Een gastblog door Bart Linssen.

Recentelijk riep Ronald Plasterk op tot een verbod op bonussen, als onderdeel van een zevendelig maatregelpakket om de bankwereld te verbeteren. Hoewel ik mij in veel van de voorstellen kan vinden ben ik sceptisch over het bonusverbod. Laat ik duidelijk zijn: de woede over bonussen deel ik, maar een verbod helpt niet.

Om te beginnen is het zeer de vraag of een verbod ook werkelijk betekent dat bonussen en hoge beloningen verdwijnen. In andere landen is gebleken dat een verbod vooral leidt tot enorme salarisverhogingen. Ook worden bonussen vaak administratief omgetoverd tot andere vormen van prestatiebeloningen, waardoor ze buiten het verbod worden geplaatst. Dit is niet zo vreemd, gezien het feit dat een verbod niets verandert aan de kern van de zaak.

Bonussen zijn niets anders dan een symptoom van een cruciale ontwikkeling: de toegenomen focus op aandeelhouderswaarde. Door enkel naar het belang van de tijdelijke eigenaar te kijken is er een disfunctionele corporate governance ontstaan: kortetermijndenken is dominant en risico’s om winsten op korte termijn te realiseren worden gestimuleerd. Het is belangrijk om te begrijpen dat bonussen binnen deze cultuur niets anders zijn dat een middel om dit doel te bereiken. De subprime crisis heeft laten zien hoe gevaarlijk dergelijk beleid is bij instituties die een essentiele functie vervullen binnen de maatschappij.

Simpel gesteld: een verbod op bonussen is niet alleen ineffectief, maar biedt uberhaupt geen uitkomst voor de onderliggende problemen in de bankensector.

Er is een alternatief. Het vergroten van de invloed van andere belanghebbenden, zoals consumenten en werknemers, bevorderen een cultuurverandering binnen de corporate governance. Dit betekent niet alleen het einde van exessieve bonussen, maar ook een verandering in het functioneren van deze instellingen. De belangen van werknemers en consumenten komen veel sterker overeen met die van anderen in de samenleving. Door hun inspraak te vergroten kan de overheid veel bereiken zonder zich overal direct mee te bemoeien.

Voor consumenten is het belangrijk dat bedrijfsprocessen transparant zijn, en dat men bij onvrede bijvoorbeeld eenvoudig van bank kan wisselen. Werknemers hebben juist belang bij inspraak in de doelstellingen van de onderneming, bijvoorbeeld door vertegenwoordiging in het bestuur en de raad van commisarissen. Dit zijn processen waarin een overheid veel kan betekenen.

Een dergelijke ontwikkeling heeft echter ook een groot nadeel: het biedt geen oplossing op de korte termijn. Maar dat is onvermijdelijk, het probleem is veel te diep geworteld om snel even weg te reguleren.

 

2 Responses to Een verbod op bonussen is zinloos

  1. Arno says:

    Met je probleemstelling ben ik het eens, met je oplossing minder. Het probleem is inderdaad dat het belang van de aandeelhouder te bepalend is geworden. Ik zie alleen niet in hoe je werknemers of consumenten, die geen zeggenschap hebben over het bedrijf, die rol kan of wil laten overnemen. Ik zou eerder geneigd zijn tot een wat bescheidener rol van de aandeelhouder, of liever: van de nieuwe aandeelhouder.

    Pas stemrecht over een bedrijf als je de aandelen een periode (paar jaar) bezit en dus getoond hebt dat je geld wil verdienen aan het bedrijf door het bedrijf beter te maken. Niet door het meer waard te laten lijken, verkopen en failliet laten gaan. Niet-aandeelhouders zeggenschap geven lijkt me heel moeilijk vanuit de overheid op te leggen, ook juridisch. Of je jaagt een bedrijf heel snel weg naar een land met gunstigere, dus gunstiger voor de aandeelhouder, wetgeving.

    Idealisme is heel mooi, maar de wereld is groot, belangen van landen tegenstrijdig en bedrijven zijn tegenwoordig mobiel. Vooral dat laatste is een probleem als je als land idealen wil verwezenlijken. Multinationals hebben hun hoofdkantoor gewoon in het land met de gunstigste wetgeving/belastingen. Dus je kan van alles willen, als je niet de hele wereld meekrijgt in je idealen benadeel je alleen jezelf. En, hier is arbeid al heel duur, veel hoofdkantoren zitten alleen nog hier omdat de bedrijven hier ontstaan zijn. Maar met slecht beleid, zitten de Philipsen en ING’s van tegenwoordig zomaar gevestigd in Sjanghai.

    • Bart says:

      Dank voor je reactie Arno. Wat betreft zeggenschap van consumenten en werknemers: hier bestaan al erg veel voorbeelden van. Zo vind je hier en daar al wel nieuws over hoe banken als Triodos en ASN profiteren van de manier waarop andere banken in het nieuws komen. Wat betreft werknemers is er in nederland al heel wat voor elkaar gekregen (met name mbt OR’s) maar hier kan nog veel aan worden verbeterd. Met name meebeslissende vertegenwoordiging in bestuursorganen is daarvoor essentieel. Dit is echt niet zo onmogelijk als jij het hierboven schetst. Je moet het alleen wel willen.

      Ik ben het met je eens dat er andere manieren zijn om de macht van tijdelijke aandeelhouders in te tomen, met name door beperkingen in stemrecht, maar bijvoorbeeld ook belastingvoordelen voor lange termijn aandeelhouderschap. Ik zou dit wel in combinatie met inspraak van andere belanghebbende doen; het is immers altijd beter jezelf te vertegenwoordigen.

      Wat betreft je opmerking over bedrijfsmigratie: dit is een beetje waar, maar ook weer niet helemaal. Er is idd wel sprake van een soort van gijzeling, maar hier wil ik eigenlijk in een van mn volgende blogjes op terugkomen als je het goed vind 🙂 laat ik er iig alvast het volgende over zeggen: dit is een typisch voorbeeld van een ongewenst probleem dat het gevolg is van vrijhandel.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*