helemaal geen mogelijkheid tot euthanasie zonder fysiek leed. De door mij geschetste situaties lijken misschien extreem, maar er zijn honderden mensen in Nederland voor wie een soortgelijke “extreme” situatie desondanks opgaat.

      • Janos says:

        Die zullen er zijn, al zou ik niet weten of het er honderden zijn, maar het doet niets af aan het feit dat je “oplossing” voor dit “probleem” (en ik heb er moeite mee er in deze termen over te praten) weer een heel andere problematiek met zich meebrengt, die ook niet genegeerd kan worden.

  4. Frank says:

    Volgens mij is het helemaal niet nuttig, en ook niet mogelijk, om hier duidelijke scheidslijnen te trekken. Op het moment dat he euthenasie toestaat, loop je altijd tegen het probleem aan in hoeverre mensen hun eigen lijden kunnen beoordelen, en de vermeende uitzichtloosheid daarvan. Onvermijdelijk is dat daarbij een afweging wordt gemaakt tussen de handelingsbekwaamheid van het individu en het recht van de gemeenschap om het individu een mening op te leggen.

    Het geval van depressiviteit is wat dat betreft het meest interessant denk ik. Je kan je definitie van ‘rationeel’ immers altijd zo optrekken dat mensen met een doodswens per definitie irrationeel zijn, en dus niet in aanmerking komen voor euthenasie. Maar op die manier zou je praktisch elke vorm van psychisch lijden uitsluiten.

    Bovendien wil ik best de advocaat van de duivel spelen en argumenteren dat er niet zoveel mis is met het toegeven aan mensen die het niet meer zien zitten. Natuurlijk, deze mensen zouden kunnen herstellen en alsnog een vol leven kunnen leiden. Maar als ze er niet meer zijn, dan missen ze dat ook niet. De vraag is dan in hoeverre je iemand in leven moet laten omdat deze persoon hypothetisch gezien een beter leven zou kunnen hebben.
    Deze opvatting is volgens mij deels ingegeven vanuit de gedachte dat het leven op een bepaalde manier ‘heilig’ zou zijn. Maar dat is een persoonlijke opvatting. Anderen kunnen het leven totaal nutteloos of onbelangrijk vinden. Daar hoef je niet depressief voor te zijn.

    Dan wat betreft ‘naasten’ en ‘de maatschappij’. Ik vind niet dat anderen enige claim op iemands leven kunnen leggen. Natuurlijk kan je hun gevoelens in overweging nemen, maar dat is wederom een persoonlijke keuze. Bovendien zie ik niet zo goed in waarom eventuele gevoelens van verdriet euthenasie in de weg zouden moeten staan. Uiteindelijk gaat iedereen dood, of je dat nou zelf regelt of niet. Afscheid zal dus hoe dan ook een keer moeten plaatsvinden.

    Maatschappelijk gezien zie ik echter vooral positieve gevolgen van bewuste levensbeëindiging. Het heeft best veel voordelen als mensen zelf de tijd, plek, aanwezigen en omgeving van het overlijden kunnen kiezen. Je kan van het sterven dan een veel mooier ingekleed ritueel maken, waar iedereen bij is, ook de stervende. Dat lijkt me eigenlijk veel passender dan langzaam te moeten wegkwijnen aan één of andere nare ziekte, terwijl je naasten hulpeloos moeten toezien en elke dag in onzekerheid leven wanneer het de laatste is. Volgens mij zou dat wonderen de nogal ongemakkelijke houding die onze maatschappij heeft t.o.v. de dood.

  5. jasper vs says:

    Herman. Dat de zorg zich richt op genezing vind ik inderdaad zeker de bedoeling. Het was in ieder geval niet mijn idee dat iemand bij de eerste paar bezoeken gelijk wordt doorgestuurd en dan eens even naar het hiernamaals wordt geholpen.
    Echter als je al een aantal maanden/jaren aan het behandelen bent. Al heel veel geprobeerd hebt en min of meer van de regen in de drup en weer terug valt. En meneer vraagt ernaar keer op keer en lijkt er goed over te hebben nagedacht. Nou dan kom je wat mij betreft op een gegeven moment in een stadium waarbij je dat toch wel serieus mag gaan nemen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*